[Recensie] Samen Sterk: Zodat we nooit vergeten waar staken ook al weer goed voor was

05-07-2013 | Tinne Kenis

Er was gewoon geen spraken van loonbarema’s, de directie paste een politiek van willekeur toe.

1940 – buikpijn van de honger

‘1 mei 1944, geen gewone Dag van de Arbeid,…Vlak voor ik aan de keldertrap stond, vielen de bommen. Ik werd de kelder letterlijk ingevlogen en viel op de kleine voorraad steenkolen die ons nog restte. Mijn grootvader zat achter de aardappelbak. Mijn moeder zocht bescherming tussen de biervaten. En mijn vader stond bij de keldertrap. Ik bestierf het van de schrik. We bleven in de kelder tot de langgerekte toon van het alarm weerklonk. Dat betekende dat alles opnieuw veilig was.’(p.41)

Lucien Van Espen (°1929) is een Mechelaar die drie mijlpalen in zijn leven beschrijft in een boek: ‘Samen sterk’. Zijn verhaal start op 10 mei 1940 wanneer het Duitse Leger Mechelen binnenrijdt. Hiermee vangt een bezetting aan die de jeugd van Lucien zal tekenen. Als jonge tiener ziet Lucien hoe zijn moeder de eindjes aan elkaar knoopt door in-een-korset-gesmokkelde tabak te verkopen, zodat de honger haar kinderen geen buikpijn meer geeft. Hij beschrijft de verplichte loondienst van zijn broer Leon in Duitsland, de bombardementen op de stad Mechelen en op zijn eigen huis, het Vlaams nationalisme van de collaborateurs en de intrede van de Engelse troepen bij de bevrijding. 

1982 – negen maanden staking

Na een schets van de gruwel van de oorlog en de tweedeling van de naoorlogse wereld in kapitalisme en communisme, vertelt Van Espen hoe hij zijn lange loopbaan bij het koperbedrijf VTR in Machelen start en doorloopt. Vanaf 1953 werkt hij er als mecanicien en strijdt hij onophoudelijk voor de rechten van de arbeiders. Toen al werd er geijverd voor de gelijkstelling van het arbeiders- en bediendenstatuut - een actueel thema vandaag - dat indertijd samen met de eis tot het invoeren van loonbarema’s werd gesteld. 

‘We hadden aan de directie gevraagd of we de loonbarema’s mochten inzien. Maar dat werd ons botweg geweigerd. Na meerdere keren aandringen vreesden we dat onze vraag, wanneer de wettelijke weg zou worden gevolgd, op de lange baan zou geschoven worden. We bedachten een ander middel. We maakten snel een vlugschrift waarin we onze eisen toelichtten en vroegen dat iedereen zijn loonbriefje aan ons zou geven. Aan de uitgang van het bedrijf zouden we, de leden van de syndicale delegatie, klaar staan om de loonbriefjes in ontvangst te nemen. En tegen alle verwachtingen in ontvingen wij ze allemaal, alle negenhonderd, op enkele uitzonderingen na. Er was gewoon geen spraken van loonbarema’s, de directie paste een politiek van willekeur toe. Wanneer we de lonen indeelden kwamen we uit op ongeveer honderdvijftig groepjes. Bovendien zagen we het grootste verschil tussen de lonen van arbeiders onderling. Eenentwintig frank per uur!’ (p.107)

Het noodlot slaat weer toe wanneer in mei 1982 de fabriek dreigt te sluiten en gedurende negen maanden wordt bezet door de arbeiders. Lucien Van Espen neemt als hoofddélégué van de socialistische vakbond ABVV het voortouw en strijdt samen met de christelijke vakbond ACV voor het openhouden van de fabriek. De solidariteit waarover de oude vakbondsmilitant schrijft is opmerkelijk. Tot in 2010 zijn de ‘bezetters’ van VTR maandelijks blijven samenkomen. De strijd voor idealen, eerder dan het getwist over ideologie, verenigde arbeiders en bedienden van verschillende vakbonden én culturen. 

1991 – Meer waard dood dan levend

Door de sluiting van VTR (februari 1983) belandt Lucien samen met vele arbeiders werkloos op de arbeidsmarkt. Hijzelf is dan 54 jaar oud en sluit zich aan bij de werklozenwerking ‘De Volmacht’, waar hij mee de kar trekt voor de rechten van de oudere werklozen. Hij doet dit met de slogan; ‘oudere werklozen: dood…meer waard dan levend!’ Omdat uit een berekening bleek dat het weduwepensioen van zijn vrouw gelijk zou zijn aan zijn alleenstaandenpensioen (33.894 Bfr.) en hij levend, sinds de sluiting, een uitkering (in de hoogste categorie) van 28.000 Bfr. kreeg. 

Na een lange strijd tot op nationaal niveau met acties waarbij alle vakbonden de krachten weer bundelden wordt in september 1991 een CAO ondertekend voor meer rechten voor oudere werklozen. Voor Van Espen is dit de kroon op het werk dat hij al die jaren aflegde als vakbondsmilitant en délégué. 

De geschiedenis ingekaderd

Dit boek is geen verbloeming van de geschiedenis, maar een levensverhaal op papier gezet. Lucien Van Espen is vandaag 82 jaar en schreef het boek over een periode van 2 jaar, aan de keukentafel, met behulp van zijn vrouw Martha, die hem een leven lang bijstond en steunde in zijn strijd voor gelijke rechten voor arbeiders. 

De auteur legt aan de hand van zijn eigen ervaringen uit hoe er met slopende stakingen en nationale acties gestreden is voor de rechten die we vandaag gebundeld weten in een hele reeks collectieve arbeidsovereenkomsten en hoe anderen het pad voor ons vrijmaakten. 

Hij zag de crisis van begin jaren 80 de afgelopen jaren terugkeren met dezelfde symptomen en vraagt zich af: ‘…of de crisissen, die telkens terugkomen, altijd weer door ons, de gewone mensen, moeten betaald worden. Men past nu al bijna tien jaar besparingen toe. Is dat niet het wapen van het grootkapitaal, zoals de staking het wapen is van de arbeiders?’ (p.151)

Met de recente sluitingen van enkele grote fabrieken zien we vandaag de geschiedenis zichzelf herhalen. En toch zeuren we een eind weg als er weer eens een nationale staking van de spoorwegen wordt aangekondigd en men ons ‘het recht op werk ontzegt’. Misschien volgende keer toch even dit boekje openslaan, zodat we niet vergeten waar de strijd begon en waarom we vandaag staan waar we staan. Voorlopig toch nog.

 

>>>

Samen sterk – levensverhaal van een vakbondsmilitant

Lucien Van Espen
EPO • 2013 • paperback (12,5 x 20 cm) - 240p. - © coverillustratie: Bruno De Wit • prijs: € 15.00

 

http://jobs.kifkif.be/actua/recensie-samen-sterk-zodat-we-nooit-vergeten-waar-staken-ook-al-weer-goed-voor-was-0