Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

'Juf, ik doe mee aan de Ramadan!': 5 tips voor leer­krach­ten in het ba­sis­on­der­wijs

Het kind straalt: “Juf, ik doe mee aan de Ramadan!” En in het hoofd van de leerkracht? Onzekerheid, of misschien wel error?! Oei… Is dat haar eigen keuze? Is dat wel gezond voor zo’n jong kind? Moet ze van thuis uit? Kan ze zich wel concentreren? Herkenbaar? Even ademhalen.

De Ramadan is voor veel moslims een betekenisvolle periode vol bewustwording, verbinding en zorg voor jezelf en voor anderen. Elk gezin, elk persoon en dus ook elk kind beleeft deze maand op hun eigen manier. De Ramadan heeft niet alleen een impact op de personen die actief vasten, maar ook op de familiale routines. (Jonge) kinderen voelen de aangepaste dagstructuur, de gezamenlijke momenten en de bijzondere sfeer in huis, en tonen vaak spontaan de wens om ook mee te doen. Voor hen gaat het dan minder over ‘moeten vasten’ en veel meer over deel uitmaken van iets dat belangrijk is voor hun community. 

Die ervaringen thuis weerspiegelen zich vanzelfsprekend ook in de schoolcontext, waar de ervaringen van kinderen een belangrijk uitgangspunt zijn. We delen dan ook graag vijf tips om deze leefwereld ook in jouw klas binnen te brengen. 

Tip 1 – Wees je bewust van je eigen ideeën

Het is logisch dat je eerste reflex als leerkracht is: 'Maar voeding is toch belangrijk? En zal hun concentratie er niet onder lijden als ze minder slapen of niet eten?'

Wij maken doorheen de dag talloze beslissingen, vaak zonder te beseffen hoe sterk ons eigen referentiekader die beslissingen beïnvloedt. Naast ervaringen, waarden en overtuigingen horen daar ook impliciete vooroordelen bij: automatische gedachten of veronderstellingen waarvan we ons niet altijd bewust zijn. Ze maken ons niet 'slecht', maar ze kunnen wel invloed hebben op hoe we leerlingen zien en benaderen, zeker wanneer we geconfronteerd worden met situaties die buiten onze eigen leefwereld vallen, zoals voor sommigen van ons de Ramadan.

Je kan het een beetje vergelijken met de Antwerp Ten Miles. Iedereen mag meedoen, maar hoeft daarom niet meteen die 16 kilometer te lopen. Volwassenen en kinderen kunnen ook deelnemen op hun eigen tempo. Zo kunnen kinderen ook aan de Ramadan meedoen op een manier die past bij hun leeftijd eigen wensen, door bijvoorbeeld te vasten op een aangepaste manier (tot de middag, na een stevig ontbijt, geen tussendoortjes, geen gesuikerde dranken drinken, één dag, …) of gewoon te genieten van het samenzijn met de familie.

Door je bewust te worden van je eigen bril en ruimte te maken voor andere perspectieven, kan je met meer nuance en empathie naar leerlingen kijken. 

Tip 2 – Ontwikkel zelfvertrouwen door je te informeren

Je hoeft geen islam-expert te worden, maar wat gericht opzoekwerk kan er gauw voor zorgen dat je meer houvast hebt om in gesprek te gaan over de Ramadan. We geven je alvast twee behapbare informatiebronnen:

  • De blogpost 'Ramadam moubarak: 10 woorden die je vaak hoort tijdens de Ramadan.'
  • De podcast 'Duidelijk' van De Morgen: “Alles wat je nog nooit durfde vragen over de Ramadan” 

Er bestaan ook heel wat bronnen die je meteen samen met kinderen kan ontdekken. Een paar toegankelijke voorbeelden:

Vergeet niet om genuanceerd te praten over het beleven van de Ramadan, net zoals je dat best bij elk ander (religieus) feest doet. Voor sommige kinderen kan er sociale druk zijn om mee te doen, of het gevoel dat het ‘slecht’ is als ze niet vasten. Anderen ervaren net het tegenovergestelde en zien de Ramadan eerder als iets 'voor de mama’s en papa’s'.

Door zelf informatie te verzamelen en het gesprek aan te gaan, kan je kinderen beschermen tegen verkeerde aannames en onnodige druk. 

Als leerkracht kan je alvast meegeven dat:

  • Mensen met (onzichtbare) ziekten niet hoeven te vasten;
  • De Ramadan door iedereen anders wordt beleefd;
  • Er geen 'juiste manier' bestaat: iedereen kiest zelf of en hoe die meedoet. Dat maakt je geen beter of slechter kind.

Door verschillende perspectieven te delen, help je alle kinderen om hun eigen mening te vormen en keuzes te maken die bij hen passen. Dat kan ervoor zorgen dat kinderen minder spanning of twijfel ervaren rond zelf meedoen. 

Tip 3 – Toon interesse en betrokkenheid

“Hoe was het gisterenavond bij je familie?”“Wat heb je als suhoor (de maaltijd voor zonsopgang) gegeten?” of “Is het vandaag een makkelijke of een moeilijke dag?”. 

Deze kleine momenten van erkenning, kunnen voor leerlingen en hun ouders/opvoeders een groot gebaar van begrip en steun zijn. Door dit te doen, benoem je actief wat er speelt in hun leefwereld en geef je zichtbaar erkenning aan de diversiteit in je klas. Net die open houding zorgt ervoor dat leerlingen voelen dat ze zichzelf mogen zijn met hun eigen beleving, hun eigen keuzes en hun eigen achtergrond. 

Wil je beter begrijpen hoe een leerling uit jouw klas de ramadan ervaart, dan kan een gesprek met de ouders/opvoeders veel inzicht bieden. Je kan bijvoorbeeld vragen stellen als Hoe beleeft jullie kind de Ramadan? Zijn er afspraken waar we rekening mee kunnen houden? Sommige ouders/opvoeders vinden het ook fijn om zelf te vertellen over hun ervaringen; hen kan je misschien wel betrekken bij een klasgesprek of voorleesmoment.

Tegelijk leer je zelf ook bij. Wanneer kinderen vertellen over hun beleving, merk je al snel dat iedereen de Ramadan op zijn eigen manier ervaart. Je leert nieuwe woorden kennen, zoals iftar en suhoor, en krijgt meer inzicht in hun dagelijkse realiteit. Zo groeit wederzijds begrip en ontstaat er ruimte voor respectvolle nieuwsgierigheid.

Tip 4 – Betrek de hele klas

Je hoeft geen hele maand rond de Ramadan te werken om een betekenisvol aanbod te creëren. Met kleine, bewuste acties kan je de hele klas betrekken en zorgen voor herkenning, verbinding en begrip:

  • Je onthaal(hoek) licht aanpassen, bijvoorbeeld door op je kalender de Ramadan en Eid al-Fitr (het feest aan het einde van de vastentijd, ook gekend in Vlaanderen als het Suikerfeest) aan te duiden
  • Een (prenten)boek voorlezen dat gelinkt is aan het thema
  • Samen wenskaarten knutselen, en daarbij zowel kaarten aanbieden met 'Ramadan Kareem' of 'Ramadan Moubarek’ als kaarten met bijvoorbeeld ‘fijne krokusvakantie’.

Daarbij leg je de focus best op informatie delen en erkenning bieden, en niet op ‘overtuigen’ of ‘samen vieren’.  In een kringgesprek kunnen bijvoorbeeld volgende vragen een centrale plek krijgen: 

  • Wat is de Ramadan eigenlijk? Weet je wat ‘iftar’ betekent? 
  • Welke verschillende tradities bestaan er rond de Ramadan in verschillende gezinnen en culturen?
  • Welke feesten kennen jullie nog? Zijn er gelijkenissen of verschillen met de Ramadan?
  • Hoe staan mensen wereldwijd stil bij bijzondere momenten?

Voor kinderen die deelnemen aan de Ramadan of iemand kennen die dat doet, bieden deze momenten ruimte om zichzelf te zijn. Ze zien hun leefwereld terug in de klas, een spiegel die laat voelen: ook mijn verhaal hoort erbij. 

Voor andere kinderen bieden deze activiteiten juist kansen om te leren over iets dat buiten hun eigen leefwereld ligt. Niet om hen te overtuigen of mee te laten vieren, maar om perspectieven te verbreden, empathie te vergroten en vooroordelen te voorkomen. Dus ook in een klas waar iedereen thuis Kerst, Sinterklaas en Pasen viert, is het van belang dat kinderen verschillende perspectieven op onze superdiverse samenleving aangeboden krijgen (Leestip hierbij: Niet iedereen viert Kerst – 8 tips voor een inclusieve feestmaand). 

Ruimte geven aan (religieuze) feesten en tradities staat niet op zichzelf, maar sluit naadloos aan bij verschillende minimumdoelen, zoals: 

  • Attitudes: 
    Kleuteronderwijs - 9.1.6 De kleuters weten dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit, geloof, uiterlijk en geaardheid.
    Lager onderwijs - 9.1.9 De leerlingen weten dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft.
  • Geschiedenis: 
    Lager onderwijs - 5.3.3 De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.)

Tip 5 – Ontwikkel samen een duurzame aanpak rond het vieren van feesten en tradities

In de school van juf Karima hangt bij de inkomhal een jaarkalender met daarop feesten vanuit verschillende religies en culturen. Leerlingen en ouders voelen zich erkend en ook leerkrachten weten welk feest wanneer gevierd wordt.

Diversiteit erkennen wordt nog sterker als het door heel het schoolteam gedragen wordt.  Denk samen na over hoe jullie op school aandacht willen besteden aan feesten, rituelen en belangrijke momenten. Betrek de ouders en de leerlingen bij deze processen: Waar hebben zij nood aan? Wat kan hen ondersteunen? Wat kan er (niet)? 
Zo kan je als team samen nadenken over een zinvolle invulling van de middagpauze voor kinderen die vasten. Kunnen zij bijvoorbeeld op een rustige plek lezen, tekenen, ontspannen of simpelweg tot zichzelf komen? Geef je meerdere opties en keuzevrijheid hierin? 

Vanuit diezelfde insteek loont het ook om vooruit te plannen: wanneer wordt de sportdag ingepland? Kan er rekening gehouden worden met de Ramadan?

Door hier structureel mee aan de slag te gaan, creëer je een schoolcultuur die erkent, ondersteunt en vertrekt vanuit diversiteit. Niet enkel reactief, maar bewust en verbindend. 

Zo voorkom je ook dat individuele leerkrachten telkens opnieuw het warm water moeten uitvinden, alleen een trekkersrol moeten opnemen of dat er grote verschillen ontstaan tussen klassen.

Tot slot

We zijn ons ervan bewust dat sommige situaties complexer zijn dan ze op het eerste gezicht lijken en dat geen enkele tip elke realiteit volledig kan omvatten. Maar de kern blijft: werken rond de Ramadan in de klas hoeft niet te betekenen dat er ‘moeilijkheden’ ontstaan. Integendeel, deze periode biedt ons kansen om te verbinden, om samen te leren, om elkaar beter te begrijpen en om kinderen zowel spiegels als vensters aan te reiken. Spiegels waardoor sommige kinderen zichzelf herkennen in jouw klasomgeving, en vensters waardoor anderen nieuwe perspectieven kunnen ontdekken.

Ramadan moubarak of Ramadan kareem (voor wie het viert), ook in jouw klas.


Geef je mening of deel in je netwerk

Over de auteurs

Hajjar Ben Sliman-Ghomari

Hajjar Ben Sliman-Ghomari is leerkracht lager onderwijs, lerarenopleider en praktijkonderzoeker aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Ze zet zich in voor sociaal rechtvaardig onderwijs en werkt mee aan projecten zoals Kleu(te)rRijk en Diversiwijs, die (toekomstige) leerkrachten versterken in hun diversiteitscompetenties.

Meer van Hajjar Ben Sliman-Ghomari
Kato Luyckx

Kato Luyckx is lerarenopleider en praktijkonderzoeker aan AP Hogeschool. Ze focust zich zowel in haar onderzoeksprojecten als haar lessen op inclusief en sociaal rechtvaardig onderwijs. Kato schreef mee aan het boek 'Sssst, dat mag je niet zeggen' (Dierickx, Luyckx, & Windzak, 2023).

Meer van Kato Luyckx
Nele De Witte

Nele De Witte is onderzoeksmedewerker aan AP Hogeschool. Ze doet onderzoek naar o.a. sociaal rechtvaardig onderwijs, teamteaching en onderwijsloopbaanbegeleiding, met voortdurende aandacht voor diversiteit tussen leerlingen.

Meer van Nele De Witte