Taalvaardigheidsonderwijs

22-10-2008 | Fadime Köse (CIE

Bron: Internet 08/02/2008 - Fadime Köse (CIE)  

Taalvaardigheidsonderwijs Fadime KÖSE Bron: Centrum voor Islam in Europa  

1. Doelstelling Uit heel wat gesprekken en teksten blijkt dat er op school heel wat problemen zijn met het niveau van het Nederlands van de leerlingen. De leerlingen zijn niet  in staat tot het begrijpen van de leerstof omdat hun taalniveau niet hoog genoeg is. Op de scholen wordt het Nederlands als instructietaal gehanteerd. Dat is ook logisch: we leven in Vlaanderen en in Vlaanderen spreekt men Nederlands. Bovendien moeten alle kinderen  later in deze maatschappij functioneren. Vandaar het belang van het Nederlands. Een grote groep kinderen kan helaas niet mee op school. Vooreerst heb je de allochtone kinderen die verschillende talen door en naast elkaar spreken. De laatste jaren zijn er heel wat minderjarige anderstalige nieuwkomers bijgekomen. Voor deze leerlingen is het uiterst moeilijk om gewone lessen te volgen. Maar het probleem beperkt zich niet enkel tot de allochtone en de anderstalige kinderen. Integendeel, ook heel wat kinderen die thuis gewoon Nederlands praten, hebben problemen met de school- of de instructietaal. In het tijdschrift voor onderwijs  Klasse[1] wordt er melding gemaakt van het feit dat heel veel kinderen op school moeite hebben met de schooltaal. Kinderen wiens ouders leerkracht zijn hebben het minst problemen met de schooltaal. De vragen waarvoor een antwoord gezocht wordt zijn de volgende:            *      Waarom is er een taalprobleem op school? *      Welke verklaringen worden hiervoor gegeven? *      Wie heeft er een taalprobleem? *      Zijn er gegevens voor handen over taalproblemen? *      Welke oplossingen worden vaak door scholen aangehaald om taalproblemen op te lossen? *      Wat kan een leerkracht doen bij problemen? 2. Werkwijze Hoe komt het dat bepaalde leerlingen problemen hebben met het Nederlands op school? De in de scholen gehanteerde taal is niet de taal die de meesten van ons thuis spreken[2]. Thuis spreken we op een directe, concrete manier, we leren al doende nieuwe woorden, uitdrukkingen, enz. Op school wordt een taal gebruikt dat op vele vlakken verschilt van de thuistaal (ook als die thuistaal Nederlands is). Ten eerste heeft men het over andere onderwerpen. De taal op school is ook anders gestructureerd: er wordt een totaal andere woordenschat en andere zinsbouw aangewend. Er wordt bijvoorbeeld op school geleerd hoe de regen ontstaat. Hierbij worden een reeks van nieuwe woorden aangereikt die men thuis nooit zou gebruiken zoals verdamping, condensatie, enz. De taal heeft op school een andere functie namelijk het overdragen van kennis. Thuis is dit niet de eerste functie. Thuis is de taal functioneel: “Mag ik de boter?” gebruik je niet op school. De asymmetrische interactiepatronen liggen ook helemaal anders. Een leerling kan of mag vaak niet laten blijken dat hij/zij er niets van begrijpt. De leerkracht weet immers alles en als kind weet je zogenaamd niet veel. Dus de leerkracht praat en de leerling luistert… en zwijgt. Ten slotte wordt er op school een talig spel gespeeld. Taal wordt op vele manieren aangewend om van alles mee te doen. Dat alles maakt dat heel veel kinderen problemen krijgen op school met de taal. Nogmaals, ook de Vlaamse kinderen hebben grote moeite met de schooltaal. De taalproblemen zijn niet beperkt tot deze groep. Cijfers van het Steunpunt NT2[3] geven het volgende resultaat: 90% van de doelgroepleerlingen is op het einde van het 6de leerjaar onvoldoende taalvaardig om het secundair onderwijs aan te vatten. Bij Vlaamse kinderen is dit 60%! Dit is geen probleem van kinderen uit een bepaalde etnische groep, maar van alle kinderen. Nader onderzoek leert bovendien dat vooral autochtone leerlingen van een lage socio-economische afkomst het met de schoolse taal moeilijkheden blijken te hebben. Ook bij allochtonen is socio-economische achtergrond de doorslaggevende factor. De breuk tussen thuistaal en schooltaal is met andere woorden socio-economisch bepaald, niet etnisch. Wie onvoldoende taalvaardig is krijgt problemen, niet alleen met het vak Nederlands maar in alle vakken waarbij taal gebruikt wordt om de kennis over te brengen: geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen, e.a. Daarom is het belangrijk dat het taalvaardigheidsonderwijs op de scholen een zeer belangrijke plaats inneemt in het curriculum. Er moet dus op een andere manier les gegeven worden met respect voor de taal van de kinderen. Kinderen moeten uitgedaagd worden om op taalvlak een niveau hoger te komen. Al doende en spelenderwijs moeten leerkrachten de taalvaardigheid van de kinderen verhogen. Kinderen moeten zich kunnen concentreren op de inhoud van de lessen. Indien elke les een taalles wordt voor een grote groep kinderen dan zit het onderwijs duidelijk met een probleem: steeds meer kinderen die afhaken. Tijdens een vormingsdag verdedigde het Steunpunt NT2 de volgende visie. Instroom van kinderen voor wie de breuk schooltaal-thuistaal in hoge mate geldt, moet de school aanzetten tot een verhoging van kwaliteit van onderwijs. Zij verhogen voor scholen ook de kans dat zij de bewustwording rondom de “zwakke plekken” in de kwaliteit van het onderwijsaanbod blootleggen. De aanwezigheid van deze leerlingen kan voor de scholen een kans inhouden om hun onderwijskwaliteit op te voeren. Uit onderzoek blijkt dat het taalprobleem eerder een probleem is van de scholen, dan van leerlingen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat taalheterogeniteit de kwaliteit van leeromgevingen kan ten goede komen. Hieruit kunnen we besluiten dat de meertaligheid van de kinderen en de thuistaal geen probleem vormen want de instructietaal of de schooltaal is een taal die elk kind moet leren op school. Meertaligheid of anderstaligheid wordt best niet veroordeeld, maar juist aangemoedigd. Welke oplossingen worden er op scholen gehanteerd om een taalprobleem op te lossen? *      de ouders moeten thuis Nederlands spreken en Nederlandstalige TV kijken Hier gaat men voorbij aan een aantal feiten die hierboven zijn aangehaald: de taalproblemen situeren zich niet alleen bij kinderen met ouders van allochtone afkomst. Ook heel wat Vlaamse kinderen hebben een taalprobleem op school. Schooltaal verschilt van de thuistaal. Bovendien wil men toch niet dat de kinderen een taal vol fouten aanleren? (Niet alle ouders spreken algemeen Nederlands, maar een andere taal of een dialect.) Ten derde kan men zich moeilijk bemoeien met zaken die tot de privé-sfeer behoren: thuis doet men wat men wil. *      de leerlingen moeten Nederlands spreken op school, andere talen zijn verboden Deze maatregel geldt overal op school: zowel in de klas als tijdens de pauzes en andere momenten. Wel wordt uit het oog verloren dat er tijdens de les de leerlingen onvoldoende mogen/kunnen oefenen in het algemeen Nederlands. Want de leerkracht is steeds aan het woord (doceren). Bovendien wordt op deze manier de boodschap meegegeven dat de taal die zij (willen) spreken een mindere taal is. Leerlingen (en de meeste mensen trouwens) willen net datgene wat verboden is.  *      de leerlingen krijgen taaloefeningen op woensdagnamiddag wanneer ze betrapt worden op het spreken van een andere taal De leerlingen moeten allerlei oefeningen maken i.v.m. het Nederlands. Zo probeert men hen het belang van het Nederlands aan te leren. In feite zouden deze oefeningen helemaal los moeten staan van welke bestraffing dan ook. Op school zou taakgerichte taalvaardigheidsonderwijs[4] moeten aangeboden worden. Het soort opdrachten die de leerlingen in staat stelt om hun taalvaardigheid te vergroten zijn opdrachten waarin taal een middel is om een bepaald doel te bereiken. Het gaat om taken die niet alleen leuk zijn voor de kinderen, maar die hen vooral uitdagen om boven hun taalvaardigheidsniveau uit te stijgen.  Leerlingen zouden het leren van Nederlands niet als een straf mogen  ervaren. *      differentiëren in de klas van leerlingen die “taalzwakker” zijn De leerlingen die problemen hebben worden in een groep van gelijken bijeen gebracht en kunnen aangepaste oefeningen krijgen, terwijl de “taalsterkere” leerlingen op een hoger niveau kunnen verder leren. De laatste jaren echter is de visie op deze werkvorm veranderd: er wordt steeds meer teruggekomen van deze werkvorm, aangezien uit onderzoek blijkt dat leerlingen die in gemengde groepen zitten meer van elkaar leren en grotere leersprongen maken dan wanneer ze in homogene groepen worden ingedeeld. Het blijkt namelijk dat leerlingen geholpen worden door de “betere” leerlingen er veel meer van leren en dat de helpende leerlingen ook andere vaardigheden aanleren. De leerlingen die meer aandacht nodig hebben worden “opgetild” naar een hoger niveau. De helpende leerlingen daarentegen worden niet “neergehaald”, maar leren sociale vaardigheden aan. Attitudes als helpen, samenwerken, leren van elkaar, luisteren naar elkaar e.d. worden sterk benadrukt. Een oplossing waar ook aan taalvaardigheidsonderwijs kan gewerkt worden situeert zich binnen het Gelijke Onderwijskansendecreet (GOK-I)[5]. Scholen hebben vanaf schooljaar 2002-2003 op basis van het aantal leerlingen die aan een aantal voorwaarden voldoen, bijkomende GOK-uren gekregen en dit voor 3 jaar. De criteria waaraan de leerlingen moeten voldoen zijn verschillend voor het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs enerzijds en de 2de en 3de graad van het secundair onderwijs anderzijds. De leerlingen wegen zwaarder door naargelang de indicator waaraan zij voldoen. Bijvoorbeeld een leerling uit een gezin dat leeft van een vervangingsinkomen heeft een weging van 0.4, een leerling die behoort tot de trekkende bevolking krijgt een weging van 0.8, enz… Thuistaal krijgt 0.2 en moet steeds in combinatie met een andere indicator voorkomen, anders telt die leerling niets extra.
De scholen moeten dan een stand van zaken opmaken en aan de hand daarvan een aantal doelstellingen voorop stellen. Deze doelstellingen moeten behaald zijn aan het eind van het 3de jaar. Want dan volgt er een evaluatie door de inspectie. De scholen kunnen kiezen uit een aantal thema’s. Eén van die thema’s is taalvaardigheidsonderwijs. Scholen kunnen dus met die extra uren werk maken van dit probleem. En uit contacten met het onderwijsveld blijkt dat er heel veel nood is aan taalonderwijs. Het gelijke onderwijskansendecreet biedt de scholen heel wat mogelijkheden om het taalprobleem waarmee ze te maken krijgen aan te pakken. Helaas heb ik ook vernomen dat veel scholen toch nog ervoor terugdeinzen om te kiezen voor taalvaardigheidsonderwijs. Maar echte cijfergegevens over de aanwending van de GOK-uren voor taalvaardigheidsonderwijs zijn er voorlopig niet. 3. Resultaten Het taalprobleem oplossen is en kan geen taak zijn van één enkele leerkracht. Heel de school moet eerst en vooral erkennen dat er een taalprobleem is. Het taalprobleem stelt zich voornamelijk bij kansarme (zowel autochtone als allochtone) gezinnen. Dat dit probleem moet opgelost worden op school. Aan ouders een aantal zaken opleggen zal niet veel opbrengen en is bovendien inmenging in de privacy. Heel het leerkrachtenteam moet aan taalvaardigheidsonderwijs willen werken. Wat kan er zoal op school gebeuren? *      taakgericht taalvaardigheidsonderwijs *      werken met gemengde leerlingengroepen *      didactisch materiaal gebruiken: Steunpunt NT2 is er ter ondersteuning van scholen *      andere talen niet verbieden, maar meertaligheid respecteren *      Wanneer de school GOK-uren krijgt: als één van de thema’s taalvaardigheidsonderwijs kiezen. *      De 7 tips van Maaike Hajer en Theun Meestringa in Schooltaal als struikelblok. ------------------------------------------------------------------------------- NOTEN: [1] Klasse Tijdschrift voor het Onderwijs oktober 1999, nar. 98 p6-9. [2] Kris Van den Branden en Piet Overmaet; Taal, Onderwijs en Ongelijkheid: Quo vadis? In: T.O.R.B. 2000-2001/5-6, p.393-403. [3] Steunpunt NT2, Steunpunt Nederlands als Tweede Taal, Blijde Inkomstenstraat 7, 3000 Leuven, tel.: 016 / 32 53 67. [4] Koen Van Gorp, “In die spiegel zie je alles ondersteboven!” in: EGO-Echo 1 / 2 januari 1999, p. 21-24. [5] Zie website van het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap: www.ond.vlaanderen.be onder het Gelijke Onderwijskansenbeleid. Fadime Köse:
 

http://www.kifkif.be/actua/taalvaardigheidsonderwijs