Het artistiek ontwaken in Tunesië

Joachim Ben Yakoub neemt de verjaardag van de verdrijving van Ben Ali in Tunesië, als aanknopingspunt om de artistieke golf van creativiteit die sinds de revolutie uitbarstte onder de loep te nemen. Over creativiteit, revolutie en commercialisering.
Het artistiek ontwaken in Tunesië

Verschillende revolutionaire artistieke interventies in de openbare ruimte spreken tot de verbeelding. In de context van een historische onwenteling dreigen zij echter de geschiedenis te esthetiseren en zo een zekere realiteitsgehalte te missen.

 

★ ★ ★ ★ Over esthetisch terrorisme ★ ★ ★ ★


In de naweeën van 17 december, de dag waarop een jonge fruitverkoper zichzelf veraste, in de aanloop naar 14 januari, de dag waarop Zin Abedine Ben Ali als een rat zijn land ontvluchtte, en de daaropvolgende weken veroverde de massa de straten van Tunesië. De bevrijding van het volk ging gepaard met de bevrijding van de meningsuiting, wat een artistieke golf van creativiteit met zich mee bracht.


إذَا الشَّعْبُ يَوْماًً أرَادَ الْحَيَـــــــاةَ
فَلَا بُــدَّ أن يَسْتَجِيبَ القَــــدَر
وَلاَ بُدَّ لِلــــيْلِ أن يَنْجَلِــــــــــي
وَلاَ بُـــدَّ للقَيْـــِد أن يَنْكَسِــــر
وَمَنْ لَمْ يُعَانِــقْهُ شَوْقُ الْحَيَــاةِ
تَبَـــخَّرَ في جـَـوَّهَـا وَانْدَثـَـــر

If the people will to live
Providence is destined to favorably respond
And night is destined to fold
And the chains are certain to be broken
And he who has not embraced the love of life
Will evaporate in its atmosphere and disappear
(vertaald door As’ad Abu Khalil)

Tijdens de optochten zong het volk onder meer versen uit het gedicht ‘De wil tot leven’ van de anti-koloniale klassieke dichter Abu al-Qasim al-Shabi(1). Een niet te smeulen brand vertrok van Sidi Bouzid en verspreidde zich tot in de verste uithoeken van het land en ver daarbuiten. “De wil tot leven” werd niet enkel gescandeerd in Tunesië, maar verspreidde zich net zoals het vuur van het ontwaken tot in Egypte, Libië, Jemen, Bahrein, en Syrië.

De geest was uit de fles. De poëtische ziel van het Tunesische volk werd aangewakkerd door het geweld dat gepaard ging met de revolutionaire beweging. Jongeren vernietigden de eigendommen van de familie van de omvergeworpen dictator en zijn echtgenote Leïla Trabelsi. De huizen werden doelbewust geplunderd, vernietigd en verbrand. De luxueuze wagens die in de aanpalende garages overbleven zijn ook in rook opgegaan. Het verbranden van deze eigendom werd door de brede bevolking beschouwd als een legitieme daad van verzet. De obsceniteit van de corruptie waarmee deze eigendommen verkregen zijn, verdiende niet meer dan verbrand te worden.

Het is een geliefkoosde vrijetijdsbesteding van heel wat jonge kunstenaars geworden om hun creativiteit de vrije loop te laten op deze geplunderde villa’s die bij uitstek de bederfelijkheid van het Ben Ali regime symboliseren. Enkele artiesten (waaronder SK-One, Meen-One, Willis from Tunis e.a. (2)) verfraaiden het interieur van deze gere-aproprieerde villa’s met kritische beelden die de mensonterende hebzucht en materialisme van de machthebbers in de verf zetten. De muren van de villa’s, die voor de revolutie dienden als wand om de corruptie achter te verschuilen, werden een blanco blad om de mening van het volk vrij te vertolken.

Sommige van deze uitgebrandde gebouwen werden herbestemd. Een huis van de Trabelsi in La Marsa, een rijke buitenwijk van de hoofdstad Tunis, werd na de plunderingen en de artistieke verfraaing, opgengesteld als expositieruimte. In Thala, een arme stad in de provincie, Kasserine, werd een uitgebrand politiekantoor bezet door een jongeman wiens kinderdroom altijd was om politieagent te worden, maar die het nooit werd omdat het corps te gecorrumpeerd was. Nu het kantoor eindelijk geplunderd was, heeft hij het bezet en beschilderd met prachtige poëzie die de wil naar vrijheid en waardigheid proclameert. Nu hoopt de jongeman dat het politiekantoor opengesteld kan worden voor de gemeenschap en plaats kan bieden aan constructieve initiatieven.

Naast de villa’s en de politiekantoren werden ook de auto’s van de bedorve elite verbrand. Zo werden tientallen verkoolde en gehavende autowagens verzameld op een braakliggende terrein in Carthage Byrsa. Faten Rouissi, een multidisciplinaire artiste uit Tunis, werd geïnspireerd door het massagraf van ijzeren karkassen.

“ I stopped by this huge ashy picture caused by the anger of the revolutionaries. Fascinated by this image born out of fire, I imagined a positive and visual fertility of a phoenix reborn of its ashes to rejuvenate the image of a free Tunisia.”(3) 

Onder het motto van John Cage « L’art ne devrait pas être différent de la vie, mais être une action dans la vie» riep zij jongeren via facebook op hun creativiteit te komen botvieren op de overblijfsels van voormalig staatseigendom. Het was een volledig open en vrijwillig initiatief, onafhankelijk van eender welke vereniging, privé of publiek organisme. De roeping van dit evenement was de kleurrijke en positieve ondersteuning van de revolutionaire eisen voor meer vrijheid en waardigheid. Op deze manier wilden de jonge kunstenaars, de jongeren en de wijkbewoners een cultuur van nabijheid promoten die zij noodzakelijk achten voor de toekomstige reconstructie van het land.Het evenement ‘Art dans la rue - Art dans le quartier’(4)  wilde ook het ministerie van Cultuur en de verschillende culturele actoren in Tunesië beïnvloeden, om het belang van hedendaagse kunst in de toekomst te ondersteunen en te promoten.

De openbare ruimte werd opnieuw toegëigend door mensen die hun bevrijdde mening vereeuwigden op de muren van hun stad. Sommige politieke slagzinnen staan nog steeds in het collectief geheugen gegrift, zoals deze op de avenue Bourguiba en place de l’independance in Tunis: “Fière d’être Tunisien”, “RCD out!”, “La femme tunisienne est libre et le restera”, “Ben Ali dégage!” “Tunisie democratie laicité!”, '“Merci facebook”...Vermeldenswaardig in dit licht is ‘Ahl Alkahf’(5) . Letterlijk : “Het volk van de ondergrond”, een anoniem collectief dat zichzelf definieert als een beweging van jonge anti-globalistische en anti-orientalistische Tunesische artiesten, geboren in de revolutie. Deze beweging was vooral actief tijdens Kasbah II, de sit-ins aan de Kasbah van Tunis die het vertrek eisten van Mohamed Ghannouchi, de zelfverklaarde nieuwe president en zijn “post-revolutionaire” overheid, die samengesteld was uit leden van het voormalig dictatoriaal regime. De beweging zette zich vervolgens verder en onderscheidde zich door opvallend artistiek werk in de belangrijkste slagaders van de Tunesische hoofdstad. Hun werk en filosofie is vervat in de documentaire ‘Revolution under 5’’(6) van jonge filmmaker Rida Thlili. De film volgt de groep jonge guerrillakunstenaars die hun strijd tegen de repressie in de Tunesische straten voeren, met scanners, computers, spuitbussen, borstels en verf. Ze tekenen hun slogans, hun eisen en beelden op de muren en interpreteren daarbij de Europese islamofobie, creativiteit en verzet. Via een webradio vormen ze een netwerk met militanten en activisten. Ze beschrijven hun kunst als ‘esthetisch terrorisme’ dat mensen tracht aan te zetten tot nadenken en tegeninformatie verspreidt.

Deze kunstbeweging was ondenkbaar tijdens het Ancient Regime. Toen botste men in de publieke ruimte vooral op het portret van de omvergeworpen dictator Zine Abedine Ben Ali, in de volksmond weleens stiekem afgekort tot Z.A.B.A (= Arabisch voor 'lul'). Deze portretten werden tijdens de revolutie een voor een vernietigd afgescheurd en verbrand tot er geen enkele meer overbleef. In de lente van 2011 verschenen plots zwart-wit portretten van mannen, vrouwen, jongeren, ouderen, rijke, armen, kleine,grote, ambtenaren, werkzoekenden, ondernemers, werknemers, landbouwers,...verspreid in verschillende steden over het land, in Sfax, Sidi Bouzid, Le Kram, Tunis, La Goulette en La Marsa. Soms letterlijk in de plaats van de vernielde verafgodingen van de gevallen dictator. Naast strategische verkeersknooppunten, maar ook op historische gebouwen, uitgebrandde politiekantoren en RCD-gebouwen. Het volk kreeg eindelijk de plaats dat ze verdiende. ‘Artocracy en Tunisie’(7)  is de Tunesische respons van Slim Zeghal, Marco Berrebi op “Inside Out” een projectoproep van de artisti JR en TED prize. 7 fotografen trokken heel Tunesië door om 100 zwart-wit portretten te maken van mensen die de diversiteit van het volk moest voorstellen. In een land waar er enkel ruimte was voor de afbeelding van 1 persoon, was de representatie van deze diversiteit een verademing.

Een andere merkwaardige actie is in dit licht ‘Le retour de Ben Ali’(8) , een sensibiliseringsactie van “Engagement citoyen” een frans-tunesische vereniging die het politiek burgerschap van de Tunesiërs wilt versterken. In de post-revolutionaire aanloop naar de verkiezingen van oktober hebben zij een sensibiliseringactie uitgevoerd in La goulette die via You tube over heel Tunesië werd gedeeld. Een gigantisch portret werd op de stadwal van La Goulette opgehangen. Het duurde niet langer dan 3 minuten en er stond een menigte klaar om het portret van de omvergevallen dictator af te trekken. Tot ieders verbazing vonden ze een geschreven boodschap in de plaats: “ Opgepast, dictators kunnen terug aan de macht komen”. Uiteindelijk is 80 procent van de Tunesiërs gaan stemmen bij de eerste democratische verkiezingen sinds de Tunesiërs hun zelfstandigheid herwonnen. Een historische opkomst die vele Tunesiërs op foto vastlegde met opgestoken blauwe vinger, een bewijs dat ze effectief waren gaan stemmen.

Verschillende revolutionaire artistieke interventies in de openbare ruimte spreken tot de verbeelding. In de context van een historische onwenteling dreigen zij echter de geschiedenis te esthetiseren en zo een zeker realiteitsgehalte te missen. Je zou met andere woorden bijna vergeten dat de revolutie levens gekost heeft. Dat er geschoten is, dat er mensen koelbloedig vermoord zijn door een wankelend regime op zijn laatste adem, dat heel het land in brand heeft gestaan. Op 22 januari 2011, een week na de val van het regime van Ben Ali vindt er in Tunesië een eerste herdenking plaats van de slachtoffers die gevallen zijn tijdens de volksopstand. Er vond een sit-in plaats op Avenue Bourguiba, waar de Frans Tunesische zangeres Amel Mathlouti haar liedje ‘Kelmti Horra’(9) zong voor de camera’s. Op diezelfde sit-in was ook Selim Tlili samen met talrijke voorbijgangers het portret van Mohammed Bouazizi aan het schilderen, de jonge fruitverkoper die de hele revolutie ontketende door zichzelf in brand te steken. Op zijn doek tekende hij kleurvlakken met nummers op aangeduid. Dezelfde cijfers vond men terug op de verfpotten. Dit was meteen ook een uitnodiging aan de voorbijgangers om te helpen bij de inkleuring van het portret. Onder de noemer ‘Art for Tunisia’(10) , werd in een tweede stap het resultaat van dit participatief proces online onderverdeeld in pixels en openbaar verkocht. 1 pixel kostte 25 dinar, de opbrengst gaat naar de uitbouw van één cultureel en één ontwikkelingsproject die strijden tegen sociale uitsluiting. Met het participatief karakter van dit proces wilt de kunstenaar een metafoor scheppen voor het politieke veld op dat moment in de geschiedenis van zijn land, waar iedereen verenigd was in zijn strijd tegen de dictator, voor vrijheid én waardigheid!

Ook The zoo project heeft de slachtoffers/martelaren van de revolutie weer tot leven gebracht, door ze als gestalte een plaats te geven in de publieke ruimte. Bilel Kaltoun, een jonge Franco-Algerijn zakte in maart 2011 af naar Tunesië om zijn steentje bij te dragen aan deze historische omwenteling en ervoor te zorgen dat de idealistische geest van de revolutie zou blijven leven. Toen hij ter plaatste met de jongeren sprak werd hij getroffen door het verhaal van Mohammed Hanchi, een jongeman van 20 die zijn leven verloor door ‘een verloren kogel’ tijdens een manifestatie. Een zinnetje bleef in zijn hoofd ronddwalen. "Ils ne doivent pas disparaître, les oublier serait les tuer une deuxième fois." Een 40-tal martelaren van de in totaal 250 gesneuvelden zagen weer het leven: Mohammed Hanchi, Mohammed Bouazizi, Aamer Fatteh, Moez Ben Slah, Ayoub Hamdi, Faiçel Chetioui, Mersbah Jwehri, Rabii Boujlid,...Het betrof gewone mensen die leven lieten op het altaar van de revolutie. Schrijnwerkers, leraars, straatverkopers, werklozen ... Ze leefden voornamelijk in Kasserine, Sidi Bouzid, Gafsa en Tunis. Het vergeten van deze martelaren zou voor deze artiest het einde van de hoop betekenen. Naast een roep om rechtvaardigheid en om de veroordeling van de moordenaars van deze vredevolle betogers (snipers, politieagent en generalen), wilt hij de martelaren terug een plaats geven in de huidige strijd en integreren in de toekomst van Tunesië. Hiervoor plaats hij de getekende martelaren op ware grote terug in de publieke ruimte, tijdens manifestaties of gewoon in de straten van Tunesië.

In juni 2011 werd een halt geroepen aan de bevrijde mening. De zomervakantie en de toeristen zaten er aan te komen, maar ook de verkiezingen. Op de Avenue Bourguiba en place de l’idependance in Tunis, hebben ze de zinspreuken oververfd en beplakt met publiciteit voor een spaarbank. De meeste muren in het land werden opnieuw maagdelijk wit en de slogans galmden nog enkel in de herinneringen van het volk. Ook het omgebogen massagraf van ijzeren karkassen werd volledig opgekuist. De strategische plaatsen, die het volk bezette tijdens de revolutie werden opnieuw heroverd door het leger. Rust en orde moest terugkeren. De enige mogelijk uitkomst van de revolutie werd beperkt tot het opzetten van democratische verkiezingen. Buiten enkele militanten na, werden er geen vragen meer gesteld over de vanzelfsprekendheid van deze uitkomst. Het is ongeveer tegelijkertijd dat kunstenaars het idee ontwikkelden om de vereniging ‘Lamuse’(11)  op te richten, om het presidentieel paleis om te buigen tot het museum van de revolutie. Zij willen met dit initiatief het culturele erfgoed van de revolutie bewaren. Maar “le devoir de mémoire”, zoals zij het benoemen, zou wel eens in strijd kunnen zijn met heel de artistieke revolutionaire beweging die bij uitstek de openbare ruimte opnieuw claimde, zoals vervolgens ook gebeurde in Tahrir, Madrid, Wallstreet,...Het insluiten en veilig stellen van maatschappijkritische artistieke uitingen in een museum en deze vereffen tot kunst of erfgoed zou wel eens aan de essentie van haar productie voorbij kunnen gaan. Men holt op deze manier een politieke daad uit door haar in te kaderen en veilig op te bergen in een afgebakende expositieruimte. Er ontstond ook al gauw competitie tussen kunstenaars, critici, activisten over de meest kunsttzinnige en ware uiting van de revolutie. Wie is een echte revolutionaire of wie springt op de kar van de revolutie? Dit ging gepaard met bijhorende financiële strijd om copyright, auterusrechten, vertoningsrechten,...Om één voorbeeldje te geven. De reeds vernoemde film ‘Revolution under 5’ wordt juridisch aangevochten door een Libanees productiehuis die de rechten op bepaalde beelden in de film opeist, waardoor de film niet publiek vertoond kan worden. De revolutie wordt een booming business, een koe die uitgemolken kan worden. De welbekende uitspraak “Die revolution frisst ihre Kinder” is spijtig genoeg ook van toepassing op de recente revolutie in Tunesië. Het voornoemd egocentrisme staat echter in schril contrast met de samenhorigheid die tijdens de revolutie zo pertinent aanwezig was. Het is tegenstrijdig met het het streven naar vrijheid en waardigheid dat zo centraal stond in dit historisch ontwaken. Na de verkiezingen hebben we kunnen zien hoe de jongeren de straten terug opeissten om hun revolutie te beschermen door zich te verzamelen aan de Bardo, de plek waar de verkozenen hun grondwettelijke vergadering houden. De waakvlam van de revolutie is dus nog steeds aan en verzekerd de vorming van een nieuw, vrij en menswaardig Tunesië.
 

Noten: 

1. http://www.youtube.com/watch?v=i-2VkMpR9NE&feature=player_embedded
2. http://www.ir7al.info/?p=2598
3. http://universes-in-universe.org/eng/nafas/articles/2011/emancipated_art
4. http://graphikisland.com/2011/02/28/art-dans-la-rue-art-dans-le-quartie…
5. https://www.facebook.com/pages/أهل-الكهف-ahl-alkahf/115175015229496
6. https://www.facebook.com/pages/thawra-ghir-drajثورة-غير-درج-Révolution-…
7. https://www.facebook.com/pages/Artocratie-en-Tunisie-Artocracy-in-Tunis…
8. http://www.youtube.com/watch?v=yxWvgASA_Q4&feature=player_embedded
9. http://www.youtube.com/watch?v=tT460cZhqkI
10. www.artfortunisia.com
11. https://www.facebook.com/pages/LA-MUSE/206841512673650?sk=info
12. https://www.facebook.com/1.bardo?sk=info