De interculturele school: interview met Ozkan Cetin
De stap van secundair naar hoger onderwijs is niet evident. Een zekere begeleiding kan dus van pas komen. We brachten deze week een bezoek aan het Lucerna College en spraken met algemeen directeur Mr. Ozkan Cetin. Het Lucerna College werd in 2003 opgericht door de vzw Inrichtende Macht Lucerna, een vereniging bestaande uit academici en ondernemers, met als doel een school op te richten waar dynamisme, wetenschap, multiculturaliteit en individuele ondersteuning belangrijke troeven zijn.
In de vestiging in Antwerpen zitten er een 220 tal leerlingen. De Lucerna Colleges hebben nog andere secundaire scholen in Gent, Genk en Anderlecht (Brussel). Die scholen tellen 200, 250 en 100 leerlingen respectievelijk. Daarnaast zijn er nog twee basisscholen, een in Anderlecht met 200 leerlingen en nog eens 100 leerlingen in de basisschool te Hoboken. De meeste leerlingen waren vroeger van Turkse afkomst, tegenwoordig zijn er voornamelijk Noord-Afrikaanse leerlingen bijgekomen, vooral uit Marokko. In Anderlecht hebben we kinderen uit 7 andere landen, bijvoorbeeld Palestina en andere Afrikaanse landen. Dit weerspiegelt de Brusselse populatie. Het onderwijs wordt gegeven in het Nederlands. In de basisscholen wordt verlangd dat de leerlingen Nederlands spreken tegen elkaar. ‘Hier in Antwerpen verlangen we dat de leerlingen Nederlands praten, maar je kan niet altijd vermijden dat ze in de wandelgangen Turks praten bijvoorbeeld.’ Hoe ziet jullie lerarenteam eruit? Blijven jullie hen opvolgen? De andere leerkrachten doen dit op dezelfde manier. Er studeren leerlingen verder in Antwerpen, Brussel, Gent en in Limburg. Enkele ervan zitten op kot, er zijn er die samen een huis huren, anderen studeren gewoon van thuis uit. De leerlingen uit ons college in Genk zijn het meest aangetrokken om in Brussel te gaan studeren. Worden er specifieke stappen ondernomen om te evolueren naar een zo divers mogelijke schoolpopulatie, die de maatschappelijke verhoudingen weerspiegelt? Het doel is om scholen met een grote allochtone populatie om te vormen tot een school met een gemixte populatie. Het slagen van deze doelstelling wordt bemoeilijkt door de ligging van de scholen. In Gent, Brussel en Genk liggen de scholen in een industrie gebied. In Antwerpen bevindt de school zich in Antwerpen-Noord, een wijk waar veel allochtone jongeren wonen. We zoeken naar andere schoolgebouwen en in Vlaanderen staan er zelfs een aantal oude schoolgebouwen leeg. Bijvoorbeeld in het centrum van Gent. Men wil die gebouwen echter niet verkopen en liever niet verhuren omdat met bang is het patrimonium te verliezen. We hebben ons dan afgevraagd wat we hieraan kunnen doen en hebben een adviescommité samengesteld. Dit bestaat onder andere uit Mieke Vanhaegendoren, Ivo Vandekerckhove, Fauzaya Talhaoui, Rik Coolsaet, Marino Keulen, Josse Van Steenberge en Johan Leman. Wij komen samen om te kijken wat de visie van de school moet zijn, met wie we een samenwerkingsverband moeten aangaan en hoe we dat moeten uitwerken. We hebben ook steun nodig, want we worden met een paar problemen geconfronteerd. Niet alleen infrastructurele maar ook financiële problemen. Wat maakt uw school dynamisch en multicultureel, zoals vermeld in de visie op de website? Een andere les die we hebben ingevoerd is Actua. Vele jongeren beleven hun eigen cultuur in Vlaanderen. Het merendeel van de kinderen van andere etnische origine kijkt niet naar de Vlaamse media. Deze zaak gaan wij behandelen. Zo gaan we hen vertrouwd maken met onze media, door bijvoorbeeld nieuwslezers te leren kennen aan de hand van foto’s met naam van de nieuwslezer eronder. In ons internaat verplichten we de jongeren om naar bepaalde programma’s te kijken, zoals ‘Koppen’,’Terzake’ enzovoort. Elke avond worden ze verondersteld een uur naar één van die programma’s te kijken. We passen ook ons uurschema aan de uitzend tijd van deze programma’s aan. Nadien worden ze er vaak over ondervraagd. Er zitten een 100tal leerlingen op onze internaten, verspreid over 3 vestigingen. Een ander vak dat wij aanbieden aan de leerlingen is ‘het academisch Nederlands’. Dit fenomeen is begonnen aan het hoger onderwijs in Hasselt. Aan het begin van het academiejaar moet er door iedereen een proef worden aflegd. Indien de leerling niet slaagt, moet deze het academisch Nederlands bijschaven door extra lessen te volgen. Deze cursus hebben we overgenomen en geven we direct al in het vijfde en zesde jaar. De cursus houdt concreet in dat de leerlingen wetenschappelijke teksten te lezen krijgen en dat ze de moeilijke woorden uit de context leren begrijpen. Autochtone leerlingen scoren hier zonder voorbereiding doorgaans ook zwak op. Ik las ook dat u een ‘vrije niet-confessionele school’ bent. Hoe vertaalt zich dit in de praktijk?
|











