“Niemand komt een oorlog ongedeerd door”: een gesprek met Vatche Boulghourjian

15-02-2017 | Kif Kif Filmblog

Ik wilde een hoopvolle film maken. Een film met hoop in de mens en het vermogen om uitdagingen te overwinnen.

Met Hedi en As I Open My Eyes hebben we twee verdienstelijke films gehad die de Tunesische Arabische Lente probeerden weer te geven op schaal van de mens. Met Tramontane heeft regisseur en scenarist Vatche Boulghoujian op een vergelijkbare manier een portret gemaakt van Libanon, haar geheugen en haar identiteit, lang na het einde van de burgeroorlog. Een opvallend strakke film: “Formeel en klassiek werk is op dit ogenblik zo subversief als het ooit was om punk te zijn”.

Rabih Malek is blind en gepassioneerd door muziek. Hij speelt de darbouka en de viool met virtuositeit. Hij is een bezielde zanger, dat merk je aan de reactie van wie naar hem ook luistert. Hij is een jonge Libanees. Dat volstaat als beschrijving van het hoofdpersonage van Tramontane. Tot hij een paspoort moet aanvragen om op tournee te gaan door Europa ten minste, want dan ontdekt hij dat hij een vondeling is, dat hij niet weet wie zijn ouders waren, waar hij geboren is of hoe hij heet. De vraag is of hij daarom niet meer weet wie hij is.

Vatche Boulghourjian las ooit Touching the rock, een autobiografisch boek - van John M. Hull, recent verfilmd als Notes on Blindness - over een man die stilaan blind wordt en het effect daarvan op zijn geheugen en op zijn eigen identiteit registreert. Erin herkende Boughourjian het proces van zijn land, Libanon. De zoektocht van Rabih mogen we dus ook lezen als die van een heel volk. “Je scheurt oude wonden open”, zegt zijn nonkel Hisham, bij wijze van compliment over zijn zangtalent. Maar hij kan het even goed hebben over de littekens van de oorlog die het land tussen 1975 en 1990 teisterde.

Na de oorlog volgde namelijk de amnestie en dan begon de stilte. Voor elk verhaal zijn er meerdere versies. De waarheid wordt dan een vreemd begrip. Zelfs op school wordt geschiedenis officieel geleerd tot 1975, het geboortejaar van de scenarist/regisseur. Hij is dus letterlijk geboren op het einde van de geschiedenis.

De naam van de film kan op meerdere manieren worden gelezen.

Tramontane is een koude wind uit het noorden maar het is ook de naam voor dat wat van de andere kant van een berg komt. Het is ook een naam voor de ander, voor buitenlanders of barbaren. Een woord met zoveel lagen van betekenis weerspiegelde de complexiteit van de personages en thema’s.

Een van die ‘lagen’ is het verhaal van een jongen die een paspoort nodig heeft, maar hij vertegenwoordigt ook veel meer.

In de Libanese context wordt een handeling die eenvoudig lijkt – zoals de aanvraag van een paspoort – een heel ingewikkeld administratief proces, en in het verloop van dat proces leer je veel over het land zelf. Tijdens het schrijven van het scenario, was ik onbuigzaam over de focus op zijn zoektocht naar het bewijs van zijn legale identiteit. Andere deuren gingen dan open. De kijker is uiteindelijk vrij om betekenis toe te kennen - afhankelijk van de eigen persoonlijke geschiedenis - maar wat ik zag was dat terwijl hij het land doorkruist en hij iedereen vragen stelt over zijn identiteit, kan niemand hem zeggen wie hij is. Want ze kunnen hun eigen verleden niet vertellen. Enerzijds heb je een blinde man en anderzijds een land dat spiritueel blind is, beiden als gevolg van een trauma. Net zoals zijn zicht beschadigd werd tijdens een onduidelijke militaire operatie, heeft de burgeroorlog een spirituele handicap veroorzaakt in het land. Niemand komt een oorlog ongedeerd door, zonder psychologische, spirituele of fysieke littekens. Tijdens de oorlog hebben alle betrokken gemeenschappen misdaden begaan en waren ze in dezelfde mate ook slachtoffers. Er is geen een kant die meer slachtoffer is dan de andere. Geen enkele kant had gelijk of ongelijk. Allemaal in dezelfde mate schuldig, allemaal in dezelfde mate slachtoffers. Dat is wat oorlog doet: oorlog nivelleert.

De waarheid is een wankel begrip in Tramontane, zeker als het over de oorlog gaat.

De nationale crisis in Libanon heeft te maken met de vele narratieven over het verleden. De oorlog heeft het land gefragmenteerd en toen het gedaan was kwam de amnestie, maar er was geen akkoord over een gemeenschappelijke narratief over wat het land had doorgemaakt, over wat er was gebeurd. Geschiedenisboeken gaan niet verder dan 1975. De geschiedenis stopt letterlijk met het begin van de oorlog. Elke gemeenschap ontwerpt een eigen narratief over wat er toen is gebeurd. Als men geen akkoord kan bereiken over wat er in het verleden is gebeurd, tot het punt dat iedereen een andere versie van de feiten hanteert, is het onmogelijk om een akkoord te bereiken over elementaire kwesties van vandaag, of over een gemeenschappelijke toekomstvisie. Het land maakt nog een crisis mee als gevolg van een crisis van narratieven. Maar leugens en leemtes zeggen ook veel over de waarheid en zijn ook nuttig om vorm te geven aan de waarheid.

Tegenover die chaos straalt de film formele rigorositeit uit.

Alle elementen in de film dragen bij tot de thema’s van het verhaal. Niks is gratuit in de film. De muziek, de cinematografie, het geluidsontwerp, de diëgetische muziek. In die zijn is de focus heel scherp. Zowel de DOP als de componiste werden ingeschakeld vanaf de eerste draft van het scenario. Het was vanaf het begin de bedoeling dat het beeld de formaliteit van het scenario zou moeten weergeven. Formeel en klassiek werk is op dit ogenblik zo subversief als het ooit was om punk te zijn. Die rigorositeit is moeilijk te realiseren en juist dat wilde ik in mijn film. Die formaliteit betekende ook dat de stijl het niet moest winnen van de inhoud. Dat de stijl niemand moest afleiden van het verhaal. Tijdens het maken van de film hebben we veel geleerd over blindheid en dat heeft onze verhouding tegenover film ook beïnvloed.

Op welke manier?

De hoofdrolspeler, Barakat Jabbour, kon zich soms perfect oriënteren in volledig donkere plaatsen. Hij zou uit de auto stappen en wandelen in het donker op zijn gemak. Hem te zien wandelen zonder nood aan licht was zowel thematisch relevant als emotioneel krachtig. Soms gidste hij mij in ruimtes die hem vertrouwd waren zoals zijn huis of zijn school. Ik volgde hem. Die ervaring wilde ik delen met het publiek. Dus soms volgt de camera hem, hij laat de kijker kennis maken met de ruimte. Omdat hij blind is was het begrip van ‘kijkrichting’, dat zo bepalend is voor het klassieke decoupage, ineens ook verdwenen. We konden de camera plaatsen waar we wilden omdat we geen rekening moesten houden met een dramatische as. We hebben ook gebruik gemaakt van die vrijheid. Met mate, uiteraard.

Blindheid is ook inhoudelijk bepalend voor jouw behandeling van het verhaal.

Touching the rock is een dagboek, een register van een man die het zicht gradueel verliest tot een staat van diepe blindheid, dat is, zich niet kunnen herinneren hoe zijn gezicht of zijn lichaam uitziet, wat licht eigenlijk is. Hij gaat door een proces van diepe rouw en een existentiële crisis. Tot hij beslist dat hij, om de crisis te overwinnen, zichzelf moest heruitvinden. Hij omarmt blindheid. Ik wilde een hoopvolle film maken. Een film met hoop in de mens en het vermogen om uitdagingen te overwinnen. Ik wilde zijn verhaal in verband brengen met het verhaal van een nationaal trauma om te zien dat er ook in dat opzicht hoop is. Ook daarom wilde ik een klassieke film maken: om daar een hoopvol einde aan te geven, waarin de held alle hindernissen op zijn eigen manier overwint en uiteindelijk triomfeert. En zijn publiek leidt tot een zege.

De muziek wordt ingezet als een volwaardig narratief element.

De muziek in de film is eeuwenoud en dient als een culturele rode draad die alle partijen verbindt uit een anders zeer gefragmenteerd gebied. Muziek is ook de reden waarom hij naar Europa mag reizen. Muziek is wie hij is en wat hij doet. Wat op een stuk papier geschreven staat – naam, nationaliteit, noem maar op - heeft geen betekenis, het enige wat écht is en hem definieert, is muziek. De muziek die hij in de film zingt werd gezongen door troubadours en slaven. Deze muziek is beladen met pijn en rouwen, en hij slaagt er in die te bezitten en te overmeesteren.

Religie is aanwezig in de film maar blijft in de achtergrond.

Religie is onontkoombaar in Libanon, maar ik heb de film intentioneel losgetrokken van religie, van elke religie. Er is een grote religieuze diversiteit in Libanon. Er zijn 17 religieuze gemeenschappen en ze hebben allemaal een politieke plaats in de regering. Maar dit is geen politieke film, het is een humanistische film. Hoewel religieuze gebouwen worden bezocht in de film, wordt de religieuze achtergrond van de personages niet gedefinieerd. Ook niet de religieuze achtergrond van ex-militiestrijders. De onmiddellijke omgeving van Rabih is areligieus. Maar hij ontmoet een Shi’itische sjeik, bezoekt een oud-byzantijnse kerk - een Grieks-orthodoxe kerk – en psychiatrische patiënten worden opgevangen in een klooster. Die religieuze diversiteit is zichtbaar maar religie wordt eerder als een beleving gezien dan als instelling. Net zoals God meer gezien wordt als Voorzienigheid. Net zoals deze film eigenlijk over een spirituele queeste gaat, over een existentiële crisis.

Tramontane, een film van Vatche Boulghourjian, vanaf 15.02 in de bioscoop.

 

http://www.kifkif.be/cult/%E2%80%9Cniemand-komt-een-oorlog-ongedeerd-door%E2%80%9D-een-gesprek-met-vatche-boulghourjian