Stoepverzet: over ruimte innemen in een witte wereld
De stoep is geen neutrale plek, maar een ruimte waar macht zichtbaar wordt in miniatuur. Wie wijkt, en wie niet? Wie loopt rechtdoor, wie maakt zich kleiner? Kif Kif-medewerker Zarissa Windzak analyseert de machtsverhoudingen van het voetpad, en pleit voor meer ruimtelijke rechtvaardigheid. Beluister de playlist onderaan het artikel voor een duwtje in de rug voor jouw eigen stoepverzet.
Wie regelmatig door een stad loopt, kent het fenomeen. Er komt iemand recht op je af. Jullie zien elkaar. En toch lijkt één persoon te denken: zíj zal wel uit de weg gaan. Spoiler: dat is meestal niet die persoon zelf. Opvallend vaak zijn het witte mensen die de volledige breedte van de stoep in beslag nemen. Soms is het een enkele man met een fiets, soms een verliefd stel dat weigert elkaars hand los te laten op een toch al smal stuk stoep. Telkens weer lijkt het vanzelfsprekend dat ík degene ben die moet uitwijken. De stoeprand af. De weg op. Om ruimte te maken voor iemand die die ruimte als vanzelfsprekend opeist.
Na jarenlang veldonderzoek, ook wel 'naar de supermarkt wandelen' genoemd, ben ik tot een duidelijke conclusie gekomen: op de stoep gelden ongeschreven regels. Het is geen neutrale plek, maar een ruimte waar macht zichtbaar wordt in miniatuur. Wie wijkt, en wie niet? Wie loopt rechtdoor, wie maakt zich kleiner? Op drukke stoepen zie je het steeds weer: Sommige mensen bewegen zich alsof ze uitgerust zijn met een persoonlijk krachtveld dat zorgt dat elke ruimte vanzelf voor hen openvalt. Anderen zigzaggen eromheen en bewegen zich voort alsof ze elk moment excuses moeten aanbieden voor hun bestaan. Mannen banen zich een weg, vrouwen schuiven opzij.
Ruimte innemen
Deze alledaagse bewegingen lijken onschuldig, maar ze zijn dat niet. Ze weerspiegelen diepgewortelde ideeën over wie recht heeft op ruimte, veiligheid en aandacht. Socioloog George Lipsitz noemt het concept 'spatial entitlement': het onuitgesproken idee dat sommige mensen automatisch recht hebben op meer ruimte, terwijl anderen moeten wijken, verdwijnen of zich aanpassen. In The Racialization of Space and the Spatialization of Race laat hij zien dat racisme altijd ook ruimtelijk is geweest. Van de landroof bij inheemse volken tot de onteigening van zwarte buurten onder het mom van ‘stedelijke vernieuwing’: macht wordt uitgeoefend door te bepalen wie waar mag zijn, wie moet verdwijnen en wie zich moet aanpassen. Het zijn allemaal varianten van hetzelfde idee: dit is van mij, jij zoekt het maar uit.
Lipsitz gaat in een andere publicatie, How racism takes place, verder en introduceert ook de term ‘white spatial imaginary’: het idee dat armoede en van kleur zijn, iets is dat uit de stad verwijderd moet worden. Dit denken kreeg historisch vorm in beleid en praktijken die groepen zoals Joodse mensen en mensen van kleur uitsloten van wijken die als exclusief wit werden beschouwd. Ook vandaag de dag zien we dat dit ruimtelijke beeld doorwerkt in ongeschreven regels en gewoonten die gemeenschappen van kleur vaak benadelen.
Telkens weer lijkt het vanzelfsprekend dat ík degene ben die moet uitwijken. De stoeprand af. De weg op.
Dit vertaalt zich in verwachtingen die zo diep geïnternaliseerd zijn dat we hen vaak niet eens meer opmerken. Ruimte afstaan is onderdeel geworden van onze sociale conditionering. Van generatie op generatie leren we: maak jezelf kleiner, wees niet in de weg, trek geen aandacht.
Schrijver bell hooks beschrijft in Belonging: A Culture of Place hoe zwarte mensen zich vaak bewegen alsof ze op bezoek zijn in een huis dat nooit voor hen bedoeld was. Hun aanwezigheid voelt tijdelijk, voorwaardelijk, verdacht. Die geschiedenis van uitsluiting en onzichtbaarheid draag je mee in je lichaam, ook in de alledaagse handelingen op de stoep.
Tegen die achtergrond nam ik als zwarte vrouw een bewust besluit: ik zou mijn ruimte niet langer automatisch opgeven. Niet uit onbeleefdheid of agressie, maar uit erkenning van wat er werkelijk speelt. De stoep moet gedekoloniseerd worden. We zijn zo gewend geraakt aan het idee dat opzij stappen neutraal is, dat we vergeten dat het vaak een lichamelijke herhaling is van sociale verhoudingen.
Asociaal gedrag
Sta me even toe om meteen één misverstand uit de weg te ruimen. Dit gaat niet over elementaire hoffelijkheid en dit is ook geen roep om asociaal gedrag. Want natuurlijk maak ik ruimte voor iemand met een lichamelijke beperking, voor een ouder persoon, voor kinderen, iemand die hulp nodig heeft of iemand met een kinderwagen. Dat is geen punt van discussie. Waar het me om gaat, is de automatische verwachting dat zwarte mensen en andere mensen van kleur hun lichaam moeten aanpassen om witte mensen doorgang te verlenen. Dat wij moeten inschikken, meebewegen, uit de weg gaan.
Ik ben hier. Ik heb het recht hier te zijn. Ik hoef me niet te verontschuldigen voor mijn aanwezigheid. Niet als persoon van kleur. Niet als vrouw.
Maar ik ben hier. Ik heb het recht hier te zijn. Ik hoef me niet te verontschuldigen voor mijn aanwezigheid. Niet als persoon van kleur. Niet als vrouw. Ongeacht mijn leeftijd of lichaamsbouw. De stoep is van ons allemaal. Dit, mijn stoepverzet, is zeker geen grootse revolutie. Maar met deze kleine, bewuste handeling breek ik mezelf wel los van de ongeschreven hiërarchie die bepaalt dat mensen van kleur of vrouwen minder recht hebben op ruimte.
Of het nu de stoep is, de extra ruimte op de treinbank die een manspreader zich zonder aarzeling toe-eigent, of elke veroordelende blik die me terug de deur uit stuurt. Ik eis mijn plek terug op!
Een man die zo wijdbeens zit dat ze de plek van andere ontnemen, meestal in het openbaar vervoer.
Playlist voor stoepverzet
Wie ruimte inneemt, laat zien wie volgens de ongeschreven regels mag bestaan. Wie altijd wijkt, voert zijn plek in de hiërarchie opnieuw uit. De komende dagen nodig ik je uit om jouw ruimte op te eisen. Loop met de overtuiging dat je je lichaam niet ineen hoeft te krimpen of verdwijnen. Alsof je aanwezigheid geen uitleg nodig heeft. Met twee voeten op de stoep. Met schouders waar ze horen. Recht vooruit.
Eerlijk is eerlijk: soms zal je bijna botsen. Soms zullen mensen verrast kijken. Soms zelfs licht verontwaardigd. Maar de wereld zal niet vergaan. De stoep zal niet openscheuren. En niemand zal blijvend getraumatiseerd raken. Sterker nog: mensen blijken ineens prima in staat om zelf ook een kleine aanpassing te doen.
Om je een duwtje in de rug te geven, stelde ik een speciale stoepverzet-playlist samen:
Over de auteur
Zarissa Windzak is een gepassioneerde voorvechter van inclusieve jeugdliteratuur. Ze is eigenaar van Cargo Confetti, een platform voor inclusieve jeugdliteratuur. Verder is ze ook kinderboekenschrijver van onder andere Liever niet, Adam Activist en Queen Nikkolah viert feest. In alles wat ze maakt, staan maatschappelijke thema’s centraal, omdat ze gelooft in de kracht van verhalen om echte verandering te brengen. Met haar boeken creëert ze ruimte voor herkenning, verwondering en gesprekken die ertoe doen.
Meer van Zarissa Windzak