Recensie. “De beschavingsmachine. Wij en de islam”

17-11-2009 | Geert Cool | Offensief

Professor Blommaert omschrijft dit boekje als een “prima werk van een scherp auteur”. Hij heeft gelijk. De auteur is verontwaardigd en uit zijn woede door een reeks vlijmscherpe argumenten op papier te zetten.

Dit boek komt net op tijd. Er is nood aan een helder en scherp geschreven werk waarin resoluut wordt ingegaan tegen het heersende discours over de “islam”, eigenlijk over de “migranten” of zoals Maly het stelt: “de Ander”.

Professor Blommaert omschrijft dit boekje als een “prima werk van een scherp auteur”. Hij heeft gelijk. De auteur is verontwaardigd en uit zijn woede door een reeks vlijmscherpe argumenten op papier te zetten.

Maly is een jonge cultuurwetenschapper die ingaat tegen de retoriek over “botsende beschavingen” en pogingen om alle maatschappelijke problemen te ontdoen van hun sociaal-economische context. In de periode na de val van de Muur werd het kapitalisme (of het liberalisme) gepropageerd als “enige weg naar de toekomst”. Maly stelt terecht dat dit ideologisch offensief gepaard ging met een teloorgang van sociaalwetenschappelijke instrumenten en een poging om collectieve problemen te individualiseren: “Na 1989 begonnen meer en meer experts en politici werkloosheid te zien als een probleem van de werkloze. Althans als het over de autochtone werkloze ging. De werkloosheid onder allochtonen was dan weer eigen aan ‘hun cultuur’.” Dit is inderdaad een ideologische kwestie en het is nuttig dat Maly het historisch en ideologisch kader van de discussie schetst. Dat element ontbreekt niet toevallig systematisch in de werken van de critici die hun kruistocht rond de botsende beschavingen voeren.

Het boek van Maly begint met een schets van het neoliberale offensief na 1989. De auteur schetst de achtergrond van een figuur als Fukuyama die vooral geschiedenis maakte met zijn uitroep dat 1989 het einde van de geschiedenis betekende. Fukuyama komt uit neoconservatieve kringen en is aanhanger van een bijzonder lineair geschiedenismodel dat “de geschiedenis uitwist”, evenals iedere “structurele analyse van ons economisch systeem en van het Amerikaanse maatschappijmodel.” In de plaats daarvan wordt de wereld opgedeeld tussen “superieure” delen (de VS en het Westen) en “achterlijke”’ delen. Daarbij moet het superieure deel “de Ander” beschaven. En dat zou dus een kwestie van “cultuur” zijn.

De “nieuwe orde” na de val van de Muur moest niet langer afrekenen met de tegenstelling tussen de VS en de Sovjetunie en probeerde tegelijk ook iedere klassenbenadering overboord te gooien. Dat offensief werd ondersteund door een nooit gezien media-offensief dat wellicht een eerste hoogtepunt liet zien met de propaganda rond de Golfoorlog van Bush sr. Die oorlog werd aangegrepen om “de vervanger voor de rode vijand” te lanceren: de islam. Dat werd ingekaderd in een discours rond cultuur en de botsing der culturen. Dat is ook de dominante retoriek in het debat rond migratie in ons land.

Het feit dat de “islam” werd gelanceerd als centrale vijand had alles te maken met de aanwezigheid van olie in het Midden-Oosten. Dat heeft niets met “cultuur” te maken. Het bestaan van de Taliban in Afghanistan heeft evenmin iets met “cultuur” te maken, het is een sociale kracht die werd grootgebracht door het VS-imperialisme in de strijd tegen de Sovjetunie in Afghanistan. Het imperialisme heeft het monster dat het bestrijdt in Afghanistan zelf gecreëerd maar schuift de verantwoordelijkheid af op de Afghaanse bevolking en hun “cultuur”.

Maly ergert zich terecht aan de retoriek van de verdedigers van de stelling dat er sprake is van een botsing der culturen. Ook hij wordt kwaad van de schrijfsels van een conservatieve ijzeren tante als Mia Doornaert. De linkse socialisten delen zijn standpunt. Naar aanleiding van één van de stukjes van Doornaert schreven we: “Mia Doornaert vergist zich als ze denkt dat de Taliban een uitdrukking is van de Afghaanse cultuur. Dat doet afbreuk aan de rijke (en overigens erg tolerante) culturele geschiedenis van Afghanistan. Bovendien wordt gemakshalve vergeten dat de Taliban niet in Afghanistan, maar in Pakistan werd gecreëerd onder jongeren van kampen waar Afghaanse vluchtelingen noodgedwongen waren terechtgekomen tijdens de oorlog en burgeroorlog. Fundamentalistische opvattingen vonden makkelijker ingang onder deze totaal vervreemde lagen. Mia Doornaert omschrijft die vervreemding als iets cultureel, marxisten proberen te analyseren wat de objectieve basis is voor de ontwikkeling van die extreme vorm van vervreemding.”

Deze stelling vinden we anders verwoord terug in het boek van Maly en dat is niet evident. Met onze standpunten staan we zelfs ter linkerzijde vaak alleen, een jonge academicus die in een zelfde richting argumenteert is dan ook een verademing. We waren niet verbaasd dat de auteur in een debat met Jan Leyers door deze laatste werd verweten een “neo-marxist” te zijn. Wie naar de objectieve basis voor historische ontwikkelingen kijkt, gaat immers in tegen het heersende denken waarin er geen plaats is voor “geopolitieke en economische verklaringen”. In het heersende denken is er enkel plaats voor “normen en waarden” waarbij een amalgaam wordt gecreëerd van islam, migranten, terrorisme, fundamentalisme,… Sinds de aanslagen van 11 september 2001 heeft die retoriek nog aan terrein gewonnen, ook in zogenaamd linkse kringen die zich laten opsluiten in de culturele benadering.

Wij hebben onze anti-racistische opstelling nooit laten bepalen door een “culturele” retoriek. Onze centrale slogan in de anti-racistische beweging is “Jobs, geen racisme”. Dat is geen toeval en het staat in contrast met de benadering om vooral te spreken over “multiculturalisme”. Ook wij zien de tegenstellingen in de samenleving niet als iets cultureel, maar kijken naar de objectieve basis voor verschillen en verdeeldheid en de wijze waar daarop wordt ingespeeld door de heersende klasse om de eigen positie te versterken door te verdelen om te heersen.

Het anti-racisme van het establishment beperkt zich tot vage woorden inzake multiculturalisme, waarmee meteen de culturele benadering wordt bevestigd. Het is geen toeval dat de liberalen enerzijds een verbaal anti-racisme belijden maar anderzijds met hun culturele benadering voer geven aan racisme. Het onderzoek door Marion Van San naar de band tussen afkomst en criminaliteit onder minister Dewael was daar een voorbeeld van. Over die studie schrijft Maly: “Met andere variabelen dan nationaliteit en cultuur, zoals socio-economische factoren, houdt ze geen rekening. Nochtans komt onderzoeker Walgraeve (KULeuven), op basis van zeer uitgebreid maar helaas weinig gemediatiseerd onderzoek, tot het besluit dat de sociaaleconomische positie de belangrijkste variabele is om criminaliteit te verklaren, en dat etnische afkomst van geen tel is.”

Dat soort vaststellingen gaat in tegen wat we dagelijks lezen en horen van zowat alle traditionele politici en commentatoren. Die volgen eensgezind de culturele benadering van “wij” tegen “de ander”. Zelfs ter linkerzijde heeft dit gevolgen en wordt een discussie rond de positie van migranten, of bijvoorbeeld over de hoofddoek, door velen ontdaan van een klassenbenadering waarbij rekening wordt gehouden met de objectieve achtergrond. Toen er in september in Antwerpen discussie was over het hoofddoekenverbod stonden wij zo goed als alleen met ons standpunt dat enerzijds pleitte voor een verbod of gebod van het dragen van een hoofddoek en anderzijds een reeks sociale eisen naar voor bracht rond de nood aan meer middelen voor onderwijs, jobs,… Een concentratie van armoede en sociale problemen leidt tot concentratiescholen en dat los je niet op met repressie.

“De beschavingsmachine. Wij en de islam” biedt niet alleen een scherpe kritiek op de heersende benadering, er wordt ook een mediakritiek gebracht naast een sterke analyse van het Vlaamse “inburgeringsbeleid” dat onder minister Keulen werd opgemaakt. Dit boek biedt een kritische benadering van de "inburgeringspolitiek" die vandaag wordt opgezet, een politiek die ervan uitgaat dat de "Ander" zich moet aanpassen aan onze "waarden en normen", alsof maatschappelijke spanningen en problemen het gevolg zijn van culturele elementen.

Diegenen “ter linkerzijde” die meestappen in de kruistocht tegen de islam worden in het boek meedogenloos aangepakt. We zijn gelukkig niet de enigen die ons ergeren aan figuren als Geert Van Istendael, Benno Barnard, Etienne Vermeersch en consoorten. Zij hebben de discussie ontdaan van iedere maatschappelijke, sociale en economische context. Ze hebben gecapituleerd voor de heersende retoriek en hebben het neoliberale denkkader omarmd. We moeten dan ook de vraag stellen wat er links is aan hun standpunten. De linkerzijde heeft nood aan een breder analysekader om een beter begrip te kunnen hebben van wat ons als culturele problemen wordt voorgesteld.

Maly besluit zijn boek: "Zonder olie in het Midden-Oosten had niemand het vandaag over 'de islam'. Zonder de eerste Golfoorlog van Bush sr en zijn zucht naar olie zouden er nooit miljoenen vierkante meters bomen geveld zijn om al dat papier vol te schrijven over 'de islam'. Kortom, de fascinatie voor 'de islam' heeft met macht te maken, met de sociaaleconomische en politieke realiteit. 'Cultuur is vandaag het belangrijkste probleem in onze media, terwijl het slechts een handig alibi is om te zwijgen over zaken die er echt toe doen."

Het boek “De beschavingsmachine” is vlot geschreven en staat vol scherpe argumenten waarbij het neoliberale offensief na de val van het stalinisme concreet wordt beschreven en geanalyseerd. Een dergelijke brede kijk op de geschiedenis en actualiteit is onontbeerlijk om te kunnen ingaan tegen de neoliberale “beschavingsmachine” die in feite een rechtse onderdrukkingsmachine is.

"De beschavingsmachine · Wij en de islam" door Ico Maly. isbn: 9789064452291 · 2009 · paperback (12,5 x 20 cm) - 168p. · prijs: € 16.00

Geert Cool | Socialisme.be

 

 

http://www.kifkif.be/over-kif-kif/recensie-%E2%80%9Cde-beschavingsmachine-wij-en-de-islam%E2%80%9D