Jacques Rancière - Heb je het begrepen?

Op 23 januari tekende Kif kif present op een lezing rond de filosoof Jacques Rancière in het Anarchistisch Centrum te Gent. De lezing maakt deel uit van een winterreeks waarin de ideeën van enkele radicale denkers over macht, gelijkheid en activisme worden toegelicht.
Jacques Rancière - Heb je het begrepen?

Die arbeiders van wie de identiteit niet overeenstemt met die van de zuivere arbeider worden uitgesloten van de representatie.

 

Op 23 januari tekende Kif kif present op een lezing rond de filosoof Jacques Rancière in het Anarchistisch Centrum te Gent. De lezing maakt deel uit van een winterreeks waarin de ideeën van enkele radicale denkers over macht, gelijkheid en activisme worden toegelicht. Behalve Rancière wordt in de komende weken dieper ingegaan op het gedachtegoed van Mouffe & Laclau (23 januari), Negri (6 februari) en Deleuze (19 maart). Spreker van dienst om Jacques Rancière voor te stellen was Matthias Lievens, postdoctoraal onderzoeker filosofie aan de KUL. In een uurtje informeerde hij het publiek over de filosofische wortels van Rancière en de basisbeginselen van zijn politieke filosofie. Nadien was er ruimte om het debat aan te gaan over een eventuele invulling van ‘s mans ideeën in het hedendaags activisme.

de nacht van de arbeider

We leerden dat Rancière, een in Algerije geboren Fransman, oorspronkelijk het marxisme aanging en deel uitmaakte van de stroming van het structuralistische marxisme rond zijn landgenoot Louis Althusser. De spontaneïteit van het verzet in de mei ’68 beweging zal Rancière uiteindelijk van de structuralistische visie van zijn leermeester doen vervreemden.

In het daaropvolgende decennium trok Rancière zich zelfs volledig terug uit het publieke debat om zich toe te leggen op een eigenzinnig historisch onderzoek van arbeidersteksten die verschenen in de jaren 1820 en 1830, vóór het marxisme dus. In 1981 verscheen dan van zijn hand La Nuit des Prolétaires waarin de filosoof opmerkelijke zaken vaststelde over het emancipatorische pedagogische gedrag van een aantal arbeiders. Hij constateerde dat sommigen onder hen zich onttrokken aan de gangbare identiteit van arbeider en letterlijk ettelijke uren slaap lieten om zich actief bezig te houden met literatuur, poëzie, etc. Vandaar ook de titel van het boek.

Door de literaire teksten van die arbeiders te analyseren kwam Rancière tot de conclusie dat er ook binnen de arbeidersbeweging verschillende stemmen naast elkaar ageerden. En er dus niet zoiets bestond als een wel afgebakende arbeidersklasse, een gangbare representatie die ook inherent is aan het marxisme. Dit betekent dat representatie ook steeds uitsluitend werkt. Die arbeiders van wie de identiteit niet overeenstemt met die van de zuivere arbeider worden uitgesloten van de representatie. De desidentificatie van het individu zoals hierboven geschetst en de steeds aanwezige uitsluiting in elke vorm van representatie zullen een belangrijke rol spelen in de politieke filosofie van Rancière.

Joseph Jacotot

Het orgelpunt van Rancières onderzoek naar de arbeidersbeweging komt er met het boek Le maître ignorant over de lesmethode van Joseph Jacotot, een oud-professor van de Leuvense Universiteit, eveneens aan het begin van de negentiende eeuw. Jacotot hanteerde een lestechniek waarbij hij het initiatief aan de studenten zelf liet en hij niet zozeer de positie van pedagoog innam maar wel die van motivator. Jacotots methode was in die tijd erg succesvol maar toch concludeerde hij zelf dat zijn techniek, gebaseerd op een radicale vorm van gelijkheid en afwezigheid van hiërarchie, niet toepasbaar was op het niveau van de institutie, net omdat elk instituut of elke sociale orde ongelijkheid in zich draagt. Rancière heeft Jacotot opnieuw in de belangstelling gebracht en ook de idee dat elke sociale orde in zekere zin incompatibel is met gelijkheid komt terug in het gedachtegoed van de Fransman.

Occupy

En zo komen we bij Rancières filosofie over politiek en democratie waarin hij tracht het principe van gelijkheid te laten botsen met de ongelijkheid die inherent is aan de sociale orde of het instituut. Vooreerst verwerpt Rancière de noties representatieve democratie en directe democratie. Die laatste is dan tegengesteld aan de representatieve democratie. Wat de representatieve democratie betreft stelt Rancière dat die steeds vorm krijgt door bepaalde claims van groepen van mensen. Vroeger was dat geld of afkomst, nu veeleer kennis. Pure democratie is volgens Rancière anarchisch, dat wil zeggen dat er geen principe (arche) aanwezig is die bepaalt hoe een maatschappij er moet uitzien.

Binnen de linkse traditie heerst de opvatting dat de directe democratie hieraan is tegengesteld. Matthias gaf zelf het voorbeeld van de Occupy-beweging die zich afkeert van de representatieve democratie en zich inzet voor vormen van directe democratie. Rancière daarentegen gaat ervan uit dat representatie inherent is aan elke vorm van politiek handelen. Toegepast op de Occupy-beweging bijvoorbeeld kan men stellen dat er ook binnen die groep woordvoerders zijn die spreken in termen van “wij de Occupy-beweging” en er dus sprake is van representatie. Zowel voorstanders als critici van de representatieve democratie denken volgens Rancière binnen eenzelfde schema van vertegenwoordigers en zij die vertegenwoordigd worden. Rancière wijst die tweedeling af en de eventuele mogelijkheid van het samenvallen van het volk en het volk dat zichzelf bestuurt.

heb je het begrepen?

Het model van Rancière ziet er wat anders uit. Hij spreekt van een ruimte van representeerbaarheid die in spanning staat met datgene dat van die ruimte is afgesloten, dat wat niet zichtbaar is. Het onzichtbare maakt anders gezegd wezenlijk deel uit van de politiek. Rancière gaat zo in tegen meer liberale visies gebaseerd op in -en uitsluiting waarbij de volledige inclusie van alles en iedereen als einddoel vooropgesteld wordt. De filosofie van Rancière zal er dus in bestaan de altijd aanwezige representatie te affirmeren maar die ook contesteerbaar te maken en zichtbaar te maken van wat voorheen niet zichtbaar was.

Een belangrijk begrip dat moet worden toegelicht om Rancières ideeën over representatie beter te begrijpen is le partage dus sensible. Le sensible is dat wat representeerbaar is, zichtbaar, voelbaar of hoorbaar. Le partage verwijst naar dat wat verdeelt, het ongelijke of hiërarchische maar ook naar een gemeenschappelijke ruimte of een vorm van gelijkheid.

Matthias maakt dit begrip concreter met een voorbeeld. Beeld u een scène in waarbij een patroon een bevel geeft aan zijn arbeider, zijn ondergeschikte. Nadat de patroon het bevel geeft, voegt hij eraan toe: “heb je het begrepen?” Le sensible is hier gelijk aan de algemene situatie, de setting die voor iedereen zichtbaar is, namelijk de patroon die een bevel geeft aan zijn ondergeschikte. Le partage is zoals gezegd van tweeërlei aard. Dat wat verdeelt is hier ook vrij eenvoudig te herkennen. De vraag “heb je het begrepen” duidt immers op hiërarchie. De patroon verwacht geen antwoord van zijn ondergeschikte in de zin van ja of nee. Hij drukt louter uit dat hij verwacht dat het bevel wordt uitgevoerd. Toch zit er onderliggend in het bevel ook een vorm van gelijkheid. De patroon gaat er tenslotte vanuit vanuit dat er een bepaalde intellectuele gelijkheid tussen hem en zijn ondergeschikte bestaat. Hij verwacht niet dat de ondergeschikte zijn vraag zal beantwoorden maar wel dat hij het gevraagde bevel zal uitvoeren.

In deze ganse setting van ongelijkheid is er volgens Rancière een momentum van absolute gelijkheid aanwezig die noodzakelijk is omdat het bevel zou kunnen functioneren. Een erg anarchistisch opvatting want de gelijkheid is met andere woorden het noodzakelijke fundament van de ongelijkheid. Als je bovendien kan laten zien dat er onderliggend aan de ongelijkheid steeds gelijkheid is, ben je in staat het bouwwerk van ongelijkheid te slopen want het fundament, de gelijkheid, is tegengesteld aan de logica van het bouwwerk, i.e. de ongelijkheid.

Een tweede belangrijke begrip dat hierbij aansluit is het begrip van de politie, een concept dat wel vaker terugkomt bij radicale denkers. Politie heeft bij Rancière een bredere betekenis dan de betekenis die men er vandaag aan geeft, i.e. een (regressief) staatsapparaat. Voor Rancière staat politie gelijk aan alles wat de orde van het zichtbare en onzichtbare (zie supra) gestalte geeft en het in stand houdt.

de handleiding van Rancière

Op basis van dit begrippenpaar komt Matthias tot een soort handleiding van Rancière om aan politiek te doen, de orde van het zichtbare te doorbreken en iets nieuws zichtbaar te maken. Het is anders gezegd de bedoeling de setting van le partage du sensible zichtbaar te maken en die omver te werpen. Die handleiding is een proces van politieke subjectivering in drie stappen: ten eerste is er de desidentificatie of declassificatie zoals die eerder werd geschetst met het voorbeeld van La nuit des prolétaires. Ten tweede is er de affirmatie van gelijkheid, niet als doel of ideologie maar als uitgangspunt van het handelen. Rancière geeft het voorbeeld van Rosa Parks die in 1955 als zwarte vrouw een zitje innam in een bus vol blanken en dus handelde alsof ze de gelijke was van de medepassagiers en daarmee de bestaande orde op z’n kop zette. Hierdoor werd iets zichtbaar wat voorheen niet zichtbaar was. De derde fase is die van de onmogelijke identificatie. Je neemt een identiteit aan die onbestaande is en dus niet kan worden onderworpen aan de politie orde. Rancière illustreert dit met het begrip de verworpene der aarde. Dit is een onmogelijke identiteit maar men kan er zich toch mee manifesteren als politieke entiteit.
Rancière wil met die stappen de arbitrariteit van elke identiteit of positie in de maatschappij beklemtonen. Democratie heeft bij Rancière dan ook niets van doen met een modern politiek systeem. Het verwijst veeleer naar een evenement, een stuk theater als vorm van protest dat erin slaagt de bestaande orde te laten zien en te destabiliseren.

Matthias’s lezing maakte mooi duidelijk dat de filosofie van Rancière interessante invalshoeken biedt voor bewegingen als Kif kif die dagelijks bezig zijn met gelijkheid en representaties van identiteiten. Uit het debat bleek ook dat Rancière activisten doet nadenken over de manier waarop radicale acties al dan niet representatief zijn en welk doel ermee bereikt wordt. Een uiterst boeiende avond dus wat deze auteur nieuwsgierig maakte naar de lezingen van komende weken.