Wat is inburgering in Vlaanderen?

18-02-2009 | Johan Wets

Wat nu juist inburgering is, wordt door verschillende betrokken partijen op een verschillende manier gedefinieerd

Conceptnota ‘inburgering’ in het kader van het VIONA- onderzoek ‘Evaluatie van de inhoudelijke en financiële aspecten van het Vlaams inburgeringsdecreet’In een Chinese parabel komen drie blinde mannen voor het eerst van hun leven een olifant tegen. De eerste voelde aan een poot en zei: “Aha, dit is een soort boom, met een zware dikke stam.” “Neen”, zei de tweede, aaiend over een oor: “Dit is een plant met een groot, zacht, soepel blad”. “Neen, neen”, zei de derde terwijl hij de slurf betastte, “Dit moet een slang zijn”. In andere versies van de parabel wordt de staart aanzien als een koord of een slagtand als een harde puntige schelp. Maar het resultaat is altijd een even felle als vruchteloze discussie over de ware gedaante van het dier. Deze parabel wordt als metafoor gebruikt om een veelheid van zaken aan de kaak te stellen, gaande van de visie op het Europese beleid tot de houding van wetenschappers die elk vanuit hun eigen discipline eenzelfde realiteit bestuderen. Elke wetenschap beschikt over een beperkte of selectieve kennis van de wereld. Men heeft echter de neiging om die kennis te verabsoluteren, ofwel tot ‘de waarheid’ te verheffen. Ook om het inburgeringsdebat te illustreren is de parabel van de drie blinden en de olifant een geschikte metafoor. Wat nu juist inburgering is, wordt door verschillende betrokken partijen op een verschillende manier gedefinieerd. Het achterliggende maatschappijmodel wordt als universeel en algemeen aanvaard (en vaak als niet bespreekbaar) beschouwd. Bovendien wordt er vaak uitgegaan van impliciete concepten, van concepten die verondersteld gekend zijn, en die niet gedefinieerd worden. Omdat het onderzoek nood heeft aan een éénduidige definitie, aan een expliciet concept, wordt in deze nota ingegaan op het idee “inburgering”. Het is niet de bedoeling in te gaan op de achterliggende filosofische discussie. We hebben in het onderzoek nood aan een operationele definitie die kan aangewend worden bij een evaluatieonderzoek. Omwille van de geladenheid van thema’s als integratie en inburgering, thema’s die te maken hebben met rechten, plichten en verworvenheden binnen een maatschappij, kan een theoretische reflexie niet helemaal achterwege gelaten worden. De verschuiving door de tijd, van de inhoudelijke opvulling van het concept inburgering − van een (mensen)recht over zelfredzaamheid en empowerment naar (mogelijk) een uitsluitingscriterium (zie verder) − wordt gestoeld op een zich wijzigend impliciet of een expliciet idee van wat inburgering zou moeten zijn. Daarom wordt in hoofdstuk 1 toch even dieper ingegaan op de politiek filosofische achtergrond van het concept, voor er over gegaan wordt tot de (operationele) definitie van inburgering, zoals het in het onderzoek gebruikt zal worden. Het is niet eenvoudig een concept als ‘inburgering’ te definiëren en te operationaliseren op het ogenblik dat er nog politieke en wetenschappelijke onenigheid bestaat over de wijze waarop dit moet gebeuren. Wat volgt is dan ook een operationele, wetenschappelijke definitie en geen politieke stellingname.

http://www.kifkif.be/actua/wat-is-inburgering-in-vlaanderen