Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud
Ook in de 19e eeuw was er in Antwerpen een vondelingenluik, in de St. Rochusstraat in Sint-Andries. CC FelixArchief Antwerpen

Aanstaande ouders hebben toegankelijke hulp nodig, geen repressie

Het nieuws over de baby's die vorig najaar werden achtergelaten in het vondelingenluik in Borgerhout kwam hard binnen bij Kif Kif-contributor Shashitu Rahima Tarirga. Dat ouders zich genoodzaakt voelen om hun kind in dat luik achter te laten is namelijk een teken aan de wand. Er is dringend nood aan beter toegankelijke, gecoördineerde en vertrouwde ondersteuning voor (aanstaande) ouders. In plaats daarvan zet de Vlaamse overheid in op repressie.

Door Shashitu Rahima Tarirga op 08 april 2026

Eind 2025 lees ik de titel van een bericht op VRT NWS “Opnieuw baby gevonden in vondelingenschuif in Borgerhout: 3e kindje in 3 maanden tijd”. Mijn hart krimpt licht ineen. De vondelingenschuif geeft ouders de mogelijkheid om hun pasgeboren baby anoniem af te staan. Indien de ouders zich binnen een bepaalde periode niet terug komen aanmelden, wordt voor deze baby’s een adoptieprocedure opgestart. Het artikel geeft in drie alinea’s summier achtergrond over de drie baby’s en de procedure die is gekoppeld aan de vondst van een baby in de vondelingenschuif. Er wordt geen aandacht besteed aan de ethiek achter en de psychosociale impact van deze situatie voor de betrokkenen. Het is een nieuwsfeit, niets meer en niets minder.

De droogheid van het bericht staat in schril contrast met wat ik voel bij het lezen ervan. Een baby die op deze manier zijn leven moet beginnen, dat zou sowieso geen hart onberoerd moeten laten. Ik word nog extra geraakt omdat ik zelf te vondeling ben gelegd. Voor mij gebeurde dit begin jaren negentig en niet in België, maar in Ethiopië. Dat is in ieder geval wat er in mijn adoptiepapieren staat en wat dus de officiële verklaring is voor mijn adoptie. 

Aangezien de realiteit echter is dat er vaak onjuiste of vervalste informatie in adoptiedossiers is opgenomen, weet ik niet zeker of dit echt de start van mijn leven is geweest. Maar bij gebrek aan een (verifieerbaar) alternatief moet ik uitgaan van het idee dat ik te vondeling ben gelegd in Ethiopië. Hierdoor voel ik een verbintenis met die drie baby’s in Borgerhout. Ik vraag me af hoe zij later op de start van hun leven zullen terugkijken en of zij dezelfde vragen als ik zullen stellen: “Wie is mijn moeder en lijk ik misschien op haar? Waarom konden mijn ouders niet voor mij zorgen? Ben ik uit liefde weggegeven of wilden mijn ouders mij niet? Zou ik nog broertjes of zusjes hebben?” Ik vraag me af of deze baby’s als ze ouder zijn over straat zullen wandelen en zich net als ik bij elke volwassene die een beetje op hen lijkt zullen afvragen of dat misschien hun ouder is. Het VRT-artikel is voor mij geen droog nieuwsfeit, maar direct gelinkt aan mijn eigen doorleefde ervaringen en die van velen rond mij.

In 1812 werd de eerste vondelingenschuif in Antwerpen opgericht. De werking van toen lijkt niet veel te verschillen van de huidige vondelingenschuif in Borgerhout
Shashitu Rahima Tarirga

De vondelingenschuif is geen recente uitvinding. Uit onderzoek van het burgerwetenschapsproject Sociale Ongelijkheid in Sterfte (S.O.S. Antwerpen) blijkt dat er al in de 14e eeuw sprake was van een vondelingenhuis in Antwerpen. In 1812 zou de eerste vondelingenschuif in Antwerpen zijn opgericht. De werking van toen lijkt niet veel te verschillen van de werking van de huidige vondelingenschuif in Borgerhout. Er was sprake van een alarmsysteem om hulpbieders te attenderen op de plaatsing van een baby in de schuif en ook toen werd er al gewerkt met een systeem waardoor het mogelijk was om baby’s en moeders/ ouders op een later moment met elkaar te matchen. Uiteindelijk kwam er in 1860 een einde aan het bestaan van deze vondelingenschuif in Antwerpen.

Recht op afstammingsinformatie

De hedendaagse opvolger van de vondelingenschuif uit de 19e eeuw is een privé-initiatief vanuit de vzw Moeders voor Moeders en opende in 2000 in Borgerhout. Katrin Beyer, één van de initiatiefnemers, legt aan VRT NWS uit dat ze voor dit initiatief werden geïnspireerd door de opening van een vondelingenluik in Duitsland. 

Hoewel er in Antwerpen een samenwerking is met politie en parket, is er geen verdere samenwerking met de overheid. Beyer verklaart in het VRT-artikel dat de Belgische overheid haar handen niet vuil wil maken aan een initiatief als het vondelingenluik. De overheid gebruikt hiervoor de redenering dat een vondelingenluik, en dus de mogelijkheid om een baby anoniem achter te laten, kinderen het recht ontneemt om hun ouders te kennen. Je kind te vondeling leggen is dan ook een strafbaar feit in België. 

Beyer beschuldigt de overheid ervan zich te verschuilen achter dit argument. Ze legt hierbij een brug naar anonieme donorschap, waarbij kinderen dit recht ook wordt ontnomen en wat tot op heden nog steeds mogelijk is in België. Voor het vondelingenluik werpt de overheid dus een argument op waar ze op andere momenten minder belang aan hecht. Waarom heeft het anders zo lang geduurd tot stappen werden gezet richting de afschaffing van anoniem sperma- en eiceldonorschap? 

Tooltip content for: tot op heden

Hier komt in de nabije toekomst hopelijk verandering in met het door de regering goedgekeurde wetsvoorstel van minister Vandenbroucke om de anonimiteit bij eicel- en spermaceldonatie af te schaffen.

Ook bij adoptie legt de Belgische overheid tot nu toe niet dezelfde zorgvuldigheid aan de dag rond het recht van kinderen om hun ouders te kennen. Waarom zet de overheid amper stappen om het recht op afstammingsinformatie na te komen in gevallen van adopties waarbij papieren en/of gegevens zijn vervalst of verdwenen, waardoor geadopteerden en metissen en hun geboorteouders geen mogelijkheid meer hebben om elkaar terug te vinden? Het is pas recent dat de overheid bij monde van Minister Gennez durft te spreken over een eventuele uitfasering van interlandelijke adoptie. Ondanks dat al heel lang bekend is dat er sprake is van wantoestanden bij adoptie waarbij onder andere identiteitsgegevens en afstandsverhalen van kinderen en hun geboorteouders zijn vervalst, waardoor het voor geadopteerden en hun geboorteouders schier onmogelijk wordt om elkaar terug te vinden.

Afstammingsinformatie kan levensbepalend zijn

Verderop in hetzelfde artikel plaatst Beyer het recht op afstammingsinformatie tegenover het recht op leven. Ze stelt: “Bovendien heeft een baby die in een struik wordt achtergelaten lak aan zulke rechten. Verzeker eerst het recht op leven…” Beyer slaat met deze uitspraak de plank volledig mis.

De kinderrechten en mensenrechten zijn geen kwestie van of-of, ze zijn een kwestie van en-en
Shashitu Rahima Tarirga

Als buitenstaander is het makkelijk om te zeggen dat het recht op leven boven het recht op afstammingsinformatie gaat. Je kunt echter voor anderen niet bepalen hoe zwaarwegend het niet hebben van afstammingsinformatie is, dit kan enkel degene bepalen die het slachtoffer is van het niet hebben van afstammingsinformatie. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die (nog) geen problemen ervaren bij het ontbreken van informatie over hun afstamming. Anderen zullen dit enkel als een beperking ervaren omdat ze bijvoorbeeld ook geen zicht hebben op hun medisch genetische voorgeschiedenis - Iedereen die wel eens bij een dokter is geweest zal de vraag herkennen of aandoening x of symptoom y in de familie voorkomt. 

Er zijn echter ook veel mensen bij wie het gebrek aan toegang tot hun afstammingsinformatie op een drastische manier doorweegt in hun verdere leven. Het weten waar je vandaan komt en van wie je afstamt is voor veel mensen immers een belangrijke basis voor het vormen van hun verdere identiteit. 

Natuurlijk is het beter dat een kind in een gecontroleerde en veilige omgeving wordt achtergelaten dan ergens op straat. Dit betekent echter niet dat we andere rechten van het kind dan moeten laten vallen. Het kind heeft zowel recht om te leven als het recht om te weten van wie het afstamt. De kinderrechten en mensenrechten zijn geen kwestie van of-of, ze zijn een kwestie van en-en. 

Afstand doen komt met consequenties

Bovendien zouden we ervoor moeten zorgen dat ouders niet hoeven te beslissen om hun kind op welke plek dan ook te vondeling te leggen. Het afstaan van een kind door het te vondeling te leggen heeft op allerlei manieren consequenties voor het kind zelf. Het kind moet namelijk leren leven met het feit dat het is afgestaan en dat het wellicht nooit zal weten wie zijn ouders zijn. Als geadopteerde die geen toegang heeft tot haar afstammingsinformatie, ervaar ik keer op keer dat het voor mensen die niet in dezelfde situatie zitten onmogelijk blijkt om zich in deze situatie in te leven. Zoals ook blijkt uit de uitspraak van Beyer.

Daarnaast dragen ook de ouders die hun baby te vondeling hebben gelegd de consequenties hiervan levenslang met zich mee. Amerikaanse onderzoeken van Brodzinsky en Livingstone Smith (2014)Lapidus en anderen (2023) en Lynn Roche Zubov (2026) concluderen dat moeders die één of meer kinderen afstonden ter adoptie hier allerlei negatieve psychologische gevolgen rond ervaren. Brodzinsky en Livingstone Smith stellen dat één derde of meer van de aan hun onderzoek deelnemende moeders in het eerste jaar na afstand van hun kind last had van onder meer depressie, rouw en schuldgevoel. Op het moment van het onderzoek was het tussen de drie en tien jaar geleden dat ze afstand hadden gedaan van hun kind, maar een deel van de moeders ervaarde nog steeds depressie, problemen met zelfwaardering en schuld. Dat toont aan dat de gevolgen zowel ingrijpend als langdurig zijn. Het grootste gedeelte van deze vrouwen gaf immers aan dat deze psychologische problemen voortkwamen uit het afstand doen van hun kind. 

Ook in het onderzoek van Lynn Roche Zubov geven moeders aan dat ze emotionele gevolgen dragen van het afstand doen van hun kind. Het onderzoek concludeert tevens dat er sprake is van een significant hoger risico op suïcide bij moeders die hun kind voor adoptie hebben afgestaan, dan moeders die nooit een kind afstonden.

Het vondelingenluik is geen fundamentele oplossing voor een probleem maar een doekje voor het bloeden. Het dreigt zo zelfs het echte probleem in stand te houden
Shashitu Rahima Tarirga

Het onderzoek van Brodzinsky en Livingstone Smith concludeert ook dat deze vrouwen emotionele en sociale steun gemist hebben na het afstand doen van hun kind. Een gemis dat blijft bestaan tot jaren na het afstand doen van hun kind. De onderzoeken van Emily Lapidus uit 2023 en Lynn Roche Zubov uit 2026 komen tot gelijkaardige conclusies. Het laatste onderzoek voegt toe dat moeders het gevoel hebben gehad dat ze werden gepusht of gemanipuleerd richting het afstand doen van hun kind. Een druk die zowel voortkwam uit de maatschappij als uit de zorginstanties die deze moeders ten tijde van de afstand begeleidden.

Alle drie de onderzoeken hebben betrekking op moeders die hun kind binnen een ondersteunend kader hebben afgestaan. Er is amper tot geen zicht op wie de ouders zijn die hun kind te vondeling leggen. Maar het kan niet anders dan dat bovenstaande ervaren emoties en ondersteuningsnoden minstens zo prominent en wellicht wel prominenter aanwezig zijn bij ouders die besluiten om hun kind te vondeling te leggen en dus geen professionele ondersteuning ontvangen rond de bevalling en/of het afstand doen van hun kind.

Wat mij betreft zouden we het bestaan van het vondelingenluik (en vooral het gebruik daarvan) moeten zien als een teken aan de wand. Het vondelingenluik is geen fundamentele oplossing voor een probleem maar een doekje voor het bloeden. Het dreigt zo zelfs het echte probleem in stand te houden. Een probleem waarbij (aanstaande) ouders, om welke reden dan ook, hun weg niet vinden naar de reguliere zorg en hulpverlening die voorhanden is voor zij die ongewenst zwanger zijn.

Hulpverlening voor het ongeboren kind

Misschien knaagt het bericht van de baby’s in het vondelingenluik extra omdat ik ook denk aan de mogelijkheid die is gecreëerd door minister Gennez om verplichte begeleiding op te leggen aan ouders die een baby verwachten en zich gelijktijdig in een precaire situatie bevinden. In het voorstel van decreet is te lezen dat:

Om te verhinderen dat risicovol gedrag, alcohol- of middelenmisbruik of geweld tijdens de zwangerschap de ontwikkeling van het ongeboren kind ernstig in gevaar zou brengen, worden met dit voorstel van decreet het ongeboren kind en de aanstaande ouders onder het personele toepassingsgebied van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp gebracht. Op die manier kan nog voor de geboorte van het kind aanklampende jeugdhulpverlening of, als die niet volstaat, gerechtelijke jeugdhulpverlening worden opgestart.

Als orthopedagoog in de hulpverleningssector erken ik dat er kinderen zijn die in schrijnende situaties opgroeien. En ik vind inderdaad dat we alles moeten doen om kinderen zich veilig en gezond te laten ontwikkelen. Er is genoeg onderzoek dat aantoont dat de eerste 1000 dagen voor een kind een cruciale impact hebben op de rest van de ontwikkeling. 

Maar in plaats van verplichte zorg is er volgens mij vooral een betere afstemming nodig tussen diensten voor psychologische en/of pedagogische ondersteuning en diensten die zich bezighouden met wonen, werken, (psychiatrische) gezondheid, financiën en justitie. Een precaire opvoedings- of zwangerschapssituatie is geen geïsoleerde problematiek. Middelenmisbruik of geweld staat vrijwel nooit op zichzelf. Bijna altijd zullen deze problematieken zich voordoen binnen een context waar het op allerlei gebieden moeilijk loopt door omstandigheden die zich op verschillende levensdomeinen situeren.

Ondersteunen we ouders en kinderen echt met verplichte begeleiding, of drijven we ze eerder in een gemarginaliseerd hoekje?
Shashitu Rahima Tarirga

Ook hier geldt dus dat de noodzaak tot het creëren van een wetgevend kader waarbij verplichte hulpverlening vroeger kan worden opgelegd, moet gezien worden als een teken aan de wand. Ondersteunen we ouders en kinderen echt met deze maatregel of drijven we ze eerder in een gemarginaliseerd hoekje waar op hen neergekeken wordt en waar we ouders – en mogelijk ook kinderen – nog verder wegduwen van een vertrouwelijke relatie met het institutioneel kader? 

Bovendien vraag ik me af welke ouders we treffen met deze decreetswijziging. Een vraagstelling die ook voortkomt uit de woorden ‘risicovol gedrag’ die worden gebruikt in de decreetswijziging om vervroegde hulpverlening mogelijk te maken. Detecteren en definiëren we risicogedrag bij (aanstaande) ouders in een villawijk net zo snel of op dezelfde manier als bij (aanstaande) ouders in een sociale woonwijk? Ik vrees van niet. 

Symptoombestrijding in plaats van fundamentele aanpak

Zowel bij het vondelingenluik als bij het voorstel voor vervroegde verplichte zorg stel ik vast dat er onderliggend sprake is van dezelfde problematiek: onvoldoende vertrouwde, veilige en toegankelijke systemen voor mensen die zwanger zijn en om wat voor reden dan ook nood hebben aan ondersteuning. 

Zowel het vondelingenluik als het opleggen van verplichte hulp is geen oplossing voor de onderliggende problematiek, de maatregelen doen enkel aan symptoombestrijding. We zouden in plaats daarvan beter kijken naar het systeem dat ouders, en dus ook kinderen, in de kou laat staan. Een systeem dat eerder wantrouwen dan vertrouwen kweekt. 

Want hoe kan je ouders vertrouwen bieden als je die ouders op andere levensdomeinen (verder) marginaliseert en stigmatiseert? Denk hierbij bijvoorbeeld aan de plannen van de huidige overheid met betrekking tot de sociale zekerheid. Het samenwerkingsverband voor organisaties voor armoedebestrijding Decenniumdoelen doet daarover in haar armoedebarometer 2025 de volgende huiveringwekkende voorspelling: 

"[D]e beleidsplannen voor de toekomst zijn niet van aard om de armoede terug te dringen. Zo wordt de welvaartsenveloppe die de band van de sociale minima met de welvaartsevolutie garandeert geschrapt, worden de voorziene verhogingen van pensioenen en ziekte-uitkeringen geschorst, de leeflonen geplafonneerd. Nieuwkomers ontvangen de eerste vijf jaar van hun verblijf geen leefloon of inkomensgarantie voor ouderen. De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd dreigt voor inkomensverlies te zorgen voor zo’n 180.000 langdurig werklozen. Deze maatregelen zullen de armoede ongetwijfeld opnieuw doen toenemen. Tegelijkertijd is er een stigmatiserend en negatief discours over mensen met een inkomen onder de armoedegrens die dag en nacht moeten werken om te overleven en hun kinderen te geven waarop ze “recht” hebben."

Of, zoals blijkt uit de lopende rechtszaak van Unia tegen vzw Moeders voor Moeders, omwille van discriminatie van laatstgenoemde naar vrouwen met een hoofdoek waardoor zij geen toegang hebben tot de volledige hulpverlening van de vzw.

Er zou een dienst- en hulpverleningssysteem moeten bestaan dat op een gecoördineerde, afgestemde en laagdrempelige manier op verschillende levensgebieden tegelijkertijd kan werken. Een systeem dat veilig, toegankelijk en steunend genoeg is voor (aanstaande) ouders. Een systeem dat zich in de (leef)wereld van (aanstaande) ouders wil begeven in plaats daar enkel van buitenaf een oordeel over te hebben. Een systeem waar ouders niet het gevoel hebben dat ze verder worden gestigmatiseerd, maar waar ze als mens worden gezien. Laten we als samenleving op deze manier zorgen dat kinderen bij hun eigen ouders en in een veilige omgeving kunnen opgroeien.


Geef je mening of deel in je netwerk

Over de auteur

Shashitu Rahima Tarirga

Shashitu is geboren in Ethiopië en na adoptie opgegroeid in Nederland. Van jongs af aan had ze de drang om op te komen en er te zijn voor zij die het moeilijker hebben dan zij. Ze probeert dat in haar privéleven, op werkgebied en inmiddels ook door te schrijven. Ze hoopt zo een bijdrage te leveren aan een wereld die een klein beetje mooier en rechtvaardiger is.

Meer van Shashitu Rahima Tarirga