Geweld tegen vrouwen: individuele daden, maatschappelijke wortels
Het publieke debat over geweld tegen vrouwen focust sterk op daders, en bijna uitsluitend op mannen. Individuele verantwoordelijkheid is daarbij terecht een centraal uitgangspunt. Maar wanneer het probleem uitsluitend op deze manier wordt benaderd, blijft de analyse onvolledig.
Geweld tegen vrouwen is niet alleen een optelsom van losstaande individuen die fout handelen, maar het resultaat van bredere maatschappelijke processen.
Bij het analyseren van die processen is het cruciaal om ook een ander hardnekkig gehanteerd frame te benoemen: geweld tegen vrouwen wordt door sommigen voorgesteld als een fenomeen dat gebonden zou zijn aan één cultuur, religie of migratiegeschiedenis. Het komt echter voor bij alle nationaliteiten, in alle sociale klassen en in alle gemeenschappen. Ook in België bestond geweld tegen vrouwen lang vóór de komst van gastarbeiders.
Partnergeweld was historisch gezien zelfs sterker genormaliseerd dan vandaag, vaak onzichtbaar gemaakt door wetgeving en sociale conventies. Dat we vandaag meer over geweld spreken, betekent niet noodzakelijk dat het toeneemt, maar wel dat het zichtbaarder is geworden.
Mannen die geweld plegen, worden niet zo geboren. Ze worden gevormd. Door opvoeding, onderwijs en sociale verwachtingen. Door expliciete en impliciete boodschappen over macht, emoties, relaties en controle. Een analyse die geweld cultureel of etnisch framet, miskent deze bredere dynamieken en schuift een maatschappelijk probleem af op specifieke groepen.
Mannen die geweld plegen, worden niet zo geboren. Ze worden gevormd. Door opvoeding, onderwijs en sociale verwachtingen
Die vorming tot potentiële geweldpleger begint vroeg. In gezinnen en scholen leren kinderen wat mannelijkheid en vrouwelijkheid betekenen, welke emoties aanvaardbaar zijn en hoe met frustratie wordt omgegaan. In dat proces spelen niet alleen vaders, maar ook moeders, opvoeders en zorgfiguren een rol. Dat benoemen is geen schuldverschuiving, maar een erkenning van hoe normen structureel worden doorgegeven.
Daarnaast speelt beeldvorming een belangrijke rol. In media en populaire cultuur wordt het vrouwelijk lichaam vaak geseksualiseerd en herleid tot object. Deze beeldvorming vormt geen randfenomeen, maar een constante achtergrond waarbinnen ideeën over beschikbaarheid, macht en grensoverschrijding genormaliseerd raken. Dat vrouwen zelf soms deelnemen aan of profiteren van deze beelden, verandert niets aan het structurele karakter ervan. Deze systemen functioneren precies doordat ook degenen die erdoor worden benadeeld, erin worden ingeschakeld.
Socio-economische factoren zoals armoede of stress worden vaak aangehaald als verklaring voor geweld op vrouwen. Die factoren spelen onmiskenbaar een rol, maar vooral als versterkers. Als zij doorslaggevend waren, zou geweld in midden- en hogere sociale klassen nauwelijks voorkomen. Dat is niet het geval. De wortels van geweld liggen dieper dan economische omstandigheden alleen.
Geweld is zelden een plots verlies van controle. Het is meestal een aangeleerde verhouding tot macht
Geweld is zelden een plots verlies van controle. Het is meestal een aangeleerde verhouding tot macht, lichaam en nabijheid. Zolang het debat blijft steken in morele verontwaardiging, individuele bestraffing of culturele stigmatisering, verandert er weinig. Straf is noodzakelijk, maar is geen preventiestrategie.
Het benoemen van structurele oorzaken vermindert op geen enkele manier de individuele verantwoordelijkheid van daders. Integendeel: het maakt duidelijk waarom geweld zich blijft herhalen wanneer we het uitsluitend als een individueel falen beschouwen.
Wie geweld op vrouwen werkelijk wil terugdringen, moet bereid zijn het ongemak toe te laten en het probleem te erkennen als wat het is: een diepgeworteld maatschappelijk vraagstuk dat alle gemeenschappen doorkruist. Alleen door die brede, eerlijke analyse kan structurele verandering ontstaan.
Over de auteur
De auteur van dit artikel wil graag anoniem blijven. De naam en contactgegevens zijn bekend bij de redactie.
Meer van F.