Wanneer zero tolerance voor ongelijkheid?

05-02-2010 | Patrick N’Siala Kiese, Ico Maly, Said El Majdoub, Dany Neudt & Najib Chakouh

 De roep om zero tolerance weerklinkt terug luid! Brussel is door allerlei opiniemakers herschapen tot een oorlogszone. Velen trachten nu politiek garen te spinnen en stoere taal te verkopen. Dat er problemen zijn in Brussel, dat er criminaliteit is, dat is een open deur intrappen. Net zoals het evident is om de wet toe te passen en crimineel gedrag te straffen. Wat velen echter niet willen zien en zelfs van de hand wijzen, is dat men daarmee de fundamentele oorzaken van de malaise niet aanpakt. Net zoals het “opdringen van ‘onze’ waarden en normen” niet de remedie is. Het artikel van B art Dewever in De Standaard (1) is  tekenend voor dit discours. 

In zijn pleidooi voor een sociaal houvast  gooit Dewever de meest uiteenlopende zaken op een hoopje, beginnende bij   een uit de hand gelopen en gekaapte betoging van de AEL in Antwerpen (in 2008),  de dood van De Moor, de algemene criminaliteit in Brussel, het geweld op bussen en trams van De Lijn in Antwerpen, de bekering van Vlaamse meisjes tot moslima’s, … Dit alles om zijn ondertussen gekend punt te maken, namelijk dat het hier om een cultureel probleem gaat, een probleem van waarden en normen bij hen, en bij ons. Want, zo stelt Dewever, “Mensen opnemen in een gemeenschap lukt immers maar als je eerst en vooral zelf nog de ambitie hebt om met z'n allen ook daadwerkelijk een (h)echte gemeenschap te vormen.” (2)  Vrij vertaald: de Vlamingen zijn niet nationalistisch genoeg en dringen hun waarden niet genoeg op aan ‘die andere’.

De huidige situatie in Brussel wordt op die manier begrepen als een cultureel probleem, eigen aan ‘de allochtoontjes’ daar. De sociaaleconomische situatie, de kansarmoede, de armoedecijfers, het onderwijs  en het huisvestingsbeleid vallen terug buiten beeld bij tal van opiniemakers. Hier en daar verschijnen wel bijdragen over deze grondoorzaken, zoals in Terzake en in De Morgen, maar dat lijkt maar weinig impact te hebben op de dominante analyse en de roep om snelrecht en zero tolerance. En ook daar staat Dewever niet alleen. Vooral het repressieapparaat komt in beeld, de reële oorzaken van de malaise geraken zo ondergesneeuwd. Meer nog, die oorzaken worden terug afgedaan als ‘dat horen we nu al zolang’, zoals Lieven Van Gils het stelde in Phara (3). Een andere variant hiervan werd vertaald door Veli Yüksel in het Vlaams Parlement: “het moet gedaan zijn met het pamperbeleid voor allochtonen.” (4) 

En ook journalist Claude Demelenne (5) slaagt erin om in zijn tienpuntenplan dat hij voorstelde in De Standaard niet een keer te verwijzen naar de sociale situatie in deze wijken. Nochtans wijst wetenschappelijk onderzoek keer op keer uit, dat net op die domeinen het beleid faalt.  Het feit dat dergelijke zaken als oud nieuws bestempeld worden, betekent echter niet dat die problemen effectief aangepakt zijn of worden.  Meer nog, volgens een onderzoek van Deloitte, zou de situatie sinds 1997 nog verslechterd zijn. De cijfers die De Morgen (6) publiceerde uit het onderzoek van Corijn, spreken alvast boekdelen. De werkloosheidsscijfers: 35,4% is werkloos in Anderlecht, 40% in Sint Joost-ten-Node, 40% in Schaarbeek en in Molenbeek is 45,9% werkloos. De situatie in het onderwijs is al niet veel hoopgevender: “Onderzoek toont aan dat Brussel een van de meest selectieve onderwijssystemen van West-Europa heeft.” (7)

Een vijfde van de jongeren in Brussel haalt geen diploma, wat dubbel zoveel is als in Vlaanderen.  Een van die andere taboes in deze discussie is het racisme in onze samenleving en in het bijzonder bij de politie in deze zones. Nochtans verschijnen daarover met de regelmaat van de klok berichten in onze media. Deze worden echter al snel gezien als van secundair belang. Zo stelt Dewever: “De verwijzing naar racisme en kansarmoede volstaat al te vaak om ermee weg te komen en een cultuur van slachtofferschap en rancune te verdoezelen.” (8) Dit, het verwarren van verklaringen met excuses of goedpraterij, is sinds enkele jaren een klassieker aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Deze cijfers zijn natuurlijk  geen excuus voor criminaliteit, maar vormen wel een verklaring. Het is trouwens een veel betere en eerlijkere verklaring voor deze situatie dan het denken in termen van een beschavingsdeficit en ‘waarden en normen’. Leg de cijfers van de kleine criminaliteit op de statistieken van armoede en werkloosheid en je ziet bijna kopieën.

De roep om zero tolerance, bewijst maar één ding, namelijk het falen van het sociaaleconomische beleid, het onderwijsbeleid en het (kans)armoedebeleid. Betekent dit dat je de wet niet moet toepassen? Natuurlijk niet.  ‘Dura lex, sed lex’, criminaliteit moet steeds bestraft worden. Maar, en dit is een relevante en grote maar, dat zal maar zoden aan de dijk zetten als en enkel als het gecombineerd wordt met een duurzaam en structureel sociaaleconomisch beleid, zeker voor de hoofdstad Brussel. Zolang er voor deze zogeheten ‘verloren generatie’ geen betere toekomstbeelden ontstaan, zal de situatie ten gronde niet verbeteren. Deze jongeren hebben niets meer te verliezen, ze kunnen alleen nog maar winnen. De vraag is dus, wanneer krijgen we een roep voor zero tolerance voor ongelijkheid? Noten: (1) De Standaard, 2 februari 2010: Sociaal houvast, door Bart Dewever

(2) De Standaard, 2 februari 2010: Sociaal houvast, door Bart Dewever
(3) Phara, 2 februari 2010, 
(4) ActuaTv, 3 februari 2010: Uitzending van de debatten in het Vlaams Parlement.
(5) De Morgen, 3 februari 2010: De verloren generatie van Kuregem en Molenbeek.
(6) De Standaard, 04 februari 2010: Vlaamse vrienden, Franstaligen denken zoals jullie, door Claude Demelenne
(7) De Morgen, 3 februari 2010: De verloren generatie van Kuregem en Molenbeek.
(8) De Standaard, 2 februari 2010: Sociaal houvast, door Bart Dewever

http://www.kifkif.be/actua/wanneer-zero-tolerance-voor-ongelijkheid