SMETvrees?

27-11-2011 | Kif Kif - Tinne Kenis

Minister President Kris Peeters zei onlangs dat Turkije een BRIC land is in onze achtertuin met een snel ontwikkelende economische afzetmarkt voor onze producten. Maar men kan geen handel met Turkije stimuleren als men de taalrijkdom van kinderen met een Turkse achtergrond laat verloren gaan in plaats van hem juist te gebruiken.


Vlaamse middelbare scholieren mogen voortaan in het secundair onderwijs alle 23 officiële talen van de Europese Unie gedoceerd krijgen, met daarbovenop nog het Braziliaans Portugees, Chinees, Russisch en Hindi.

Dat lezen we in de nota van Pascal Smet, MInister van Onderwijs en Gelijke Kansen. ‘Vanaf de tweede graad kan een vierde taal naar keuze aangeboden worden, als daar een draagvlak voor is: een gedragen vraag en een gegarandeerde kwaliteit op het vlak van aanbod. Hier komen alle Europese talen en de belangrijkste talen van de BRIC-landen voor in aanmerking, dus ook Chinees, Russisch en Hindi.’

Niet alleen Elisabeth Meuleman (Groen!) en professor taalkunde Kris Van den branden (KuLeuven) reageren verbaasd in De Morgen op 25 november. Ook Kif Kif, dat in September 2011 een onderwijsdossier lanceerde, ongeveer gelijktijdig met het verschijnen van de Nota van Minister Smet, stelt zich vragen bij deze vreemde ‘consensus’.

In dit onderwijsdossier worden onderwijsspecialisten van alle politieke partijen bevraagd over het thema meertaligheid. Zo lezen we in het interview met Fientje Moerman (Open-VLD) nog dat ‘Minister President Kris Peeters onlangs zei dat Turkije een BRIC land is in onze achtertuin met een snel ontwikkelende economische afzetmarkt voor onze producten. ( nvdr: BRIC: Brazilië - Rusland -India - China, snel ontwikkelende en de toekomstige rijkste landen ter wereld) Maar men kan geen handel met Turkije stimuleren als men de taalrijkdom van kinderen met een Turkse achtergrond laat verloren gaan in plaats van hem juist te gebruiken.’

Toch hoort het Turks niet bij de talen die kunnen gedoceerd worden in het secundair onderwijs, noch het Arabisch of Berbers. Die talen kunnen buiten het curriculum van de school gegeven worden, mits er minstens 20 leerlingen interesse hebben én bovendien kunnen bewijzen geen taalachterstand in het Nederlands te vertonen, aldus de Minister.

Als de Minister denkt dat er geen draagvlak is voor het doceren van talen als het Turks en het Arabisch, negeert hij enkele succesvolle projecten van meertalig onderwijs én het wetenschappelijk onderzoek dat bewijst dat onderwijs dat deels in de moedertaal gegeven wordt positieve resultaten genereert en het leren beheersen van het Nederlands (de primaire onderwijstaal) bevordert. Het afschaffen van het succesvolle OETC project (Onderwijs in eigen taal en cultuur) van de Foyer in Brussel, zet deze veronderstelling kracht bij. Ook de motie van verschillende internationale topwetenschappers heeft Minister Smet niet gelezen of naast zich neergelegd.

Kif Kif betreurt het feit dat een maatregel als deze een bepaalde groep leerlingen, voornamelijk van Turkse of Mahgrebijnse afkomst, in de kou zet. Laat dit ook net een deel van de schoolpopulatie zijn die het moeilijker heeft en minder goede prestatie cijfers kan voorleggen omwille van een zwakkere maatschappelijke positie.

Kif Kif vraagt daarom met aandrang aan Minister Pascal Smet om een bepaalde doelgroep niet uit te sluiten en roept leerlingen, leerkrachten, onderwijsinstellingen, onderwijsspecialisten en het maatschappelijk middenveld op om aan te tonen dat er wel degelijk een draagvlak is voor het onderwijs van de thuistalen van een belangrijk en niet te negeren deel van onze bevolking.
 

http://www.kifkif.be/actua/smetvrees