Arabische dageraad: Een reis tussen glamour en fatwa

27-12-2010 | Baharak Bashar

Het zijn juist de kleine verhalen die voor nuances zorgen’

Ondanks de toenemende aandacht van de media voor het Midden-Oosten, vooral na de gebeurtenissen van 9/11, weten we nog steeds niets over de samenlevingen die er leven. ‘Het beeld dat we van het Midden-Oosten hebben is een mikmak van Saoedi-Arabië, de Taliban, een paar conservatieve religieuze zotte kwieten die idiote fatwa’s uitschrijven, explosies en vrouwendiscriminatie. Het slecht maken van de islam is al bezig sinds de elfde eeuw. We hebben een romantisch beeld van ons eigen verleden’, aldus Jorn De Cock.


Jorn De Cock, buitenlandcorrespondent bij de De Standaard, reisde zes maanden lang in Libanon, Syrië, Jordanië, Palestina/Israël, Irak, Saoedi-Arabië, Dubai en Abu Dhabi. In zijn boek ‘Arabische dageraad: Een reis tussen glamour en fatwa’ houdt hij ons een spiegel voor.. Sinds kort brengt hij rechtstreeks vanuit Damascus verslag uit over het Midden-Oosten. Via kleine verhalen tracht De Cock zijn lezers duidelijk te maken dat er in het Midden-Oosten samenlevingen zijn, die veel ingewikkelder zijn dan we ons voorstellen. ‘Het zijn juist de kleine verhalen die voor nuances zorgen’ aldus Jorn De Cock. Als journalist, geschiedkundige en auteur van verschillende boeken legt hij uit hoe het komt dat we in het Westen weinig of niets weten over de samenlevingen in het Midden-Oosten. Ik sprak met hem over de mogelijke oorzaken.

In welk opzicht verschilt uw boek van het boek van Jan Leyers, De Weg naar Mekka?
‘Ik heb noch het boek ‘De Weg naar Mekka’ gelezen noch de televisiereeks gezien, op één aflevering na. Toen ik de aflevering over Syrië bekeek, stelde ik vast dat Jan Leyers er ondersteboven van was dat professor Mohammad Al Habash vertelde dat er ook een moderne interpretatie van de islam bestond. Hij vroeg zich af hoe zoiets in Syrië mogelijk was, een land behorend tot ‘de as van het kwaad’. Al was ik op dat moment zelf nog niet in Syrië geweest, ik wist onmiddellijk dat dit onzin was. Syrië is namelijk officieel een seculier land. We denken dat mensen in het Midden-Oosten in een statische, oerconservatieve samenleving leven, een samenleving die wij vanuit de Islam willen verklaren’.

Jan Leyers ging op zoek naar de Islam, waar ging u naar opzoek? 
‘Er is één groot verschil tussen mijn boek en dat van Jan Leyers: hij ging op zoek naar de islam als uitleg voor wat er in de wereld en in het Midden-Oosten gebeurt. Ik koos ervoor om tussen de mensen te staan, te luisteren naar wat ze zeggen, te ervaren hoe ze denken en leven. Ik ben niet met het idee vertrokken om de islam te begrijpen. Als je vanuit een religieuze invalshoek vertrekt, moet je ook niet verschieten dat je religieuze antwoorden krijgt.

De reacties op uw weblog zijn verdeeld. Naast heel positieve reacties, lees ik ook een aantal boze reacties. Hoe komt dat?
‘Negatieve, soms ook boze reacties op wat ik schrijf, komen vaak van mensen die heel slecht geïnformeerd zijn. Op een bepaald moment schreef een lezer op mijn weblog: ‘Schrijf iets over de situatie van de Koerden in Syrië, dan besef je hoe groot de impact van de Islam is op bepaalde bevolkingsgroepen’. Dat is grote onzin, want 90% van de Koerden zijn Soennitische moslims. Maar neen, dat moet en zal een religieus probleem zijn en islam heeft er iets mee te maken, denken ze. Iemand beweerde dat er vanaf de 7de eeuw in het Midden-Oosten geen kerken meer gebouwd werden. Terwijl ik deze reactie op mijn weblog las, logeerde ik in een hotel met zicht op een 20ste eeuwse kerk in Amman, in Jordanië. Uit desinformatie en vooringenomenheid sleuren mensen zaken bij elkaar die niets met elkaar te maken hebben. Maar over het algemeen vallen de reacties heel goed mee’.

Welke informaties en kennis van zaken missen we dan?  
‘Ik werk zelf 15 jaar als buitenlandcorrespondent bij de krant De Standaard en ik heb over de hele wereld gereisd. Bovendien geven de media, na de gebeurtenissen van 9/11, regelmatig bericht over de Arabieren en het Midden-Oosten. Maar toen ik door het Midden-Oosten reisde, besefte ik pas hoe weinig ik erover wist. Als een professionele buitenlandcorrespondent zo weinig erover weet, hoe erg moet het wel niet gesteld zijn met de massa, vroeg ik me af. Wij denken dat we internationaal zijn, maar in het echt denken en handelen we provinciaals. Ik was verbaasd hoe weinig jonge Belgen, en zelfs Nederlanders, beslissen om in het buitenland te werken, te studeren en stage te doen’.

De Islamitische samenlevingen zijn ontmenselijkt
‘Als je ziet hoe bij ons het debat wordt gevoerd over de Arabieren, de moslims en de Islamitische samenleving, dan stel je helaas vast dat er een ontmenselijking is gebeurd. We beschouwen de Arabieren en de moslims blijkbaar niet meer als gewone mensen. Een Arabier is een oerconservatief en gewelddadig mens geworden. Ik stond perplex toen een vrouw uit de VS aan een Syriër vroeg of hij een grootmoeder had. Heeft niet iedereen een grootmoeder, vroeg ik me af. Dat is het niveau waarop je een gesprek moet beginnen en zeggen: ‘Ja, ook Arabieren hebben grootmoeders, familie en kinderen die ze ook graag zien’. Als het van onze kennis afhangt, leven er in het Midden-Oosten, op zelfmoordterroristen na, geen mensen’.

Grote diversiteit en dynamische samenlevingen
‘Tijdens mijn reis in het Midden-Oosten heb ik een grote diversiteit vastgesteld binnen en tussen de landen. De etnische en interreligieuze verschillen zijn enorm, en de samenlevingen zijn daar erg dynamisch. Er zijn evoluties die zelfs helemaal niets daarmee te maken hebben. Niet alleen de geopolitieke situatie beïnvloedt de samenlevingen daar maar ook de jongeren, die in hun numerieke hoeveelheid de maatschappij sterk beïnvloeden. Wij hebben de neiging om onze eigen situatie te verabsoluteren en te zeggen hoe moeilijk dat alles in België is. Alleen weten we niet hoe ingewikkeld het in andere landen wel is. Ook in het Midden-Oosten heb je vluchtelingen en interne tegenstellingen tussen verschillende bevolkingsgroepen’.
Complexe samenlevingen
'In Jordanië bestaat ongeveer 60%, van de bevolking uit Palestijnse vluchtelingen. De verhouding tussen deze mensen en de ’autochtone’ Jordaanse bevolking, de bedoeïenen, is nogal complex. De huidige kieswet in Jordanië is bijvoorbeeld een resultaat van de grote aanwezigheid van de Jordaanse Palestijnen in de steden. Dat heeft ervoor gezorgd dat de steden, hoewel dichter bevolkt, minder vertegenwoordigd zijn in het parlement dan het platteland. Een simpel politiek aspect is dus het resultaat van een bredere historische achtergrond, maar ook van de interne tegenstellingen tussen de Jordaanse Palestijnen en de Jordaniërs. Het feit dat de Jordaanse Palestijnen religieus conservatiever zijn dan de Jordaniërs heeft te maken met het Israëlisch-Palestijns conflict. Vanaf de jaren negentig begon de islam, voor de Palestijnen meer dan voor andere Arabieren, een oplossing te lijken voor hun problemen met Israël. Dat is wat er gebeurt in conflictsituaties: mensen worden radicaler’.

We hebben toch voldoende informatiekanalen. Waarom weten we dan zo weinig over de samenlevingen in het Midden-Oosten?
‘Dit is heel moeilijk te verklaren. Het begint allemaal bij ons onderwijs. We groeien op met het beeld dat we democraten zijn en dat we de idealen van de Verlichting hebben. We zijn dus opgesloten in ons cocon van ‘wij zijn goed en de andere is slecht’. Dat zorgt ervoor dat je weinig interesse hebt om die andere te begrijpen. Integendeel, je verwacht dat de andere zich aan jou spiegelt. Via ons geschiedenisonderwijs krijgen we het beeld dat wij het model zijn en verwachten we van de anderen dat ze zich aan ons model aanpassen. Ik herinner me dat er weinig kritische vragen werden gesteld toen we op school over de kruistochten en zelfs over de kolonisatie leerden. We zijn nogal goed in het goedpraten van ons eigen verleden omdat we nu het model zijn. Als democraten vegen we de spons over ons eigen verleden’.

‘Slechte’ Arabieren en ‘goede’ Christelijke ridders
‘De laatste tijd ben ik ook meer geneigd om de oorzaken in het verleden te zoeken. Het beeld dat vaak vanuit de kerk werd gestuurd was dat de dappere kruisvaarders campagne voerden tegen de slechte Arabieren,. Aangezien de Arabieren de vijand waren, werd ook hun religie als slecht afgeschilderd. We hebben een romantisch beeld van de kruistochten. Nochtans tonen talrijke historische werken aan dat de kruistochten veel ingewikkelder zijn dan dat een groep Christelijke ridders de mishandelde pelgrims in Jeruzalem gingen redden. Ik heb Amin Maalouf [een Libanese Christen die de kruistochten vanuit het oogpunt van de Arabieren beschrijft, ndvr] moeten lezen om me voor de eerste keer de vraag te stellen wat de mensen daar van de kruistochten vonden. Het boek van Maalouf is al sinds 1983 uit en toch heb ik het nu pas gelezen’.

Kritisch kijken naar ons verleden
‘Dan heb je de kolonisatie van de 19de eeuw, wanneer de Fransen en de Engelsen het Midden-Oosten onderling wilden verdelen en België in contact kwam met gearabiseerde Congolezen. We moesten alles, zelfs de goede dingen, slecht voorstellen. Anders hadden we geen reden om het daar over te nemen. Het eerste kritisch, maar beperkt, onderzoek over Congo dateert uit de jaren tachtig. Pas de laatste vijf jaar begint het kritisch denken over ons koloniale verleden via de media, onder meer nu ook met ‘Congo’ van David Van Reybrouck, naar de grote massa door te sijpelen’.

Schuldgevoelens
‘De volgende belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis is de stichting van Israël. We hebben vaak de lijn gevolgd ‘Israël is goed’. Waarom? Omdat we zelf de joden zo hebben mishandeld. Deze schuldgevoelens zijn een rem op elke vorm van kritiek op Israël. Bovendien zijn de Israëli voor ons herkenbaarder dan de Arabieren. Ik heb zelfs het vermoeden dat de Nederlanders iets meer schuldgevoel hebben dan de Belgen. Denk maar aan Anne Frank. Dat zou hun strakke pro-Israëlische houding, in vergelijking met België, een stuk verklaren’.

Vooringenomenheid en luiheid
‘Ook vooringenomenheid en luiheid speelt een rol. Ik begrijp ook niet waarom niet meer journalisten op een fatsoenlijke manier over het Midden-Oosten hebben geschreven. Er wordt veel gefocust op de grote politieke problemen zoals de conflicten in Irak, het kernwapendispuut met Iran, het Palestijns-Israëlisch probleem en dergelijke meer. Maar we doen niet echt ons best om de samenlevingen daar te begrijpen’.

Beeldvorming via de media
‘Ik heb zelfs op mijn eigen krant meegemaakt hoe bevooroordeeld we zijn. Naar aanleiding van de opening van de eerste Louis-Vuitton-winkel in Beiroet schreef ik een artikel over hoe flamboyant Beiroet opnieuw is geworden. De dag erna merk ik dat er een foto bij mijn artikel is geplaatst waarop twee gesluierde vrouwen, met een nikaab aan, voor een dure winkel staan. Waarom kiest men voor zo’n foto en niet voor Libanese vrouwen in volle glorie? Als het over het Midden-Oosten gaat, moet het precies over nikaab en hoofddoeken gaan. Niet dat onze fotoredactie van slechte wil is. Neen! Maar als er geen hoofddoek op staat, is dat voor ons niet herkenbaar. Toch had mijn verhaal helemaal niets met hoofddoeken te maken, in tegendeel. Een andere voorbeeld is ‘de Palestijnen die altijd met stenen gooien’. Minstens 90% van de foto’s die geplaatst worden bij de verhalen over het conflict tussen Israël en Palestina, beelden Palestijnen als stenenwerpers af. Zelfs wanneer de Palestijnen uit hun huis worden gezet zie ik ernaast, zelfs in internationale kranten, een foto waarop de Palestijnen met stenen gooien. Dat beeld past niet bij de inhoud noch dekt het de lading van het artikel. Dat gebeurt niet altijd met kwaad opzet, maar als we aan Palestijnen denken, denken we ook aan stenen. Voor de cover van mijn boek heb ik wel bewust een gesluierde vrouw in een lingeriewinkel uitgekozen. Juist omdat ik wilde choqueren. Dat is een combinatie die bij ons niet opkomt’.


Wordt dan onze beeldvorming gestuurd door de belangengroepen en de VS? Wij zijn toch verondersteld kritisch te zijn.
‘Neen, dat denk ik niet. Je kunt moeilijk beweren dat er één of andere organisatie verantwoordelijk is voor het beeld dat we van het Midden-Oosten hebben. De VS was zelfs tot in de jaren 70 veel kritischer ten opzichte van Israël dan Europa. Dit enge beeld is een combinatie van verschillende historische gebeurtenissen die teruggaan tot de Kruistochten. Anderzijds hebben de kapingen van vliegtuigen, gebeurtenissen van 9/11, Al Qaida en Taliban-regime niet veel goed gedaan aan het imago van het Midden-Oosten. Bovendien willen we graag de verhalen zien die ons beeld bevestigen’.

Op zoek naar zelfbevestiging
‘Het is ook zo dat de media de verhalen die ze zelf willen zien, verkiezen boven de werkelijke verhalen. Er is tegenwoordig veel aandacht, onder meer vanuit de Amerikaanse New York Times en The Christian Science Monitor, voor de alternatieve poëzieavonden in Damascus. De journalisten willen aan deze poëzieavonden kost wat kost een underground imago geven en zien dat als een activiteit die het Syrische regime bekritiseert. Ik ben er zelf een aantal keren naartoe geweest maar er was niets underground aan deze bijeenkomsten. Zelfs de Syrische veiligheidsdiensten zijn daar aanwezig. Het is waar dat men op een dergelijke avond meer kritische mensen bij elkaar vindt. Zo’n avond vertelt wel iets over de samenleving zelf die verandert. Tien jaar geleden waren zulke avonden onmogelijk. Maar die mensen komen niet speciaal samen om oppositie te voeren tegen het Syrische regime en/of dit omver te werpen. Dat is hoe de Amerikanen Syrië willen zien, een land dat Anti-Amerikaans is. Maar de Syrische bevolking zou dat niet accepteren. Als morgen Israël de bezette Golan aan Syrië teruggeeft, zal het Syrische bondgenootschap met Hezbollah en Iran geen lang leven beschoren zijn. Het is net als wanneer een aantal buitenlandse journalisten naar België komen die willen schrijven dat dit land gaat splitsen. Ze zullen altijd wel 10 nationalistische kwieten vinden die dit verhaal zullen bevestigen’.

Terug veldjournalistiek
‘Er is een algemeen probleem met de buitenland-verslaggeving. Er lopen te weinig journalisten rond in het Midden-Oosten. Dat komt deels door de algemene besparingen in alle media. Soms erger ik me aan sommige journalisten die vanuit de redactiebureaus grote meningen over Islam en moslims verkondigen terwijl ze nooit eens de moeite hebben gedaan om een grondige uitstap naar het Midden-Oosten of een Islamitisch land te ondernemen. Als journalist mag je straffe conclusies trekken zolang ze voortkomen uit de feiten. Als een ervaren fotojournalist als Bruno Stevens, na 10 jaar fotografie in Palestijns-Israëlische gebieden, besluit dat de Israëlische staat racistisch is, is dat een straffe conclusie maar ze is tenminste gestoeld op zijn eigen verzameling van feiten. Als buitenlandcorrespondent heb ik ervoor gekozen om te velde te gaan. Sinds dit jaar bericht ik vanuit Damascus over het Midden-Oosten in plaats van op mijn redactiebureau in Brussel. Op het veld krijg ik veel respect en word door de mensen met open armen ontvangen. Omdat ik tenminste de moeite doe om de zaken van dichtbij te bekijken en me interesseer voor wat ze te vertellen hebben. Via grote en kleine verhalen probeer ik de lezer duidelijk te maken dat er in het Midden-Oosten wel degelijk samenlevingen zijn, die veel complexer zijn dan we ons willen voorstellen. Het zijn de kleine verhalen die voor nuances zorgen’.

*****

Boek: Arabische dageraad 
Recensie: Arabische dageraad    

http://www.kifkif.be/cult/arabische-dageraad-een-reis-tussen-glamour-en-fatwa