Van Oslo-Utoya tot Toulouse-Montauban : de horror van de oorlog haalt Europa in

28-03-2012 | Luk Vervaet

Ja, we waren het vergeten, temidden van al de kleine persberichten over 10, 100 of 1000 doden in Irak, Afghanistan of Gaza, die ons nog nauwelijks beroeren

We waren hem bijna vergeten, de oorlog, die al tien jaar aan de gang is, zo ver van ons bed dat we ons nog nauwelijks realiseren dat hij aan de gang is. Hij duurt ook al zo lang dat we ons zelfs niet meer kunnen voorstellen hoe het is om zonder oorlog te leven. En nu, in minder dan een jaar tijd, sloeg die oorlog brutaal en tweemaal toe op Europees grondgebied. Eerst in het Noorden van Europa in juli 2011, dan in het Zuiden, in maart 2012, bereikte hij ook het Europees continent, tenminste onder die vorm. De moordpartijen van Oslo en Toulouse raakten tot in onze huiskamers en aan wat ons het meest dierbaar is : onze kinderen. 

* Dit artikel verscheen eerder op de blog van Luk Vervaet *

Anders B. Breivik (32) en Mohamed Mehra (23), de protagonisten van de oorlogvoerende partijen, hebben zich niet beperkt tot het anoniem plaatsen van een bom. Ze hebben hun slachtoffers afgemaakt, persoonlijk, systematisch en koudweg, als echte beroepsmilitairen - ook al is het niet helemaal duidelijk waar ze die opleiding precies gehad hebben.

Ja, we waren het vergeten, temidden van al de kleine persberichten over 10, 100 of 1000 doden in Irak, Afghanistan of Gaza, die ons nog nauwelijks beroeren. Maar zo is de oorlog : verschrikkelijk, wreed, methodisch, met een onnoemelijk lijden voor de slachtoffers en hun families.

De efficiëntie van onze politiediensten heeft snel de schijn van de normale gang van zaken teruggebracht. Breivik is een paar uur na de aanval gearresteerd. Merah is doodgeschoten de dag na de feiten, na een belegering van zijn huis, onder het geratel van machinegeweervuur. Allemaal live te zien op televisie, als een echte oorlogsscène.

De Tempeliers en Al Qaida

Het proces van Breivik, de man die 77 mensen ombracht op Utoya-Oslo, zal beginnen op 16 april aanstaande. Op 7 maart laatstleden werd hij door het Noorse parket formeel in beschuldiging gesteld voor « terrorisme » en « vrijwillige doodslag ».

Breivik noemt zichzelf « een militaire commandant van de Noorse weerstandsbeweging en van de Noorse Tempeliers ». Hij beschouwt Israël als het land op de frontlijn van « de Westerse beschaving tegen de moslimbarbarij » en als een land dat land heeft « heroverd » op de Islam. Breivik is de uitdrukking van de oorlogsalliantie tussen Europees extreem-rechts, Israël en de Verenigde Staten.

Een paar maand na zijn aanslag is duidelijk dat we over zijn motieven of over zijn manifest van 1500 pagina's liever niet willen discuteren : psychiaters verklaren hem gek. Alles wijst erop dat alles wat Breivik heeft geïnspireerd, en gemaakt tot wat hij is geworden, buiten schot zal blijven. In naam van zijn « paranoïde schizofrenie » en in ruil voor psychiatrische verzorging zal hij vrijwel zeker aan een proces en aan de gevangenis ontsnappen.

Sinds de affaire Breivik zijn we er nochtans getuige van dat Breivik geen alleenstaand geval is, zoals men het heeft willen voorstellen. We leven in een politiek en sociaal klimaat dat racistisch en islamofoob is, op een achtergrond van economische crisis en oorlog tegen het terrorisme. Het is binnen dit maatschappelijk kader dat Breivik's barbaarsheid geen uitzondering, dan wel een sociaal fenomeen wordt.

De feiten spreken voor zich. De arrestatie in Noorwegen in september 2011 van twee gewapende extreem-rechtse militanten, in het bezit van explosieven; de ontdekking in Duitsland, midden november 2011, van een groep neo-nazi's die Turkse migranten hebben vermoord; de moord op twee Senegalese verkopers door een extreem-rechtse militant in Italië in december 2011... : de vraag naar het terrorisme van extreem-rechts, dat sinds een decennium genegeerd wordt door de autoriteiten en dat door de mazen van het veiligheidsnet glipt, is in alle scherpte gesteld.

In maart 2012 waren we in Frankrijk getuige van 3 racistische moordpartijen in veertien dagen tijd. Er werd eerst gedacht aan een soort Franse Breivik, maar achteraf bleek het om Mohamed Merah te gaan. Een jongeman van 23 jaar, als minderjarige 15 keer veroordeeld door een jeugdrechtbank voor kleine misdrijven. Tot hij in de gevangenis belandt voor een straf van 21 maanden. Hij probeert er zelfmoord te plegen op Kerstdag 2008, wordt in een psychiatrische afdeling van de gevangenis geplaatst. Na zijn terugkeer naar de normale gevangenis zal hij zich bekeren tot de radicale islam. Hij zal zijn moordpartijen van maart 2012 verantwoorden in naam van Al Qaida. Van Merah geen document van 1500 paginas. Maar hij zou gezegd hebben dat zijn daden de kinderen in Palestina wilden wreken en een protest waren tegen de Franse interventie in Afghanistan en tegen het verbod van de integrale sluier in Frankrijk.

Geestesziek ??

Het psychiatrisch rapport van 243 pagina's over Breivik is gebaseerd op 36 uren discussie tijdens 13 meetings tijdens de herfst van 2011 en op psychometrische tests, informatie over zijn gezondheid en een conversatie met zijn moeder. Het rapport verklaart Breivik « psychotisch » tijdens de aanvallen van 22 juli. De diagnose luidt dat Breivik leed aan « paranoïde schizofrenie », een erg zeldzaam en ernstig ziektebeeld. Het rapport spreekt van een sociale isolatie tot een volkomen incapaciteit om nog te functioneren van 2002 tot 2006. Dit zou af te leiden zijn uit het feit dat Breivik zich afsloot van elk sociaal contact, zijn werk opgaf, verhuisde naar het huis van zijn moeder. Breivik zat alleen thuis, speelde de ganse dag computergames, deed verder niets. Hij leed aan « paranoïde delusie ». Zo liep hij rond met een masker voor zijn mond, tegen infecties. Enzovoort.

De kritieken die op dit rapport geleverd werden zijn tweeërlei :

De politieke motivatie die Breivik naar voor schoof in zijn manifest - maar ook via internetplatforms en andere communicatiesystemen -wordt volledig genegeerd. De psychiaters oordeelden dat dat niet hun terrein was. In november 2011 beschikte de politie over een collectie van liefst 1,4 miljoen conversaties van Breivik (mails, chats, twits, tussenkomsten op fora enzovoort). Daarover wou Breivik niet spreken met de psychiaters. En dus zeggen die dat ze daar « geen greep op kregen ». De vraag rijst ook hoe ze zijn enorme activiteit op het internet rijmen met het feit dat hij totaal niet meer functioneerde vanaf 2006.

Een tweede kritiek is dat alle politieke punten van Breivik die de psychiaters wél aanhalen, gecatalogeerd worden onder « paranoïde delusie ». Zo stelt Breivik dat er een oorlog aan de gang is in Noorwegen en Europa, dat hij als de leider van de Tempeliers de macht had om te beslissen wie er recht had om te leven en wie niet, dat hij na de fase van de staatsgrepen de koning van Noorwegen zou worden. Breivik wilde reservaten oprichten voor autochtone Noren om zo de etnisch genetisch zuivere pool in Noorwegen te doen aangroeien. Breivik zei te handelen uit liefde voor het volk. Hij voelde zich bedreigd door de Noorse politie en ook door de politiek van de Noorse Arbeiderspartij.

Al die stellingen worden door de psychiaters ondergebracht bij de « paranoïde delusie ». De kritieken stellen vast dat de psychiaters hiermee aantonen dat ze geen enkele kennis hebben van de extreem-rechtse wereld waarin Breivik zich bewoog. Daar zijn de discussies over de aan de gang ; daar zijn de oorlog tegen de islamisering van Europa enzovoort, common sense. Of neem een eerbiedwaardige professor als de Amerikaanse neo-conservatief Bernard Lewis, die beweert dat de huidige oorlog tegen de terreur de laatste is in een epische strijd tussen Christendom en Islam, die al 1400 jaar aan de gang is en die Europa als belangrijkste slagveld heeft.

Tijdens de lange uren van het beleg van het huis van Mohamed Merah heb ik weinig gehoord over de psychiatrische toestand van Merah, laat staan over zijn « paranoïde schizofrenie ». Men kan zeggen dat het komt omdat hij nog niet onderzocht was, een kans die we hoe dan ook nooit meer zullen krijgen.

Maar het verschil tussen beiden gaat verder dan dat.
Wanneer het over Breivik gaat, voelen we spontaan iets van een ontkenning en een verwijdering. De horror begaan door Breivik, een blanke militant van extreem-rechts, die zich beroept op de autochtone blanke meerderheid, en die zegt te handelen in « onze naam » en in naam van een politieke visie die meer en meer gemeengoed wordt in Europa, wordt niet geanalyseerd als een reëel bestaande en oprukkende politieke stroming. Het lijkt ons ondenkbaar dat de daden van Breivik potentieel aanwezig zijn onder de beschaafde blanke meerderheid. Breivik moet noodzakelijkerwijs « gek » zijn.

De daden van Merah daarentegen lijkt ons meer te beantwoorden aan een politieke stroming, die reëel en herkenbaar is. « Winants, de baas van de Belgische Staatsveiligheid, stelt ook dat het salafisme de grootste bedreiging is voor de westerse democratie » schrijft De Standaard. Merah is de bevestiging van onze angsten. Daden als die van Merah lijken ons meer te behoren tot iets dat potentieel in de kiem aanwezig is bij de moslimgemeenschap. Ze beantwoorden aan wat in onze verbeelding terrorisme echt is. Voor Merah zal men minder de vraag stellen naar zijn individuele mentale gezondheid, dan wel naar die van zijn parcours, de indoctrinatie, de progressieve radicalisering, de evolutie van een klein boefje uit de cité tot een jihadistische moordenaar. Zoals de krant Libération titelde : « Hoe wordt men Mohamed Merah ?».

Vermits Breivik opzij gezet wordt als een geïsoleerde gek, hoeft ook niemand zich te verantwoorden na zijn moordpartij, die tienmaal moorddadiger was dan die van Merah. In het geval van Breivik wordt niemand verontrust om publiekelijk te verklaren dat hij niets te maken heeft met de ideologie van deze blanke jihadist. De katholieke of protestantse kerkleiders worden niet uitgenodigd op het paleis. Ze worden niet aangemaand om te verklaren dat men geen amalgaam moet maken tussen « het Christendom en de verfoeilijke daden van Breivik ».

Niets is minder waar voor de moslimjihadist. Na de affaire Merah vraagt Louis Michel, europarlementslid MR, op de Belgische televisie in de uitzending Mise au Point dat « de Islam zich nu maar eens duidelijk moet uitspreken over zijn relatie met de laïciteit en de mixiteit ». De linkse journalist Demelenne pleit ervoor om « de vijand » nu eens duidelijk te gaan definiëren. Met name in Brussel, zegt hij, zijn er partijen als Egalité en moslim extremisten, die samen 9000 stemmen halen bij de verkiezingen.

Men ziet hoe de sabels geslepen worden om nog harder te gaan toeslaan tegen de gemeenschappen van migrantenorigine, moslim en pro-Palestijns. Men voelt dat we voor een nieuwe vlaag van gerechtelijke vervolgingen staan. Iedereen die een jihadistische website raadpleegt, iedereen die een militaire training gaat volgen, zal strafrechterlijk vervolgd worden, verklaarde Sarkozy onmiddellijk na de dood van Merah. Hij kondigde ook aan dat binnen de gevangenissen de strijd tegen het proselytisme zal opgevoerd worden. Niets van dit alles werd gehoord na de moordpartij in Oslo.

De weerspiegeling van de echte oorlog

Er blijven zeker heel wat duistere zones inzake de persoonlijkheden van Breivik en zo mogelijk nog meer voor Merah. Maar de zone die helemaal in het duister blijft, is die van de maatschappij waarin ze opgroeiden en die ziek is van oorlog. In een maatschappij die tot in het extreme geïndividualiseerd is en die de « persoonlijke verantwoordelijkheid en wil » hoog in het vaandel draagt, zal men alles proberen om dit politiek en maatschappelijk debat weg te vegen als onbelangrijk of onbestaande.

De moordpartijen op 77 mensen in Oslo en op 7 in Toulouse zijn nochtans de eenvoudige en perfecte weerspiegeling van de oorlog, een keten van 10 jaar onrechtmatig geweld. De mooie woorden over de « eenheid van de gemeenschappen, van de natie, tegen het amalgaam, tegen de wraak, tegen de stigatisering (sic) van een gemeenschap, want het gaat slechts om een minieme extremistische minderheid » dienen om het echte debat het zwijgen op te leggen. Dat over het verband tussen het opgaand racisme en barbaars geweld in onze landen en ons engagement in een onrechtmatige anti-islamitische oorlog die al tien jaar duurt. Voor onze politici en terreurspecialisten is die band er niet.

Madame Ashton, belast met Europese buitenlandse zaken, had het ongeluk om volgende zin uit te spreken voor een groep van jonge Palestijnse vluchtelingen: « We gedenken alle jongeren die omkwamen in allerlei verschrikkelijke omstandigheden. De Begische kinderen die omkwamen bij een verschrikkelijke tragedie. We denken aan wat er vandaag in Toulouse gebeurde. We denken aan wat er in Noorwegen gebeurde, een jaar geleden. We denken aan wat er in Syrië gebeurt. We denken aan wat er in Gaza gebeurt en in verschillende delen van de wereld – we gedenken al die jongeren en kinderen die het leven verloren. » In Israël, onze bondgenoot bij uitstek, sloegen de stoppen door. De Israëlische minister van binnenlandse zaken vroeg eenvoudigweg het ontslag van Ashton, omdat ze het had aangedurfd over Gaza te spreken.

Maar als er één debat is dat moet geopend worden, dan is het precies dat over de oorlog en de onderdrukking in de wereld.

De militaire opleiding van de Jihadisten en de anderen

Ik kan het niet nalaten om te glimlachen als ik de commentatoren en de anti-terreurspecialisten bezig hoor over de opleiding van Mohamed Merah in kampen in Afghanistan of Pakistan. Hij, en tientallen anderen, zo luidt het. Vooraleerst is het helemaal niet zeker dat Mehra daar een militaire training heeft gekregen. Maar soit. Men vraagt zich af hoeveel potentiële jihadisten er zich in onze landen bevinden. Voor Wynants zijn er enkele tientallen in België. Iets wat door Moniquet, een zelfverklaarde specialist in anti-terrorisme, wordt bevestigd. De commentaren worden vergezeld van videofilmpjes met gemaskerde mannen, moudjahidine, met een extreem-vervaarlijke look.

En Sarkozy kondigde aan dat iedereen die daarheen gaat vanaf nu strafrechterlijk zal vervolgd worden. Ik vroeg me dan af : wanneer komt er zo'n strafrechterlijke vervolging voor diegenen die er voor zorgden dat er zich ginds meer dan 100.000 soldaten bevinden in het kader van een illegale oorlog ? En wat de training betreft : realiseert men zich dat we binnen ons eigen kamp duizenden potentiële killers hebben opgeleid ?

In het essay over Breivik, schreef ik « 10 jaar shockterapie tegen het islamitisch terrorisme hebben Oussama Ben Laden en Al Qaida meer recruten opgeleverd dan zij ooit hadden kunnen verhopen. Dat geldt ook voor de recruten van Bush, Blair en andere oorlogsmisdadigers. In het Westen hebben zich tienduizenden vrijwilligers gemeld om dienst te doen als « private contractor » in privémilities in de landen die bezet worden ». Men kan daar aan toevoegen : de vrijwilligers van extreem-rechts die zich hebben doen aanwerven in het Amerikaans leger met het oog op een militaire training in Irak of Afghanistan, die ze dan later op het thuisfront kunnen gebruiken. Ik laat het aan uw verbeelding over om te bedenken wat dit zal geven eenmaal de militairen, de privé-milities en de bendes van extreem-rechts naar huis terugkeren.
 

Children of a lesser God ?

Breivik heeft twee jonge Noren van veertien jaar doosgeschoten, zeven van vijftien jaar, zeventien van zeventien jaar, zeventien van achttien jaar en ga zo maar verder. Merah heeft drie Joodse kinderen doodgeschoten, Gabriel, 4 jaar, Arieh, 5 jaar en Myriam 7 jaar. Mehra kon wellicht geen slechtere dienst bewijzen aan de Palestijnse zaak. Het zijn de aanvallen op de kinderen, op dat wat ons het meest dierbaar is, het meest onschuldig en kwetsbaar, die ons het meeste hebben getroffen.

Toen ik les gaf in de gevangenis gold ook daar de regel « kinderen zijn heilig, daar raak je niet aan ». En diegenen die het toch hadden gedaan werden zowat verbannen. In het geval van Breivik of Merah zijn we dus ver weg van een gevoel dat je algemeen menselijk zou kunnen noemen. Er bestaan geen magische middelen om zo iets recht te trekken. Maar we zouden kunnen beginnen met onszelf.

We zouden kunnen beginnen met ermee op te houden om selectief te zijn in ons medevoelen, waarmee we uitdrukken dat het ene kind in deze wereld niet zoveel waard is als het andere. We zouden kunnen beginnen met de protesteren tegen de onmenselijkheid waarop we toekijken en die begaan wordt in onze naam. Het is die selectiviteit die haat en woede creëert. Wanneer men toelaat, dat kinderen worden omgebracht in naam van onze Westerse politiek, zonder te bewegen of te revolteren, dan crëert men de voorwaarden voor nieuwe horror.

Op 14 maart 2012, op het moment waarop Merah drie Joodse kinderen ombracht, stierf de kleine Baraka Al Mughrabi, een Palestijns kind van 7 jaar, aan zijn verwondingen na de zoveelste aanval van Israel tegen Gaza. In totaal verloren 26 Palestijnen het leven.

Op 11 maart, op hetzelfde moment waarop Merah drie kinderen doodschoot, slachtte de Amerikaanse sergeant Robert Bales twee Afghaanse families af. 16 mensen in totaal, in de dorpen Balandi en Alkozai in het Zuiden van Afghanistan. Daarna stak hij de lichamen in brand. Sumad Khan, een Afghaanse boer verloor 11 leden van zijn familie in deze slachtpartij : zijn vrouw, vier meisjes tussen twee en zes jaar, vier zonen tussen acht en twaalf jaar, en twee andere naastbestaanden. Ik ken de naam niet van die Afghaanse kinderen. En we zullen die wellicht ook nooit kennen.
 

http://jobs.kifkif.be/actua/van-oslo-utoya-tot-toulouse-montauban-de-horror-van-de-oorlog-haalt-europa-in