Wat we van Afrikaanse filosofie kunnen leren

06-10-2017 | Wouter Arrazola de Oñate

De Ifa-verzen zijn een geheel van mondeling overgeleverde teksten van de Yoruba, die voornamelijk leven in wat wij Nigeria, Benin en Niger zijn gaan noemen. Het corpus omvat 256 verzen met een enorm aantal combinatiemogelijkheden gedisciplineerd overgedragen door een complex uitgekiende binaire opbouw.

Zijn wij, met onze liberale democratie, werkelijk een superieure samenleving of bestuursvorm? Deze pretentie dook recent weer regelmatig op bij politici, denktanks en filosofen. Een boek dat hier een wereldwijs licht op laat schijnen terwijl het eigenlijk over filosofie gaat, is Socrates en Orunmila door professor Sophie Bósèdé Olúwolé. De invloedrijke filosofe bestudeerde bijna haar hele leven de Yoruba, hun orale tradities en filosofie, en één van hun grootste denkers: Orunmila. Orunmila leefde in dezelfde tijd als Socrates, en wordt beschouwd als de behoeder van de Ifa-verzen.

De Ifa-verzen zijn een geheel van mondeling overgeleverde teksten van de Yoruba, die voornamelijk leven in wat wij Nigeria, Benin en Niger zijn gaan noemen. Het corpus omvat 256 verzen met een enorm aantal combinatiemogelijkheden gedisciplineerd overgedragen door een complex uitgekiende binaire opbouw. Door de kolonisatie raakten ze ondergesneeuwd en door ernstige vertaalfouten en misinterpretaties werden de Ifa-verzen al snel als religie of volksmythe weggezet, en Orunmila als een goddelijk wezen in plaats van een mens en filosoof.

Professor Olúwolé’s boek toont overtuigend aan dat het Ifa-corpus wel degelijk de vergelijking kan doorstaan met de toenmalige westerse filosofie van o.a. Socrates. Dat het niet een religie betreft maar een eigen filosofie. Religie is slechts één van de expressievormen gebruikt voor filosofische uitlatingen die wel degelijk rationeel, wetenschappelijk en logisch zijn met respect voor de dagelijkse menselijke ervaringen.

Onze evolutietheorie en de ontwikkelingshypothese stellen volgens Olúwolé dat “Afrikanen in emotionele, niet-rationele en onwetenschappelijke termen uitdrukking geven aan hun ideeën en overtuigingen” en dat ze best zijn onder te brengen in “het voorwetenschappelijk stadium van de intellectuele ontwikkeling”. Toen de jonge Olúwolé wilde doctoreren op Afrikaanse filosofen kreeg ze vreemd genoeg te horen dat die niet bestonden. Schokkend, want filosofie betekent denken, een basale menselijke eigenschap. Wie gelooft dat Afrika geen filosofen heeft, beweert dat Afrikanen geen mensen zijn. De door ons zo geprezen evolutietheorie wees wel het rassendenken af maar kwam met een ongefundeerde aanname die minstens even absurd is: “de westerse beschaving stond op een hoger niveau dan de Afrikaanse” toont het boek aan de hand van duidelijke voorbeelden aan.

De filosoof Orunmila uit de 5e eeuw voor Christus schreef zelf nooit iets van zijn ideeën neer. Zijn leer werd mondeling overgeleverd. Ook Socrates schreef zelf nooit iets op. Daarmee wordt het hardnekkig vooroordeel ontwricht dat enkel neergeschreven teksten tot filosofie kunnen geklasseerd worden. Het is voor ons weliswaar lastig een wetenschappelijke beschaving voor te stellen waarin het geschreven woord ontbreekt, stelt Olúwolé. Maar het is niet omdat wij het ons niet kunnen voorstellen, dat het ook werkelijk niet zou kunnen. Mondelinge overlevering wordt al te vaak fout geïnterpreteerd als verhaaltjes vertellen aan het kampvuur. De Ifa-verzen werden echter met militaire discipline ingestudeerd, aangeleerd en eindeloos getraind. De verzen zijn geniaal gerubriceerd volgens een ingewikkelde binaire index en vooruitstrevende mathematische opbouw. Deze opbouw bestond lang voordat computerwetenschappers in het westen rond 1950 gelijkaardige nieuwe geheugentechnieken ontwikkelden ter vervanging van het ouderwetse analoge opslagsysteem. De Ifa-geomantiek maakt het mogelijk om een vers zodanig te selecteren dat de hulpbehoevende een nieuw inzicht in zijn situatie verkrijgt. Klassieke Afrikaanse denkers ontwikkelden een hoger wiskundig systeem dan destijds bekend in het Westen.

De vertaalfouten en interpretatieverschillen werden vaak ingegeven door vooringenomenheid (het “ja, ja, ze zullen het zo wel bedoelen” van onze missionarissen). Ze hebben bijgedragen tot een stiefmoederlijke én paternalistische behandeling van de Afrikaanse filosofie en haar bijdrage tot wat we bij gebrek aan andere bewoording kennen als 'het denken'.

Verschillende filosofische gedachten moeten naast elkaar gezet worden en met elkaar in dialoog gebracht, schrijft Olúwolé. Ze herinnert ons er verder aan wat een échte dialoog ook weer is: “de meeste deelnemers aan een discours missen het fundamentele verschil tussen debat en dialoog. Het doel van een dialoog is een nieuwe gedachtegang op te nemen en zich te ontdoen van een vorige. Dit via een oprecht gemeend en objectief discours, een kruisbestuiving van ideeën. De uitkomst is een synthese tussen twee alternatieve principes, die op zichzelf geen onaantastbaar ideaal is, maar een volgend vertrekpunt voor een nieuwe serie van argumenten en tegenargumenten”. Bij een debat daarentegen worden andere mogelijke alternatieven vernietigd en blijft iedereen koppig op zijn standpunt staan, met de claim ‘de waarheid’ in pacht te hebben.

“Sinds de Verlichting heeft de filosofie zich steeds meer in het kamp van de wetenschappen opgehouden, waardoor de maatschappelijke relevantie van filosofische studies soms ver te zoeken is” schrijft Oluwolé. “Het voortdurend aangaan van irrelevante debatten is een intellectuele zonde. Vertegenwoordigers van het westerse denken beperken zich al te vaak tot een theoretisch debat en bieden daarmee onvoldoende concrete inzichten in wereldwijd opspelende kwesties. Ze laten de weg van de dialoog, waarmee ze hun denken open zouden kunnen stellen voor aanvullende waardevolle inzichten, links liggen”.

In tijden van Twitterende presidenten, politici, filosofen en journalisten en met hun toenemend populisme is dit geen overbodige boodschap. Denk aan de maatschappelijk nutteloze discussies over -ismes en gradaties van kwaad/gevaar. Olúwolé waarschuwt: “het is niet omdat je iets theoretisch kan onderbouwen of omdat iets “denkbaar” is, dat je het daarom bij het rechte einde hebt. Te vaak worden feiten genegeerd van de menselijke ervaring als één van de betrouwbaarste bronnen van seculiere principes” zo stelt de schrijfster (bijvoorbeeld de claim dat de wet discriminatoir zou zijn voor mensen die onverdoofd zouden willen slachten zonder dat zij er religieuze redenen voor hebben, terwijl er niet eens zo’n groep mensen bestaat).

Eénieder die uitspreekt het bestaan van anderen te ontkennen, ontkent in één adem zijn eigen bestaan.” Dit Yoruba-gezegde is tekenend voor hoe zij met mensenrechten omgingen, lang voordat het westen er een ruim onvoldoende toegepaste“Verklaring” voor had. Nieuwkomers bekleedden een evenwaardige positie in de maatschappij met toegang tot politieke functies en beslissingsorganen. De denkwijzen van nieuwkomers doen ertoe, zij zijn onderdeel van het geheel. We missen iets zonder hun perspectief. Nieuwkomers hebben een onvervreemdbaar aandeel in de gemeenschap dat wij niet kunnen ontkennen, want als we dat doen, dan ontkennen we tegelijkertijd onszelf.

In het aangezicht hiervan doet de uitspraak dat vrijheid, gelijkheid, tolerantie en gerechtigheid ongeëvenaarde kenmerken zijn van de westerse Verlichting (vaak vertaald als “onze waarden en normen”) wrang aan. Dit zal voor velen oncomfortabel klinken of omgekeerd aan wat ons onderwezen wordt, maar maakt het daarom niet minder waar. Professor Olúwolé levert een goed voorbeeld van hoe ons denken te dekoloniseren en vooringenomenheid te deconstrueren. Zij doet dit in een stijl die over het algemeen helder is opgebouwd. Met de nodige onderbouwing leidt ze ons naar hele hedendaagse inzichten en relevanties. Het begin van haar boek kan wat stroef aanvoelen; academisch werk valt soms moeilijk vlot lezend te verwoorden zonder aan kwaliteit in te boeten.

Verrassend is dat er enkel een Nederlandstalige versie van dit boek bestaat en dat een Engelstalige versie voorlopig ontbreekt. Uiteraard bestaat de volledige academische thesis wel in het Engels. In haar werk gaat het er niet om de superioriteit van het ene of het ander aan te tonen, maar wel de aanvullendheid. Als we ons daarvoor openstellen kunnen we tot nieuwe of betere inzichten komen voor de problemen van vandaag. 

 

Socrates en Orunmila werd uitgegeven bij Ten Have.

http://www.kifkif.be/cult/wat-we-van-afrikaanse-filosofie-kunnen-leren