Venezuela als koloniaal laboratorium: olie, sancties en internationale verantwoordelijkheid
Na de illegale inval door de Verenigde Staten is de samenleving in Venezuela verdeeld. Om de huidige situatie beter te begrijpen, helpt het om naar de geschiedenis van het land te kijken. Want de crisis vandaag is niet enkel te wijten aan recente politieke wanpraktijken. Venezuela is al eeuwenlang een laboratorium voor koloniale machten om nieuwe manieren van onderdrukking uit te testen, schrijft de Venezolaans-Belgische kunsthistorica Fran C. Bracho.
De huidige crisis in Venezuela is geworteld in veel meer dan alleen recente politieke wanpraktijken. Het is de voortzetting van een lange geschiedenis: het koloniale sistema de castas, de militarisering van de staat, de rol van het land op de mondiale oliemarkten en decennialange onderdrukkende maatregelen door andere landen.
Een stelsel van sociale kasten dat werd geïnstalleerd door de Spaanse kolonisator, waarover meer in de volgende paragraaf.
Imperiaal laboratorium
Venezuela is al lange tijd een laboratorium voor koloniale machten om nieuwe manieren van overheersing en roofkapitalisme uit te testen, vaak in strijd met het internationaal recht. Dit omvat economische verstikking door de internationale gemeenschap, schendingen van soevereiniteit door de Verenigde Staten en nationalistische illegale militaire interventies.
Venezuela is niet het enige laboratorium. We zien deze dynamiek ook terug in Gaza en andere contexten waar het internationaal recht wordt genegeerd om de belangen van westerse landen en bedrijven te dienen.
Door de oliewinning raakte lokale economische ontwikkeling in Venezuela verbonden met de financiële belangen van de VS
Tijdens de Spaanse kolonisatie van Latijns-Amerika creëerde het koloniale bewind een kastenstelsel (sistema de castas), dat mensen opsplitste in een geracialiseerde hiërarchie. Dit koloniale systeem onteigende inheemse volkeren en maakte Afrikaanse gemeenschappen tot slaaf, terwijl macht en middelen naar kolonisten en hun nakomelingen stroomden.
Dat kastenstelsel werd formeel afgeschaft na de onafhankelijkheid in de 19e eeuw, maar de onderliggende logica bleef bestaan. Afstammelingen van kolonisten behielden landbezit, raciale privileges en militaire autoriteit. Burgerschap werd georganiseerd langs klasse- en raciale lijnen, wat leidde tot een systeem van politieke uitsluiting.
Olie en sociale hiërarchieën
De ontginning van olie in Venezuela vanaf het begin van de 20e eeuw, versterkte de bestaande hiërarchieën. Lokale economische ontwikkeling raakte verbonden met buitenlandse financiële belangen, met name die van de VS.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikte de Venezolaanse olieproductie een hoogtepunt. Het land voorzag de geallieerden van olie en werd de facto geopolitiek bezit. Dit vergrootte de Venezolaanse afhankelijkheid van internationale markten en beperkte de nationale soevereiniteit.
Olie creëerde ook een nieuwe sociale hiërarchie, waarbij degenen die profiteerden van olie-inkomsten macht verwierven. Mensen met een Afrikaanse afstamming en inheemse en rurale gemeenschappen profiteerden niet van de gegenereerde rijkdom en werden uitgesloten van besluitvorming.
La 'Revolución bolivariana'
De 'Bolivariaanse Revolutie' begon eind jaren ’90 en betekende voor veel Venezolanen een echte breuk met het verleden. De leider, Hugo Chávez, introduceerde sociale programma’s die toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, voedsel en politieke participatie uitbreidden. Complete gemeenschappen die onder vorige regeringen onzichtbaar waren gebleven, werden plotseling wel gezien, benoemd en opgenomen in het beleid.
Na de dood van Chávez verhardde het politieke model. Olieprijzen daalden, sancties werden aangescherpt en corruptie nam toe
Dit creëerde oprechte hoop en loyaliteit, vooral onder mensen die nooit hadden geprofiteerd van Venezuela’s olierijkdom. Tegelijkertijd was deze vooruitgang sterk afhankelijk van olie-inkomsten en staatscontrole. Dat leidde tot een fragiel systeem dat afstevende op crisis en politiek totalitarisme.
De nasleep van Chávez
Na de dood van Chávez verhardde het politieke en economische model. Olieprijzen daalden, economische sancties van de VS en hun bondgenoten werden aangescherpt en corruptie nam toe. Sociale programma’s stortten in of werden instrumenten van politieke controle.
Een al kwetsbare middenklasse werd de armoede ingeduwd. Economische elites met toegang tot Amerikaanse dollars, overheidscontracten of wereldwijde mobiliteit werden rijker. De ongelijkheid in Venezuela nam snel toe.
Het leger raakte diep verweven met het dagelijks leven, niet alleen als politieke macht, maar ook als een van de weinige overgebleven uitwegen uit armoede. Het was immers het leger dat de controle kreeg over voedselverdeling, het grondgebied en de infrastructuur.
De ineenstorting van de civiele ruimte
Naarmate instituties verzwakten, wonnen gevangenissen en gewapende groepen aan macht. Bendes werden getolereerd of indirect door de staat gemachtigd om gebieden te controleren, gemeenschappen te intimideren en chaos te creëren.
Studentenprotesten die basisrechten eisten, werden met repressie beantwoord. Veel studentenleiders werd het zwijgen opgelegd; zij werden gevangengezet of gedwongen tot ballingschap.
Verkiezingen verloren steeds meer hun geloofwaardigheid. Oppositiekandidaten werden uitgesloten en vervolgd, verkiezingskalenders werden gemanipuleerd
Verkiezingen verloren steeds meer hun geloofwaardigheid. Oppositiekandidaten werden verboden en vervolgd, terwijl verkiezingskalenders werden gemanipuleerd. Veel van de kandidaten die een pro-Amerikaans narratief promootten, waren ook betrokken bij corruptie. Angst verving participatie. Overleven verving politieke organisatie.
Sancties
Door de VS geleide sancties tegen Venezolaanse functionarissen, bedrijven en economische sectoren begonnen in het begin van de jaren 2000. Ze volgden nadat de regering meer controle over olie had teruggenomen en belastingen op buitenlandse bedrijven had verhoogd.
Sancties volgden ook op Venezuela’s poging om politieke allianties in Latijns-Amerika op te bouwen buiten Amerikaanse controle. De VS reageerden met geleidelijk toenemende druk: eerst diplomatieke isolatie, daarna inreisverboden en later het beperken van toegang tot het internationale bankwezen en de oliemarkten.
Die sancties maakten het steeds moeilijker voor Venezuela om basisgoederen te importeren. Ook zorgden ze ervoor dat publieke diensten zoals gezondheidszorg, scholen, wegen en watersystemen geleidelijk aan onbetaalbaar werden.
Hoewel de sancties door de VS gepresenteerd worden als gerichte druk op politieke elites, werden de effecten van de sancties dus vooral door burgers gevoeld. De sancties leidden tot verdere economische achteruitgang, toegenomen emigratie naar buurlanden en het uiteenvallen van sociale instituties.
Binnen Latijns-Amerika was de reactie op de sancties verdeeld. Regionale organisaties en buurlanden onthielden zich grotendeels van openlijke kritiek. Deze regionale stilte is een vorm van medeplichtigheid, die deze collectieve bestraffing door imperialistische machten heeft genormaliseerd.
Selectieve opschorting van het internationaal recht
De recente Amerikaanse militaire interventie vormt een hoogtepunt van decennia van kolonisatie en totalitaire regimes. Venezuela is bewust verzwakt, geïsoleerd en voorgesteld als onbekwaam tot zelfbestuur.
Sommigen vieren feest op straat, anderen blijven ‘De Revolutie’ verdedigen uit angst voor een terugkeer naar uitsluiting. Maar velen kijken ook zwijgend toe
Het internationaal recht functioneert hier selectief. Juridische principes zoals soevereiniteit, non-interventie en bescherming van burgers lijken enkel voor sommigen te gelden en voor anderen te worden opgeschort.
Migratie, privilege en structurele ongelijkheden
Binnen de groep Venezolanen in het buitenland bestaan dezelfde ongelijkheden als binnen Venezuela zelf: mensen wier lichaam, sociale status of kenmerken aansluiten bij dominante normen, ervaren migratie ook anders dan degenen die dat niet doen.
De kastenlogica wordt zo gereproduceerd in de diaspora: mensen worden geconfronteerd met verschillende (gecombineerde) vormen van maatschappelijke uitsluiting en toegang tot juridische bescherming is gekoppeld aan een politiek gecreëerde legitimiteit. Koloniale hiërarchieën, sancties en staatsfalen houden samen die ongelijkheden in stand, zelfs buiten Venezuela.
Dat kan bijvoorbeeld gaan over ongelijkheid op basis van iemands verblijfsstatus, of het feit dat iemands economische situatie invloed heeft op of diegene zich juridische procedures kan veroorloven.
Deze geschiedenis helpt verklaren waarom de Venezolaanse samenleving vandaag zo gefragmenteerd is. Sommigen vieren feest op straat, uitgeput door jaren van schaarste, in de hoop dat elke verandering — hoe gewelddadig ook — een einde zal maken aan het regime. Anderen blijven ‘De Revolutie’ verdedigen uit angst voor een terugkeer naar uitsluiting.
Maar velen kijken ook zwijgend toe, zich ervan bewust dat het land nauwelijks nog sterke, onafhankelijke maatschappelijke structuren heeft om soevereiniteit, democratie of het dagelijks leven te beschermen.
Venezuela heeft zelfbeschikking, soevereiniteit en door gemeenschappen gecreëerde toekomstperspectieven nodig
Zelfbeschikking en verantwoordelijkheid van de diaspora
Venezuela heeft zelfbeschikking, soevereiniteit en door gemeenschappen gecreëerde toekomstperspectieven nodig. Het steunen van het land betekent zowel autoritaire regimes als buitenlandse invasies afwijzen.
De diaspora speelt hierin een cruciale rol. Degenen in meer bevoorrechte posities kunnen meer invloed uitoefenen op discours, beleid en internationale verantwoordelijkheid.
Ethische betrokkenheid vereist het versterken van Venezolaanse stemmen, weerstand bieden tegen simplistische tegenstellingen en het bevorderen van transnationale solidariteit die geworteld is in collectieve zeggenschap en sociale rechtvaardigheid.
Wie hierover verder wil lezen kan hier een lijst vinden met de voor deze tekst gebruikte bronnen.
Anghie, A. (2005). Imperialism, sovereignty and the making of international law.
Bull, B., & Rosales, A. (2020). Into the shadows: Sanctions, rentierism, and economic informalization in Venezuela. European Review of Latin American and Caribbean Studies
Bull, B., & Rosales, A. (2023). How sanctions led to authoritarian capitalism in Venezuela.
Coronil, F. (1997). The magical state: Nature, money, and modernity in Venezuela. University of Chicago Press.
Cusack, A. K. (2019). Venezuela, ALBA, and the limits of post-neoliberal regionalism in Latin America and the Caribbean. Palgrave Macmillan.
De la Cadena, M. (2015). Earth beings: Ecologies of practice across Andean worlds.
Escobar, A. (2018). Designs for the pluriverse: Radical interdependence, autonomy, and the making of worlds.
García, J. A. (2017). Afrodescendencia y poder popular en Venezuela. Revista Venezolana de Estudios Afrodescendientes
Mbembe, A. (2019). Necropolitics. Duke University Press.
Obregón-Tarazona, L. (2023). Venezuela. In C. M. Brölmann & R. Collins (Eds.), The Oxford handbook of international law and the Americas
Polga-Hecimovich, J., & Sánchez-Urribarri, R. (2022). Courts under pressure: Judicial autocracy in Venezuela. Journal of Law and Courts, 10(2),
Quijano, A. (2000). Coloniality of power, eurocentrism, and Latin America.
Rodney, W. (1972/2018). How Europe underdeveloped Africa. Verso.
Rodríguez, F. (2024). The collapse of Venezuela: Scorched earth politics and economic decline.
Rivera Cusicanqui, S. (2012). Ch’ixinakax utxiwa: A reflection on the practices and discourses of decolonization.
Sarayaku Indigenous People. (2012). Kawsak Sacha. Living Forest): An indigenous proposal against extractivism.
Smith, L. T. (2012). Decolonizing methodologies: Research and Indigenous peoples.
United Nations Special Rapporteur on the negative impact of unilateral coercive measures. (2019). Report on the impact of sanctions on Venezuela.
Weisbrot, M., & Sachs, J. (2019). Economic sanctions as collective punishment: The case of Venezuela.
Over de auteur
Fran C. Bracho is kunsthistorica, sociaal-cultureel werker en actief binnen diverse diasporische netwerken in Brussel en Vlaanderen. Ze is gespecialiseerd in intersectionele methodologie en de geschiedenis van ‘otherness’ — thema’s die ze centraal stelt in haar werk en reflecties.
Meer van Fran C. Bracho