Over de hoofddoek in het multimateriële debat

22-09-2008 | Jan Zienkowski

14/11/2006 - Jan Zienkowski  

Het kon natuurlijk niet lang uitblijven. Naar periodieke gewoonte wordt de hoofddoekenkwestie weer  in de publieke belangstelling geplaatst. De protagonisten, de standpunten en de argumenten worden opnieuw als mantra’s herhaald opdat we vooral niet zouden vergeten hoe we omgeven worden door de irrationaliteit van de islamitische vrouw. Want waar haalt die in godsnaam haar koppigheid vandaan? De vrije meningsuiting, de integratie, de taak van de overheid en haar apparaten (deze keer de scholen) – de klassieke thema’s – treden weer op de voorgrond. De oorsprong van die obsessie wordt daarbij in het ongewisse gelaten. Toch roept de Vlaamse – en zeg maar de Europese – vooringenomenheid met materiële islamitische cultuuruitingen behoorlijk wat vragen op. Een eenvoudige opzoeking via het trefwoord hoofddoek in de database Mediargus produceert 4023 hits. En dat wanneer we ons beperken tot de laatste zes jaar. Typ islam echter samen met cultuur in en het aantal zoekresultaten bedraagt slechts de helft.

  Nochtans is een hoofddoek doorgaans een pak minder interessant dan de ideeën die achter het gemiddelde hoofddeksel gevormd worden. Tenzij men natuurlijk bang is van die ideeën. Deze onuitgesproken overweging ligt misschien wel aan de basis van dit debat. Dat de audiovisuele media zich blindstaren op klederdracht is nog enigszins te begrijpen. Een gedachte kan je maar moeilijk visualiseren. Maar van de geschreven pers mag men wel wat meer diepgang verwachten. Het loont dan ook de moeite om eens na te gaan wat er zich voor de hoofddoek – in de Westerse hoofden – afspeelt.  

In het licht van de term multiculturalisme is het namelijk bijzonder vreemd dat de debatten zich zo vaak groeperen rond de materiële aspecten van de islamitische culturen. De Westerse obsessie richt zich routinematig op de klederdracht, de explosies, de seksuele en de relationele verhoudingen van de islamitische medemens. Het enige wat we in die debatten lijken te zien is de materiële kant van de zaak. Afgaande op het heersende discours lijken we dan ook eerder in een multimateriële dan in een multiculturele maatschappij te leven. Een observatie die duidt op de meelijkwekkende schraalheid van het debat. Toch hoeft dit niet te verbazen.

Bij gebrek aan dialoog is het enige zichtbare onderscheid een materieel onderscheid. In die zin zeggen de media veel meer over onszelf dan over de belevingswereld van de Ander. Het duidt op een leegte in onszelf. Op een gebrek aan overtuiging omdat velen onder ons niet meer in staat zijn om een gesprek omtrent de aard en de plaats van religie en spiritualiteit in onze maatschappij aan te gaan.

Jij jouw waarheid, ik de mijne en we kunnen mekaar nooit echt leren kennen is voor velen de essentie van het postmoderne verhaal. Het uit zich onder meer in de circulaire debatten omtrent de hoofddoekenkwestie. Zou het dan niet kunnen dat we de vragen anders moeten stellen? De Ander lijkt ons enkel te interesseren wanneer de verschillen zichtbaar zijn. Presenteer de verschillen in de vorm van ideeën en gevoelens en de debatten worden lang niet zo uitvoerig gevoerd.  

De overheersing van het multimateriële perspectief is nefast voor wederzijds begrip. Cultuur bestaat in eerste instantie uit betekenissen en juist dit feit wordt in heel de discussie te vaak buiten beschouwing gelaten. Laat de hoofddoeken daarom voorlopig waar ze zijn en zet de gedachten, de gevoelens en de belevingen van de mens eronder voorop. Misschien dat we onszelf op die manier beter leren kennen.  

http://www.kifkif.be/actua/over-de-hoofddoek-in-het-multimateria%C2%ABle-debat