Over Moslims als â€"religious dopes"

04-05-2009 | Noël Clycq

In onze reeks over media en interculturaliteit laten we deze keer Noel Clycq aan het woord.Dit stuk gaat kort dieper in op een aantal van dergelijke beelden die er over moslims terug te vinden zijn in sommige academische en journalistieke teksten.

"What is said about the Muslim mind, or character, or religion,  or culture as a whole
cannot now be said in mainstream discussion
about Africans, Jews, other Orientals, or Asians". (Said, 1997)

Over moslims en islam is veel gezegd. En zoals Edward Said in bovenstaand citaat aangeeft, kan er heel wat negatiefs over worden gezegd zonder dat dit (veel) sociale afkeuring met zich meebrengt. Onderstaand stuk gaat kort dieper in op een aantal van dergelijke beelden die er over moslims terug te vinden zijn in sommige academische en journalistieke teksten.

Hoewel dit stuk focust op moslims, is het van belang aan te geven dat in België – en in het bijzonder in Vlaanderen – de begrippen moslims en allochtonen sinds lange tijd ‘bijna-synoniemen’ zijn geworden. Gebruik je het ene woord dan denk je er automatisch het andere bij, en omgekeerd. Hier kan je gemakkelijk ook de woorden ‘Marokkanen’ en ‘Turken’ aan toevoegen. ‘De andere’ is in een Vlaamse context – de communautaire spanningen ter zijde gelaten – als sinds geruime tijd in de eerste plaats ‘de moslim’ (Snauwaert, e.a. 1999). Uit identiteitsonderzoek weten we dat groepsdenken des mensen is. Het zijn ‘normale’ processen om de wereld en zeker de daarbijhorende mensen in groepen in te delen. Stereotypering biedt een houvast om de complexiteit aan verschillende en elkaar doorkruisende etnische, culturele en religieuze identiteiten tot overzichtelijke en hanteerbare proporties terug te brengen (Jenkins, 1997; Brubaker, e.a., 2004).

Een probleem krijg je echter als dit soort van diepmenselijke stereotyperingsprocessen doorsijpelt in mainstream journalistieke en academische teksten. Van beide professies verwachten we immers dat ze over het algemeen genuanceerd, objectief en neutraal zijn. Doch wat des mensen is, is natuurlijk ook journalisten en academici niet vreemd. In sommige teksten komen moslims dan ook naar voor als een groep van personen die handelen op een specifieke en eigen manier die gestuurd, of eigenlijk gedetermineerd wordt, door hun islamitische achtergrond. Een groep die op een bepaalde starre, vrouwonvriendelijke en ondemocratische manier denkt en in het leven staat. En expliciet of soms enkel in gedachten stelt men daar een andere groep tegenover – de ‘eigen’ Westerse en moderne groep – die in veel aspecten het tegenbeeld lijkt van deze islamitische groep. Enkele voorbeelden, uit de media maar ook uit academische teksten, tonen aan dat dit groepsdenken nog altijd sterk aanwezig is en dit leidt soms tot absurde redeneringen. We vertekken van enkele academische voorstellingen van dit groepsdenken om daarna meer in concreto op mediavoorbeelden in te gaan.

Moslims als religious dopes

Een van de bekendste – maar natuurlijk niet enige – denkers terzake is de onlangs overleden Samuel Huntington. In het gelijkname boek gebaseerd op zijn The Clash of Civilizations-artikel uit 1993, schetst hij een beeld van duidelijk onderscheiden regio’s en gemeenschappen van mensen. Religie bestempelt hij als een van de – zo niet het – belangrijkste  onderscheidend criterium tussen deze groepen. Zo denken bijvoorbeeld de miljoenen christenen als groep fundamenteel anders dan de miljoenen moslims. Hierbij kijkt hij dus in de eerste plaats naar de – volgens hem – overduidelijke groepsverschillen en verontachtzaamt hij de enorme interne diversiteit in deze ‘groepen’. Ook verscheidene Europese denkers dragen deze visie uit. Een bepaalde groep wordt eruit gepikt en het overkoepelende kenmerk van die groep wordt als een essentieel en onveranderlijk element ervan voorgesteld.

In een Europese context is het echter niet zozeer een bepaalde cultuur of beschaving dan wel een bepaalde religie – islam – die in het oog van de storm staat. Volgende als het ware Huntingtoniaanse uitspraken zijn geen uitzonderingen: ‘De islam is […] een godsdienst die haar aanhangers belemmert in het proces van aanpassing aan belangrijke democratische en rechtsstatelijke principes in onze samenleving’ en ‘De vraag is dan: hoe kan men heil verwachten bij de integratie van een godsdienst die ogenschijnlijk juist de integratie in de weg staat?’ (Cliteur, 2003: 322-341). Wat deze citaten duidelijk maken is dat moslims niet als zelfstandig denkende en handelende individuen worden voorgesteld en dat islam als een monolithisch blok wordt beschouwd.

Het is ‘de islam’ die geïntergreerd moet worden, maar haar aanhangers lijken niet in het stuk voor te komen. Het gaat nochtans om mensen, handelende en denkende personen, die de religieuze groep vormen. Zonder individuen is er immers geen groep. Maar moslims lijken bijna niet in staat om zelf bepaalde invullingen van of veranderingen in hun leven en religiebeleving te maken. Ze lijken zelf niet hun ‘integratie’ in handen te kunnen nemen. Moslims zijn dus als het ware ‘religious dopes’: ze zijn passieve slachtoffers van hun eigen religie. Ze kunnen er niets aan doen, want ze hebben niet echt een eigen wil.

Is het nog steeds wij versus zij in de media?

Dergelijke simplistische groepsideeën – mensen handelen op een bepaalde manier precies omdat ze tot een bepaalde groep behoren – zijn ook terug te vinden in de zogenaamde kwalitateitsvolle mainstreammedia. De duidelijke en expliciete wij/zij-visies in deze verhalen zijn al vaak behandeld en besproken, hieronder bespreken we enkele meer impliciete verwijzingen naar en representaties van moslims/islam. Stereotiepe voorstellingen komen sterk naar voor in woelige periodes (maar natuurlijk niet enkel dan). Een Vlaams voorbeeld vinden we terug in verschillende media in de nadagen van de moord op Joe Van Holsbeeck, de zogenaamde mp3-moord. Uitermate illustratief is het lange artikel van G.R. in De Standaard van zaterdag 22 april 2006. Op dat moment leefde heel het land in de veronderstelling dat de moordenaar(s) van Marokkaanse origine was/waren. Naar aanleiding van de moord werd een ‘stille mars’ georganiseerd en de journalist hoopte dat ‘de allochtone gemeenschap’ present zou geven. Immers, het is nodig dat de gemeenschap een niet te misverstaan signaal zou geven dat het de moord absoluut afkeurt.

Na een sociologisch bedoeld artikel, besluit de auteur geheel in de sfeer van zijn titel Het is nog altijd wij en zij, als volgt. Het sterkste signaal dat de allochtone gemeenschap kan geven is ‘de mp3-moordenaar aan de politie uitleveren’. Dit artikel illustreert erg mooi het wij/zij-denken. De andere groep is een monolitisch blok, is een ongedifferentieerd geheel dat als groep kan (en in dit geval moet) optreden. Het artikel maakt zeer vlot de overgang van allochtonen naar Marokkanen als ging het steeds om dezelfde duidelijk omlijnde groep. De concluderende veronderstelling van de journalist dat die groep de dader(s) van de moord kent en hen/hem als teken van innerlijke goedheid en betrokkenheid op het land zou moeten uitleveren is eigenlijk te bizar voor woorden. Maar dit groepsdenken sluipt ook binnen in journalistieke artikels waar je het allerminst zou verwachten. Een Marokkaanse voetballer krijgt een klap in zijn gezicht en wordt kwaad? Natuurlijk! Een klap in het gezicht is een absolute belediging voor een moslimman en die islamitische voetballer zal er dus heftig op reageren. Men zou zich bijna afvragen hoe een niet-Moslim voetballer zou reageren wanneer hij in het heetst van de (voetbal-)strijd een klap in het gezicht krijgt.

Nog absurder is volgende vergelijking in Humo nr. 3526, van 1 april 2008. In een artikel over de familie Bin Laden wil de journalist aangeven dat Salem – de oudste broer van Osama Bin Laden – meer Westers georienteerd is dan de anderen. Maar het voorbeeld dat de journalist hiervoor in kwestie aanhaalt lijkt haar doel – het aantonen van de moderne geest van de Westerse mens – toch wat voorbij te schieten: ‘Zijn oudste zoon Salem, gekneed in Engeland en de Verenigde Staten, volgt hem op. Hij is wat meer Westers georiënteerd: zo toont hij aan iedereen die het wil en vooral niet wil zien een film van zijn aambeienoperatie’ (Humo 3526, 01-04-2008). Hoeveel ‘Westerlingen’ vinden zich terug in het beeld dat hier van hen – de moderne mens – wordt geschetst? Is het tonen van beelden van een aambeienoperatie de zogenaamde lakmoesproef?

Slotbeschouwingen

Bovengenoemde voorbeelden zijn geen uitzonderingen. Het lijkt er inderdaad op dat wat op dit moment over moslims kan worden gezegd – zonder dat het veel sociale afkeuring met zich meebrengt – niet over andere minderheidsgroepen kan worden gezegd. Het algemene beeld dat momenteel over moslims bestaat is over het algemeen negatief en blijkt daarenboven niet sterk te veranderen doorheen de jaren. Waar E. Said reeds in de jaren ’70 deze voorstellingen bekritiseerde, merken we dat ze allerminst in kracht zijn afgenomen in de daaropvolgende decennia. Daarom willen we een lans breken voor meer (personeels)diversiteit, zeker in deze beroepsgroepen die een sterke invloed op beeldvorming uitoefenen zoals de media of de academische wereld. Iedereen heeft stereotiepen in zijn of haar hoofd zitten – de een al wat meer dan de ander – maar voldoende diversiteit kan wel voor meer evenwicht zorgen. Daar waar het met name (maar niet enkel) gendergevoelige vrouwelijke academici en journalisten zijn geweest die een aantal dominante mannelijke denkbeelden en interpretaties ter discussie hebben gesteld, zo kan dit ook gebeuren door personen met een etnische, culturele en/of religieuze minderheidsachtergrond.

Bibliografie:

Brubaker, Rogers, Loveman, Mara & Stamatov, Peter (2004). Ethnicity as cognition, in: Theory and Society, 33, 31-64. Cliteur, Paul (2003). Islam en integratie. Kritische kanttekeningen bij de plannen van Job Cohen en Margreeth de Boer, in: Blad Bestuurkunde: Themanummer multicultureel bestuur, 12(8), 322-341. Huntington, Samuel (1993). The Clash of Civilizations, in: Foreign Affairs, 72 (3), 22-49. Huntington, Samuel (2004). Who Are We? The Challenges to America's National Identity. New York: Simon & Schuster. Jenkins, Richard (1997). Rethinking Ethnicity : Arguments and Explorations. London: Sage Publications. Said, Edward (1997). Covering Islam. How the media and the experts determine how we see
the world. New York: Random House. Snauwaert, Bart, Vanbeselaere, Norbert, Duriez, Bart, Boen, Filip & Hutsebaut, Dirk (1999). Living apart together? On ethnic identity dynamics and intergroup relations between allochthons and autochthons, 131-161, in: Marie-Claire, Foblets & Ching Lin, Pang [eds.] Cultuur, etniciteit en migratie / Culture, ethnicity and migration, Liber Amicorum Prof.Dr. E. Roosens. Leuven : Acco.

http://www.kifkif.be/actua/over-moslims-als-a%C2%80religious-dopes