Ook Vlaamse regering plant nieuwe wet om middenveldorganisaties het zwijgen op te leggen
Als het aan de Vlaamse regering ligt, krijgen ministers vanaf juli volgend jaar de bevoegdheid om subsidies van eender welke middenveldorganisatie stop te zetten, louter op basis van 'vermoedens van betrokkenheid' bij extremisme. Dat staat te lezen in het nieuwe actieplan radicalisering dat de Vlaamse regering op 24 oktober goedkeurde. Het is de laatste in een lange lijst 'zwijgwetten' die bedoeld zijn om kritische stemmen in de samenleving de mond te snoeren.
Eind vorige maand presenteerde de Vlaamse regering het ‘Vlaams actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme en terrorisme’. In de pers werd het plan onthaald als oplossing voor vermeende radicalisering in het onderwijs.
Waar minder aandacht voor was, was een zorgwekkende passage over het aanpakken van 'extremistische organisaties'. Die zal verregaande gevolgen hebben voor de autonomie en vrijheid van meningsuiting van organisaties die gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid. De maatregel is niet los te zien van het politieke conflict over de subsidies voor sociaal-culturele organisaties en maakt deel uit van de groeiende lijst van maatregelen die er op gericht zijn om autonome middenveldorganisaties aan banden te leggen.
Subsidies schorsen op basis van vermoedens
Het gaat om de actie genaamd ‘Geen Vlaamse steun voor gewelddadig extremisme’, op pagina 86 van het actieplan. Die introduceert nieuwe, en zeer verregaande mogelijkheden voor de regering om subsidies van eender welke organisatie in te trekken, enkel en alleen op basis van het vermoeden van extremisme.
'Bij een vermoeden van betrokkenheid [bij extremisme] kan de minister onmiddellijk overgaan tot het schorsen van de subsidie in afwachting van verdere verificatie.'
Zo stelt de regering in het actieplan voor om een 'bindende clausule' op te nemen in de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën, die 'toelaat om subsidies te weigeren, te schorsen of definitief in te trekken van organisaties die betrokken zijn bij of gewelddadig extremisme ondersteunen of bepleiten.’ De weg daar naartoe biedt echter een ruime marge en beslissingsbevoegdheid om organisaties zonder enig bewijs hun subsidies te ontnemen of te schorsen. Het actieplan preciseert immers: "Bij een vermoeden van betrokkenheid kan de minister onmiddellijk overgaan tot het schorsen van de subsidie in afwachting van verdere verificatie." De uiteindelijke bevestiging van de vermoedens of signalen moet gebeuren door het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) of de Staatsveiligheid via een Vlaamse verbindingsofficier.
Opmerkelijke timing
De timing voor de maatregel is niet toevallig. Het actieplan, dat vlak voor de herfstvakantie goedgekeurd werd op de ministerrraad, kwam er tegelijk met de discussie binnen de Vlaamse regering over het toekennen van de subsidies aan het sociaal-cultureel volwassenwerk. Ruim 135 Vlaamse middenveldorganisaties, waaronder Kif Kif, vallen onder die subsidieregeling en wachtenen tot op heden nog steeds op een beslissing.
Tijdens de (gemediatiseerde) discussie over de toekenning van deze subsidies worden vooral kritische progressieve bewegingen geviseerd. Met name organisaties die hadden samengewerkt met actiegroep Code Rood, werden tijdens de regeringsonderhandelingen in de media bestempeld als 'radicaal' en zelfs 'gewelddadig'. Volgens een artikel in De Morgen zou de regering daarbij ook aan het OCAD gevraagd hebben om een aantal erkende middenveldorganisaties te screenen op gewelddadig extremisme. Dat is uiteindelijk niet gebeurd, omdat het OCAD zich daarvoor onbevoegd verklaarde.
De maatregel in het nieuwe actieplan radicalisering zorgt ervoor dat dit in de toekomst wel kan gebeuren.
Als deze maatregel in 2023 al had bestaan, hadden onder meer de subsidies van Kif Kif zonder enige onderbouwing geschorst kunnen zijn.
De mogelijke gevolgen zijn groot en kaderen in de groeiende lijst van maatregelen die op federaal en Vlaams niveau afgekondigd worden om de autonomie van middenveldorganisaties in te perken. Een waargebeurd voorbeeld kan dit duidelijk maken: in 2023 werden een aantal gesubsidieerde organisaties, waaronder Kif Kif, door toenmalig Minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) onderworpen aan verscherpte controle en inspectie nadat zij op sociale media gepleit hadden voor een staakt-het-vuren in Gaza. De organisaties werden toen door N-VA beschuldigd van het innemen van ‘Pro-Hamas-standpunten.’
Als de voorgestelde maatregel toen al in werking was geweest, zou het kabinet van Jambon zonder enige verificatie de subsidiëring van deze organisaties proactief hebben kunnen stilleggen. Het hoeft geen betoog dat deze dreiging een niet te onderschatten chilling effect zal hebben op organisaties die Vlaamse subsidie ontvangen, en dus een verschraling betekenen van het publiek debat. Daarnaast zijn serieuze vragen te stellen bij de aanval op de rechtszekerheid die deze maatregel met zich meebrengt en de bewust vage omschrijvingen die gehanteerd worden.
Er is sprake van een chilling effect (letterlijk 'afkoelend effect') is wanneer op iemand druk wordt uitgeoefend om af te zien van het gebruik van hun rechten door te dreigen met een sanctie of procedure.
In dit geval is de kans groot dat organisaties zich minder kritisch zullen opstellen uit angst beschuldigd te worden van radicalisering of extremisme, en dus subsidies te verliezen.
Een steeds langere lijst 'zwijgwetten'
Naast deze Vlaamse maatregel dreigt op federaal niveau ook nog steeds ‘Wet Quintin’ ingevoerd te worden, die op een gelijkaardige manier – zonder tussenkomst van justitie maar enkel op basis van rapporten van veiligheidsdiensten – de overheid de mogelijkheid biedt om organisaties te verbieden. Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) schreef al een vernietigend advies over dat wetsvoorstel. Ook de Coalitie Recht op Protest, waar naast Kif Kif ook Amnesty International en de vakbonden deel van uitmaken, sprak zich al uit tegen de wet.
Andere recente maatregelen die de autonome ruimte van het middenveld beperken zijn onder andere de strafbaarsstelling van ‘kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag’ en het verbod voor gesubsidieerde organisaties om met subsidiegeld te procederen tegen de Vlaamse overheid.
Het wordt afwachten welke opmerkingen de Raad van State bij deze voorstellen zal maken en welke discussies er gevoerd zullen worden in de parlementaire commissies
In het nieuwe actieplan radicalisering staat dat de nieuwe mogelijkheden om subsidies te schrappen in de eerste helft van 2026 in wetten vertaald moeten worden en in werking moeten treden. Het wordt afwachten welke opmerkingen daarbij gemaakt zullen worden door de Raad van State en welke discussies er gevoerd zullen worden in de parlementaire commissies. Ook het Vlaams Mensenrechteninstituut zou een analyse kunnen maken van het voorstel, vanuit hun opdracht om ‘de mensenrechten in Vlaanderen te beschermen en bevorderen en overheden (...) aan te sporen aan om in lijn te handelen met de internationale mensenrechtenverdragen.’
Volgens de Vlaamse Overheid wordt extremisme gedefinieerd als volgt: "Racistische, xenofobe, anarchistische, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen, ongeacht of ze van politieke, ideologische, confessionele of filosofische aard zijn, die theoretisch of in de praktijk strijdig zijn met de beginselen van de democratie of de mensenrechten, de goede werking van de democratische instellingen [of] andere grondslagen van de rechtsstaat."
Stilaan kan de vraag gesteld worden of het niet de Vlaamse regering en hun federale collega’s zelf zijn, die zich steeds verder begeven op het pad naar extremisme.
Over de auteur
Nina Henkens studeerde af als sociologe en onderzoeksjournalist en werkte verschillende jaren als beleidsmedewerker rond kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Als algemene coördinator van Kif Kif is ze verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de organisatie. Haar expertisedomeinen zijn de leefwereld van jongeren in de marge en de spanning tussen mensenrechten, veiligheid en discriminatie.
Meer van Nina Henkens