Dode Hoek: politieke thriller in tijden van populisme

25-01-2017 | K.B.A.

De acteurs grijpen ons bij de keel vanaf het eerste moment en ze laten ons niet los, zelfs niet na de film.

De internationale première van Dode Hoek vond plaats op het Ramdam Festival 2017 te Doornik, een festival bedoeld om te storen, waar films en documentaires getoond worden om het maatschappelijk denken uit te dagen. Ramdam staat bekend voor zijn polemiek: le festival qui dérange werd al in 2015 bedreigd met een bomaanslag. Een bewuste keuze van regisseur Nabil Ben Yadir (Les Barons, La Marche) om daar zijn controversiële nieuwe film voor het eerst te vertonen? Een mogelijkheid, want een van de centrale thema's van de film is juist veiligheid.

Dode Hoek is een hedendaagse actiethriller waarin de hoofdcommissaris van de Antwerpse drugsbrigade, Jan Verbeeck (Peter van den Begin), de stap zet om net voor de verkiezingen lijsttrekker te worden van de extreem-rechtse VPV, de Vlaamse Partij voor Veiligheid, waar Jan Decleir de voorzitter van speelt. Zijn populistisch gedrag wordt toegejuicht door de bevolking en garandeert kijk- en verkoopcijfers voor de media. Zijn laatste avond als hoofdcommissaris krijgt hij een tip rond Ozgur, een drugsbaron die hij al jaren probeert te pakken. Natuurlijk wilt Verbeeck met deze fenomenale catch zijn carrière bij de ordediensten afsluiten, maar niets is wat het lijkt. In Verbeeck's dode hoek is een verankerd wortel wild gaan groeien. Met alle ogen van de media op hem gericht om zijn overgang te documenteren, raakt hij in een onverwachtse draaikolk zonder uitweg.

De rol van de media komt al vanaf de openingsscène centraal in beeld: de film begint in de coulissen van Woord tegen Woord, een tv-programma gepresenteerd door Gene Bervoets, waar hij Verbeeck te gast krijgt. De camera richt zich op de struise rug van de hoofdcommissaris van de Antwerpse drugsbrigade, die zich opmaakt voor hij het podium op moet. Naast hem staat zijn rechterhand Dries (Soufiane Chilah) en ook in beeld, collega Ruud (Bert Haelvoet). Na enkele humoristische opmerkingen in de schminkkamer, wordt een serieuze sfeer geschetst met een Peter Van den Begin zoals we die nog nooit gezien hebben. Hij neemt plaats in de gaststoel en de camera begint te draaien. Al snel raakt deze politiethriller de actualiteit aan: racisme, veiligheid, populisme. Je waant je in je eigen living, voor je beeldbuis, aan het kijken naar de zoveelste arrogante egotripper die alles zou doen om in het parlement te geraken.

De acteurs grijpen ons bij de keel vanaf het eerste moment en ze laten ons niet los, zelfs niet na de film. Geliefde Vlaamse acteurs kruipen in de rol van de überslechterikken. Ze zijn extreem haatdragend en houden zich niet aan de wet die ze vertegenwoordigen. Zoals het hoort, hebben we naast de bad cops ook de good cops, Leen (Ruth Becquaert), is de hoofdcommissaris die Jan opvolgt. Ze is van plan om schone kuis te houden, om het kaf van het koren te scheiden in de brigade. Ze staat lijnrecht tegenover Verbeeck. In haar waarden, normen en daden verafschuwt ze hem als geen ander. Ze walgt ervan dat hij minister zou kunnen worden en zal ook alles doen om hem tegen te houden.

Complexe personages

In deze controversiële film kruipen we in het vel van de degoutante Jan Verbeeck. Hij is een openlijke racist, een populist, hij houdt zich niet aan de regels van het boekje en heeft in heel zijn carrière zoveel mensen opgepakt dat hij zich heerser van de onderwereld voelt. Hij is the villain. Maar als toeschouwer zie je hoe zijn parcours ingewikkeld wordt en je ontdekt zijn kwetsbare kant. De film zit vol verrassingen, actie, drama, suspense en trakteert op tijd op een dosis sarcasme. Heel het verhaal staat zo dicht bij de werkelijkheid dat het wel echt lijkt. Het is geen zwart-wit portret, het is een film die zich verstikt in het grijs. Is het mogelijk om empathie te voelen voor zo'n donkere personages die we in het dagelijks leven liever niet als leiders van een maatschappij zien?

In deze film hebben we topacteurs bij elkaar die tot het uiterste gaan om hun rol vol overtuiging neer te zetten. Van den Begin, vooral bekend in komische rollen, is hier de anti-held. Hij krijgt een rol die hij volledig uitholt als acteur. Zijn donkere kanten verschijnen in een verbitterde racist, maar hij slaagt er toch in om zijn sympathieke kant in zijn personage te verwerken zodat we goesting krijgen om hem te volgen. Neem alles wat een dictator tot een dictator maakt, verplicht hem om zich te integreren in België volgens de normen van onze extreemrechtse verankerde troubadours, brush hem met het oranje populisme van Trump, trakteer hem nog op een fris gebrouwen pint en zo kom je tot een cocktail met merknaam Jan Verbeeck.

Dries, zijn rechterhand, is een agent van Marokkaanse origine die zijn eigen culturele achtergrond de rug heeft toegekeerd. Hij is jong gerekruteerd en gekneed door Verbeeck. Hij kijkt naar Verbeeck op en wil hem kost wat kost fier maken. Deze jonge politieman is ambitieus, loyaal, niet te stoppen en soms ook niet onder controle te houden. Chilah speelt zijn rol gemotiveerd en geloofwaardig. Dries intrigeert ons doorheen heel de film en laat ons zelfs na de film niet meer los. Je kan niet anders dan je af te vragen waarom iemand die zelf onderdrukt wordt opkijkt en het pad volgt van de meest walgelijke persoon in zijn omgeving. Dries wil zich integreren, wil deel uitmaken van de bende. Hij is tot alles in staat om zich te bewijzen en door zijn keuzes raakt hij geïsoleerd van zowel de mensen van de Marokkaanse cultuur als ook de uitgesproken racisten en de collega's die lijnrecht tegenover de ideeën van Verbeeck staan. Hij is een politieman die het ver kan schoppen en ook de nieuwe hoofdcommissaris wil hem duidelijk maken dat het nooit te laat is om de juiste weg te kiezen. Nu Verbeeck naar de politiek overstapt, verliest Dries zijn boegbeeld. We zien doorheen de film hoe de keuzes van Verbeeck de relatie met Dries beïnvloeden maar we maken ook een ontwikkeling mee doorheen de emoties van beide personages, een krachtig aspect van de film. 

Een merkwaardige regisseur

De film speelt zich af tussen Antwerpen en Charleroi en eindigt in Brussel. We hebben topacteurs van het noorden en het zuiden die zich verenigen om dit verhaal te vertellen. "Het wordt tijd dat we de taalbarrière overschrijden in de cinemawereld en ons land als één geheel omhelzen," zegt Nabil Ben Yadir. Ook Jan Decleir sluit zich hierbij aan en vindt dat we België opnieuw mogen definiëren. "We moeten onze Belgische films steunen, nieuwsgierig blijven, ons over de taalgrens verplaatsen om onze zalen vol te krijgen en onze steun te betuigen."

Uitzonderlijk camerawerk werd geleverd door Robrecht Heyvaert (Black, D’Ardennen) met een collage aan prachtige standpunten. De camera volgt de personages op een old school manier en bouwt de spanning erg op. Je wordt gewalst doorheen de film als in een dans zonder einde, de camera heeft echt alle mogelijke standpunten uitgepluisd. Het is een uitzonderlijke ode naar de grote klassiekers. Je voelt dat elk detail van de film keurig onderzocht is geweest. Het lijkt alsof de film in een oogwenk tot zijn einde komt en daaraan voel je het topwerk aan montage van beeld en geluid. 

Nabil Ben Yadir heeft een heel merkwaardig DIY parcours afgelegd en zijn werk rekent terecht op internationale bekendheid. Hij is een vernieuwende denker en lokt graag reacties uit door toch heel dicht in aanraking te blijven met alles wat hem nauw aan het hart ligt en dit keer is het hem nog eens gelukt om out of the box te kruipen en een poging te doen om ons Belgenlandje dichter bij elkaar te brengen.

Doorheen de films van de regisseur volgen we zijn groei, zijn ontwikkeling. In Les Barons zien we "l'antilope joyeuse", sprongetjes, die de jongens in hun witte baskets maken. Ze voelen zich verbonden, ze hebben eenzelfde filosofie, ze gaan op zoek naar hun individualiteit en ontketenen zich van elkaar, ze groeien. Met La Marche wisselt de regisseur de baskets in voor goede stapschoenen. Hier schetst men de ongelijkheid, het racisme, waargebeurde taferelen die bewust uit de geschiedenisboeken wegbleven. Mensen hebben samen een mars gehouden en in vrede een pelgrimstocht gehouden om gelijke rechten op te eisen. In Dode Hoek worden de stapschoenen ingeruild voor politielaarzen en blinkende schoenen van politici.

Nabil Ben Yadir is er in geslaagd om met zijn eerste film Les Barons, de erkenning van de persoonlijkheid van zijn hoofdpersonage te bereiken. Met zijn tweede film La Marche is hij op zoek gegaan naar de erkenning van zijn geschiedenis, van die van zijn roots. Met Dode Hoek, stelt hij de vraag naar erkenning van zijn land, zijn België. Hij daagt zichzelf uit, hij daagt iedereen rond hem uit en hij durft ook ons uit te dagen als toeschouwer en als Belgisch volkje. "Ik maak een film voor het publiek. Voor mij is het van belang dat ik een dialoog kan starten met mijn publiek", klonk hij op het Ramdam Festival in Doornik. Ook Jan Decleir zei in eigen woorden dat het tijd wordt voor een nieuwe definitie van België.

Oproep aan de kijker

Deze regisseur heeft gevochten om van zijn passie zijn beroep te maken. Hij zal zich niet aanpassen aan hokjes om er te geraken, maar hij zal vernieuwend creëren en zichzelf en iedereen rondom hem uitdagen om na te denken, om te vechten, om zich in te zetten en om tot het uiterste gaan. Zijn creaties staan ten dienste van zijn visie. Zijn creaties staan ten dienste van het publiek. Zijn onderwerpen zijn actueel. Zijn medewerkers op en rond zijn set zijn altijd zorgvuldig gekozen. Wat hem het meest interesseert is een herleving van de mensheid, niet een beleving van een geaccepteerde realiteit. Maar de uitdaging en het geloof dat ieder van ons zijn steentje kan bijdragen om onze wereld te veranderen. Met Dode Hoek is hij op zoek naar eenheid in ons versnipperd België. Ook dan werd het voor hem niet gemakkelijk om de juiste middelen te krijgen om zijn film te maken. "Het was nog makkelijker geweest om een Chinees gesproken film in België te draaien, dan een film die de taalgrens wilt doorbreken en een vertegenwoordiging is van zowel Vlaams- als Franstalig België," zegt Nabil. Maar l'union fait la force. Grote namen als Jan Decleir, Peter Van Den Begin, willen graag aan zijn zijde meewerken aan een nieuw Belgisch cinematografisch landschap.

Daarom is deze film ook een oproep naar de mensen voor en achter de schermen maar ook naar het publiek. Doe de moeite om te weten wat er in je land gebeurt, laat je niet tegenhouden door de taalgrens om onwetend te zijn over de artiesten aan de andere kant van het land, steun elkaar om hand in hand veel verder te geraken en innovatieve dingen te doen en laat je niet vangen door de verdeeldheid die het populistisch discours gebruikt om ons land te versnipperen zodat we elkaar met de vinger wijzen, maar werk samen. 

Ontstaat er dan niet automatisch een gevoel van veiligheid als we allen samen werken en ons land verenigd houden? Durven we nee zeggen tegen het heersende politieke populisme? Deze film doet je nazinderen en neemt je mee naar een brainstorm over veiligheid. Wie is nu eigenlijk de boeman? Van wie proberen we ons te beschermen?  Welk klimaat heerst er in België? Waar willen we naartoe? Wat gaan we eraan doen? Het zijn vragen die actueel zijn, die verontrustend zijn, vragen die de regisseur wakker houden en hem pessimistisch maken. Maar zijn pessimisme heeft ons als toeschouwer vermaakt in deze thriller gevormd door sappige intriges, met grandeur neergezette performances van onze topacteurs en esthetische verfijning van zowel beeld als geluid.

Dode Hoek is te zien vanaf 25.01.2017

 

 

 

Soufiane Chilah, een portret

Leeftijd: 25 / Beroep: Acteur / Geboortestad: Sint-Joost-Ten-Node / Hobby's: Voetballen en over het algemeen sporten / Passie: Verhalen vertellen

 

K.B.A.: Wanneer had je door dat je acteur zou worden?

Soufiane: Toen ik 19-20 was.

K.B.A.: Wat heb je ondernomen om dit te bereiken?

Soufiane: Ik heb meegedaan aan een voorstelling bij Union Suspect. En ik heb een opleiding gevolgd.

K.B.A.: Waar heb je gestudeerd?

Soufiane: RITS Brussel.

K.B.A.: Wat is je droom?

Soufiane: Mijn beroep is niet mijn droom. Acteren is mijn passie en een goede manier om mijn brood te verdienen. Ik heb geen professionele droom, mijn vak is een passie, dus ik doe het graag, echt wel. Ik heb egoïstische dromen, persoonlijke dromen die voor mij bedoeld zijn en dat is de wereld rond reizen, verschillende culturen ontdekken en verschillende mensen ontmoeten. En ik heb ook dromen die niet egoïstisch zijn waarbij ik hoop dat de mensen in de wereld veel meer verdraagzaam worden in de toekomst en zich meer focussen op wat we gemeen hebben en niet wat ons uit elkaar drijft. Dat is mijn droom. En dat zou wel fijn zijn en dat is voor mij niet in een film spelen of geld verdienen. 

K.B.A.: Denk je dat je met je bijdrage tot film ook die verandering kan creëren?

Soufiane: Ik denk niet dat ik in mijn eentje die verandering kan waarmaken. Dat denk ik niet. Maar als we elk een steentje bijdragen dan misschien wel. Maar in mijn ééntje, dat denk ik niet.

K.B.A.: Was het moeilijk om de rol van Dries te spelen in Dode Hoek?

Soufiane: Dries is een controversiële personage. Dries is het evenbeeld van de commissaris Jan Verbeeck dus hij heeft bepaalde overtuigingen. Hij verafschuwt zijn background en zijn Marokkaanse roots en hij zit in de overintegratie. En ik zie in Dries ook iemand die echt tot het uiterste wilt gaan en die wilt the war against drugs doen in Antwerpen net als zijn commissaris en daarom gaat hij ook tot het uiterste. Maar was het moeilijk om zo'n personage te spelen? Nee, dat was fijn. Het is een personage weg van de cliché's. Ik ben blij dat ik zo'n personage kan spelen. 

K.B.A: Speel je graag de slechterik?

Soufiane: Eigenlijk wel. Waarom? Omdat ik heel hard geloof in het feit dat slechteriken veel interessanter zijn dan goede personages. Een slechterik kan slecht zijn maar goede bedoelingen hebben. En een slechterik kan ook veranderen. Van goed naar kwaad of van kwaad naar goed. Terwijl een goeie personage die vind ik meestal saai.  En ook in het echte leven vind ik mensen die heel goed geboren zijn vrij saai. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door mensen die out of the box denken. Een jongen die in een dorp is geboren en die een heel goede opvoeding heeft gehad dat is iemand die in het algemeen in mijn ogen vrij saai is. Maar iemand die een beetje rebels is en die op zoek is naar zijn identiteit, die andere horizonnen gaat verkennen vind ik ook minder saai dan iemand die braaf is.  Ik speel heel graag slechteriken maar ik wil niet alleen maar slechteriken spelen.  Ik vind wel dat er in de personages van slechteriken veel meer kleur aanwezig is en dan kan je een slechterik ook vermenselijken en hem niet alleen een klootzak maken. Een slechterik is ook een mens en heeft ook gevoelens en heeft ook onzekerheden en daar zitten veel lagen in, veel meer dan in een goede personage. 

K.B.A: Hoe heb je je voorbereid op je rol?

Soufiane: Ik heb voornamelijk een grote fysieke voorbereiding gehad. Ik ben gevolgd geweest door een voedingsdeskundige en ik heb veel gesport, ondertussen ben ik nu droger maar ik ben 15 kg bijgekomen op 2,5 maanden. Dat was mijn grootste voorbereiding. Dat heeft mij heel hard beïnvloed want mijn ademhaling was veranderd, mijn stem was veranderd, de manier waarop ik wandelde was veranderd. Dat heeft voor mij vorm gegeven aan mijn personage. Naast dat ben ik ook op stap geweest met de commissaris Paul Cleyman van de drugsbrigade van Antwerpen en ik ben hem op patrouille gevolgd. Ik heb gesprekken gehad met hem. Dat was voornamelijk mijn voorbereiding.

K.B.A.: Hoe voelde je je in de rol van Dries?

Ik voelde mij heel goed in die rol. Ik heb heel hard gewerkt. Ik kon die rol ook goed van me afzetten want ik ken heel goed de scheiding tussen Soufiane en mijn personages. 

K.B.A.: Hoe was het om op de set van Dode Hoek omringd te zijn door ervaren oude rakkers van het vak?

Soufiane: Dat was heel fijn. Ik ben zeer dankbaar dat ik dit mocht meemaken. Het voelde soms als een droom. Het is een echte eer om met die verschillende mensen te kunnen werken. Elke scène was een plezier om te doen.

K.B.A.: Ben je als acteur ontwikkeld, gegroeid, heeft dit jouw beïnvloed naar wat nog zal komen?

Soufiane: Ik denk dat wel en dat is altijd en onbewust, dat is geen bewuste proces. Ik denk dat ervaring onbewust doet groeien.

K.B.A.: Heb je veel zelfvertrouwen opgedaan door die rol in je werk als acteur?

Soufiane: Veel weet ik niet. Maar ik denk dat ik niet te zelfzeker ben en nooit ga worden. Ik vind onzekerheid heel goed om te groeien. Bij onzekerheid heb je de neiging om meer te doen en meer te werken. Terwijl als je te zelfzeker bent, neem je snel genoegen. Ik zie mezelf niet als iemand die heel zelfzeker is in wat ik doe, ik ben een onzekere acteur maar ik vind dat goed want dan blijf ik graven. 

K.B.A.: Wat was je lievelingsscène?

Soufiane: Elke scène was een plezier om te doen. Ik heb niet één maar meerdere lievelingsscènes maar ik kan ze niet vrijgeven, de mensen moeten eerst de film gaan zien. Eén scène kan ik wel vrijgeven, één van mijn lievelingsscènes is een scène waar ik Berbers mocht spreken, maar Nabil heeft die geknipt voor redenen die enkel hij weet. Dat was een heel toffe scène omdat ik in de taal van mijn ouders en mijn grootouders mocht spelen. 

K.B.A.: Wat denk jij dat de jongeren gaan denken van Dries?

Soufiane: Ik denk dat de jongeren hem wel een heftige personage zullen vinden. En ik hoop dat het hen iets vertelt over hun identiteit en dan heb ik het over jongeren met andere origine. Dries faalt in zijn identiteit want hij verafschuwt zijn background maar ik denk dat hij door die keuzes zich ook een beetje verliest en ik denk dat het goed is om een balans te houden tussen uw nieuwe identiteit dus uw nationaliteit en uw background. Dries kiest voor zijn nieuwe identiteit, voor België, voor Vlaming te zijn en ik denk dat dat een heel interessante verhaal is binnen mijn personage want ik vind het heel moeilijk om te kiezen tussen uw nationaliteit en uw background, ik vind dat je de balans moet houden met wie dat je bent maar ook met vanwaar je komt. Het is zoals kiezen tussen uw vrouw en uw moeder. Uw moeder staat voor vanwaar je komt. Ik wil niet zeggen dat uw vrouw niet gelijk kan staat aan je background, maar uw vrouw staat wel voor het nieuwe, voor uw toekomst. Dus je vrouw voor de plek naar waar je gaat en waar je samen naartoe gaat en ik denk dat die balans heel belangrijk is. Ik denk dat jongeren het een heel heftige personage gaan vinden maar goed, dat is een controversiële personage en dat gaat mensen tot het denken zetten. 

K.B.A.: Je bent nog jong, je hebt gemengde roots en je hebt al een uitgesproken stempel kunnen zetten op het cinema landschap in België, met Black, nu met Dode Hoek. Je hebt veel jongeren ontmoet tijdens de schoolvoorstellingen van Black. Je wordt gezien als een rolmodel. Welke moeilijkheden en kansen gaan hiermee gepaard?

Soufiane: Ik zie mezelf niet als een rolmodel. Ik vind dat ook arrogant om dat van mezelf te denken. Als ik een rolmodel kan zijn voor jongeren dan wil ik niet alleen een rolmodel zijn voor allochtonen of Marokkanen, ik wil ook een rolmodel zijn voor Jan en Jef en voor jongeren in het algemeen. Als dat zo is en niet enkel voor jongeren met een Marokkaanse origine, dan heeft dat me wel verantwoordelijkheid en dan ben ik bewuster door net media en wat ik zeg, dat maakt me net bewuster in wat ik doe en wat ik zeg.

K.B.A.: Hoe kunnen we jongeren aansporen om te blijven gaan voor hun dromen?  Wat is jouw advies naar jongeren toe?

Soufiane: Ik geloof niet dat er geen kansen zijn. Ik geloof wel dat sommige jongeren minder kansen krijgen dan anderen, dat is een realiteit en ik denk dat die jongeren die minder kansen krijgen en ik zeg niet dat ze geen kansen hebben, ik zeg dat ze alles moeten doen om die kansen groter te maken. Daarmee bedoel ik dat ze vooral bezig moeten zijn met hun zelfontwikkeling. Leergierig moeten blijven. In dat opzicht moeten ze niet opgeven.  Boeken lezen, groeien.  Hun zelf de middelen geven om die kansen te vergroten. Want als je alle middelen zelf creëert, zelf de kansen die ze aan jou niet willen geven, dat je er toch in slaagt om die te krijgen.  Ik denk dat onwetendheid leidt tot geen kansen krijgen. Maar iemand die leergierig blijft en blijft groeien en blijft leren, ik denk dat die de kansen creëert. Want als je bijvoorbeeld geen medium krijgt om iets te doen, dan kunnen wij met zijn allen ons eigen medium creëren. Dus autodidact zoals Nabil Ben Yadir en Nabil is daar een heel goede voorbeeld van. Dat is iemand die geen opleiding heeft gehad en toch regisseur is geworden en dat heeft hij te danken aan zijn wilskracht, aan zijn intelligentie. 

K.B.A.: Ben je van nature een positieve persoon?

Soufiane: Ik probeer dat. Ik moet dat voor mijn eigen. Ik doe dat door mijn woordenschat te veranderen die ik naar mezelf gebruik bv. stel ik voel me effe zwak of ik ben effe moe dan zijn mensen automatisch geneigd om te denken: goh, ik denk dat ik ziek ga worden en in plaats van dat te denken ga ik denken: oh, ik voel me eigenlijk wel goed, ik heb veel energie en door de woordenschat naar mezelf te gaan veranderen merk ik wel dat het helpt. Ik denk dat de selftalk, de manier waarop je tegen jezelf spreekt, dat die eigenlijk wel belangrijk is, ik denk dat wij alle mensen in zeker zin regisseur zijn van onze eigen film, van onze eigen leven, dus we moeten onszelf voeden met de juiste positieve input, zowel de juiste positieve gedachte. Hoe doe ik dat? Ik mediteer ook, dus ik probeer ook om mijn gedachten, als het effe chaotisch is in mijn hoofd, de gedachten los te laten. 

 

http://kifkif.riffle.be/cult/dode-hoek-politieke-thriller-in-tijden-van-populisme