De mens als grondstof voor de arbeidsmarkt

18-01-2017 | Orlando Verde

Gaan we er in 2017 nog écht van uit dat jongeren een beroep moeten leren beoefenen om dáár de rest van hun bestaan rond te bouwen? Is dat wat we hen willen leren, hoe beperkt hun wereld zal zijn?

Ik herlees toevallig een essay dat ik 24 jaar geleden voor het eerst las. Alegato de Europa (Europa’s betoog), van de Venezolaanse schrijver Mariano Picón Salas, een overtuigde verdediger van Europa (zelfs in 1946), zij het misschien vanuit een eurofiele bewondering en een mild inferioriteitscomplex. Alegato de Europa is nog altijd een van de mooiste teksten die ik ooit las, een vurig pleidooi voor cultuur, breed begrepen als kennis, als het denken. Cultuur, als antwoord op de brutaliteit die het continent net had verwoest, op de dreiging van de koude oorlog. Als antwoord op de afbraak die toen bezig was in de Verenigde Staten: het ontstaan van een cultuur van consumptie en behapbare samenvattingen, gekleurd door raciale ongelijkheid. “De waarde van cultuur ligt niet in alle mensen gelijk te maken in de alledaagse vulgariteit, maar hen echter naar schoonheid te doen verlangen” schreef hij en dat geldt nog altijd voor mij als een referentie.

Dat essay opende de cursus Literatuur 2 die deel uitmaakte van het brede eerste jaar aan de universiteit waar ik studeerde. Pas in ons tweede jaar konden we een opleiding kiezen maar hoewel het over ingenieursopleidingen ging, bestond 30% van alle programma’s toch uit humane wetenschappen. Mijn professor wilde ons attent maken op het belang van een breed scala aan onderwijs in ons leven. Weinig andere proffen en vakken zouden me op die manier kunnen inspireren. Altijd zal ik daar dankbaar voor blijven. Ik kwam van een gezin zonder grote culturele bagage, half heel arm, half lage middenklasse. Cultuur beperkte zich tot Cubaanse liederen, mindere tentoonstellingen en de pogingen tot volksverheffing op televisie. Mijn prof, zijn vak en Mariano Picón Salas redden me toen. Ze openden mijn wereld en maakten van mij een ambitieuzere mens.

Het is daarom dat ik droevig kijk naar de onlangs gefaalde onderwijshervorming en de grapjes die gemaakt worden over combinaties die voor sommigen absurd klinken. Wat is werkelijk het probleem met Wiskunde-Haartooi-Mechanica-Moderne talen-Latijn-Houtbewerking? Gaan we er echt van uit dat een houtbewerker of een kapper geen behoefte hebben aan wiskunde of aan kennis, in welke taal ook? Gaan we er in 2017 nog écht van uit dat jongeren een beroep moeten leren beoefenen om dáár de rest van hun bestaan rond te bouwen? Is dat wat we hen willen leren, hoe beperkt hun wereld zal zijn?

De binnenkant van een beroepsschool

De slachtoffers van deze gemiste kans vind je aan de onderkant van ons ‘watervalsysteem’, een perversiteit die sommigen denkbeeldig durven te verklaren maar ondertussen ongelijkheid blijft reproduceren. Het is in deze context dat Grands travaux, een film van Olivia Rochette en Gerard-Jan Claes getoond wordt in onze zalen. Geen betere moment dan vandaag, om te kijken naar de binnenkant van een beroepsschool, van het Instituut Anneessens-Funck, in hartje Brussel.

Wat we te zien krijgen is voor een groot deel passieloosheid. Verslagenheid. We zien vooral jonge migranten en maken kennis met hun kwetsbaarheid, hun voorbereiding op een arbeidsmarkt die hen waarschijnlijk ‘te zwak’ zal bestempelen. Ze leren de juiste antwoorden te geven, de codes, de etiquette. Hun ware interesses, daar krijgen ze geen opleiding voor. Niet eens lijken ze hulp te krijgen om te weten welke opties er zijn.

Ze voeren licht filosofische gesprekken over voetbal, diploma’s, meisjes en sociale zekerheid. De rest is een mysterie. Doen we genoeg om te begrijpen waar hun frustratie, hun gebrek aan interesse of hun onvoorzichtigheid vandaan komt of volstaat het om het allemaal te wijten aan hun culturele achtergrond of aan taalachterstand? Als we jongeren leren antwoorden wat er van hen verwacht wordt, hoe kunnen we ooit maar hopen dat ze iets anders gaan zeggen dan wat we willen horen? Zijn onze leerkrachten (allemaal!) in staat om zich te verplaatsen in de wereld van deze jongeren?

De ambitie van het onderwijs

Ergens gaat deze film tegen de verwachtingen in. Co-regisseur Gerard-Jan Claes zegt in een uitgebreid interview in sabzian.be dat Brusselse jongeren te vaak gereduceerd worden tot sensationalistische illustratie van geweld en armoede. Grands travaux is in dat opzicht verrijkend, omdat de film de valkuilen van onze media ontwijkt, maar spannende cinema is het ook niet. Het is echter een geduldige observatie dat soms in de buurt komt van videokunst.

Een onopvallende camera is nooit de bedoeling. De jongeren weten dat we meekijken en dat maakt hen soms onzeker. Ze houden hun lach in. Ze schamen zich soms een beetje. De grens tussen documentaire en fictie vervaagt in hun banale conversaties. De kotjes die ze bouwen als oefening voor hun toekomstig werk hebben iets van een studio - valse muren, onnatuurlijke belichting. Sommige conversaties werden meermaals uitgevoerd om ze als een klassieke shot-tegenshot te kunnen monteren. Ze leren zichzelf te verkopen in een gesimuleerd sollicitatiegesprek. Dat allemaal versterkt het gevoel dat ze een rolletje spelen. Zoals in The Land of the Enlightened (Pieter-Jan De Pue, 2016) maakt het spel deel uit van de realiteit, en omgekeerd.

Maar dat is alleszins vorm. Het ware drama speelt zich af onder het vel van jongeren die geen antwoord krijgen op hun ware vragen. Welk perspectief bieden we hen? Dat ze een huis gaan kunnen kopen? Is dat echt het beste dat we te bieden hebben? Is dat echt de ambitie van het onderwijs van een ontwikkeld land? Is dit beroep wat ze willen doen of is dit wat we hen willen zien doen? Verwachten we dan echt dat ze presteren, dat ze gemotiveerd uitkijken naar de toekomst?

“Egalitaire onzin”

De beledigende veronderstelling dat deze jongeren geen Latijn kunnen gebruiken is de veronderstelling dat ze niet zullen profiteren van de geschiedenis, de kunst en het denken. Dat ze louter grondstof zijn voor ons arbeidsmarkt, eerder dan mensen wiens gereedschapskist om van het leven te genieten over zo veel mogelijk instrumenten moet beschikken.

Terwijl sommigen een breed onderwijs gelijk stellen aan “egalitaire onzin”, aan “alle mensen gelijk maken in de alledaagse vulgariteit” zoals Picón Salas het zou verwoorden, gaat het echter over eerlijk streven naar het ultieme doel van het onderwijs, van cultuur: prikkelen, “naar schoonheid doen verlangen”. Is het niet de taak van het onderwijs onze jongeren op te leiden als kritische mensen, als burgers, meer dan als louter werkkracht?

Grands travaux laat ons jongeren zien die ook het product zijn van ons schitterend onderwijssysteem. Aan ons de beslissing om die structuur te herdenken of, zoals nu, in stand te houden.

Grands travaux, van Olivia Rochette en Gerard-Jan Claes. Vanaf 17.01 te zien in Cinéma Aventure (Brussel), Sphinx Cinema (Gent), Cinema ZED (Leuven) en Het Bos (Antwerpen). Meer info: http://claes-rochette.be/work_detail.php?work=grandstravaux

http://www.kifkif.be/cult/de-mens-als-grondstof-voor-de-arbeidsmarkt