Dag van de Migrant: uitbuiting, raciale hiërarchieën en de illusie van inclusie in Europa
Bespaar ons het schijnheilige feestje op de Internationale Dag van de Migrant, schrijft Kif Kif contributor Benaissa Nams. De hypocrisie waarmee de Europese Unie vandaag ‘de bijdrage van migranten’ viert is immers stuitend. Ze doet er tegelijk alles aan om hen te reduceren tot untermenschen die het slechts verdienen te leven op voorwaarde dat ze hun nut bewijzen voor de overwegend witte bovenklasse.
Vandaag (18 december) viert de wereld de Internationale Dag van de Migrant. Ook de Europese Commissie, de regering van de Europese Unie, spreekt op die dag lovende woorden over diversiteit en migranten als ‘waardevolle werknemers’. Vorig jaar benadrukte een verklaring van de Europese Commissie de 'rijkdom die migratie met zich meebrengt'. Op papier klinkt het als een feest van erkenning.
Toch wringt er iets. Want terwijl Europa zichzelf presenteert als kampioen van mensenrechten, is haar migratie- en grensbeleid ondertussen volledig gericht op selectie, controle en uitsluiting. In de Europese steden wordt een onderklasse van vooral niet-witte lichamen gecreëerd: uitgebuit wanneer het uitkomt, gedumpt wanneer het misloopt.
Tegelijkertijd blijven politici herhalen dat ‘we’ zelf moeten bepalen wie we binnenlaten in naam van veiligheid en welvaart. Daarbij trekken ze steeds meer harde (buiten)grenzen op. Pushbacks, grensgeweld en mensenrechtenschendingen zijn geen incidenten, maar onderdeel van een uitgekiende strategie. Wat we ‘migratiebeleid’ noemen, is in werkelijkheid een hiërarchie van levens. Sommige mensen verdienen bescherming, anderen niet.
De migrant als goedkope arbeidskracht
Hoewel de bevoegdheid over migratie en integratie formeel grotendeels bij de lidstaten ligt, is de Europese Unie op dit vlak allerminst machteloos. Via gemeenschappelijke beleidskaders, actieplannen en financieringsprogramma’s weet de EU de toon te zetten en nationale agenda’s op elkaar af te stemmen. Zo zien we in tal van charters en op de website van de Europese Commissie migranten die al in Europa wonen en werken vaak worden beschouwd als waardevolle werknemers. ‘Legale migratie’ wordt daarbij expliciet gepresenteerd als een investering in de economie en de samenleving. Er bestaat zelfs een EU-actieplan voor integratie dat migranten helpt op vlak van onderwijs, vorming en werk, terwijl een monitor de voortgang hiervan bijhoudt.
Om migranten te reduceren tot hun ‘nut’ voor de economie, wordt een proces van racialisering toegepast
Vanuit een mensenrechtenperspectief lijken dit soort actieplannen een positief verhaal van kansen en inclusie. Maar wie beter kijkt, ziet dat het beleid in de praktijk vooral draait om economische belangen, weliswaar verhuld in buzzwords als ‘het versterken van het concurrentievermogen’. ‘Integratie’ betekent hier in de eerste plaats dat iemand inzetbaar wordt op de arbeidsmarkt, niet dat diegene onvoorwaardelijk en volwaardig deel uit kan maken van de samenleving.
Om migranten te reduceren tot hun ‘nut’ voor de economie, wordt een proces van ‘racialisering’ toegepast. Mensen worden daarbij hiërarchisch opgedeeld in bijvoorbeeld ‘economische migranten’ en ‘asielzoekers’, ‘vreemdelingen’ en ‘burgers’, ‘mensen zonder papieren’ en ‘mensen met papieren’. Daarbij zijn afkomst en kleur cruciaal: zelfs kinderen die hier geboren zijn en wier ouders decennia geleden uit ‘niet-westerse landen’ migreerden blijven ‘tweede en derde generatie migranten’ genoemd worden. Deze labels suggereren dat hun integratie nog niet is voltooid. Dat ze ‘anders’ blijven.
De gevolgen zien we dagelijks in de grote steden, waar een onderklasse is ontstaan die voornamelijk bestaat uit niet-witte mensen. Neem nu de categorie ‘mensen zonder wettig verblijf’: uit onderzoek van federaal migratiecentrum Myria blijkt dat zij in België onderworpen worden aan extreme uitbuiting. Dat wordt mogelijk gemaakt door de sociale uitsluiting die hun migratiestatus met zich meebrengt. Immers, bijna alle maatschappelijke instanties die toezien op correcte arbeidsvoorwaarden zijn enkel toegankelijk met de juiste papieren. Datzelfde geldt overigens voor onderwijs, gezondheidszorg en de sociale zekerheid.
Herinner je de schandalen van de Borealis-zaak of het ingestorte schoolgebouw in Antwerpen met vijf overleden bouwvakkers tot gevolg? De slachtoffers zijn telkens arbeiders, in dienst van allerlei schijn-onderaannemers, die geen Belgische papieren hebben en daardoor in de miserie terechtkomen: hongerlonen, lange werkdagen, slechte huisvesting, … Wie uitvalt door uitputting of gewond raakt bij een arbeidsongeval wordt als afval gedumpt.
Zelfs na de onthulling van bovenstaande schandalen bleven Belgische overheden, aannemers en bouwheren in gebreke met hulp voor de slachtoffers. Het toont aan hoe onze beleidsmakers mensen in een kwetsbare positie, vaak met een niet-Europese achtergrond, overlaat aan de racialiserende logica van de ‘vrije markt’.
En zelfs zij die het staatsburgerschap verwierven, worden nog steeds geconfronteerd met discriminatie en racisme in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Europese initiatieven zoals het EU Action Plan Against Racism onderstrepen weliswaar de urgentie van een aanpak deze problemen, maar zijn niet bindend voor lidstaten. We weten intussen hoe het afloopt met niet-bindende teksten: ze blijven vaak steken in mooie woorden zonder concrete daden.
Uitbuiting, discriminatie en in sommige gevallen de dood: dát zijn de keiharde gevolgen van racialisering. Geen toeval, geen ongelukje, maar de uitkomst van een beleidsmatige opdeling in eerste- en tweederangsburgers.
Het vijandbeeld van de 'illegale immigrant' is ondertussen door beleidsmakers van alle politieke kleuren overgenomen
Dat het hier gaat om politiek beleid, wordt verder duidelijk als we kijken naar het staatsapparaat dat migrantenlevens controleert en stuurt. De toegang tot de woon- en arbeidsmarkt, sociale bescherming en andere vormen van dienstverlening komt immers met tal van voorwaarden. Wie onvoldoende Nederlands spreekt, mag niet langer dan een jaar in een sociale woning blijven. Wie minder dan tien jaar in Vlaanderen woont, heeft geen recht op bijstand van de sociale bescherming. Wie geen papieren heeft en ziek is, kan in de meeste ziekenhuizen niet terecht. Ben je dakloos en zoek je onderdak bij de opvang van het CAW? Dan moet je eerst een ‘lokale binding’ aantonen.
Fundamentele rechten worden dus uitgehold via een systeem van selectie en uitsluiting. Albina Fetahaj beschrijft dit in haar boek Grenskolonialisme treffend door te wijzen op de vele actoren binnen deze administratieve molen: ambtenaren, verhuurders, werkgevers, docenten, en artsen die vaak als ‘grenswachters’ optreden en zo een systeem van onderdrukking in stand houden.
De migrant als de ‘gevaarlijke ander’
De fixatie op ‘legale migratie’ gaat gepaard met een gecreëerd schrikbeeld van ‘illegale migratie’, waarbij die specifieke groep migranten wordt afgeschilderd als bedreiging. De extreem-rechtse slogans zijn gekend: de illegale migrant komt profiteren van ‘onze sociale voorzieningen’ en ‘onze banen’ afpakken.
Maar dit vijandbeeld is ondertussen zo dominant geworden dat het door beleidsmakers van alle politieke kleuren is overgenomen en vertaald in steeds repressievere grenscontroles. "We moeten zelf bepalen wie we binnenlaten”, zei Bart De Wever onlangs op het Alpbach Forum, een Europese conferentie van politici en bedrijfsleiders. Hij pleit daarmee voor gecontroleerde migratie. Ook hij maakt daarbij een onderscheid tussen ‘actieve migranten’ en ‘asielzoekers’. Zijn voorstel: het inperken van het asielrecht en in plaats daarvan zelf ‘de beste migranten’ kiezen.
Maar wat hij – samen met tal van zijn Europese collega’s – schijnt te vergeten is dat die welvaart in werkelijkheid vooral buiten Europa wordt gemaakt en via een globaal bankensysteem weer Europa bereikt. Europese multinationals roven de bodem van landen in het Globale Zuiden leeg en sluizen de winsten door naar het veilige Noorden. Bovendien zijn arbeidskrachten in die landen veel goedkoper, wat dit model nog aantrekkelijker maakt.
Het hardvochtige grensbeleid van de EU is noodzakelijk om deze dynamiek te beschermen. Vrij verkeer van goederen, zwaarbewaakte grenzen die mensen opgesloten houden in lagelonenlanden.
Europa betaalt de Ander om het vuile werk te doen, buiten het zicht van de onoplettende Europese burger: 'wir haben es nicht gewusst'
Wie het toch lukt om die grenzen te omzeilen komt terecht in de zogenaamde illegaliteit. ‘Illegale migratie’ is voor de meerderheid van de niet-witte mensen nochtans de enige vorm van migratie die mogelijk is. Dat kleur een rol speelt, werd een paar jaar geleden pijnlijk zichtbaar. Zo werden Oekraïense vluchtelingen na de inval van Rusland in 2022 snel, ‘legaal’ en menselijk opgevangen. Europa toonde dat het wél in staat is om menselijkheid, veiligheid en flexibiliteit te garanderen. Voor zij die vluchten uit landen van het Globale Zuiden blijven de poorten echter gesloten. Zo houdt fort Europa het systeem van ‘illegale migratie’ zelf in stand.
Daarbij worden kosten noch moeite gespaard. Europees grensbewakingsagentschap Frontex zag haar budget stijgen van 6 miljoen euro in 2005 naar 859 (!) miljoen euro in 2024. Vorige maand nog zagen we hoe een boot van de Griekse kustwacht een vluchtboot vol gezinnen probeerde te doorboren, in wat niet anders gezien kan worden dan als een poging hen te doen verdrinken. ‘Border protection’, heet dat tegenwoordig.
Maar ook de solidariteit onder de EU-lidstaten om mensen op de vlucht op te vangen blijkt te koop te zijn. Met het recente migratiepact dat volgend jaar in voege treedt, kunnen landen ervoor kiezen om geen asielzoekers op te nemen en in plaats daarvan een financiële bijdrage storten in een gemeenschappelijk fonds. 20.000 euro. Dat is blijkbaar de waarde van het leven van een ‘migrant’. Tot zover inclusie en respect voor mensenrechten.
Tegelijkertijd sluit de EU akkoorden met landen zoals Tunesië, Libië en Marokko die fungeren als bufferzones om migratie te ontmoedigen nog voor mensen Europa bereiken. Deze neokoloniale praktijk leidt vaak tot nóg flagrantere mensenrechtenschendingen dan aan de directe Europese grenzen zelf. Anders gezegd: Europa betaalt de Ander om het vuile werk te doen, ver weg en vooral buiten het zicht van de onoplettende Europese burger. Wir haben es nicht gewusst. Zo maakt ze haar uitgestrekte buitengrens de dodelijkste ter wereld, zonder daarvoor verantwoording te hoeven afleggen. In 2023 registreerde VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR meer dan 3.200 doden op zee en talloze vermisten. Over de afgelopen dertig jaar gaat het zelfs om meer dan 66.000 dodelijke slachtoffers, zo blijkt uit onderzoek van actiegroep United Against Refugee Deaths. Omdat veel mensen die aan de grenzen of in zee sterven nooit worden gevonden, is ook dit nog een onderschatting.
Tal van ngo’s waarschuwen dat het nieuwe migratiepact deze uitbesteding en militarisering van grensbewaking enkel verderzet door in in te zetten op afschrikking, detentie en deportatie.
De migrant belichaamt in het Europa van vandaag grens tussen een waardig en waardeloos leven.
Al in 2021 stelde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dan ook dat het uitbesteden van gemilitariseerde grenscontroles voortkomt uit een raciale politiek die bruine en zwarte lichamen moet weren. De Kameroense filosoof Achille Mbembe spreekt in dit verband van necropolitiek: de macht om te bepalen wie bescherming verdient en wie niet, wie mag leven en wie mag sterven.
Aan de (buiten)grenzen, in vluchtelingenkampen of op de Middellandse Zee wordt die hiërarchie van levens pijnlijk zichtbaar. Maar zoals eerder gesteld botsen migrantenlevens in de grootsteden van het Europese vasteland ook op een ander soort grens: die van de bureaucratie en papieren. In beide situaties gaat het om een soort ‘grijze zone’ tussen leven en dood: zonder bescherming, zonder rechten en zonder zichtbaarheid.
De migrant belichaamt vandaag die grens tussen een waardig en waardeloos leven.
Naar een wereld zonder grenzen
Als we migratie niet langer zien door de lens van economische waarde of dreiging, opent zich een andere horizon. Het feit dat mensen migreren toont aan hoe vastberaden – of om het dan toch in economische termen te duiden, ‘ondernemend’ – ze zijn. Dat is geen profiteren maar pure daadkracht. Bovendien moeten we kijken naar wat mensen zijn en kunnen bijdragen aan het samenleven zelf: hun gezondheid, creativiteit, nieuwsgierigheid, hun deelname aan het publieke leven, en zoveel meer.
Eerst en vooral moeten we fundamentele rechten en bescherming garanderen voor iedereen en een einde maken aan het dodelijk grensgeweld en pushbacks.
Heel wat organisaties en bewegingen pleiten hier al langer voor en komen in verzet tegen talloze mensenrechtenschendingen van statelijke instellingen. Denk aan antiracisme- en mensenrechtenorganisaties zoals ENAR en Amnesty International en, dichterbij huis, Kif Kif. Of mensen zonder papieren die zich zelf organiseren en weigeren te verdwijnen. Het verzet zit hem ook in mensen die ondanks de gevaren de grens toch oversteken. Allemaal dagen ze de status quo uit en vechten ze voor iets fundamenteels: een (politiek) bestaan. Zij tonen dat een andere wereld mogelijk is en dat die niet van bovenaf komt.
Maar om de dodelijke cyclus écht te doorbreken moeten we durven vertrekken vanuit een compleet ander wereldbeeld. Want wat als we ons eens voorstellen hoe een wereld zonder grenzen eruitziet? Een pertinente vraag die ik onlangs ook terughoorde in een panelgesprek tijdens de Nacht van de Vrijdenker met Dalilla Hermans, Albina Fetahaj en Koen Bogaert. Ze dwingt ons opnieuw na te denken over migratie. Maar ook over waardigheid, veiligheid en herverdeling. Welvaart is immers niets waard als ze ongelijk wordt verdeeld. Kortom, echte rechtvaardigheid voor iedereen, niet enkel voor ‘the happy few’ in het Globale Noorden.
Daarna kunnen we wat mij betreft best een feestje bouwen rond de Dag van de Migrant.
Over de auteur
Benaissa Nams studeerde af als politicoloog en werkte jarenlang als leerkracht en vormingswerker waar hij jongeren meenam op ontdekkingsreis naar de verborgen bijdragen van wetenschappers uit de Arabische en Perzische wereld. Momenteel werkt hij als sociaal werker en houden thema’s zoals kolonialiteit en de Arabische wereld hem bezig.
Meer van Benaissa Nams