#Radicalisme #Extremisme #Terrorisme – Bilal Benyaich [Recensie]

20-04-2015 | PDC

Je kan haast geen krant meer openslaan, geen toneelstuk meer gaan zien of het gaat over Syriëstrijders. Er is geen ontsnappen aan, het is een van de thema’s van onze tijd (denk maar aan de aanslagen op het Joods museum in Parijs, Charlie Hebdo, Sharia4Belgium, de hele mediasoap rond de Bontincks, ..). En nochtans, zo schrijft politicoloog Bilal Benyaich (Ugent, VUB) in het voorwoord van zijn essay #Radicalisme #Extremisme #Terrorisme, had men dit veel langer kunnen zien aankomen.

Een stelling die recent opvallend genoeg beaamd werd door de Antwerpse burgemeester bij de persvoorstelling van Benyaich’s essay op het Stadhuis. “Vlaanderen is veel te laat in actie geschoten. Met een ander migratie- en integratiebeleid zou het anders zijn geweest”, zo liet de burgemeester verstaan.

Radicalisme, Extremisme en Terrorisme

Het voorbeeld illustreert perfect dat er vanalles over het onderwerp in onze media verschijnt zonder kennis van zaken en inzicht in de problematiek, en vooral zonder dat men het gegeven duidelijk afbakent. En net dat doet Benyaich uitdrukkelijk wél. Kortom, de vraag die hij tracht te beantwoorden is de volgende: what do we talk about when we talk about radicalisme, extremisme en terrorisme.

Benyaich stelt allereerst vast dat begrippen als radicalisme, extremisme en terrorisme te pas en te onpas aan bod komen, en dat om een doeltreffend beleid te kunnen voeren er een zekere theoretische onderbouwing noodzakelijk is. De auteur legt ook, met de Arabische Lente als achtergrond, uit hoe het huidige islamitische extremisme is kunnen ontstaan. Dat illustreert meteen ook waarom dit korte, maar bijzonder boeiende essay, zoals Jef Lambrecht en Rudi Vranckx stellen, essentiële lectuur is.

De ene Syriëstrijder is de andere niet

Benyaichs’ boodschap is in grote lijnen deze : het is onzin om alle Syriëstrijders over een kam te scheren. Er is een enorme diversiteit onder de Syriëstrijders, enorme verschillen. Zo kunnen er volgens de auteur minimaal zes types onderscheiden worden.

Wie denkt dat elke Syriëstrijder een hardcore gelovige is die naar het martelaarschap streeft, heeft het mis. Integendeel, veel van de Syrïëstrijders vallen eerder te situeren als het ‘loser’-type dat vrijwel alles doet om bij een groep te horen. Dergelijke types zijn eigenlijk op zoek naar zelfrespect. Verder te onderscheiden zijn onder meer de ‘romanticus’ of de ‘rap-jihadi’. Ook hooggeschoolden (de ‘rebel’) worden aangetrokken om tegen ‘het systeem’ ten strijde te trekken. Net zoals in elke groep zijn er ook kuddedieren en opportunisten.

Op zoek naar oorzaken..

Ook als het om het achterliggende motief van de Syriëstrijders gaat is er enorme diversiteit. Sommigen worden gedreven door de behoefte tot zelfrespect, anderen bevechten dan weer ‘het systeem’. En zo heeft eenieder zijn motief.

Kan het echter niet zijn dat veel van dergelijke motieven versterkt worden door wat zich in onze samenleving afspeelt ? Is het niet mogelijk dat we als samenleving misschien zelf eerst in de spiegel moeten kijken ?  Relevante vragen die auteur Tom Lanoye recent aan de orde stelde. Moedig en tegen de mainstream in zei hij dat we wellicht eerder moeten trachten om begrip op te brengen voor de Syriëstrijders : "Iedereen is verantwoordelijk voor wat hij zelf doet, is de teneur momenteel. Maar dan moet een samenleving, een land ook durven te zeggen: waar zijn wij in de fout gegaan? Procentueel gezien hebben wij de meeste Syriëstrijders. Ik merk echt dat we niet voldoende durven te analyseren wat collectief onze verantwoordelijkheid hierin is."[1]

Nochtans laat de voedingsbodem voor radicalisering zich zo raden : maatschappelijke en persoonlijke problemen, frustraties en kwetsbaarheden die een ideologische of religieuze dimensie krijgen, zo bevestigt journalist Chris De Stoop (“Vrede zij met u, zuster”). Hij spreekt zelfs van een onderklasse die zich uitgesloten voelt. Toch is er, in Benyaichs’ woorden, “nooit één oorzaak, maar een veelvoud aan risicofactoren (nvdr: die op elkaar inwerken)”. Radicalisering is allereerst, en dat kan en mag niet onderschat worden, een proces. Dat vat aan met vervreemding, om vervolgens versterkt te worden door indoctrinatie.

Een doeltreffend beleid

Dat leidt ons tot de vraag naar mogelijke alternatieven : hoe kunnen we de problematiek in kaart brengen, beheersen en er een doeltreffend beleid rond ontwikkelen.

Allereerst moeten beleidsmakers ervoor zorgen dat radicalen geen (gewelddadige) extremisten worden. Er moet een geïntegreerd beleid zijn, dat zich over verschillende beleidsdomeinen heen uitstrekt. Er is zeker al een beleidsbasis aanwezig, stelt Benyaich. Zo keurde de regering recent nog een twaalftal maatregelen tegen radicalisme en terrorisme goed, in een versnelde procedure. Echter ligt de focus van deze maatregelen helaas op repressie, eerder dan op preventie.

Hoog tijd dat er deradicaliseringsprogramma’s uitgewerkt en geïmplementeerd worden, zo zegt Benyaich. Te denken valt hierbij onder meer aan gevangenissen en instellingen voor jongeren, waar net die vervreemding een belangrijke rol speelt. De inzet van militairen in het straatbeeld is dan weer voor discussie vatbaar. Benyaich toetst kritisch verschillende maatregelen en voorstellen af en vult deze verder aan. Zo werkt hij in de hand dat de lezer – op basis van de in het essay geboden informatie – mee reflecteert over wat een goed, doortastend beleid terzake zou kunnen zijn.

‘Een mislukt verleden’

Benyaich stelt voorop dat een goed beleid beleidsdomeinoverschrijdend moet zijn. Er zijn verschillende oorzaken en factoren, en daarom is het ook nodig dat verschillende beleidsdomeinen, zoals welzijn, onderwijs, werk, ..  elkaar vinden.

Veel van de jongeren hebben ‘een mislukt verleden’ achter de rug. Het ligt daarom voor de hand dat er net op het veelgeplaagde domein van welzijn er werk aan de winkel is. Een belangrijk aandachtspunt is en blijft de diversiteit van het personeel in de welzijnssector bijvoorbeeld. Een problematiek die ook in het onderwijs speelt.

Een belangrijke preventieve hefboom is uiteraard ook werk. En ook dat is een bijzondere uitdaging voor het beleid, zeker nu de bankencrisis nog steeds doorwerkt in ons economisch systeem. Werk biedt respect en zelfrespect. Op dit terrein is het overigens nog stééds wachten op praktijktesten inzake discriminatie bijvoorbeeld. En dan is er nog het islambeleid, dat ook aan herziening toe is.

In een korte epiloog wijst Benyaich nog even op het gegeven dat extremisme niet selectief mag worden bestreden. Dat Filip Dewinter met zijn roemruchte videospel veroordeeld, maar niet bestraft werd (“te duur”) is nog steeds een rechtsstaat onwaardig.

Zoals de auteur aanhaalt toont dit voorbeeld aan dat er inzake de strijd tegen extremisme er nog steeds een dubbele moraal is, die verhindert dat de noodzakelijke stappen vooruit genomen kunnen worden.

© pdc ism. Kif Kif & Uitgeverij Van Halewyck

#Radicalisme #Extremisme #Terrorisme – Bilal Benyaich, 86 p., uitgegeven bij uitgeverij Van Halewyck (ISBN 978-94-6131-389-8). Bilal Benyaich is politicoloog en als onderzoeker verbonden aan de VUB, de UGent en Itinera Institute. Eerder schreef hij onder meer Islam en radicalisme bij Marokkanen in Brussel (Van Halewyck).

http://www.kifkif.be/actua/radicalisme-extremisme-terrorisme-%E2%80%93-bilal-benyaich-recensie