Chaimae Azzouz

19-09-2008 | Bilal Benyaich

Als zesjarige sprak ik thuis, in tegenstelling tot mijn klasgenootjes, al drie talen: Nederlands, Frans en Arabisch.

Chaimae Azzouz (25), een Mechelse met Marokkaanse roots, heeft medische scheikunde gestudeerd en werkt als laborante bij een gerenommeerde firma. Bron: Kif Kif Als zesjarige sprak ik thuis, in tegenstelling tot mijn klasgenootjes, al drie talen: Nederlands, Frans en Arabisch. 26/06/2007 - Bilal Benyaich      Chaimae Azzouz (25), een Mechelse met Marokkaanse roots, heeft medische scheikunde gestudeerd en werkt als laborante bij een gerenommeerde firma. Toen ze zich ging inschrijven in het eerste jaar secundair onderwijs in de A-stroom, werd haar aangeraden om - ondanks haar goede punten - zich te gaan inschrijven in een technische richting. Vandaag de dag is ze er in haar vrije tijd zelfs in geslaagd een eigen zaak uit de grond te stampen. De vrouw die zichzelf geen moment rust gunt, is vastberaden om “de gezondheidszorg op een hoger niveau te tillen”. Kif Kif Jobs kon de lezer het verhaal van deze temperamentvolle jonge dame niet onthouden.   Dag juffrouw, kan u zich even voorstellen? Mijn naam is Chaimae Azzouz. Ik ben 25 jaar oud en ben vorig jaar afgestudeerd in de medische scheikunde. Momenteel ben ik druk bezig met het opstarten van mijn eigen onderneming in de gezondheidszorg. Vanwaar het idee om een eigen zaak te starten? Wel, ik denk dat de huidige gezondheidszorg dringend aan actualisatie toe is. Ik ben ervan overtuigd dat het concept dat ik uitgewerkt heb een leemte in de markt zal opvullen. In onze familie zit zelfstandig zijn in de genen, dus ook bij mij. Welke studies heeft u genoten? In het secundair onderwijs (SO) heb ik ASO gevolgd, meer bepaald Moderne Talen/Wetenschappen. Waarom die richting? Wel, talen, dat ligt voor de hand als je thuis met verschillende talen wordt opgevoed. Als zesjarige sprak ik thuis, in tegenstelling tot mijn klasgenootjes, al drie talen: Nederlands, Frans en Arabisch. Daarnaast heeft de wetenschap mij altijd gefascineerd. De keuze voor mijn studierichting in het secundair onderwijs was dus snel gemaakt. Zaten er veel ‘allochtonen’ op uw school? (denkt lang na) Ik denk dat je ze op één hand kon tellen, maar toen ik in mijn laatste jaar zat was er wel een hogere instroom van allochtone jongeren te merken. Een verdubbeling zeg maar, nu kon je ze op twee handen tellen (lacht). Tien allochtonen op een tweehonderdtal leerlingen dus. De dag dat mijn ouders me gingen inschrijven herinner ik mij nog zeer goed. We werden ontvangen door de directiesecretaresse, maar toen ze hoorde dat we kwamen voor mij in te schrijven veranderde haar houding plots. Zo bleek de school zich te houden aan een percentage “migranten”. Mijn vader nam het woord en maakte haar duidelijk dat ik geboren en getogen was in België, en dat ik bijgevolg even Belgisch was als zijzelf. Daarop kwam een reactie die lang zou blijven nazinderen: “Ja”, zei ze, “maar jullie zijn dat niet, en haar grootouders en overgrootouders ook niet.” “Wat doet dat er nu toe…?”, dacht ik. Nu, mijn ouders maanden haar dan aan om toch eens een oogje te werpen op mijn rapport, wat ze ook deed. Hoewel ze wel knikte bij het zien van mijn goede punten, zei ze toch nog dat het SO veel moeilijker zou zijn, en dat ik sowieso problemen zou ondervinden. Ze raadde mijn ouders aan om mij in een technische richting te stoppen, wat bij mijn vader in het verkeerde keelgat schoot. Toen moest ze me wel inschrijven (lacht). Daarna bent u ingestroomd in het hoger onderwijs (HO), welke studies heeft u daar aangevat? Na mijn SO heb ik me ingeschreven in 1e kan psychologie. Maar daar heb ik het na mijn kandidatuur voor bekeken gehouden, en heb ik een andere richting aangevat, namelijk medische scheikunde. Vanwaar de ommekeer? Na één jaar psychologie had ik het verhaaltje eigenlijk al gehoord en bezag ik psychologie eerder als uitvalsbasis en niet als beroep. Toen ik aan mijn studie begon wist ik eigenlijk ook niet echt wat te verwachten. Dat kan vaak alleen ook maar duidelijk worden als je de studie effectief gevolgd hebt, en dat was dus bij mij het geval. Ik ben dus tot de conclusie ben gekomen dat ik daar niet echt mijn beroep wou van maken. Mijn toekomst lag eerder in een meer wetenschappelijke richting. Liep de overgang van SO naar HO van een leien dakje voor u? Er waren ongetwijfeld moeilijkheden, maar die waren er al nog voor ik mijn academische opleiding begon. De lat lag al zeer hoog in de school waar ik mijn SO gedaan heb, dus eigenlijk had ik een goede intellectuele bagage om het HO succesvol te beëindigen. Wilt u daarmee zeggen dat door een juiste (of sterke) vooropleiding men minder problemen heeft in het HO, dan anderen die geen ideale vooropleiding genoten hebben? Ik had toch een voorsprong op de gemiddelde student die HO aanvat, denk ik. Hoe breder, groter en gefundeerder je voorkennis, hoe beter je het later doet. Het is wel zo dat het niet altijd van een leien dakje liep, omdat er verschillende barrières waren die je moest zien te overwinnen. Als allochtone vrouw had ik het cultureel, sociaal en economisch moeilijker dan een autochtone vrouw, om in die andere wereld (de academische wereld, red.) terecht te komen en er iets goed van te maken. De randvoorwaarden waren niet zo gunstig als voor de gemiddelde autochtone vrouw: voor u was het dus knokken? Voor mij was het zeker knokken! Maar ik zou het niet anders gewild hebben, want uiteindelijk heeft het me tot de persoon gemaakt die ik nu ben. Mijn ervaringen die ik heb opgedaan zou ik niet willen omruilen. Ze hebben mij verrijkt. Ondertussen bent u afgestudeerd? Ja, ik heb mijn graduaat in de scheikunde behaald en ondertussen werk ik in dat domein. Ik ben laborante bij een gerenommeerde firma en wat ik doe, doe ik zeer graag. Ik heb altijd al mensen willen helpen en nu kan ik mij concreet op dat gebied inzetten. Er is nood aan onderzoek om bepaalde ziektes te kunnen remmen en op termijn te elimineren. Wetende dat ik op deze manier mijn steentje bijdraag aan de samenleving geeft me voldoening. Zo te horen voelt u zich kiplekker in uw job. Ik neem aan dat zich daar nooit xenofobe of andere onregelmatigheden hebben voorgedaan? Inderdaad. Maar laat ons zeggen dat er soms jokes kunnen vallen, die ik met een korreltje zout neem, omdat ik ze eigenlijk mijn hele leven heb gekend. Persoonlijk denk ik dat het eerder te maken heeft met onwetendheid en nieuwsgierigheid dan met flagrant racisme. Soms krijg ik vragen voor de voeten geworpen zoals ‘hoe komt het dat je geen hoofddoek draagt?’, maar dat vind ik niet storend. U raakt daar de hoofddoek: stel dat u een hoofddoek droeg, denkt u dan dat u minder kansen zou gekregen hebben in het HO en het latere arbeidsleven? Ik ben iemand die op professioneel gebied ambities heeft en bijgevolg mij ook niet gemakkelijk laat doen. Het is niet omdat ik Chaimae heet, een donkere huid en krullen heb, dat ik mij door bepaalde mensen in een vakje ga laten plaatsen. Het is natuurlijk zo dat de eerste indruk zeer belangrijk is: er is vaak wel een onwennig gevoel tegenover iemand die bijvoorbeeld een hoofddoek draagt. Als ik het mag herformuleren zegt u: “als ik een hoofddoek had gedragen zou ik het moeilijker hebben gehad, maar gezien mijn combattieve persoonlijkheid, zou ik het even ver geschopt hebben”. Of niet? Ja en nee. Laten we zeggen dat ik eerder akkoord ga met je stelling, omdat ik denk dat veel afhangt van de instelling van de desbetreffende persoon. Als je als vrouw de hoofddoek draagt, en deze niet (meer) als een verrijking ervaart, maar als een barrière, dan ga je dat ook automatisch uistralen naar je omgeving, met als gevolg dat de hoofddoek ook daadwerkelijk een barrière gaat beginnen vormen. Anderzijds zal het wanneer je jezelf kan motiveren - en de hoofddoek dus niet in de weg staat - iets gemakkelijker gaan. Bovendien is een werkgever die je meerwaarde binnen het bedrijf niet kan erkennen, enkel en alleen omwille van de hoofddoek, het niet waard om voor te gaan werken omdat het helemaal geen verrijking zou betekenen. Maar ik kan me wel inbeelden dat de hoofddoek een drempel kan vormen. Zo heb je de werkgever die er voor open staat om geloofsovertuiging niet als barrière te zien en aan de andere kant heb je de werkgever die deze wel storend vindt. Het zou eigenlijk niet mogen. Een werknemer moet de capaciteit hebben om de functie te kunnen bekleden, that’s it, de rest zou er niet toe mogen doen. Hoe gaat u de toekomst tegemoet? Waar gaat u voor? Mijn doel is om succesvol te zijn. Maar dan heb je de vraag: wat is succesvol? Voor de ene is dat een villa met twee grote wagens, voor de andere zijn dat kinderen. Het kan zoveel zijn, maar momenteel kan ik zeggen dat mijn ambities zich vooral op professioneel vlak situeren. (lacht) Wat niet wil zeggen dat ik evenzeer een gezin met kinderen zou willen op de middellange termijn. Dus ja, we zien wel wat de toekomst brengt! Veel succes!

http://www.kifkif.be/jobs/chaimae-azzouz