[Onderzoekspaper] Lolita lezen in Teheran: politieke literatuur of literaire politiek?

06-05-2014 | Lith Lefranc & Laura Nys

Op deze manier structureert ze haar verhaal erg zwart-wit; als een typisch ‘sprookje’ met vrouwen die van het Islamitisch kwaad gered moeten worden door hun Westerse prins op een wel erg wit paard.

In 2003 publiceerde Azar Nafisi (°1955) haar autobiografische roman Reading Lolita in Teheran, in het Nederlands vertaald als Lolita lezen in Teheran (1). Het boek stond gedurende 117 weken op de bestseller lijst van de New York Times, is vertaald in 32 talen en won verschillende literaire prijzen (2). Azar Nafisi is voormalig professor Westerse literatuur aan de Universiteit van Teheran en de Vrije Islamitische Universiteit. Toen ze in 1981 weigerde gesluierd les te geven, werd ze verbannen van de Universiteit van Teheran, waarna ze les gaf aan de Vrije Islamitische Universiteit en de Allameh Tabatabai Universiteit. Toen in 1995 steeds meer Westerse boeken op de verboden lijst terechtkwamen, stapte ze op. Haar colleges over Westerse literatuur zette ze na haar ontslag echter voort in een ondergrondse leesgroep. In 1997 verhuisde ze naar de Verenigde Staten, waar ze momenteel doceert aan de John Hopkins University’s School of Advanced International Studies (Washington DC) (3).

In Lolita lezen in Teheran geeft Nafisi een relaas van haar ondergrondse leesgroep. Elk boekdeel is gecentreerd rond een Westers literair meesterwerk – waarvan Lolita van Vladimir Nabokov het eerste is – maar doorheen het boek weeft Nafisi herinneringen en anekdotes over het dagelijkse leven in Teheran van voor en na de revolutie waardoor de lezer als het ware een ‘view from below’ krijgt van de aftermath van de Iraanse revolutie.

Hoewel Nafisi aangeeft het boek te hebben geschreven uit liefde voor literatuur, meer dan uit politieke overwegingen, (4) deed het veel stof opwaaien onder de Midden-Oosterse diaspora in de Verenigde Staten en was het aanleiding voor politiek geladen debatten. De voornaamste kritiek betreft het feit dat ze, met zowel haar boekcover als de inhoud van haar boek, een verkeerd beeld zou schetsen van de werkelijkheid.

Creatief met foto’s

Haar boekomslag toont twee jonge gesluierde vrouwen die iets lezen -wát de vrouwen lezen blijft buiten beeld. Deze visuele onzichtbaarheid wordt opgevuld met de suggestie dat ze Lolita –of een ander verboden boek– lezen. De titel prijkt er immers vlak boven: “Lolita lezen in Teheran” aangevuld met de suggestieve ondertitel “Zeven jonge vrouwen en hun verboden leesclub”. In het begin van haar boek beschrijft Nafisi bovendien twee foto’s van haar studentes, en het moet gezegd worden dat twee van haar studentes wel opvallend veel gelijkenis vertonen met de vrouwen op de voorflap. Alles wijst er dus op dat de vrouwen lid zijn van de verboden leesgroep van Nafisi.

De boekomslag is echter een verknipping van een andere foto, die een ander verhaal vertelt over de jonge vrouwen: op de originele foto zijn de vrouwen eveneens studentes, ze bevinden zich in Teheran en ze lezen iets, maar daar stoppen de gelijkenissen dan ook. De vrouwen lezen helemaal niet Lolita, maar een hervormingsgezinde krant waarin ze de verkiezingsuitslagen opvolgen van presidentskandidaat Khatami.

De foto wordt dus ontdaan van zijn oorspronkelijke context, en de bijtitels creëren een nieuwe. Het wegknippen van de politieke context en de suggestie dat de vrouwen Lolita lezen ‘strips them of their moral intelligence and their participation in the democratic aspirations of their homeland, ushering them into a colonial harem,’ (5) stelt Hamid Dabashi onomwonden in een beklijvend essay. Wij sluiten ons hierbij aan –hoewel ook kan worden opgeworpen dat de vrouwen niet hun volledige agens is ontnomen: ze plegen immers verzet door een verboden boek te lezen. Desalniettemin kan niet ontkend worden dat de verwerking van de boekomslag ons een heel ander verhaal voorschotelt dan de reële ontstaanscontext van de originele foto. Hoe kunnen we deze vervormde omslag verklaren?

New Orientalist Narrative

Verschillende critici van Nafisi’s werk, merken op dat de productie van memoires, geschreven door mensen van Islamitische achtergrond, waarin ze getuigen over de onderdrukking en het kwaad van hun regime, recent is toegenomen in de VS. Deze (al dan niet legitieme) literaire herinneringen voorzien de VS volgens hen van steun voor hun illegitiem project: het uitbreiden van hun empire onder het mom van ‘de strijd tegen terrorisme’. Iraans auteur Fatemeh Keshavarz bedacht een term voor dit soort memoires, waar ook Nafisi’s werk een voorbeeld van zou zijn: de New Orientalist Narrative. Dit is een hedendaagse versie van wat Edward Saïd in het midden van de 20ste eeuw al omschreef als oriëntalisme. Sinds de gebeurtenissen van 9/11 is er volgens Keshavarz een nieuw (eenzijdig) beeld van het Midden-Oosten opgekomen, als vijand van het Westen, dat wordt gepopulariseerd in de vorm van memoires. Het belangrijkste kenmerk van de New Orientalist Narrative volgens Keshavarz: ‘This narrative reduces the contemporary Muslim Middle East to an uncomplicated black and white world of villains (usually Muslims) and victims (usually sympathizers with the west (sic.)). A vast number of people and events, that don't fit either category, are simply left out of the picture.’ (6) 

De stigmatisering van Nafisi als een agente in de Amerikaanse ‘war on terror’ waar sommige critici, zoals Hamid Dabashi, zich aan wagen gaat misschien wat ver. Toch valt niet te ontkennen dat ook de manier waarop ze haar boek inhoudelijk structureert een te eenzijdig beeld geeft van de Islam, Iran en het Midden-Oosten in het algemeen. Eerst en vooral wordt door het ophemelen van Westerse literatuur als een ontsnappingsmogelijkheid uit de onderdrukkende Oosterse werkelijkheid het bestaan en de waarde van Irans eigen cultuur ontkent, die recent nochtans erg is beginnen bloeien en uitblinkt op wereldvlak in zowel cinema als literatuur.

Ten tweede worden de gebeurtenissen en de mensen die het onderwerp vormen van haar boek geselecteerd op basis van de mate waarin ze het best beantwoorden aan het zwart-wit beeld van Oost en West. Iraanse schrijvers, artiesten en intellectuelen die zich hebben ingezet om positieve veranderingen te realiseren in post-revolutionair Iran krijgen bijvoorbeeld weinig aandacht. Het beeld dat we krijgen van Iran en haar inwoners is bijgevolg erg monolithisch: enkele onderdrukte Islamitische vrouwen staan symbool voor alle vrouwen in Iran. Hier tegenover staat een onderdrukkend Iraans en mannelijk regime. Op deze manier structureert ze haar verhaal erg zwart-wit; als een typisch ‘sprookje’ met vrouwen die van het Islamitisch kwaad gered moeten worden door hun Westerse prins op een wel erg wit paard. Dit impliceert ook een zekere superioriteit tegenover Iraniërs, of het Islamitisch Midden Oosten in het algemeen. Ook het heroïsme dat Nafisi zichzelf aanmeet past binnen dit plaatje. Als Westers geschoolde vrouw presenteert ze zichzelf als diegene die ‘eindelijk’ ‘verlossing’ biedt door de Iraanse Islamitische vrouwen in contact te brengen met de Westerse literatuur en haar bevrijdende waarden.

Door sterk in te zoomen op bepaalde aspecten van de Iraanse werkelijkheid, en andere buiten beeld te laten, licht Nafisi maar een tipje op van de sluier. Ze presenteert met een zowel inhoudelijk als picturaal gekadreerd discours slechts één visie op de werkelijkheid. Wij willen deze visie niet categoriseren als onwaardevol of totaal verkeerd, zolang men niet uit het oog verliest dat dit slechts één mogelijke beleving of interpretatie is, naast vele andere – iets wat het boek zelf te weinig duidelijk maakt.

 

>> Lees de volledige onderzoekspaper over het boek 'Lolita lezen in Teheran' van Azar Nafisi in bijlage.

 

Eindnoten

(1) A. Nafisi, Lolita lezen in Teheran, Amsterdam, 2004.
(2) A. Nafisi, “About Azar” op: <http://azarnafisi.com/about-azar>, laatst geraadpleegd op 17.04.2014. 
(3) Ibidem.
(4) C. Shea, “Book Clubbed [on Hamid Dabashi]. A Prominent Scholar Accuses Azar Nafisi's Bestselling Memoir, "Reading Lolita in Tehran," of Being Neoconservative Propa” in: The Boston Globe, 29.10.2006, online raadpleegbaar op <http://www.campus-watch.org/article/id/2858>, laatst geraadpleegd op 22.04.2014.
(5) H. Dabashi, “Native informers and the making of the American empire” in: Al-Ahram weekly online, issue no. 297, 1, 7.06.2006, op <http://weekly.ahram.org.eg/2006/797/special.htm>, geraadpleegd op 17.04.2014.
(6) F. Keshavarz, “Jasmine and Stars” [interview] 03.08/2007, in: <http://zcomm.org/znetarticle/jasmine-and-stars-by-fatemeh-keshavarz/>, geraadpleegd op 02.04.2014.

http://www.kifkif.be/actua/onderzoekspaper-lolita-lezen-in-teheran-politieke-literatuur-of-literaire-politiek