Wat we kunnen leren uit de reacties op overduidelijk racisme

04-08-2016 | Kif Kif

Af en toe wordt het dagelijks racisme dat in ons land vrij spel krijgt zodanig gênant dat er geen andere optie blijft dan de algemene verontwaardiging. Dat is deze week gebeurd met de verbijsterende reacties op de dood van een 15-jarige Genkenaar die door een krant een Vlaming werd genoemd. De walgelijke reacties, schaamteloos geplaatst met naam en familienaam, zullen hier niet worden herhaald. Wel een aantal interessante reacties daarop. Reacties die ons doen nadenken, eerder dan goede of slechte reacties.

Een van de reacties was die sterk afkeurende tweet van VRT-journalist Riadh Bahri.

Duidelijke boodschap. Broodnodige reactie. Jammer genoeg ook onkritisch voor eigen gedrag. Een tijd geleden, naar aanleiding van een geval van zinloos geweld in Brussel, had Bahri een artikel geschreven voor De Standaard waarin hij sprak over zijn haat/liefde-verhouding met de hoofdstad. Daarin sprak hij over zijn nood om op een bepaald moment “kutmarokkaan” te roepen. In het artikel - en ook in een uitzending van praatprogramma Reyers Laat - zou hij spreken over de omstandigheden die hem onverdraagzaam doen worden. Alsof er omstandigheden waren die het gebruik van racistische taal zouden rechtvaardigen, wat uiteindelijk de essentie van deze discussie is: dat er mensen zijn die denken dat een migratiegolf, terrorismedreiging of welke andere factor ook, hen argumenten geven om op een racistische manier te spreken over bevolkingsgroepen of om te veralgemenen over onbekenden.

Het is gemakkelijk om af te spreken dat we racisme niet zullen tolereren of minimaliseren, tot we geconfronteerd worden met ons eigen racisme. Of het racisme van vrienden, uiteraard, zoals het ook vaak gebeurt.

Dat is ook het geval van De Morgen. De krant spreekt over ‘Racisme zonder schaamte’ en verzamelt een aantal van de reacties, maar deelt natuurlijk geen woord over de eigen rol die gespeeld wordt in de dynamiek van het racisme en de eigen racistische uitlatingen. En het is maar aftellen tot de volgende racistische opmerking van Hans Vandeweghe die door de filter van de hoofdredactie niet zal worden tegengehouden. Dat is ook het geval van de vrienden van de uitbaters van La Gare 27, waaronder Paul Beloy, die hen onmiddellijk verdedigde toen de ronduit racistische deurpolitiek van de club openbaar werd. Dat is het geval van de naar alle normen negrofobe film ‘Black’, waarover vrienden en collega’s van de regisseurs geen kritiek op durven of willen geven.

Belangrijk in deze discussie is de verkeerde focus op de auteur van een bepaalde uitspraak als een racist, zij het een persoon of en krant, eerder dan op welke handelingen en uitspraken van racistische aard zijn. Want een persoon of een krant als racist bestempelen kan zeker overdreven, verkeerd, onjuist en onnodig zijn, maar de racistische aard van daden en uitspraken moet altijd worden opgemerkt en aangeklaagd.

Een andere opmerkelijke reactie was die van Terzake-journaliste Kathleen Cools.

Onlangs verscheen in De Correspondent een artikel van cultureel antropoloog Sinan Çankaya over racisme in Nederland. Daarin stelde hij vast dat het “eliteracisme” was om racisme “toe te schrijven aan PVV'ers”. Aan een soort “gepeupel”, zeg maar. In het artikel beschrijft hij de vele elegantere manieren om racisme te uiten en wijst hij op het feit dat racisme veel verder gaat dan het vanzelfsprekende, grove racisme dat kenmerkend is voor de reacties van de Vlaamse Verdedigings Liga, de Facebook-pagina waar de walgelijke reacties werden gepost. @Kroy_Wendy postte een ongerelateerde tweet die eigenlijk een correct antwoord zou kunnen bieden op @CoolsKat.

Als Cools racisme wil beperken tot het “gepeupel” slaat ze de bal grondig mis, want het racisme van die reacties is niet veel erger dan het racisme van politici, hoofdredacteurs en zelfs filosofen die kritiek- en straffeloos hun mening mogen verkondigen in onze verschillende media.

Anderzijds, verwijst haar “Dit zijn we niet” naar een soort “Dit is Vlaanderen niet” of “Dit is de Vlaming niet”. Naar een soort “Dit is een marginale minderheid die ‘Vlaanderen’ misbruikt (niet voor niks ‘Vlaamse’ Verdedigings Liga) als legitimering voor hun eigen ranzige racisme”. Dat klinkt plausibel: hoewel het probleem wijdverspreid is in ons land, ligt voor velen de grens ergens anders en het zou oneerlijk zijn om te veralgemenen over ‘de Vlaming’ aan de hand van deze uitlatingen. In die zin is die “Dit zijn we niet” vergelijkbaar met de even plausibele ‘islam heeft niks met terrorisme te maken”, gezien het over een marginale minderheid gaat die de Islam misbruikt om hun politieke gruwel te rechtvaardigen. De vraag is dan: waarom kunnen we de ene logica meteen volgen en de anderen niet?

Ook Carl Devos liet van zich weten met een nogal retorische vraag. Sommige mensen slagen er goed in om iets te zeggen en hun gedachten daar toch niet mee expliciet te maken. Zeker in woelige tijden.

Bedoelt Devos dat mensen die na zoveel generaties zichzelf nog altijd als ‘allochtoon’ beschouwen aan de basis liggen van het racisme? Bedoelt hij dat mensen na zoveel generaties als allochtonen te blijven zien de basis vormt van racisme? Wil Devos ons doen nadenken over de redenen waarom ‘wij’ ‘hen’ als ‘allochtonen’ beschouwen? Los van de grove veralgemening van een hele, heterogene groep mensen onder één noemer te plaatsen, is het antwoord irrelevant. Want Devos veronderstelt dat er een optie is. We moeten niet vergeten wat er gebeurde toen een krant het durfde om een overleden 15-jarige Genkenaar van allochtone origine een ‘Vlaming’ te noemen. Zou Devos het durven om als 15-jarige jongen van allochtone origine zichzelf een ‘Vlaming’ te noemen, wetend dat het antwoord daarop een lawine aan beledigingen en hoongelach is? Ook een retorische vraag, alleszins.

Hoongelach zou ook het antwoord kunnen zijn op de mededeling van Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, dat “de federale overheid wel degelijk maatregelen neemt om racisme en discriminatie aan te pakken”. Dat is ronduit lachwekkend als het komt van een minister die uit zijn duim een significant aantal dansende moslims zuigt en verklaart dat het logisch is dat mensen van vreemde origine vaker worden gecontroleerd. Yasmine Kherbache was daar alleszins niet mild voor.

Onzin, dus. De vraag of ‘aanwakkeren’ het juiste woord is voor het ‘relativeren’, ‘minimaliseren’, ‘ontkennen’, ‘in de hand te werken’, ‘misbruiken’ en ‘onrechtstreeks versterken’ van racisme, is perfect legitiem. Maar een ding is duidelijk: niet alleen onderneemt de huidige regering zo goed als niks om racisme en discriminatie aan te pakken, ze staan ook in de weg van de mensen die daar wél iets aan doen. Maar Francken blijft alleszins niet stil bij een dergelijke beschuldiging.

Francken beschuldigt op zijn beurt anderen voor het ontstaan van een racistisch klimaat. Even terzijde moet wel opgemerkt worden hoe absurd het is om te denken dat racisme een oorzaak kent in de recente geschiedenis, zoals aangehaald door @Tweezus.

Maar er schuilt uiteraard veel meer achter de beschuldiging van Francken. Jan Blommaert legt het zo uit op zijn Facebook-profiel:

“De redenering van Francken even uitgelegd. "Links" heeft teveel migranten binnengelaten en Belg laten worden. Daardoor zijn de Vlamingen racistisch geworden. Ik bestrijd racisme door minder migranten binnen te laten en er meer buiten te gooien. Dat, dames en heren, is effectief antiracisme.

De Vlaming is dus "normaal" en "vanzelfsprekend" racistisch omdat er gewoon teveel vreemdelingen in z'n samenleving wonen. En dat normale racisme bestrijdt men door de voedingsbodem ervan weg te nemen: de vreemdeling. Men bestrijdt het dus best door racisme als beleid in te voeren. Want als het beleid effectief discrimineert, dan hoeft de gewone Vlaming dat niet meer te doen.

Of nog: racisme bestrijd je best door racisten hun zin te geven. Want in een samenleving zonder vreemdelingen kan er geen racisme zijn.

Ziehier het antiracisme volgens extreemrechts.”

Wie ook schuldig mag zijn voor het ontstaan van een racistisch klimaat, men moet erg cynisch zijn om het te relativeren, uit te buiten en daar constant aan bij te dragen. En ‘aanwakkeren’ of niet, dat doet N-VA alleszins wél.

Maar er was ook een meer empathische kant aan de reacties op deze kwestie. Schrijfster Aya Sabi, die de jonge Ramzi persoonlijk kende, reageerde met gevoelige woorden:

Lieve Ramzi, je was een van "mijn kindjes" toen ik lang geleden vrijwilliger was bij Gigos. Je was lief en goedlachs. Zoals je mama. Zorgzaam voor haar eigen kinderen. Maar ook zorgzaam voor andermans kinderen. Dat ze nu haar eerstgeborene heeft verloren doet verschrikkelijk veel pijn. Maar dat er mensen zijn die haar pijn vieren, dat is ondraaglijk. Het zijn die racisten die diep vanbinnen eigenlijk dood zijn.

Rust zacht, lieve Ramzi.”

Sabi wist op deze manier samen te vatten waarom ook racisten baat hebben bij de bestrijding van het racisme: niet alleen hebben de mensen die reageerden zich op nationaal vlak belachelijk gemaakt, hun reacties getuigen van een gebrek aan empathisch vermogen, een gebrek aan menselijkheid. “Het zijn de racisten die diep vanbinnen eigenlijk dood zijn” zijn wijze woorden die de ware dimensie van het probleem blootleggen, de ware gevolgen van een giftige dynamiek.

Deze situatie zette ook een aantal dingen in gang: ondanks oude, genegeerde meldingen en racismeklachten, had Facebook deze pagina niet offline gehaald. Nu werd die wel van het net gegooid. Unia had al lang geleden een klacht ingediend, nu ineens komt daar een antwoord op en moeten de verantwoordelijken in het najaar voor de rechter verschijnen. Ook andere mensen melden zich en masse bij de politie om klacht in te dienen tegen onbekenden. Opmerkelijk dat dit proces zo traag in gang is geschoten want, zoals Eric Corijn het opmerkt:

Er zijn positieve evoluties, maar het probleem ligt dus veel dieper. Het probleem ligt vooral in de eenzijdigheid en de dubbele moraal die gehanteerd wordt door onze bestuurders. En zoals Ico Maly opmerkt, gaat het niet over een uitzonderlijk geval maar over de zoveelste uiting van een structureel en alledaags racisme. En als we ons alleen beperken tot de uitzonderlijke maar regelmatige, extreem zichtbare uitdrukkingen van het probleem, zal deze en elke andere golf van verontwaardiging, jammer genoeg weinig meer worden dan komkommertijdsdivertimento. Of, in de woorden van @DalillaHermans

http://www.kifkif.be/actua/wat-we-kunnen-leren-uit-de-reacties-op-overduidelijk-racisme