Vaarwel, queer moslim!

09-10-2017 | Dino Suhonic

De queer moslim identiteit wordt meestal gebruikt om moslims en de rest van de samenleving tegenover elkaar te zetten.

“Even naar rechts draaien, handen omhoog. Zo! Ja, heel goed!”

“Zo? Dan lijkt het alsof ik aan bidden ben”, zei ik.

“Nou ja, mensen kunnen anders niet zo goed zien dat je moslim bent, je draagt westerse kleren en je bent ook niet echt…ja…een…typische moslim, zeg maar”.

Dat was Fotograaf A.

Fotograaf B zei het volgende: “Het is misschien lachwekkend, maar probeer even de kastdeur te openen, alsof je uit die kast komt… ja, ik weet het, het is een beetje letterlijk, maar het moet wel jouw verhaal visueel maken”.

Ik herinnerde mij de woorden van deze twee verschillende fotografen toen ik mijn media-portfolio aan het doorbladeren was. Ik keek naar de foto’s die zij gemaakt hadden en wenste dat ze niet bestonden. Niet alleen omdat ik op die foto’s niet mezelf lijk, maar omdat ik opnieuw als homoseksuele moslim ‘goed en effectief gevisualiseerd’ moest worden.

Homonationalisme

Ik ben het queer moslim-activisme een paar jaar geleden plots ingerold vanuit de wens om mijn verhaal met anderen te delen in de naïeve hoop mensen te inspireren, jongeren in de kast te troosten en te motiveren om zichtbaar en zichzelf te zijn. Ik probeerde op mijn manier de wereld te verbeteren. Queer moslims ervaren meervoudige discriminatie en degenen die dat willen en durven, proberen vaak door activisme uitsluiting tegen te gaan.

Maar de queer moslim identiteit wordt meestal gebruikt om moslims en de rest van de samenleving tegenover elkaar te zetten.

De goede bedoelingen van queer moslims om hun stem te laten horen worden bijna altijd misbruikt om nog eens aan te tonen dat moslims a priori homofoob zijn en niet-moslims zonder twijfel homovriendelijk zijn.

Deze ideologische scheidslijn tussen moslims en niet-moslims wordt getrokken door de frames van het zogenaamde ‘homonationalisme’.

Terwijl dat vaak wordt toegeschreven aan extreemrechtse partijen (‘PVV’ers die voor homo’s opkomen alleen als ze moslims willen bashen’) is dit fenomeen eveneens bij liberalen en bij links gangbaar; Mark Rutte wilde vluchtelingen leren “hoe we in Nederland over homoseksualiteit denken” en Lodewijk Asscher zei dat vluchtelingen “hun verblijfsvergunning kunnen vergeten als ze de homo niet accepteren”. Dit narratief wordt al jaren gevoed door journalisten die ‘gewoon een verhaal van binnenuit willen vertellen’.

Dramatische elementen

In de verhalen over queer moslims wordt de madness van meervoudige discriminatie gereduceerd tot de clash tussen queer moslims en hun omgeving.

Voor een tv-programma vroegen de makers mij in de voorbereidingsfase om “mijn levensverhaal even op papier te zetten”. Op mijn verhaal kreeg ik als antwoord dat het “handig zou zijn om het te dramatiseren”, anders zouden ze er niks mee kunnen. Ter toelichting kreeg ik vragen als “Heeft je moeder je uit het huis gezet? Hoe reageerde je ooms, neven? Ik probeer je even te prikkelen, ik wil je graag in het programma hebben.”

Het paradoxale aan de representatie van queer moslims is dat journalisten vaak doen alsof dit onderwerp onderbelicht is. Niets is minder waar.

De queer moslim staat in het midden van de discussie over ‘het Westen en de islam’. Er zijn talloze artikelen over de gesteldheid van queer moslims die op de covers van populaire magazines staan, die dubbel-pagina interviews krijgen met heftige verhalen zonder happy ending. Ik heb hier ook aan meegedaan. We kunnen ook niet ontkennen dat dit soort verhalen bestaan. Ik heb tenslotte samen met een paar anderen Stichting Maruf opgericht om deze groep bij te staan.

Maar de zoektocht naar hét narratief en de obsessie met ‘dramatische elementen’ in de eenzijdige verhalen over queer moslim voeden juist het publieke discours over “homo’s, die zich proberen los te worstelen uit de klauwen van de islam.”

Queer moslims spreken in  interviews zelf ook over “islamitische cultuur” en over hoe ze eigenlijk seculier zijn. In die interviews circuleren concepten van eer- en schaamtecultuur als ultieme vormen van oriëntalistische fantasieën over dé moslimgemeenschap.

Standaardisering van haat

Zo bevestigen we bewust en onbewust de stelling dat queer moslims de ‘vrijgevochten en goede’ moslims zijn en dat de anderen de gezamenlijke vijand zijn.

Tenminste totdat je kritische vragen stelt over de binnengekomen interviewaanvraag, niet mee wilt doen aan het ‘pinktesten’ van moslimgemeenschappen en de ‘pinkwashing’ van anti-immigratiebeleid, racisme en islamofobie.

Het grootste nadeel van dit discours is dat het kritische queer moslims immobiliseert om over reële problemen binnen hun eigen gemeenschappen te praten. Zo hebben homofobe en transfobe personen vrij spel om hun haat te standaardiseren en te institutionaliseren.

Betekent dit dat queer moslims stil moeten blijven? Nee, dat moeten we zeker niet doen. Maar we moeten wel scherp en kritisch blijven over de frames waarin we geplaatst worden. Frames waarin zogenaamd aan de emancipatie van queer moslims wordt gewerkt, maar waarvan ‘gayservatives’ het meest ervan profiteren.

 

**

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Nieuwwij

http://www.kifkif.be/actua/vaarwel-queer-moslim