Kritische moslims en transmoderne traditie

30-10-2014 | Halal Monk

Alle kritiek moet van onze eigen bronnen vertrekken.

In zijn heel eigen en persoonlijke stijl, schreef Ziauddin Sardar 45 boeken, blogde hij voor de Guardian en presenteerde hij een aantal programma’s voor de BBC en Channel 4.

Bijna een halve eeuw lang vertoonde hij een ontembare interdisciplinaire intellectuele energie. De titels van zijn boeken varieerden van ‘De Toekomst van de Islamitische Beschaving’ over ‘Waarom Haten mensen Amerika?’ tot ‘Het ABC van Postmodern Leven’ en zijn professionele leven omvat periodes van onderzoekswerk voor het Hajj Research Centre tot een positie als adviseur in het kabinet van Anwar Ibrahim, de voormalige Vice Minister van Maleisië.

Toen ik deze ietwat rusteloze maar bijzonder gastvrije man in London ontmoette, hield hij zich vooral bezig met de redactie van de intellectuele tijdschriften ‘Critical Muslim’ en ‘East West Affairs’. Het eerste verzamelt hedendaagse Islamitische inzichten en denkstromen, het tweede is een academisch tijdschrift over Noord-Zuid relaties in postnormale tijden.

*

Halal Monk: Je staat bekend als een uitgesproken criticus van de traditie. Mijn eigen reis doorheen Islam wakkerde nochtans mijn respect voor tradities weer aan – zowel die van de islam als die van mijn eigen christendom.

Ziauddin Sardar: Tradities dragen veel schoonheid in zich maar er vloeien ook heel wat problemen uit voort. Normaal gezien zijn tradities niet iets statisch. Ze worden steeds opnieuw heruitgevonden. Als ze zich niet heruitvinden worden ze immers gewoontes en gebruiken en daar hangt vaak een onderdrukkend kantje aan. Een groot stuk van het huidige probleem is dat heel wat traditie verstard is, dat het vastgevroren zit in de geschiedenis, heel vrouwonvriendelijk is en een sterke angst voor ‘de ander’ heeft. Bovendien zijn bepaalde aspecten van die verstarde tradities zeer dodelijk zoals het in de kiem smoren van vrije meningsuiting, het vermoorden van afvalligen of het onderdrukken van bepaalde seksuele voorkeuren.

Een groot gedeelte van die tradities komt voort uit wat ik ‘gefabriceerde hadiths’ noem. Alle kritiek moet daarom van onze eigen bronnen vertrekken. We moeten niet zomaar elke hadith aannemen die we ergens tegen komen. We moeten er kritisch mee omgaan.

Halal Monk: Is het niet zo dat de islamitische traditie in principe wel degelijk kritisch met de hadithverzamelingen omgaat, bijvoorbeeld door te achterhalen welke de autoriteit was van diegenen die bepaalde hadiths doorvertelden?

Ziauddin Sardar: Zeker, maar we mogen niet vergeten dat de methodologieën ondertussen verder geëvolueerd zijn. Er bestaan nu nieuwe manieren om deze zaken kritisch te analyseren. En zelfs binnen de oude traditionele aanpak, volstond het niet. Er zijn twee premisses die bepalen of een hadith moet aanvaard worden of niet: hij mag de Koran niet tegenspreken en het moet een redelijke uitspraak zijn. Heel wat Hadiths spreken de Koran niettemin tegen en zijn soms bijzonder onredelijk. Volgens Bukhari, bijvoorbeeld, vertelt een hadith dat “dromen van een zwarte vrouw een teken is van een op til zijnde epidemie.” Of wat te denken van een hadith uit het boek van Nikah die ons vertelt dat “de Profeet elke nacht bij elk van zijn vrouwen langs ging.” Hoe kon iemand dit ooit weten, ongeacht hoe dicht die persoon bij de Profeet stond? En al zouden sommige mannen meer geweten hebben van zijn nachtelijke relaties met zijn vrouwen, hoe zou hij dat dan in godsnaam gedaan hebben? Zeker als er in dezelfde hadithverzameling ook staat dat hij de hele nacht gebeden reciteerde, in die mate zelfs dat zijn voeten er van opzwollen.

Hetzelfde kunnen we zeggen van Koraninterpretaties. De klassieke methodologie zegt ons dat we de Koran vanuit de Koran moeten interpreteren, dat we met de historische context rekening moeten houden, enzovoort. Maar zelfs dat werd geregeld niet gevolgd. Sommige klassieke commentaren zijn dan ook totaal irrationeel en onredelijk in hun visie op vrouwen, christenen of de wijze waarop ze over geloof spreken.

Halal Monk: Uiteraard ben ik akkoord dat zowel moslims als christenen kritisch met hun religieuze bronnen moeten omgaan – zeker wanneer traditionele interpretaties tot bepaalde discriminerende of onderdrukkende situaties zouden leiden. Maar aan de andere kant, kan geloof ook nooit een totaal ‘redelijk’ of ‘rationeel’ concept zijn. Je kan er niet eeuwig kritisch en analytisch mee omgaan, zou ik zeggen. Uiteindelijk is het ten dele ook gewoon een kwestie van ‘aanvaarding’.

Ziauddin Sardar: Geloven kan natuurlijk geen totaal rationele daad zijn. Er bestaat wel degelijk zoiets als een ‘geloofssprong’. Maar die geloofssprong gaat over God. In zekere zin moet God de onzichtbare blijven. Als God kon gezien worden of als iemand Zijn bestaan kon bewijzen met een logische redenering, zou iedereen Gods bestaan aanvaarden en zou er geen nood meer zijn voor gelovige overgave. Maar wat volgt op de geloofssprong moet wel degelijk op één of andere vorm van rationaliteit, objectiviteit, analyse en methode gebaseerd zijn. We mogen niet zomaar eender wat geloven omdat iemand zegt dat het in de Koran staat of omdat we een bepaalde hadith te horen krijgen.

Daarom is kritiek zo belangrijk. In mijn ogen lag de grootsheid van de islamitische beschaving net in haar omgang met kritiek. De eerste moslimgeleerden waren zeer kritisch, zelfs diegenen die de islamitische wetgeving canoniseerden. En ze gingen er van uit dat diegenen die na hen kwamen even kritisch zouden zijn. De hele opzet van het verzamelen van de hadith was gebaseerd op zo’n inherent kritische houding, maar de volgende generaties gaven veel minder aandacht aan die kritische attitude en stelden het navolgen van hun voorgangers centraal. De ene volgt de vorige, die op zijn beurt ook al zijn voorganger volgde zodat je uiteindelijk een keten van volgelingen krijgt in plaats van een kritische omgang met de tekst.

Halal Monk: Daarenboven hebben heel wat feministische geleerden aangetoond dat het merendeel van de Koran- en hadithintepretaties vooral mannenwerk waren, wat die interpretaties geregeld veel te patriarchaal maakte.

Ziauddin Sardar: Ze hebben daar ook absoluut gelijk in. Meer nog, het waren niet enkel mannen, maar mannen met een zeer tribale kijk op het leven zodat hun tribale cultuur een onderdeel werd van de tafsir, de verklarende interpretatie van Koranverzen, en het fabriceren van hadiths.

Volgens mij is er dan ook maar weinig toekomst indien we niet kritisch leren omgaan met onze bronnen. Het blinde geloof in traditie stuit me dan ook geweldig tegen de borst.

Maar – en dit is een ‘maar’ vol nadruk – ik begrijp natuurlijk ook dat men traditie niet volledig overboord kan gooien. We hebben wel degelijk tradities nodig. Ze zijn heel belangrijk voor ons geestelijke welzijn omdat ze ons een gevoel van identiteit en doel in het leven geven. Eigenlijk is dit zelfs het punt waarop kritiek van belang is – positieve kritiek althans. Negatieve kritiek deconstrueert en vernietigt alleen maar. Maar positieve kritiek tracht ons verder te brengen. Positieve kritiek probeert de vele levensverbeterende aspecten van onze tradities te bewaren en te versterken.

Halal Monk: Heel wat mensen zullen vandaag de dag naar de ‘soefi traditie’ kijken om zo’n levensverbeterende elementen van de islam te zoeken. Doorheen mijn gesprekken werd mijn eigen visie daarop sterk genuanceerd, maar hoe kijk jij naar die moderne focus op ‘soefisme’?

Ziauddin Sardar: Vaak zijn mensen onder de indruk van de manier waarop soefi’s over traditie spreken, maar soefi’s hebben vaak zelf heel wat bijgedragen aan misogyne en autoritaire attitudes in de islamitische cultuur. In klassieke soefi tariqa’s wordt men bijvoorbeeld verondersteld om de sjeik zonder vragen te volgen in wat hij jou vertelt. Maar waarom? Is hij God? Waarom zou ik eender wie zonder enige bedenking moeten navolgen? Ik kan natuurlijk iets leren van de sjeik, maar ik moet ook in staat zijn om openlijk te discussiëren, debatteren en bekritiseren als ik dat noodzakelijk vind. Ik vind dat hele idee van een ‘guru’ en een ‘discipel’ nogal afstotelijk. Heel wat soefi’s moedigen het echter aan.

Exact dezelfde methode wordt trouwens door groepen zoals Al Qaeda gebruikt. In hun kringen wordt je ook niet verondersteld van de autoriteit in vraag te stellen.

Dikwijls is al dat soefigedoe gewoon het recycleren van traditionalismen. Pas op, ik vind het natuurlijk heel goed als mensen zich inlaten met grote geesten zoals Ibn Arabi of Roemi en hun verlichtend gedachtegoed. Waar ik iets op tegen heb is het constant en onkritisch herhalen van bepaalde elementen uit de traditie.

Halal Monk: Kunnen we dit soort historisch verstarren werkelijk vergelijken met de huidige trend van Salafi-achtige verstarring van de islam?

Ziauddin Sardar: Het gaat om eenzelfde onderliggende proces. In de eerste plaats wordt het concept ‘eerbied’ te ver doorgetrokken. Men behoort complete eerbied te tonen voor de autoriteit, leraar of sjeik en hem als een perfecte mens te idealiseren die al onze problemen kan oplossen. Dat gaat gepaard met faalangst. In de aanwezigheid van zo’n geïdealiseerde figuur is men immers bang om fouten te maken aangezien dat aanvoelt als een zonde begaan. Maar vragen stellen en kritiek uiten houdt noodzakelijkerwijs in dat men het soms fout voorheeft. Menselijk zijn houdt nu eenmaal in dat men zich soms vergist. Als je perfect bent, is dat anders, maar als je een mens bent, is dat wel zo.

Angst, idealisering en overmatige eerbied zijn op dit punt dus van essentieel belang. De 14de eeuwse geleerde Ibn Khaldun bekritiseerde anderen reeds om exact dezelfde redenen.

Halal Monk: Vandaag de dag is dit alles echter ook verbonden met de specifieke economische en politieke werkelijkheden, zoals de brede verspreiding van de Petro-Islam uit de Golfstaten.

Ziauddin Sardar: De Golf en de Saudi’s hebben inderdaad heel wat moeite gedaan om het Wahhabisme te promoten en de geesten van de moslims te sluiten. Het is een heel tribale samenleving. Eigenlijk is hun beeld van God een beetje zoals de leider van de Quraysh. Hij is altijd kwaad, wraakzuchtig en heel protectief ten opzichte van zijn eigen stam. Dat is in mijn ogen heel problematisch. Waar zit het mededogen? Waar zit de schoonheid? Waar zit de menselijkheid? Als je naar God’s 99 namen kijkt zie je die aspecten ook, maar ze negeren hen.

Halal Monk: Toen ik met Dr. D Latifa sprak,zei ze: “Hun werk is gedaan. Ze hebben de ‘priesters’ voortgebracht en nu zullen ze Mekka tot het Rome van de islam uitroepen.”

Ziauddin Sardar: Dat is ook zo. Ze doen alsof het een keizerrijk is en het is pijnlijk om te zien hoe ze Mekka stilaan ombouwen tot een machtsbastion zoals het oude Rome. Al het culturele erfgoed is er verdwenen. Ze bouwen enorme hotels, shoppingcentra en paleizen vlak achter de Grote Moskee. Er is nog weinig ‘heilig’ aan de stad. In vele opzichten is het dan ook een heel lelijke stad. Natuurlijk zullen de Kaaba en alles errond steeds heilig zijn voor de moslims, maar eenmaal je daar buiten stapt wordt je door heel wat smakeloosheid begroet.

Halal Monk: Je bent heel uitgesproken en direct in je kritiek. Vaak zorgt dit soort kritiek er echter voor dat men uit de gemeenschap wordt geduwd. Heb je het gevoel dat je zelf soms uit de moslimgemeenschap wordt geduwd?

Ziauddin Sardar:Mensen worden soms wat ongemakkelijk van mijn kritiek, maar gelukkig wordt ik nog steeds als een lid van de gemeenschap gezien en zo zie ik mezelf zeker ook. Wat is gemeenschap trouwens? Men kan op heel wat manieren gemeenschap creëren. Er is ook een gemeenschap van kritische moslims, bijvoorbeeld. Maar kritiek wordt overal met argusogen bekeken. Dat is niet alleen het geval in de moslimgemeenschap. Een Amerikaan die Amerika bekritiseert krijgt al even snel op zijn kop. Diegenen die aan de macht zijn, kijken nu eenmaal altijd neer op kritiek. Maar diegenen die aan de macht zijn kunnen ook enkel door kritiek ter verantwoording geroepen worden. Kritiek is dus essentieel voor toerekeningsvatbaarheid.

Halal Monk: De mogelijkheid om bepaalde mensen of groepen ter verantwoording te roepen lijkt echter snel te verkleinen door de wereldwijde groei van enggeestig conservatisme dat de vrijheid van denken en handelen steeds meer inperkt.

Ziauddin Sardar: Die groei van conservatisme wordt volgens mij veroorzaakt door angst. Wanneer mensen verandering vrezen, plooien ze op zichzelf terug en trekken ze grenzen.

Een groot deel van het probleem van de conservatieven was de steeds toenemende en versnellende verandering. Kijk naar computers: hun rekenkracht verdubbelt elke zes maanden, bij wijze van spreken. Er waren dertig jaar voor nodig om het eerste genoom uit een vlieg te halen maar nu kunnen we op een paar dagen een genoom uit vrijwel alles extraheren. Hoe we ons lichaam benaderen, wat we als leven bekijken, hoe we onze samenleving vorm geven, enzovoort, dat werden allemaal grote vraagstukken. Dat zorgt ervoor dat mensen samenhokken en op hun eigen groep focussen. Ze creëren ‘wij tegen zij’ barrières om de zee van verandering over te varen. Natuurlijk heeft angst voor de anderen altijd bestaan, maar wanneer je er al te snelle verandering aan toevoegt, verdubbelt die angst en neemt onzekerheid de bovenhand. Mensen die dan zekerheid wensen, vinden die vaak terug in een letterlijke lezing van religie. Ze vereenvoudigen alles en maken een gemakkelijk lijstje van wat wel mag en wat niet mag. Zo scheppen ze natuurlijk enkel een illusie van zekerheid want uiteindelijk bestaat er gewoon geen ultieme zekerheid.

Halal Monk: Dat is op zich een vertrekpunt van heel wat postmoderne filosofie: er zijn geen ultieme zekerheden in het leven. Toch ben je niet alleen een uitgesproken criticus van verstarde islamitische tradities maar ook van modernisme en postmodernisme. Je hebt daar verschillende teksten en boeken over geschreven. In zekere zin zie ik heel wat gelijkenissen tussen de twee vormen van kritiek omdat moderniteit zoals die vandaag bestaat, in mijn ogen ook een soort verstarring is, maar dan van het seculiere, atheïstische en scientistische idee dat men alle waarde uiteindelijk tot de voorkeuren van elk individu kan herleiden. In die zin schreef je zelf ook over de nood aan ‘transmoderniteit’. Wat bedoel je daar precies mee?

Ziauddin Sardar: Er zijn inderdaad, zoals je aangeeft, heel wat problemen met moderniteit. Postmoderniteit behoort een kritiek te zijn op die moderniteit en ons verder te brengen. Maar het bleek uiteindelijk een nieuwe vorm van Westers imperialisme te zijn. Alles is ijdelheid, er zijn geen grote verhalen meer, niets heeft écht betekenis, er is geen spirituele zin en richting, enzovoort. Deze postmoderne ‘bouwstenen’ zijn absoluut onwaar. Ze doen ons enkel in een leegte staren. We moeten er dus aan voorbij gaan. En dat is waar transmoderniteit om de hoek komt kijken.

Transmoderniteit is een poging om voorbij moderniteit en postmoderniteit te gaan. We moeten de levengevende aspecten van traditie en de beste elementen van de moderniteit bij elkaar brengen. Ze moeten samengebracht worden in een nieuwe kijk op onze wereld. In het modernisme wordt altijd neergekeken op traditie. In transmodernisme wordt traditie bekritiseerd maar de beste elementen worden bewaard en daar wordt verder op gebouwd. In het postmodernisme wordt modernisme bijna als het kwade gezien. Maar opnieuw wordt vanuit transmodernisme kritiek gegeven op de moderniteit en worden de beste aspecten ervan versterkt. Het is dus een veel intelligentere houding die het beste bewaart van wat er al was. Het ontkoppelt ons niet van de geschiedenis, maar bouwt voort op die elementen die ons verder kunnen brengen.

Halal Monk: Wat zijn dan enkele van de meest waardevolle aspecten van jouw traditie die de wereld volgens jou op dit moment nodig heeft?

Ziauddin Sardar: Het hele idee dat de familie een basiseenheid is waarop de gemeenschap en de maatschappij gebouwd is, is een goed voorbeeld. Of de wijze waarop traditionele samenlevingen omgingen met de natuur. Ze zien de natuur niet als iets dat moet overwonnen worden. In hun visie is de natuur iets waarmee we samenleven en -werken. Dus als traditionele samenlevingen toegelaten worden hun tradities te volgen, organiseren ze zich vaak op een ecologisch verantwoorde manier. Kijk bijvoorbeeld naar Fez in Marokko. Die stad werd langs een rivier gebouwd, maar op zo’n manier dat het water niet vervuild wordt terwijl het stroomafwaarts vloeit. Traditioneel gesproken, waren er ook bepaalde delen buiten de stad die als ‘haram’ werden beschouwd zodat de men er geen bossen of wouden zou kappen.

Het drama van de islamitische traditie is dat we dergelijke levensverbeterende aspecten vergeten zijn en dat we onszelf gevangen houden in andere aspecten die vaak heel dodelijk zijn.

Halal Monk: Wat denk je dan dat de toekomst ons zal brengen?

Ziauddin Sardar: Gezien de globale trends, geloof ik dat het al te enge gedachtegoed in onbruik zal geraken. Op korte termijn kan het natuurlijk heel wat schade aanrichten maar op lange termijn zal duidelijk worden dat het fundamentalistische en letterlijke gedoe te kort schiet. Er zullen altijd wel fundamentalisten en literalisten zijn – want ook zij moeten er zijn om een samenleving te bekomen die alle mogelijke meningen een plaats biedt – maar ze zullen niet dominant zijn. Ze zullen hun motor verliezen. Die motor is op dit moment Saudi Arabia. En die motor zal maar blijven draaien zolang de olie blijft vloeien – niet veel langer dus. Moslimfundamentalisme is m.a.w. geen lang leven beschoren. Het is slechts een hoop holle slogans zonder pragmatische oplossingen. Wie met pragmatische oplossingen voor de dag komt, zal het uiteindelijk halen.

Halal Monk: Een behoorlijk optimistische kijk voor een permanent kritische persoon als jij.

Ziauddin Sardar: Een religieus iemand moet van nature uit optimistisch zijn, want religie draait nu eenmaal rond hoop.

 

**

Dit interview verscheen oorspronkelijk in het Engels op www.halalmonk.com.

Klik hier voor de overige Halal Monk interviews op Kif Kif

http://www.kifkif.be/actua/kritische-moslims-en-transmoderne-traditie