Boekrecensie: De ondergrondse spoorweg (Colson Whitehead)

10-11-2017 | Hanne Van Regemortel

Het boek begint als een realistisch en traditioneel relaas over slavernij, maar verandert gaandeweg in een magisch realisme waarbij de auteur de grenzen van ruimte en tijd opzoekt.

De ondergrondse spoorweg is de zesde roman van de Afro-Amerikaanse schrijver Colson Whitehead. Het boek vertelt het verhaal van Cora, een jonge slavin op een plantage in Georgia. Samen met de slaaf Caesar treedt ze in de voetsporen van haar moeder, die haar op elfjarige leeftijd achterliet, op zoek naar vrijheid. Achternagezeten door premiejager Ridgeway beginnen beiden aan hun eigen reis naar vrijheid via de ondergrondse spoorweg. Deze ‘spoorweg’ was in feite een clandestien netwerk van abolitionisten die ontsnapte slaven via smokkelroutes hielpen om het vrije Noorden te bereiken. Ondergronds heeft een dubbele betekenis hier. Enerzijds betekent het geheim, waarbij de auteur verwijst naar het illegale netwerk van activisten die ontsnapte slaven hielpen. Anderzijds betekent het onzichtbaar, één van de zwartste pagina’s uit de Amerikaanse geschiedenis die nog al te vaak onderbelicht blijft.

Whitehead stelt het netwerk in zijn boek voor als een echte ondergrondse spoorweg die doorheen alle staten van Amerika loopt terwijl het in de realiteit om een verzameling smokkelroutes ging. Het boek begint als een realistisch en traditioneel relaas over slavernij, maar verandert gaandeweg in een magisch realisme waarbij de auteur de grenzen van ruimte en tijd opzoekt. Feit en fictie worden met elkaar verweven en verwijzingen naar historische en hedendaagse feiten worden knap verwerkt tot één geheel. Zo wordt het probleem van de toenemende spanningen tussen blank en zwart weergegeven aan de hand van ethnic profiling. Het hebben van een zwarte huidskleur is voldoende om aangehouden te worden. Ten tijde van de slavernij kon elke zwarte tegengehouden worden met de vraag om zijn papieren te tonen. Deed hij dit niet dan werd hij opgesloten, geslagen en teruggebracht naar zijn meester. In de huidige maatschappij hebben zwarten nog steeds een veel hogere kans om tegengehouden en zelfs vermoord te worden bij routinecontroles, denk maar aan Black Lives Matter.

In elke staat die Cora aandoet op haar zoektocht naar vrijheid wordt een ander en vaak grimmiger gelaat van Amerika getoond. De eerste halte is South Carolina waar de overheid voormalige slaven als eigendom bezit, maar hen tewerkstelt en voorziet van onderdak en gezondheidszorg. In South Carolina gaat Cora werken in een museum waar het haar taak is om het leven van slaven zo waarheidsgetrouw na te spelen in verschillende settings zodat bezoekers zich een beeld kunnen vormen van de rest van de wereld. Een zwarte vrouw die opgesloten wordt achterglas en het leven in een dorp in Afrika moet naspelen; de parallellen met de Zoo Humains of menselijke dierentuinen die het Westen van de 19e tot de 21e eeuw tentoonstelde zijn treffend.

Al gauw ontdekt Cora dat South Carolina nog meer sinistere kanten heeft. Zo blijkt de gratis gezondheidszorg slechts een dekmantel te zijn voor een plan van de overheid om zwarte vrouwen te steriliseren zonder hun medeweten, een verwijzing naar de ideologie van eugenetica of rasverbetering waarvan het nazisme het bekendste voorbeeld is. Zwarte mannen worden gebruikt in een experiment om de verspreiding van syfilis te onderzoeken. Een verwijzing naar de Tusgekee syfilis experimenten die de Amerikaanse overheid tussen 1932 en 1972 in Alabama uitvoerde. De Amerikanen beloofden een testgroep van 600 zwarte mannen uit lagere sociale klassen gratis gezondheidszorg in ruil voor hun medewerking aan het experiment dat 6 maanden zou duren. De deelnemers werden nooit ingelicht dat het experiment als doel had om de verspreiding van syfilis te onderzoeken, noch wisten ze wanneer ze aan de ziekte leden. Geen enkele van de proefpersonen werd behandeld voor syfilis, ook niet nadat ontdekt werd dat penicilline een doeltreffend geneesmiddel was tegen de ziekte. Het experiment leidde tot grote sterfte en problemen binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Ook al speelt het verhaal in het boek zich af in 1850, toch worden deze feiten moeiteloos op een realistische manier in het verhaal opgenomen.

Na haar vlucht uit South Carolina belandt Cora in North Carolina. Waar South Carolina als een paternalistische staat wordt voorgesteld die welwillend slaven tewerkstelt, is North Carolina de weerspiegeling van white supremacy. De enige zwarten die te vinden zijn in deze staat, zijn opgehangen aan een boom op de zogenaamde Freedom Trail, een pad zonder begin of einde. Een echte Freedom Trail heeft nooit bestaan, maar aan de talloze lynchpartijen op zwarten leek nooit een einde te komen in de tijd van de slavernij. Cora belandt op de zolder van de verantwoordelijke voor de ondergrondse spoorweg in North Carolina. Maandenlang verschuilt ze zich daar tot ze uiteindelijk verraden wordt; de gelijkenissen met Anne Frank zijn treffend. Ze wordt gevangen genomen door premiejager Ridgeway, die haar terug wil brengen naar de plantage in Georgia. Eerst moet hij echter een andere slaaf terugbrengen naar zijn eigenaar in Tennessee. In Tennessee ontsnapt Cora met behulp van een aantal ex-slaven die haar naar een boerderij in Indiana brengen waar vrije zwarten en weggelopen slaven samenleven. Een aantal maanden verloopt het leven van Cora rustig en lijkt alles erop dat ze eindelijk haar vrijheid gevonden heeft. Totdat een aantal vrije zwarten bang zijn om in de problemen te raken door de aanwezigheid van ontsnapte slaven op de boerderij en premiejagers op de hoogte stellen van hun aanwezigheid. Cora wordt opnieuw gevangengenomen door Ridgeway die haar – vastberaden een einde aan het clandestiene netwerk te maken – opdraagt hem naar het dichtstbijzijnde station van de ondergrondse spoorweg te brengen. Of Cora uiteindelijk de vrijheid vindt waarnaar ze op zoek is, en of het gezicht van die vrijheid een vriendelijker gelaat heeft dan diegene die ze op haar tocht is tegengekomen, laat ik aan de lezer om te ontdekken.

Hoewel Whitehead nergens in zijn boek verwijst naar de hedendaagse situatie in de Verenigde Staten, blijkt deze toch nooit veraf te zijn. Het boek speelt zich af in 1850, maar tijdens het lezen bekruipt je vaak het gevoel dat de situatie voor zwarten wel heel herkenbaar is en dat er in 150 jaar nog maar bitter weinig vooruitgang is gemaakt. Wil de auteur ons hiermee het huidige, grimmige gelaat van Afro-Amerikaanse vrijheid tonen? 

 

De ondergrondse spoorweg verscheen bij uitgeverij Atlas Contact.
Op 7 december 2017 stelt Colson Whitehead zijn boek voor in boekhandel Paard van Troje.

http://www.kifkif.be/cult/boekrecensie-de-ondergrondse-spoorweg-colson-whitehead