Waarom komen de eerste generatie migranten niet veel op TV?

16-02-2014 | Ali Salhi

Ik ben snel genoeg gaan beseffen hoe belangrijk het was om je kansen te grijpen en van je leven iets te maken. Daarom ben ik beginnen werken in de tuinbouw als jobstudent toen ik 14 jaar was om ook mijn steentje bij te dragen aan het gezin. Ik geloof dat dit mij gevormd heeft tot de persoon die ik vandaag ben.

Afgelopen donderdag kreeg ik voor het eerst een kippenvelmoment tijdens een uitzending van Terzake in het kader van de herdenkingen rond '50 jaar migratie'. Merci Terzake om eindelijk eens iemand van de eerste generatie migranten aan het woord te laten. De heer Zoubir gaf een mooi beeld van hoe onze vaders en grootvaders worstelen met hun statuut als gastarbeider tot allochtoon, zijn verzuchting en oprechte getuigenis:

"Mijn hart ligt in Marokko, maar mijn 'wortels' zijn in België geplant. Als ik deze ga verplanten zou ik opdrogen, ik kan hier niet meer weg."

Deze ontroerende quote is zeer indicatief en omvat in een zin het hele herdenkingsgebeuren en het migratiedebat.

Het heeft mij geïnspireerd om het verhaal van mijn vader neer te schrijven. Ik loop al jaren met het idee rond maar aangezien ik niet echt een getalenteerde schrijver ben, heb ik lang getwijfeld. Na de uitzending van Terzake kroop ik in mijn pen. Ik wil het verhaal vooral vastleggen voor mijn kinderen, als het verhaal van hun grootvader, zodat ze later goed beseffen waar ze vandaan komen.

Mijn Vader

Mijn vader is een zeer introvert man, hij is niet echt een prater. Hij is zoals de vele eerste generatie mannen niet altijd bereid om dingen te vertellen aangezien het meestal over schrijnende verhalen ging van lijden, armoede en pijn. Maar de laatste jaren hebben we toch heel veel kunnen praten over zijn migratieverhaal en waarom hij die stap heeft genomen.

Mijn vader verliet Marokko veertig jaar geleden en vestigde zich na een tussenstop in Amsterdam voorgoed in België. Eerst in het pittoreske Lier om uiteindelijk voorgoed in Sint-Niklaas te belanden. Nou ja, voorgoed… Inmiddels wil mijn vader terugkeren naar Marokko. Het land waar hij als jongeman zo graag uit wilde vluchten.

Hij was de oudste zoon van een gezin van vijf kinderen en een moeder, want zijn vader, mijn grootvader Ali, is zeer vroeg overleden na een operatieve ingreep. Mijn vader was vijf jaar oud toen hij zijn vader verloor. Dat betekende dat hij op zeer jonge leeftijd gezinsverantwoordelijke werd. Geen simpele opdracht.

Na de post-koloniale Spaanse periode was werken en geld verdienen in Tammasint in het noorden van Marokko niet gemakkelijk. Het was een zeer ruwe en arme periode waar men was aangewezen op eigen landbouw om te overleven. Dat dwong mijn vader om als enigste kostwinner van zijn gezin te verhuizen met zijn oom naar het verre Casablanca in het zuiden van Marokko. Daar kon hij in een textielfabriek aan de slag om hemden te produceren. Zo kon hij extra geld verdienen om het gezin te onderhouden. Tegelijkertijd werkte hij zijn basisschool af in Casablanca.

Na een aantal jaren ging hij terug naar Tammasint in het Rifgebergte om zijn middelbare studies te starten in de nabijgelegen stad Al-Hoceima. Eerst op internaat en daarna ging hij zelfstandig wonen op kamers. Tijdens deze periode leerde hij mijn moeder ook kennen, toen hij een kamer huurde naast mijn grootouders (haar ouders).

Op naar België

Aan het einde van de jaren 60 was arbeidsmigratie naar Europa hot in het noorden van Marokko. Mijn vader was één van de sterke jonge mannen die vanuit het Rifgebergte naar verschillende West-Europese landen trokken om er te werken. Weliswaar zonder mijn moeder want Europa vroeg geen vrouwen, maar wel jonge mannen om te komen helpen in de industrie, de koolmijnen en in de tuinbouw. Marokko liet vrouwen ook niet toe om naar West-Europa te trekken. Ze maakten zich zorgen om de zedelijkheid van het leven dat die vrouwen hier zouden leiden in het onbekende Westen. De gezinshereniging is pas in de jaren 70 op gang gekomen.

Mijn vader heeft de eerste jaren in Lier (België) doorgebracht waar hij met enkele vrienden en familie een huis huurde in de Waterpoortstraat. De meeste van hen werkten in de tuinbouw, in de omgeving van Lier, Mechelen, Sint-Katelijne-Waver en Emblem/Ranst. Mijn vader koos ervoor om ook andere jobs te doen. Hij heeft verschillende jobs uitgeprobeerd in een slachterij, brouwerij en in de bouw om uiteindelijk te kunnen starten als arbeider bij het gekende OPEL GM (General Motors) in Antwerpen waar hij tot zijn pré-pensioen heeft gewerkt. Hij legde me in geuren en kleuren uit hoe hard het leven was in die periode maar vertelde er ook bij dat het werd verzacht door de warmte en vriendelijkheid van de Vlamingen. Het wederzijds respect was toen zeer groot.

Gezinshereniging

In 1974 besloot mijn vader om zijn leven definitief in Lier op te bouwen. Hij diende een aanvraag voor gezinshereniging in en liet mijn moeder overkomen. Hij huurde voor het eerst zelfstandig een huis in de Rivierstraat en in dat huis zijn wij allemaal opgegroeid. Mijn broer, twee zussen en ikzelf.

Tot eind jaren 80 hinkte mijn vader op twee gedachten om wel of niet terug te keren naar Marokko. Terwijl de jaren verstreken, werd dat onwaarschijnlijker om de simpele reden dat hij ondertussen meer tijd in België had doorgebracht dan in zijn eigen moederland. Bovendien bouwden zijn kinderen hun leven in België op. Dat was natuurlijk niet zijn eerste gedachte toen hij als jongeman zijn land verliet. Het was de noodzaak om te overleven en zijn familie te onderhouden die hem dwong om zijn habitat te verlaten!

Oneindig veel respect

Ik probeer me elke dag in zijn situatie te verplaatsen om zo'n grote stap te zetten. Het lijkt me enorm moeilijk om alles achter te laten en in een vreemd land met een vreemde taal werk te gaan zoeken en een leven op te bouwen. Il faut le faire! Ik kan mij dat niet inbeelden. Oneindig veel respect!

Mijn vader en vele eerste generatie migranten met hem, denkend aan de ouders van familie, vrienden en studiegenoten, voelen zich niet meer thuis in België. Hoewel mijn vader het toonbeeld is van de perfect geïntegreerde persoon, zien de meeste mensen alleen het stereotype van een migrant als hij zich ergens vertoont. De jaren zeventig en tachtig waren nog leuk en tof. Dat waren de jaren waarin hij het respect kreeg van buren, werkgevers, vrienden,.... de jaren waarin vriendinnen van mijn moeder nog zeiden: “Oh wat tof Marokko, daar ben ik wel eens geweest!” Het was de tijd dat zij werden gezien als individuen en niet als migranten.

Negatieve beeldvorming

Die tijd is al lang voorbij. Al in de jaren negentig, toen ik op de middelbare school zat, veranderde die houding ten opzichte van migranten in Vlaanderen. Keer op keer kregen we te maken met vooroordelen. De opkomst van het Vlaams Blok werd in vele Marokkaanse huiskamers als beangstigend ondervonden. Mijn vader zweeg meestal maar tijdens deze periode gaf hij ons de levensles dat we ons nooit mogen laten doen en altijd voor onze rechten moeten opkomen, maar met het nodige wederzijdse respect want het is hun land.

De vooroordelen werden na 11 september natuurlijk alleen maar groter en groter. Inmiddels is er zoveel gezegd en geschreven over de islam en moslims dat mensen nu denken te weten hoe en wie mijn vader is.

Tot slot zijn er mensen, die beweren dat immigranten ons alleen geld kosten en niks bijdragen aan de maatschappij. Dat wekt een bepaalde irritatie bij mij op. Mijn vader werkte kei hard in de auto-industrie. Na een jammerlijk ongeval op het werk waar hij zijn knie brak, heeft hij nog jaren aangepast werk gedaan tot zijn gezondheid het niet meer toeliet. Mijn vader onderhield twee gezinnen namelijk ons gezin in België, en niet te vergeten zijn moeder en zusters in Marokko.

Ik ben snel genoeg gaan beseffen hoe belangrijk het was om uw kansen te grijpen en van uw leven iets te maken. Daarom ben ik beginnen werken in de tuinbouw als jobstudent toen ik 14 jaar was om ook mijn steentje bij te dragen aan het gezin. Ik geloof dat dat mij gevormd heeft tot de persoon die ik vandaag ben.

Na al de negatieve commentaren en berichtgeving over de migranten tijdens de jaren 90 kwam de gedachte bij mij op dat wij misschien een uitzondering waren en de vooroordelen bij de meeste migranten klopten.

Belangrijke verantwoordelijkheid bij de media

Maar dat is ook meteen het punt dat ik wil aantonen. Mijn vader is niet enkel ‘een eerste generatie migrant’, hij is ook een individu met een eigen mening en eigen gedachten. In Marokko is hij een Marokkaan, een individu, een burger onder andere burgers. Daar is die achtergrond niet belangrijk. Hij wordt er gewaardeerd of bekritiseerd om wat hij zegt en doet, niet om wat mensen denken dat hij zegt en doet. Dat stereotype van de eerste generatie is iets waar we in België van af moeten.

Allereerst ligt daar volgens mij een belangrijke verantwoordelijkheid bij de media. Vlamingen zijn gek op kijken naar andere Vlamingen. Naar gewone Vlamingen in Man bijt hond, Vlamingen van het platteland in Boer Zoekt Vrouw, Belgen op vakantie. Dus waarom geen leuk programma, waarin we het leven van eerste generatie migranten volgen? Verschillende levens natuurlijk. Verder zijn films en documentaires als "Triq 'salama", "Mijn Verhaal" en "Vlaamse pioniers van het migrantenwerk" zeer belangrijk en nodig.

Talkshows doen er goed aan om de eerste generatie af en toe aan tafel uit te nodigen, zoals gisteren in Terzake. Nu zien we vooral Vlamingen praten over allochtonen, of tweede en derde generatie moslims die in België geboren en getogen zijn en salafistische idioten die opgevoerd worden als vertegenwoordigers van alle moslims. Nodig eens iemand van de eerste generatie uit. Ik heb honderden keren horen praten over hoe de eerste generatie immigranten gefaald heeft bij de opvoeding van hun kinderen. Maar ik heb nog nooit zo’n ouder zelf bij de discussie gezien.

Dialoog

En tot slot, voor de gewone burger: treed in dialoog. Stel vragen aan iemand als mijn vader of als de heer Zoubir. Zij vertellen graag over hun ideeën, gedachten en ervaringen. Door vooraf te oordelen, leer je ze nooit kennen.

Ik ben overtuigd dat de getuigenissen van onze ouders, de zogenaamde eerste generatie migranten ontroerend en grappig zijn. Ze vertellen over de barrières die ze vaak letterlijk moesten oversteken om die angst voor de ander te overwinnen. Maar vooral die solidariteit en het warme menselijke gevoel bezorgt je een krop in de keel, zoals ik gisteren had tijdens de uitzending van Terzake rond 50 jaar migratie.

Ali Salhi (1975) is medestichter van de Marokkaanse vrijwilligers-jongerenorganisatie Hidâya Sint-Niklaas. Hij werkt momenteel als sales supervisor voor het Duits medisch bedrijf Sarstedt en is onafhankelijk gemeenteraadslid te Sint-Niklaas.

http://www.kifkif.be/actua/waarom-komen-de-eerste-generatie-migranten-niet-veel-op-tv