KIF KIF | Over Kif Kif KIF KIF | Actua KIF KIF | Cult KIF KIF | TV KIF KIF | Jobs
  print
Integratiemonitor: Kwalitatief deel

Bron: internet

We stellen ons de vraag hoe het (Vlaamse) beleid naar integratie kijkt. Met deze analyse denken we te kunnen wijzen op het belang van structurele integratie en het (eventuele) hiaat voor zover er te weinig rekening wordt gehouden met de individuele verlangens van de immigranten zelf.

20-06-2010 | François Levrau
Initiator: Universiteit Antwerpen Academische begeleiding: prof dr. Christiane Timmerman (UA) en prof. dr. Patrick Loobuyck (UA) Uitgevoerd door: François Levrau (UA) Dit project focust op de analyse van patronen van identificatie en participatie van drie minderheidsgroepen in Vlaanderen (in casu: Poolse, Senegalese en Turkse minderheidsgroepen). Het onderzoek valt uiteen in drie fasen. In een eerste fase wordt een politiek-filosofische analyse gemaakt van de integratie-erkenningsparadox. Een tweede fase focust op de meningen van de drie minderheidsgroepen zelf. In een derde fase wordt het integratiebeleid onderzocht.

Wie voelt zich geïntegreerd? Een interdisciplinaire analyse van patronen van identificatie en participatie van drie immigrantengroepen in Vlaanderen

Initiator: Universiteit Antwerpen
Academische begeleiding: prof dr. Christiane Timmerman (UA) en prof. dr. Patrick Loobuyck (UA)
Uitgevoerd door: François Levrau (UA)

Dit project focust op de analyse van patronen van identificatie en participatie van drie minderheidsgroepen in Vlaanderen (in casu: Poolse, Senegalese en Turkse minderheidsgroepen).

Het onderzoek valt uiteen in drie fasen. In een eerste fase wordt een politiek-filosofische analyse gemaakt van de integratie-erkenningsparadox. Een tweede fase focust op de meningen van de drie minderheidsgroepen zelf. In een derde fase wordt het integratiebeleid onderzocht.

Fase 1. Politiek-filosofische analyse van de integratieparadox

Centraal in dit onderzoek staat de vraag in welke mate integratie alleen maar een zaak is van het voldoen aan de objectieve criteria die door het beleid naar voren worden geschoven, te weten: participatie aan de arbeidsmarkt, vlotte toegang tot de gezondheidssector, het behalen van een onderwijsdiploma, het goed gehuisvest zijn, etc.

Uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen structurele integratie van individuen en hun “sense of belonging” niet éénduidig is.

Het is met andere woorden niet zo dat men zich per definitie ook (subjectief) geïntegreerd voelt als men (objectief) geïntegreerd is voor zover men voldoet aan de diverse structurele indicatoren.

Leden van minderheidsgroepen voelen zich anders, en ze willen in dit “anderszijn” ook worden erkend.

Middels een literatuurstudie van voornamelijk politiek-filosofisch geïnspireerde auteurs (o.a. Kymlicka, Taylor, Parekh, Barry, Modood, Visker) wordt de mogelijkheid verkend of de integratie paradoxaal samengaat met (en zelfs kan worden versterkt door) een erkenning van het verschil.

De publicatie "De politiek van de erkenning  Een politiek-filosofische literatuurstudie." kan je hier downloaden.

Fase 2. Studie van integratie- en participatiepatronen van drie minderheidsgroepen (Senegalese, Poolse & Turkse migranten)

Het gevoel van “sense of belonging” lijkt niet alleen een kwestie te zijn van participatie in de ontvangende samenleving (cf. objectieve indicatoren) maar ook van erkenning van iemands identiteit zoals die wordt ontleend aan de minderheidsgroep waartoe men behoort.

Voor de identiteitsconstructie van de leden van de minderheidsgroepen blijkt het categorisatieproces van de dominante groep medebepalend te zijn. Concreet betekent dit dat de ontvangende maatschappij de leden van de minderheidsgroepen enkele kenmerken toeschrijft.

Met deze toeschrijving gaat doorgaans ook een zekere evaluatie gepaard. Drie sociale breuklijnen, drie demarcatiekenmerken, blijken van belang te zijn voor de categorisatie (Modood, 2007). Ten eerste: zichtbare etnische en raciale kenmerken. Huidskleur is bijvoorbeeld een kenmerk op grond waarvan individuen worden opgedeeld in een in- of out-groep. Ten tweede: religie. Zeker in de hedendaagse tijd is er veel aandacht voor religie, in het bijzonder voor de islam, als zijnde een embleem voor de categorisatie van etnische groepen.

Ten derde: immigratiegeschiedenis. Modood (2007) maakt hierbij een onderscheid tussen gevestigde en recent gearriveerde immigrantengroepen. Deze inzichten uit de literatuur over erkenning van identiteiten worden op tweeërlei manieren afgetoetst aan de Vlaamse realiteit. Enerzijds (fase 2) willen we nagaan of de integratie-erkenningsparadox ook effectief wordt gevoeld bij drie minderheidsgroepen (Turken, Polen, Senegalezen) in Vlaanderen. Deze groepen zijn zorgvuldig gekozen op grond van de demarcatiekenmerken.

De drie groepen verschillen immers van elkaar voor wat betreft hun (zichtbare) etnische en raciale kenmerken, hun religieuze achtergrond en hun immigratiegeschiedenis. Anderzijds (fase 3) willen we nagaan of het beleid rekening houdt met de spanning tussen de erkenning van de identiteit en de integratie in een samenleving.

Fase 3.   Beleidsanalyse

We stellen ons de vraag hoe het (Vlaamse) beleid naar integratie kijkt. Met deze analyse denken we te kunnen wijzen op het belang van structurele integratie en het (eventuele) hiaat voor zover er te weinig rekening wordt gehouden met de individuele verlangens van de immigranten zelf.

Op grond van de inzichten die verzameld zijn in de eerste twee fasen, wordt nagegaan hoe het beleid een “politiek van de erkenning” kan zijn. Er wordt met andere woorden onderzocht hoe de idee van “integratie via erkenning van het verschil” concreet gestalte kan krijgen.

Contactgegevens François Levrau

Geen artikels aanwezig.
Deze site wordt mede mogelijk gemaakt door:
Sociaal-cultureel werk vgc Federatie Marokkaanse Democratische Organisaties
Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 2.0 Belgium License.