Ongehoord?

26-04-2010 | Ico Maly & Joachim Ben Yakoub

De integratiedienst van de stad Gent en het wereldcultuurhuis ‘De Centrale’  besteden dit jaar vijf publieke lezingen aan de concepten burgerschap, migratie en nationalisme onder de noemer “Ongehoord”. Elk  gesprek staat voor een andere thematische invalshoek ( identiteit, religie, taal, onderwijs,…). De Centrale is ons welbekend Gents ‘wereldcultuurhuis’, een ‘ontmoetingsplek voor cultuurvogels van diverse pluimage’, een ‘warm en bruisend pleidooi voor de multiculturele samenleving’. De stedelijke Integratiedienst heeft als opdracht de krijtlijnen van het Vlaamse diversiteitsbeleid te hertalen op lokaal niveau en dit door het ondersteunen van de gemeentebesturen bij het uittekenen en uitvoeren van een lokaal etnisch-culturele diversiteitsbeleid. Wij schrijven dit artikel als bezorgde Gentse burgers die hun stad een warm hart toedragen. In dit artikel willen we wijzen op de discrepantie tussen de probleemstelling die aan de basis ligt van de concepttekst van deze lezingenreeks enerzijds en de specifieke rol dat beide instellingen zouden moeten vervullen m.b.t. de beeldvorming over etnisch-culturele diversiteit en het verhogen van het maatschappelijk draagvlak voor een lokaal diversiteitsbeleid.

De natiestaat staat centraal in de concepttekst van de lezingenreeks. Deze natie wordt voorgesteld als een, tijdens de verlichting, van onderuit organisch gegroeid gevoel van verwantschap, ondersteund door een uitgebreide of uitdeinende bloedband, gesymboliseerd in het spreken van dezelfde taal. Nationalisme wordt gezien als iets ‘natuurlijk’, ‘vanzelfsprekend’: “En dit (de opleving van nationalisme) kwam niet uit de lucht vallen, en was evenmin kunstmatig geconstrueerd. Het was eigenlijk de cultivering van een zeer sterk bij de mensen aanwezig gevoel, …” De concepttekst vertrekt van een romantische veronderstelling van onze natie als een monolithisch blok en gaat op deze manier voorbij aan de diversiteit van sociale en culturele identiteiten die aanwezig waren binnen een natie (klassenposities, ideologische overtuigingen, taalvarianten en in minder mate religieuze overtuiging, gender…) en aldus aan het gegeven dat ook de natiestaat en haar gevoel van samenhorigheid een sociale constructie was die onderhevig was aan bepaalde machtsfactoren in de samenleving waardoor bepaalde sociale en culturele identiteiten van de verbeelding van deze natie uitgesloten werden.

Het nationalisme in Vlaanderen leefden na 1989 bijvoorbeeld niet ‘als natuurlijk’ op, maar waren ook het werk van mensen en instellingen. De rol van het Vlaams Blok en later het Vlaams Belang in het voeden van dit nationalisme wordt niet in rekening gebracht. De Vlaamse campagne van Van den Brande in het begin van de jaren negentig wordt niet gezien, het splitsen van onze openbare omroep, van onze politiek, … al deze zaken laat men links liggen en vertaalt men als een ‘natuurlijke beweging’. Bovendien wordt gesuggereerd dat onze natiestaat eigenlijk ook samengaat met de Verlichting, want door de Verlichting kreeg de godsdienst als bindend principe een zware slag toegediend, en het nationalisme moest daarom het nieuwe vervangende element worden. Nergens wordt geduid, dat het nationalisme heel vaak in tegenspraak was met de idealen van de Verlichting.

Er wordt voor de zoveelste maal een lovend beeld gecreëerd van ons, van ons nationalisme als natuurlijk, vanzelfsprekend, normaal, … Het nationalisme van ‘de Ander’ wordt dan weer gezien als chauvinistisch en in tegenstrijd met de Verlichting. Vervolgens stelt men dat de natiestaat werd en wordt uitgehold door de migratiestromen sinds de jaren ’50. Doorheen de uitwerking van deze these zien we een terminologische verwarring ontstaan rond het gebruik van begrippen om de ‘andere’ aan te duiden. De ‘andere’ die ‘ons organisch gegroeid gemeenschapsgevoel’, geformaliseerd in het begrip van de natie-staat, zou ondermijnen. De concepttekst begint met het begrip ‘allochtoon’, om moeiteloos over te gaan tot ‘allochtonen afkomstig uit islamitische landen’ en deze tenslotte te vervolledigen tot haar radicale fundamentalistische strekking vervat in de term ‘islamitische allochtoon’. Terug krijgen we zo een doorslagje van de botsende beschavingen geserveerd. Enkel migranten uit compleet andere culturen (lees de islam) veroorzaken problemen, daarom dat men migratie in enkele zinnen herleid tot de migratie van moslims. Enkel zij bedreigen de natiestaat. 

Immers, zo stelt de tekst: “Op deze ‘tweede generatie’ werd veelzeggend genoeg, veel minder gefocust na de grote immigratiebeweging van de Italianen, noch na de kleinere daaropvolgende immigratiebeweging van de Spanjaarden, Portugezen en Grieken, de zogenaamde tweede generatie van deze immigranten heeft blijkbaar niet in dezelfde mate problemen gehad met hun integratie in de samenleving. Bij de nieuwe groep migranten uit de islamitische landen ligt deze integratie blijkbaar moeilijker.”  Een opmerking in dit kader is de simpele feitelijke vaststelling dat moslims een absolute minderheid zijn in Vlaanderen. Het idee dat zij, die zich dan nog voornamelijk in de sociaaleconomisch lage klassen bevinden, onze samenleving of in de woorden van de concepttekst de natie bedreigen,  is volgens ons een zwaar overstatement. In 2008 woonden in België slechts 628.751 moslims,  dus 6,0% van de bevolking.

In Brussel omvatte dit 25,5%, in Wallonië 4,0%, in Vlaanderen 3,9% van de totale bevolking. Hoewel er voor België geen concrete cijfers zijn over radicalisering, kunnen we op basis van onderzoek in onze buurlanden, er vanuit gaan dat 2,5% radicaliseert. Het betreft dus een zeer marginale groep, die bovendien nog uiterst divers is. Sommige worden Salafi en trekken zich terug in de religie, maar zijn niet politiek actief. Anderen kiezen voor het socialisme, het liberalisme of de politieke islam. Enkel over deze laatste optie, spreekt de concepttekst. Helaas zonder weinig kennis van zaken, de politieke islam wordt in een trek omschreven als antiwesters, anti-verlichting, … nochtans hoeft men niet veel moeite te doen, om te zien dat de politieke islam een huis is met vele kamers. De politieke islam herbergt de meest uiteenlopende strekkingen, dat is de realiteit.


Door uitsluitend te focussen op de culturele botsing die inherent is aan ‘de islam’ in Vlaanderen en de hiermee gepaard gaande angst voor de onderklasse gaat men voorbij aan tal van andere factoren die de natiestaat of misschien beter onze democratie op haar fundamenten doet daveren. Ten eerste kan men de disproportionele en irrationele reactie op ‘Moslimfundamentalisme in Vlaanderen’ misschien meer gewicht geven als men de komst van de islam in Vlaanderen in deze context in rekening wilt brengen. We mogen dan wel overtuigd zijn dat wij de kinderen van de verlichting zijn, in onze reactie op wat wij zien als fundamentalistische dreiging, houden we niet zelden een pleidooi om mensenrechten uit te hollen.

Of om prof. Jan Blomaert te citeren:  "We reageren buiten elke proportie en in die reactie schuilt het gevaar. En het is op die manier dat we ons systeem, onze waarden en onze erfenis van de Verlichting te grabbel gooien." De blik wordt eenzijdig gericht op ‘hun cultuur’, de invloed van onze samenleving wordt zo weer weggeredeneerd, evenals het feit dat de tweede generatie Marokkanen en Turken te maken had met het failliet van de grote industrieën en dus te kampen kreeg met hoge werkloosheid. De verschuiving van onze verzorgingstaat naar een welvaartstaat wordt aldus niet in rekening gebracht. In deze beweging van neoliberalisering werd sinds de jaren 70  solidariteit meer en meer ingeruild voor competitie terwijl collectieve verantwoordelijkheid plaats maakte voor individuele verantwoordelijkheid. Dit is ons inziens een minstens even belangrijke factor in de verklaring van evoluties in onze samenleving.


Tenslotte besluit de concepttekst dat men op zoek zou moeten gaan naar een nieuw gemeenschapvormend cement, een bindend principe die deze inherente functie van de natiestaat zou kunnen vervangen.  Wanneer men gevangen zit in een web van normale en conflictueuze woorden, zinnen en redeneringen zal men nooit een bijdrage kunnen leveren aan de vraag of men op zoek hoort te gaan naar een nieuw gemeenschapvormend cement. Als men deze vraag ten gronde wil benaderen dient men niet enkel kritisch om te springen met de kernconcepten burgerschap, migratie en nationalisme, men moet ook durven op zoek te gaan naar een manier om een bijdrage te leveren aan een nieuwe perceptie op en een nieuw spreken over maatschappelijke fenomenen. Of om Nadia Fadil te parafraseren: “…zich voor één keer niet laten leiden door een defensief discours, of dominante machtsverhoudingen. Maar juist een bijdrage leveren tot die nieuwe taal, die nieuwe verbeeldingskracht die vandaag broodnodig is in Vlaanderen”. Waarom meehuilen met het heersende discours over botsende beschavingen, islamisering en godsdienstoorlogen? Waarom ook weer zwaaien met een soort geperverteerd verlichtingsidee? De redelijkheid in de analyse is zoek.

Er wordt gebruik gemaakt van een dubieuze selectie van geschiedkundige fait divers, journalistieke stukken en klassieke hypothesen uit de islambashing-scene. De betreffende concepttekst lijkt wel een 'one-hand' tekst, eerder dan een weldoordacht en onderbouwde missietekst dat het product zou zijn van grondige discussie binnen de betreffende diensten. Met deze korte bedenking zouden we de integratiedienst van onze stad en in het bijzonder het team ‘communicatie en beeldvorming’ en ons wereldcultuurhuis willen wijzen op het belang van een degelijk gefundeerde concepttekst als zij effectief een draagvlak willen creëren, een pleidooi willen houden voor de multiculturele samenleving. Deze constructieve kritiek is gericht aan de collega’s van de betreffende diensten die  hun verantwoordelijkheid willen opnemen om de samenleving vorm te geven, voorbij de heersende mediageile en politiek gevaarlijke taal die de dualisering tussen wij-en zij eerder versterkt en fundamentele problemen met betrekking tot het te bespreken thema onderbelicht laat. Een voorzet en een steun in de rug geven om in de toekomst een bijdrage te leveren aan een nieuwe taal, een nieuw denken die het culturalistisch denken de plaats geeft die zij verdient en een bijdrage levert aan werkelijke en realistische problemen waarmee we geconfronteerd worden Ico Maly & Joachim Ben Yakoub
 

Bronnen:

Conceptteskt Immigratie en natiestaat naar aanleiding van de lezing  “Ongehoord. Over burgerschap, migratie en nationalisme” www.decentrale.be

Jan blommaert. 03/04/ 2010.  “Vrijheid, meningen, en schelden: de déja-vu van Benno Barnard”. www.kifkif.be

Nadia Fadil, 01/10/2009. Toespraken op de boekvoorstelling “Een leeuw in een kooi. De grenzen van het multiculturele Vlaanderen”. www.leeuwinkooi.wordpress.com

http://www.kifkif.be/actua/ongehoord