'Falastini Spirit': tussen afstand en verzet
De Palestijnse politieke activist Raghd Azzam schreef voor het onafhankelijke Arabische mediaplatform Scene48 een tekst over haar ervaring als Palestijnse vrouw in Europa. Over het leven op afstand en het volgen van de genocide vanuit een continent dat vaak wegkijkt en in veel opzichten medeplichtig is. Kif Kif publiceert een vertaling.
Ik ben geboren in Nazareth, in de bezette gebieden van 1948. Mijn grootvader was een vluchteling uit Saffurye. De afgelopen zes jaar heb ik in Brussel gewoond en in het theater gewerkt. De woorden die aan mij worden gekoppeld (vrouw, Palestijnse, kleindochter van een vluchteling, migrant, kunstenaar) zijn allemaal waar, maar geen van alle volledig. Elk woord weerspiegelt fragmenten van een verhaal dat gevormd is door ontheemding en verzet.
Na er twee jaar niet te zijn geweest, besloot ik terug te keren naar Palestina. Op de terugweg naar Brussel vroeg de zionistische agente op Ben Gurion Airport: “Waarom blijf je niet in België? Je lijkt daar gelukkig. Waarom zou je terugkomen?” Ze vroeg het tien keer, haar toon was niet nieuwsgierig maar instructief: vergeet Palestina, move on.
Weken later, in een shoarmazaak aan de Bergensesteenweg, een straat met veel Levantijnen hier in Brussel, viel een man me in het Arabisch lastig. Toen ik reageerde, beschuldigde hij me ervan dat ik het niet verdiende om Palestijn te zijn omdat ik eruitzag alsof ik uit '48 kwam. Op dat moment voelde ik me dubbel ontheemd: door de bezetting en door de wonden die die bij ons volk heeft achtergelaten.
Palestina bestaat uit vier delen: de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de gebieden die in 1948 werden bezet. Palestijnen in die laatste gebieden hebben de Israëlische nationaliteit. Dat is waar het verwijt vandaan komt dat mensen uit de in 1948 bezette gebieden 'minder Palestijns' zouden zijn.
Een week van intersecties
De week daarna vatte al mijn kruispunten [van maatschappelijke uitsluiting, red.] tegelijk samen. Op donderdagochtend kreeg ik een boete van 84 euro toen ik mijn paspoort wilde verlengen bij de zionistische ambassade. De reden: een van de documenten die ik meebracht zou 'bekrast' zijn. Drie mannen achter de balie spraken met geoefende arrogantie. Ik vertrok in tranen en belde vervolgens de Belgische autoriteiten over mijn verblijfsdocumenten; nog steeds 'geen update'. Tussen de bureaucratie van de kolonisator en het migratiebeleid van Europa voelde mijn bestaan als in de wacht gezet.
Die avond woonde ik een voorstelling bij van een theatergezelschap van moslims over jonge Marokkanen in Brussel die geconfronteerd worden met islamofobie en het gevoel van 'belonging'. Na de voorstelling ontmoette ik een Egyptische vriend die na jaren van afwijzing eindelijk een visum had gekregen. De volgende avond, op vrijdag, voerde een groep geracialiseerde – Congolese, Marokkaanse, Chinese, Burundese – artiesten een voorstelling op over grenzen als ruimtes van genezing.
Ik sprak met de agent in het Arabisch, met een sterk Palestijns accent, als een manier om te zeggen: dit paspoort, wallahi, vertegenwoordigt mij niet
Later die avond vroeg een Europese queer man, met een baard en een rok aan, aan mij welke privileges ik als Palestijn in Brussel wel niet had, aangezien ik ‘systemische verandering’ wilde. Diezelfde avond heb ik drie keer tien minuten lang uitgelegd hoe mijn naam uitgesproken moest worden. Elke keer spraken ze het verkeerd uit. Elke keer herhaalde ik langzaam: R-A-G-H-D. Raghd.
Ik realiseerde me hoe queer zijn in Europa vaak ontdaan is van zijn politieke lading en gereduceerd wordt tot een esthetiek van verschil in plaats van solidariteit. Voor mij moet queer zijn (net als Palestijn zijn) politiek blijven: een verzet tegen patriarchaat, fascisme en kolonialisme.
Op zaterdag ging ik met een vriend uit Gaza, die zijn stad sinds zijn volwassenheid nog nooit heeft gezien, naar een concert van Nicolas Jaar (een Chileens-Palestijnse muzikant, afkomstig uit Bethlehem) en Ali Sethi (een Pakistaans-Amerikaanse muzikant). Hun muziek bracht onze verspreide geografieën samen in één krachtig geluid.
Op zondag woonde ik de operavoorstelling Ali bij, over een Somalische jongen die op zijn veertiende via de dodelijke Libische route naar Europa overstak. Zijn verhaal weerspiegelde talloze andere verhalen, de choreografie van migratie, de fragiele performance van ‘welkom’. Op weg naar huis werd ik aangehouden door de politie, die om mijn Belgische identiteitskaart vroeg. Ik legde uit dat ik die nog niet had. Ze vroegen om een ander document en ik liet hen mijn Israëlische paspoort zien. Dit alles onder het toeziend oog van een Marokkaanse agent met wie ik in het Arabisch sprak, met een sterk Palestijns accent (met de nadruk op mijn qāf en mesh om ‘niet’ te zeggen), als een manier om te zeggen: dit paspoort, wallahi, vertegenwoordigt mij niet.
Palestijn zijn in Europa is een voortdurende onderhandeling tussen erbij horen en afwijzing, zichtbaarheid en uitwissing, tussen het verdedigen van je naam en het bewijzen van je bestaan
Palestijn en migrant zijn in Europa is nooit één verhaal. Het is een voortdurende onderhandeling tussen erbij horen en afwijzing, zichtbaarheid en uitwissing, tussen het verdedigen van je naam en het bewijzen van je bestaan. Ondertussen ondergaat ons volk in Palestina onvoorstelbaar leed. Gaza ligt in puin, de Westelijke Jordaanoever wordt belegerd, Jeruzalem stikt. Binnen de grondgebieden van 1948 wordt Palestijnen het zwijgen opgelegd.
Zelfs hier klinkt de echo keer op keer: wees stil, wees dankbaar, wees neutraal.
Maar ‘Falastini Spirit’ weigert neutraliteit. Het is de weigering om te verdwijnen: een boete betalen aan je kolonisator vanwege een ‘krasje’, toekijken hoe anderen jouw pijn uitbeelden terwijl jij erop staat je eigen pijn te vertellen, vernedering overleven maar toch weigeren te zwijgen.
'Falastini Spirit' is geen nostalgie. Het is aanwezigheid: een levend archief dat wordt gedragen door taal, muziek, kunst, olijfbomen en lichamen die grenzen blijven overschrijden. ‘Falastini’ zijn in Europa betekent strijd en verzet mee naar huis nemen.
Te midden van uitwissing staan, en rustig maar vastberaden zeggen: “We zijn er nog. En we zullen terugkeren.”
De originele (Engelse) versie van deze tekst werd gepubliceerd op het onafhankelijke Arabische mediaplatform Scene48.
Over de auteur
Raghd Azzam is een Palestijnse vrouw uit Saffurye. Ze is opgegroeid in Nazareth en woont in Brussel. Ze is een sociaal en politiek activist, oorspronkelijk opgeleid als taalkundige en vertaalster. Ze heeft twee jaar gewerkt als cultureel bemiddelaar in Franstalige theaters en als evenementencoördinator. Ze is medeoprichter van Palestine and Beyond, dat multidisciplinaire Palestijnse kunstenaars in Europa verenigt.
Meer van Raghd Azzam