Hoe Caroline Gennez de emmer van mijn vriendin deed overlopen

De terugkeer van Conner Rousseau naar Vooruit is niet normaal, besefte Nina Henkens na een telefoontje van een vriendin. Tweede kansen zijn er voor je geliefde, vrienden die door een moeilijke periode gaan, de kinderen die je opvoedt. Ze zijn er niet voor politici die racistisch politiegeweld naar voor schuiven als oplossing voor samenlevingsproblemen en daar achteraf over liegen, het minimaliseren en goedpraten.

Het is donderdagochtend half negen als ik een voice message ontvang van een jeugdvriendin die ik al een tijdje niet meer sprak. Net als ik had ze net op Radio 1 geluisterd naar federaal minister van Ontwikkelingssamenwerking Caroline Gennez (Vooruit), die uitleg kwam geven bij de terugkeer van Conner Rousseau naar haar partij. Op de achtergrond probeert haar dochter de aandacht te trekken, maar mijn vriendin is duidelijk ontredderd over wat ze net hoorde. Ze lacht, want ze is altijd vrolijk, maar daar doorheen hoor ik dat ze huilt. ‘Wat is dit? Hoe kan dit? Mijn god, waar zijn we in verzeild geraakt?’ Ze heeft moeite om haar gevoelens onder woorden te brengen. Daarom contacteert ze mij. Ik bel haar op.

Mijn vriendin is niet, zoals ik, een luide activiste met een universitair diploma. Ze is minder bezig met politiek, omdat ze andere dingen te doen heeft. Naast het opvoeden van drie kinderen heeft ze ook een hele intensieve job in de zorg. Conner Rousseau zou haar misschien Deborah willen noemen, alleen is ze zwart, en een zwarte Deborah is in de collectieve socialistische verbeelding vooralsnog niet opgestaan.

Tweede kansen zijn er voor je geliefde of voor vrienden die door een moeilijke periode gaan, voor de kinderen die je opvoedt. Ze zijn er niet voor politici die racistisch politiegeweld propageren als oplossing voor samenlevingsproblemen en daar achteraf over liegen

Ze groeide op in een witte omgeving en we hebben het er wel eens over dat ze een pak milder is voor de mensen die haar racistisch behandelen dan ik. Zij moet er natuurlijk elke dag mee door het leven, ik niet. Maar na Black Lives Matter, Sanda Dia en meer zwarte zondagen dan goed zijn voor ons, is het Caroline Gennez die haar emmer doet overlopen. De beredeneerde, alom gerespecteerde Caroline Gennez die komt uitleggen dat het goed is dat Conner terugkomt naar de partij. Mijn vriendin vertelt hoe bang ze is voor de toekomst van haar kinderen. Dat het in haar ogen erger en erger wordt. Dat het heel lang gelukt is om het racisme dat zij en haar kinderen meemaken te minimaliseren, maar dat dat niet meer gaat. Dat ze beseft dat het voor sommige gezinnen nog veel moeilijker is. Dat ze mensen met een gemengde afkomst op tv ziet, maar nooit vrouwen met een hoofddoek. Als kind was ze bang dat, als er opnieuw nazi-vervolgingen zouden komen, zij niet zou kunnen onderduiken of zich verstoppen omdat ze zwart is, en haar kleur en afro-haar haar altijd zouden verraden.

Haar telefoontje komt bij mij ook hard binnen. Ik had het nieuws over de terugkeer van Rousseau bijna verticaal geklasseerd de dag ervoor. Ik heb genoeg over hem gesproken en geschreven vond ik. Ik ben hem, eerlijk gezegd, beu, en wil geen deel uitmaken van het circus dat hij elke keer rond zichzelf creëert. Bovendien staan de socialisten jammer genoeg allesbehalve bekend om hun vergevingsgezindheid tegenover critici.

De woorden van mijn vriendin doen mij beseffen dat zwijgen normaliseren is, en dat die normalisatie effectief invloed heeft op het dagelijks leven van mensen, over hoe veilig ze zich voelen in de samenleving, en de angsten die ze doorstaan voor hun kinderen. De gevaarlijke normalisering die niet benoemd wordt door de opiniemakers en analisten op X die het hebben over peilingen en ministerposten.  

Bij deze dus. Als Caroline Gennez zegt dat iedereen een tweede kans verdient, dan zeg ik: Nee, Conner Rousseau verdient geen tweede kans. Tweede kansen zijn er voor je geliefde, vrienden die door een moeilijke periode gaan, de kinderen die je opvoedt. Ze zijn er niet voor politici die racistisch politiegeweld naar voor schuiven als oplossing voor samenlevingsproblemen en daar achteraf over liegen, het minimaliseren en goedpraten.

Foto: Vooruit



Over de auteur:

Nina Henkens studeerde af als sociologe en onderzoeksjournalist en werkte verschillende jaren als beleidsmedewerker rond kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Als algemene coördinator van Kif Kif is ze verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de organisatie. Haar expertisedomeinen zijn de leefwereld van jongeren in de marge en de spanning tussen mensenrechten, veiligheid en discriminatie.