Ceci n’est pas du cirque! Een interview met Hedi Thabet over het leven, zijn werk en de Tunesische revolutie

01-06-2011 | Joachim Ben Yakoub

"Ik vind mijn neef, die gelooft en gaat bidden, minder dogmatisch dan rigide leken die zeggen dat God niet bestaat"

Hedi Thabet is geen onbekende meer na zijn tournee met het stuk 'Ali', een duo met Mathruin Bolze van de compagnie 'Les mains, les pieds et la tête aussi’. Niettemin is Hedi geen artiest, ook geen regisseur. Hedi is geen danser, noch jongleur of acrobaat. Hedi is gewoonweg Hedi. Zoon van Lisbeth en Lotfi en iemand die altijd nee antwoord op mijn vragen. Niet dat hij een tegendraads iemand is, maar wel iemand die steeds zoekt naar het juiste antwoord, om op een radicale en eerlijke manier te verduidelijken, om tot de essentie van de zaak, zijn werk en zijn verhaal te komen.


JBY: U bent opgegroeid met acrobatie en jonglerie ? Uw ouders, Lotfi en Lisbeth Thabet hebben een circusschool in Brussel opgericht 'L'école sans filet'?

HT: Nee, zij hebben deze school niet opgericht. 'L'école sans filet' is de school waar ik met circus ben gestart toen ik klein was. Mijn moeder werkte toen in het ziekenhuis van Elsene. Mijn vader volgde filmschool aan het Insas instituut. Ik speelde voetbal en deed aan atletiek, maar verveelde mij rot. Ik heb aan ons moeder gevraagd of ik circus mocht doen en ik heb me zot geamuseerd. Op slag is mijn broer ook mee beginnen doen. Ik zat er volledig in. Ik versleet mijn dagen in de circusschool. Ik ging van school rechtstreeks naar daar en kwam pas tegen tien uur 's avonds terug thuis. Mijn moeder volgde mij van dichtbij. Op een bepaald moment werd ‘L’école sans filet’ verplicht om te verhuizen. Ze vonden een verlaten gebouw dicht bij Flagey, een oud weeshuis. Mijn moeder stelde voor om voor de plek te zorgen en beetje bij beetje hebben wij er ook onze woonst van gemaakt. Ik ben dus in de circusschool opgegroeid tot mijn twintigste. Ik was 24/24 daar en zette de boel op steltes. Het was een bijzondere weg, maar dat is altijd zo geweest in mijn familie.

Het circus was mijn leven. De vraag om het beroepshalve te beoefenen werd zelfs gesteld. Ik wou naar de essentie gaan van hetgeen waar ik van hou, maar zelfs toen waren er demagogen in het milieu. Ik heb wel altijd een zekere helderheid kunnen behouden tegenover mezelf. Creatie moet vrij zijn, wat dit ook met zich meebrengt. Je mag in je werk geen toegevingen doen. Ik bevond mij relatief snel in conflict tegenover structuren en instituties. Ik wou er niets meer mee te maken hebben. Ik heb heel mijn kindertijd, mijn adolescentie en mijn jeugd in het circus doorgebracht. Ik heb deze institutie dus zelfs mee gevoed, zonder mij vragen te stellen.

Ik geloof niet in instituties en ik heb mij ver weg gehouden van het circusmilieu. Kijk bijvoorbeeld naar ‘Ali’. Aangezien ik jongleur ben, en mijn maat, Mathurin Bolze, circusacrobaat, zou hetgeen wat we doen ‘cirque nouveau’ zijn. Dat is toch absurd? Ik heb het circus voor 15 jaar verlaten en ik kom nu bij mensen terecht die zeggen dat hetgeen wat ik doe circus is. Terwijl ik heel goed geplaatst ben om te weten dat ik geen circus op scène breng. Mensen hebben berusting nodig. Mensen hebben de nood om zaken te kaderen.

JBY: “Waar kom je vandaan?” “Kom je van het circus?” Het is bijna zoals vragen naar je origine.

HT: Precies! Op een dag, na het spelen van het stuk ‘Ali’ in Frankrijk, komt er een theaterdirecteur mij feliciteren en zegt: “Wat jullie doen is politiek!”. Ik denk twee seconden na: “Wat zegt die gast nu? Is het ‘politiek’ omdat het Ali heent en Ali een Arabische naam is?”. We zitten zodanig in een malaise, dat het hebben van een Arabische naam een politieke daad is geworden. We hadden het stuk evengoed ‘Jean-Pierre’ kunnen noemen! Mijn broer, is mijn broer, punt andere lijn! Mensen hebben nood aan definities, anders zijn ze verloren. Dit is voor mij een manier om te zien dat mensen elkaar niet kennen. Hoe meer mensen elkaar niet kennen, hoe meer zij identiteiten claimen op basis van stommiteiten.

JBY: Uw broer Ali speelt niet mee in het stuk ‘Ali’?

HT: Nee, in het begin waren we met drie, maar op een gegeven moment eindigde ik met Mathurin voor een gedeelte van het stuk. Ik wou niet doorgaan zonder mijn broer, maar mijn broer vroeg mij om mijn mond te houden en verder te doen zonder hem! Hij heeft mij in een hoekje geduwd en ik heb voor een keer effectief mijn bakkes gehouden. Ali stelde mij gerust, we zouden later ons werk vervolgen en dat is hetgeen wat we nu aan het doen zijn. We krijgen hiervoor de steun van het théâtre de Suresnes in Parijs. Het is een stuk dat Ali, Soufiane Ben Youssef en ik al lang bezig houdt. Het is een stuk met drie dansers en 5 live Soefi zangers. Het stuk heet 'Rayahzone' en zal in maart 2012 in première gaan.

JBY: U speelde het stuk ‘Ali’ op het festival ‘Danser à Tunis’ in maart 2011 op het Mad’art theater in Carthago. De media spraken van een cadeau voor de Tunesische revolutie!

HT: Ah zo, dat had ik nog niet gehoord…dat is te veel van het goede! Voor mij is de revolutie het cadeau! Om terug naar daar te keren en te horen hoe alles gebeurde en de verrassing op zich dat is het cadeau! In een autoritaire samenleving heb je nooit verrassingen, het is dood…de langzame zelfmoord van alles. Met de revolutie is er tenminste verandering. Je kunt wel zeggen dat het erna zal mislopen of dat het er allemaal beter op zal worden, maar nu is het tenminste levend!

Het is toch een beetje gek dat dit moest gebeuren tijdens de opnames van ‘Rayahzone’. Het stuk spreek namelijk van zaken die sterk verankerd zijn in de Tunesische samenleving. Zoals Soefi gezangen die spreken van belangrijke zaken die men aan het vergeten is, zoals ruïnes, de kwaliteiten van een archaïsche samenleving, van een vergeten land. Ons bezoek aan Tunesië met een Europeaan, verbeeld de relatie tussen geloof en ongeloof en het evenwicht tussen beide. Ik ben niet-gelovig, maar ik kan mij volledig laten gaan in de gezangen, ik heb het ook heel mijn leven gedaan met mij familie. Ik vind mijn neef, die gelooft en gaat bidden minder, dogmatisch dan rigide leken die zeggen dat God niet bestaat. Deze verhouding brengt veel dubbelzinnigheid met zich mee, maar men mag er niets uit besluiten. Uiteindelijk is er veel nederigheid nodig om te zeggen dat geloven of niet geloven, niet de juiste vraag is. Men moet proberen te zien hoe men kan samenleven, met onze persoonlijke contradicties. Het is misschien wel een vulgaire samenvatting van het stuk, maar het enige dat ik wil zeggen is dat we op zoek zijn naar een evenwicht en dat om dit evenwicht te bereiken men veel vrijheid nodig heeft.

We waren dus in Tunesië voor de opnames van de Soefi gezangen en we wisten niet of er censuur zou zijn of de theater-gestapo zou komen zeggen: “Dit wel! Dit niet!”. Vroeger probeerden we het niet eens te doen. Nu dat er geen officiële censuur meer is, gaan we het doen en we zien wel wat er gebeurd!

JBY: Fadhel Jaïbi, een Tunesische theater regisseur heeft bezoek gekregen van de “theater-gestapo” voor zijn laatste stuk ‘Amnesie’. Zij hebben er ongeveer 270 passages uitgeknipt!

HT: Het Tunesische systeem is onvoorstelbaar! Het is een vraag die ik mij echt stelde met betrekking tot een tekst die we willen voordragen, een vulgaire poëzie waar men heel de Tunesische samenleving beledigd. Het is een gedicht van een anonieme Tunesische anarchist uit de jaren dertig. Hij heeft kritiek op heel de samenleving: op de beenhouwer, de imam, de rabbijn, de kolonisten,…Hij zet ze allemaal te kakken: “De soldaten, de flikken, de dieven, de beenhouwer met zijn schapenvlees. Loop allemaal naar de maan! Wat we op school leren is gezeik! Of je nu een geleerde of analfabeet bent, het kan mij geen reet schelen!”. Hij breekt alles af, uiteindelijk legt hij uit: “Als je bij mij komt en je forceert mij op de een of andere manier, dan kunt ge de boom in! Maar als je naar mij komt in vriendschap en broederschap, zal ik uw onvoorwaardelijke dienaar zijn.” Hij voegt er nog aan toe: “Het is mijn karakter, het is zo. God heeft mij naakt op de wereld gebracht zonder schaamte. Ik ben vrij en ga liever met geheven hoofd naar de hel dan als slaaf te moeten leven in de hemel!”. Het is een tekst die de Tunesische samenleving heel hard gechoqueerd heeft, maar het is vooraal heel heel grappig.

JBY: Waar waart u op 14 januari?

HT: Ik was in Brussel, ik heb de revolutie in café de ‘Archiduc’ gevierd. Normaal gezien drink ik geen alcohol, maar ik heb die dag wodka gedronken. Met mijn vrienden en mijn neef. Ik heb mijn vrienden en de familie opgebeld. Ik ben op straat gekomen met mijn gedachte volledig in Tunesië.

Ik leef niet in Tunesië maar ik voel haar wel. Wanneer het ontplofte in Sidi Bouzid en ze de portretten van Ben Ali vernielden, dacht ik wel dat het erg zou zijn, dat het stonk. We hadden geen enkele zekerheid, we wisten niet welke kant het zou opgaan. Het was allemaal heel onzeker maar ook mooi tegelijkertijd. Ik was hier maar ik heb me nog nooit zo weinig op mijn plaats gevoeld als toen. Ik voelde mij volledig geledigd tot op de dag dat mijn broer mij opbelde om mij te zeggen dat hij weg was. Het was zoals tegen een kind zeggen: “Er zijn geen spoken meer in huis”.

Het was compleet geschift! Ik ging naar buiten en wandelde opgelucht en alleen. Opgelucht dat ik kon ademen op iets dat voordien zo in mijn hoofd ingepakt zat. Ik zag mijn tijdgenoten, mijn buren uit de stad met hun alledaags bakkes alsof het hen niets kon schelen. Ik stap verder en kom terecht op het Fernand Cocq plein waar er uit een appartement het Tunesische volkslied weergalmde. De mensen hadden het niet door. Ik was dus helemaal alleen de hymne aan het beluisteren. Het volkslied kan mij geen klote schelen maar het heeft mij wel ontroerd. Het was een bijzondere dag. Ik heb wat er zich in Tunesië afspeelde uur per uur gevolgd.

JBY: Bent u die dag ook bij Jetair gepasseerd om uw vliegtuigtiket te kopen?

HT: Neen, ik had mijn ticket al. En wat er ook gebeurde, ik zou daar zijn voor ‘Rayahzone’. We hebben een kleine discussie gehad met het theatre des Suresnes. Zij vroegen zich af of het wel verantwoord was om op dat moment naar Tunesië te gaan. Uiteraard was het verantwoord! Die vraag stelt zich toch niet?

Het was irreëel! Ik voelde dat alles veranderd was. Alleen al het gedrag van de politie, ze waren allemaal een beetje het noorden kwijt. Alsof ze een slag op hun hoofd hadden gekregen en al hun geloofwaardigheid verloren hadden. Alles wat de orde in een samenleving bewaart, de repressie met andere woorden, dat zijn mensen. Soms vergeet men dat. Men denkt dat de macht onbereikbaar is. Maar op slag veranderde dus de blik van de politieagenten. Zo herinner ik mij een politieagent die aan een meisje vroeg om achter de hekken te gaan staan. Een zaak die vroeger logisch zou zijn. Maar nu, zij keek de politieagent aan en speelde met hem zonder zich te beroeren. Hij had geen enkele autoriteit meer.

De getuigenissen van de mensen daar zijn overweldigend. Als je te horen krijgt dat uw bakker 15 jaar in de bak heeft gezeten zonder proces en dat hij gefolterd is geweest. Dat hij van huis vertrokken was om voor zijn vrouw boodschappen te doen en dat ze hem gevangen hebben. Hij had toen een baby van 6 maanden. Hij zag haar pas terug toen ze 15 was. Er zijn dingen die je u niet kunt voorstellen. Het pijnlijke is, dat al die dingen in stilte gebeurden.

JBY: Zou het trauma van het algemene stilzwijgen in de samenleving geen gevaarlijke psychose met zich mee kunnen brengen nu dat het hek van de dam is?

HT: Het is inderdaad gevaarlijk, maar wat moeten we kiezen? Het gevaar van het zwijgen of het gevaar van het spreken? Men kan hier niet op antwoorden. Je moet die dingen kanaliseren. En dat het er allemaal maar uit komt! Dat is sowieso belangrijk. Nu zijn er tenminste mensen die nooit meer aan het systeem onderworpen zullen zijn, terwijl zij vroeger er enorm onder leden.

JBY: Hoe deze explosie van vrijheid kanaliseren?

HT: Dat zal tijd nemen. Het is gemakkelijker om een slecht systeem te vernietigen dan om iets nieuws op te bouwen. Het is allemaal heel onzeker. Maar onzekerheid is toch een gelukkig perspectief in vergelijking met de zekerheden van het vorige regime. We zullen stront over ons krijgen, maar er zullen vooral fantastische dingen uit voortkomen.

JBY: De Belgische Tunesiërs lijken mij over het algemeen optimistischer dan de mensen in Tunesië. Klopt dit?

HT: Nee, de mensen in Tunesië zijn misschien gewoon realistischer. Op dezelfde manier waren wij tijdens de dictatuur optimistischer om daar 15 dagen op vakantie te gaan, dan zij om daar te zijn en hun gasrekening te moeten betalen. Het is niet hetzelfde standpunt. Men moet hier veel nederigheid aan het daglicht stellen. Maar als de mensen mij zeggen dat het nu slecht gaat omdat de flikken ons nog steeds afranselen antwoord ik dat het effectief zo is dat de flikken nog steeds journalisten slaan, maar dat de journalisten er nu wel over op televisie praten. De minister heeft zich ook openlijk geëxcuseerd. Daarbovenop hebben de journalisten geantwoord dat de excuses hen geen klote konden schelen. Het is waar dat alles wat er gebeurd niet netjes is, maar probeer u dat eens voor te stellen zes maanden geleden? Dat bestond toen nog niet eens! Het is dus effectief rotzooi, maar rotzooi die we ons 6 maanden geleden niet hadden kunnen voorstellen.

Er is een fundamenteel verschil. Nu worden ze in elkaar geslagen, maar je ziet het op televisie, terwijl je er vroeger niets over hoorde. Het probleem is dat de revolutie zo onverwacht is gebeurd, dat de mensen stante pede een nieuwe samenleving willen. We zijn nu nog geen 6 maanden verwijderd van een radicale omwenteling. Maar toen ik daar ben geweest, heerste er geen chaos. Het was wel ingewikkeld, maar goed…De landen in Zuid-Amerika die hun politiek systeem radicaal veranderd hebben, die hebben dat toch ook niet op een twee drie gedaan? En de Arabieren die moeten dat in 30 seconden doen? Het is een dynamiek die tijd vraagt. Het is allemaal zo ingebed in de samenelving. Er zijn geconditioneerde relfexen. Zelf de flik, die weet dat hij niet meer mag kloppen, maar hij is het zo gewoon…Het zal tijd vragen.

JBY: Juist, Rome is ook niet in een dag gebouwd. Ik dank je hartelijk voor het aangename gesprek en hoop je terug te zien op 4 juni; een dag van solidariteit met de revolutie, in de Pianofabriek in Brussel!

 

 


 

http://www.kifkif.be/cult/ceci-n%E2%80%99est-pas-du-cirque-een-interview-met-hedi-thabet-over-het-leven-zijn-werk-en-de-tunesisch