The eighties

02-11-2011 | O.

Achteraf gezien het summum van cynisme: diegenen die ons zo diep in de crisis hadden geduwd, leerden ons nu, vanuit het comfort van hun eigen rijkdom, hoe wij moesten omgaan met de armoede die ons te beurt viel.

De jaren tachtig waren zotte tijden in Venezuela. In het begin van het decennium hadden we zo veel geld dat we alles importeerden. Alles behalve olie.

Het waren de gekke jaren van ‘cold war’ in de eerste wereld en ‘hot war’ in het Midden Oosten. We waren de hoofdleveranciers van de Verenigde Staten en ze betaalden tijdig en rijkelijk voor het zwarte goud.

Ik herinner mij dat veel van mijn vrienden en vriendinnen al eens in Disneyland in Florida waren geweest. Voor heel veel mensen was Miami ‘a shopping-weekend away’ en het spreekwoord en vogue betekende ‘’t is goedkoop, geef me er maar twee van'.

Dat kon natuurlijk niet blijven duren. In ’83 werd het duidelijk dat we boven onze standaard leefden en dat de devaluatie van onze munteenheid onvermijdelijk was. ‘Venezuela is veranderd’ luidde de officiële slogan van de overheid. Onder dezelfde slogan verschenen er informatieve spotjes op TV over de voedzame waarde van de sardienen. Een keer heb ik zelfs een stoofpoot van bananenschil gegeten. Achteraf gezien het summum van cynisme: diegenen die ons zo diep in de crisis hadden geduwd, leerden ons nu, vanuit het comfort van hun eigen rijkdom, hoe wij moesten omgaan met de armoede die ons te beurt viel.

Maar er was geen ander alternatief. Het IMF, de Iesa Boys - Instituto de Estudios Superiores de Administracion - (onze versie van de wereldberoemde Chicago Boys), hadden een formule gevonden om onze vooruitgang te verzekeren: ‘eerlijkheid’ in de prijzen van basisproducten was daar een groot deel van. President Carlos Andres Perez, een van de grootste populisten aller tijden, moest tegen zijn eigen populistische impulsen ingaan en ons duur laten betalen voor de crisis.

Ik weet nog altijd dat we vaak uren moesten aanschuiven voor een kilo poedermelk. Dat wat vroeger beschikbaar was voor iedereen, was nu een beperkt privilege voor slechts enkelen. De socioeconomische droom draaide uit in een socioeconomische nachtmerrie.

Ik weet ook nog goed dat mijn moeder ’s ochtends altijd even wachtte aan de schoolpoort omdat het nooit duidelijk was of de lessen zouden aanvangen of dat we een dagje vrij kregen omwille van de zoveelste betoging. Betogingen, man, dat werd de norm. Rellen alle dagen. Betogingen van studenten, van leraars, van dokters, van gepensioneerden… we werden aan ons lot overgelaten door de noodzakelijke socioeconomische maatregelen die ons land zogezegd gingen redden.

In februari ’89 was de maat vol: de prijs van de benzine ging omhoog. En met de prijs van de benzine, alles. Ons land ontplofte, ineens. Denk aan Londen, denk verbrandde auto’s in Frankrijk, denk politiebrutaliteit, honderdduizenden Venezolanen op straat, die ramen van shoppingcenters vernielen en vlees, melk, TV’s, koelkasten en pampers en masse uit winkels stelen. Beeld je duizenden politieagenten in die duizenden Venezolanen doodschieten op straat en als dat niet genoeg is, zie het leger voor je dat het volk met tanks en machinegeweren tot de orde probeert te roepen…

Schande, dat een overheid zo tegen zijn eigen volk kan schieten. Dat dacht iedereen. En daarom waren we blij met de eerste coup d’etat in ’92. En Chavez werd een held. Carlos Andres Perez, die het volk zo graag gelukkig wilde maken, werd plots een vijand omdat hij geen andere keuze had gehad dan de besparingen die het IMF oplegde te volgen.

En dan moest ik naar de hoofdstad gaan studeren. Toen we een tweede staatsgreep meemaakten was dat al gewoontjes en niemand was echt bang. Chavez bleef groeien en in ’98 werd hij President. De vriend van Khadaffi, de schenker van olie, de president van zijn partijgenoten. Chavez verdeelde het land. Niet in rijken en armen, niet in blank en zwart, niet in indiaan en kolonisator, maar in aanhangers en tegenstanders van Chavez. Iedereen die het niet met hem eens was, was de vijand. En wie het niet met hem eens was, had ook geen toegang tot jobs in de officiële sector. En dat in een land waar de officiële sector steeds groter en groter werd.(I) Populisme alom. Onveiligheid op straat. Inefficiëntie bij de overheid. En de belofte dat hij voor altijd zou regeren…

Wie weet waar we nu zouden staan in Venezuela als we toen, in the eighties, een referendum hadden gehad over de maatregelen die het IMF ons deed volgen. Ik weet echt niet waar dat ons naartoe zou hebben geleid. Niemand kan dat weten. Maar gezien de situatie in mijn thuisland vandaag, vrees ik dat we met een referendum alvast niet veel slechter hadden kunnen varen…

Ik lees vandaag in de Belgische kranten dat Griekenland ‘bepaalde doelstellingen moet volgen en hier niet onderuit kan' als antwoord op het referendum-voorstel van Papandreou… 'Ook in Belgie raakt het geduld met de Grieken stilaan op’… en dan vraag ik me af of zij weten waarover zij praten. Of zij het zien zitten om van Griekenland een “breeding ground” voor nationalisten en populisten te maken, want dat gebeurt er wanneer je van bovenuit commandeert wat een volk moet opofferen.

Enfin, misschien kan het geen kwaad om in tijden van nationalistisch populisme nog een land extra aan het lijstje toe te voegen.

O.

 

 

 

(I) de regering is sowieso traditioneel vrij breed in venezuela (ambtenaren horen erbij, maar ook de olie maatschappij, de metro, de meeste diensten, onderwijs, zorgsector...), maar Chavez heeft nog prive bedrijven genationaliseerd, waardoor de staat nog ‘breder’ is geworden. Op een bepaald moment bestond er een lijst, ‘la lista de tascon’, met identiteitsgegevens van ongeveer drie miljoen venezolanen die tegen Chavez waren (samengesteld aan de hand van verzamelde handtekeningen van voorstanders van een referendum). Die lijst, toen zelfs op het internet te consulteren, werd geraadpleegd bij het al dan niet toekennen van jobs.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Orlando Verde is geboren in Venezuela in 1977, maar woont in Antwerpen sinds 2001. Hij is informaticus van opleiding en schrijft en maakt films af en toe. Eigenlijk vertelt hij vooral graag verhaaltjes.

http://www.kifkif.be/actua/the-eighties