Europees Hof veroordeelt 'vernederend' Belgisch migratiebeleid, Van Bossuyt haalt schouders op
In april dit jaar werd de Belgische staat veroordeeld wegens 'onmenselijke en vernederende behandeling' van vier mensen die hier asiel aanvroegen. Het is de eerste keer dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België veroordeelt voor een schending van artikel 3 van het mensenrechtenverdrag. Maar minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) blijft haar schouders ophalen. "Een trieste mijlpaal", zegt professor migratierecht Ellen Desmet.
“Iedereen die asiel aanvraagt heeft recht op menswaardige opvang. Ze mogen niet worden weggestuurd, niet direct, en niet met een omweg. En toch staan zo’n 2000 mensen die asiel hebben aangevraagd, vandaag op straat. Op straat in Brussel, blootgesteld aan schurft, kou, honger, uitputting, andere ziekten, wanhoop, aan gevaar en aan geweld, aan vernedering en aan de ontkenning van hun menselijke waardigheid. Hoe zijn we zover gekomen?”
Zo begint de toespraak van Sibylle Gioe, advocaat migratierecht, voor het kantoor van toenmalig staatssecretaris van Asiel en Migratie Nicole de Moor op 1 december 2022. Met een grafsteen naast zich – “RIP Etat de droit 1830-2022" – houdt ze een symbolische uitvaart voor de Belgische rechtsstaat. Want België is in 2022, op één jaar tijd, ongeveer 7.000 keer veroordeeld door de arbeidsrechtbanken, en 200 keer door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole De Moor (CD&V) legde die uitspraken simpelweg naast zich neer. “Ze heeft daarmee het rechterlijk gezag bij het grofvuil gezet”, zegt de advocaat.
Vier jaar later staat de teller op meer dan 15.000 veroordelingen en is de staat meer dan vier miljoen euro aan dwangsommen verschuldigd. Maar sinds vorige maand is er een bedorven kers op de taart.
Op 9 april 2026 werd België voor het eerst veroordeeld voor de onmenselijke en vernederende behandeling van vier personen die in 2022 asiel aanvroegen in België. Door het niet-opvangbeleid leefden ze drie tot elf maanden op straat, zonder onderdak of basisvoorzieningen. België is volgens de Europese richtlijnen en de Belgische opvangwet nochtans verplicht om die te voorzien. Door een eerdere veroordeling van de arbeidsrechtbank werd de Belgische staat opgedragen huisvesting voor de vier personen te voorzien. Maar omdat de minister de uitspraken naast zich neerlegde, hielden de erbarmelijke omstandigheden van de vier personen aan. Daarom veroordeelde het EHRM België niet alleen voor onmenselijke behandeling, maar ook voor het niet uitvoeren van een eerdere rechterlijke beslissing.
Trieste Mijlpaal
Waarom is de veroordeling van het EHRM naast de 15.000 andere veroordelingen uniek? België is voor het eerst veroordeeld voor het schenden van artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) in het kader van de 'opvangcrisis'. Dat artikel luidt als volgt:
“Verbod van foltering: Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen”.
Professor migratierecht Ellen Desmet (UGent) benadrukt dat dergelijke veroordelingen niet zomaar worden uitgesproken. “Het moet wel om een ernstig niveau van onmenselijke behandeling gaan”, vertelt ze aan Kif Kif. “Dat het Europees Hof een dergelijke hoge graad van ernst vaststelt en België daarom veroordeelt, is een trieste mijlpaal.”
Dat het Europees Hof een dergelijke hoge graad van ernst vaststelt en België daarom veroordeelt, is een trieste mijlpaal
In het arrest worden de schrijnende leefomstandigheden van de vier personen omschreven. Ze werden gedwongen om maandenlang op kartonnen dozen te slapen en hadden geen toegang tot een toilet, water, elektriciteit, kledij, voedsel of medische zorg. Ze geven aan dat ze, ondanks de tussenkomst van lokale verenigingen, een tekort hadden aan voedsel. Eén persoon vertelt hoe hij na zijn verzoek om internationale bescherming in extreme armoede heeft geleefd op de straten van Brussel. Ook nadat België meermaals was veroordeeld voor deze schending van het recht op opvang, werden de vier personen nog steeds niet gehuisvest. Ook tijdens het indienen van hun klacht bij het Hof leefden ze nog steeds op straat.
België is dus veroordeeld voor schending van het verbod op foltering en onmenselijke behandeling. Wellicht een wake-up call om het niet-opvangbeleid eindelijk te herzien? Professor Desmet vreest ervoor. “Nederlandse rechtbanken hebben gezegd dat ze geen mannelijke asielzoekers meer naar België terugsturen omdat ze risico lopen op een behandeling die in strijd is met artikel 3, EVRM”, legt Desmet uit. “Vanuit het juridisch perspectief is de veroordeling inderdaad een mijlpaal. Of het in praktijk veel verandert, daar vrees ik voor. Dat is een politieke keuze.”
De minister weigert meer opvangplaatsen te voorzien en de vier miljoen euro aan dwangsommen uit te betalen. Nadat Kamerlid Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen) en Xavier Dubois (Les Engagés) haar eind april vroegen wat ze met de veroordeling ging doen, schoof Van Bossuyt alle verantwoordelijkheid van zich af. “Deze veroordeling heeft (...) betrekking op een zaak die teruggaat tot de [vorige] regering en niet tot de huidige regering”, geeft de minister mee aan de Kamer. “Ze is het gevolg van de chaos op asielgebied die onder de Vivaldi-regering is ontstaan.” Ze benadrukt vervolgens dat haar departement sterk moet bezuinigen en dat ze elke euro twee keer moet omdraaien. “Mijn beleid is gericht op structurele oplossingen om de instroom te verminderen en een efficiënt gebruik van de middelen voor opvang te waarborgen”.
Lokale opvanginitiatieven
In haar speech van inmiddels vier jaar geleden legt advocaat migratierecht Sibylle Gioe uit hoe de opvangcrisis is ontstaan: “Eerste dosis gif: twintig jaar geleden. De regering maakt een einde aan de gelijkmatige verdeling van asielzoekers onder gemeenten. De regering kiest voor een duurder, minder efficiënt en minder goed systeem: opvang in collectieve centra”. Fedasil en Rode Kruis dus.
Met gelijkmatige verdeling onder gemeenten, bedoelt Gioe onder meer Lokale opvanginitiatieven (LOI’s). Dat zijn individuele woningen met een basisuitrusting. Ze worden beheerd door het OCMW en de bewoner doet zelf het onderhoud. Het is een efficiënte opvangvorm omdat tot vluchteling gemaakte mensen meer in contact komen met de lokale samenleving. Bovendien zijn ze per bewoner goedkoper dan collectieve centra. “Uit onderzoek blijkt dat LOI’s veel meer de rechten van de mensen respecteren en veel minder traumatiserend zijn dan in zo'n collectief opvangcentrum te moeten zitten”, zegt Ellen Desmet. Maar bij 'minder traumatiseren en mensenrechten respecteren' gaan bij sommigen de alarmbellen af.
Na 2016 is Theo Francken (N-VA) de opvangcapaciteit veel te rap beginnen afbouwen. Zijn opvolgers werden geconfronteerd met de gevolgen van die snelle afbouw
Zo wil de federale regering volledig komaf maken met LOI’s. In de nieuwe, goedgekeurde opvangwetgeving, ligt de focus op het afbouwen van opvangcapaciteit. “LOI’s staan bovenaan ons lijstje omdat het woningen of appartementen zijn. Dat creëert een aanzuigeffect”, zegt Anneleen Van Bossuyt in een persbericht. “Bovendien blijkt dat terugkeer vanuit een LOI veel moeilijker verloopt”.
Na de opvangcrisis in 2016 is de toenmalig minister van Asiel en Migratie Theo Francken LOI’s beginnen sluiten. In maart 2018, gaf hij op sociale media uitleg over het afbouwproces van opvangcapaciteit. Na het reeds afbouwen van 13.000 plaatsen, werd na onderhandelingen binnen de regering, een nieuw akkoord bereikt voor een nieuwe afbouwronde van de asielopvang. Het grote discussiepunt binnen deze onderhandelingen ging over welke opvangvorm afgebouwd zou worden. Collectieve centra of LOI’s?
Uiteraard pleitte Francken voor het afbouwen van LOI’s. “Geen geld, geen appartement, maar basic ‘bed-bad-brood’”, verklaarde Francken destijds op sociale media. “Anderen binnen de regering bepleiten daarentegen een ruimer aandeel van individuele opvang. Dit omdat individuele opvang goedkoper is dan collectieve opvang, én omdat het de zelfredzaamheid en de integratie van de asielzoekers zou bevorderen”. Theo Francken ontkende dit tegenargument niet. “Dat zou op het eerste zicht kunnen kloppen,” ging hij verder in zijn facebookbericht. “Maar individuele opvang brengt tegelijk enkele markante nadelen met zich mee. Het genereert onmiskenbaar een aanzuigeffect naar ons land toe, zeker gezien in onze buurlanden collectieve opvang de norm is”.
LOI's zijn volgens Theo Francken té comfortabel. “We moeten aan asielzoekers duidelijk maken dat ze nog in de wachtkamer van onze samenleving zitten,” zijn bekende woorden van de toenmalige minister.
Na 2016 is men LOI’s en collectieve opvang veel te rap beginnen afbouwen. De opvolgers van Francken werden geconfronteerd met de gevolgen van die snelle afbouw. “Toen Nicole de Moor naar nieuwe opvangplaatsen zocht, waren lokale besturen minder bereid om opnieuw op te bouwen omdat ze net hadden afgebouwd”, legt professor Desmet uit. “Opvangcapaciteit afbouwen was een politieke keuze, terwijl experten altijd zeiden dat er voldoende buffercapaciteit voorzien moest worden”.
Niet-opvangbeleid
Artsen Zonder Grenzen en zes andere ngo’s spreken dan ook van een 'niet-opvangbeleid'. In hun dashboard ‘Niet-opvangbeleid’ in 2024 geven ze een duidelijke tijdlijn mee.
In 2021 wordt aan de eerste alleenstaande mannen opvang geweigerd wegens plaatsgebrek. De prioriteit gaat naar gezinnen met kinderen en niet-begeleide minderjarigen, zo luidt de argumentatie van de regering. Maar uit een rapport van Amnesty International in 2025 blijkt dat in 2021 al vijftien niet-begeleide kinderen aan hun lot worden overgelaten op straat.
Van 2021 tot 2026 wordt de Belgische staat meer dan 15.000 keer veroordeeld voor het schenden van rechten van tot vluchteling gemaakte mensen
In 2022 verslechtert de situatie nog verder. Nu is het officieel dat gezinnen met kinderen en niet-begeleide minderjarigen op straat terechtkomen. De toenmalige staatssecretaris van Asiel en Migratie, Nicole de Moor, introduceert onwettige wachtlijsten. Duizenden mensen komen op straat terecht. De Belgische Staat wordt veroordeeld en legt de eerste rechterlijke uitspraken naast zich neer. Van 2021 tot 2026 wordt de Belgische staat meer dan 15.000 keer veroordeeld voor het schenden van rechten van tot vluchteling gemaakte mensen.
Het dashboard in 2025 van o.a. Artsen Zonder Grenzen sluit als volgt af: “Zolang de wachtlijst blijft bestaan, mensen op straat slapen en de staat weigert gerechtelijke beslissingen uit te voeren en dringende structurele maatregelen te nemen, is er sprake van een bewust niet-opvangbeleid. Daarmee schendt de Belgische staat doelbewust zijn internationale verplichtingen. Het voortzetten en verstrengen van dit beleid is onaanvaardbaar.” De term opvangcrisis is dus niet de juiste benaming voor een probleem geconstrueerd door politieke keuzes.
Rechtssysteem in gevaar
Anneleen van Bossuyt is niet onder de indruk van het vonnis door het Europees Hof of de 15.000 andere veroordelingen door de arbeidsrechtbanken. Volgens Tobias Mortier, beleidsmedewerker bij Liga voor Mensenrechten, schept het feit dat opnieuw een gerechtelijke uitspraak genegeerd wordt een enorm gevaarlijk precedent. “Nu is het beperkt tot bevolkingsgroepen waar de meerderheid van de bevolking niet van wakker ligt: asielzoekers en gedetineerden”, zegt de beleidsmedewerker. “Maar dat precedent kan dichter en dichter bij de modale bevolking komen als men weigert de rechtsstaat te respecteren.”
We vroegen Minister Anneleen van Bossuyt of ze al enige maatregelen nam om de eisen van het Hof na te komen of dit nog van plan is te doen. We kregen geen antwoord op onze vragen.
In een gezamenlijke mededeling van de rechterlijke macht, uitten het Hof van Cassatie, het College van procureurs-generaal en het College van de hoven en rechtbanken eind vorig jaar hun bezorgdheid over Anneleen van Bossuyt en haar illegale beleid. “Het argument dat het geld van een definitief opgelegde dwangsom beter voor andere doeleinden kan worden aangewend, mag nooit dienen als rechtvaardiging om gerechtelijke uitspraken naast zich neer te leggen. Op die manier zou elke burger kunnen beslissen om een boete niet te betalen omdat dit hem beter uitkomt,” verklaart de rechterlijke macht. “De uitspraken van minister Van Bossuyt zijn symptomatisch voor een verontrustende evolutie waarin een lid van de uitvoerende macht zich boven de wet meent te kunnen plaatsen. Dit is in strijd met de beginselen van een democratische rechtsstaat.”
Theo Francken blijft het ontwijkende gedrag van de minister ondertussen steunen: “De opengrenzenlobby gaat tot het uiterste om haar doelen te bereiken. Neen blijven zeggen, Anneleen Van Bossuyt. Het volk staat massaal achter je.”
Alles lijkt te moeten wijken om het 'aanzuigeffect' te minderen. Inclusief mensenrechten en de rechtsstaat. Francken en Van Bossuyt zijn two peas in a pod. Een persoon minder traumatiseren en mensenrechten respecteren, betekent voor deze politici een aanzuigeffect. Om dit tegen te gaan, heeft de Belgische staat een afschrikbeleid gecreëerd, waarvoor zelfs onze Noorderburen schrik hebben. Alsof de parcoursen die tot vluchteling gemaakte mensen afleggen, nog niet traumatisch genoeg zijn. Alsof het geen mensenrecht is om een volwaardig leven te leiden op de plek waar je geboren en getogen bent.
Over de auteur
Mijn naam is Valeria en van april tot juni loop ik stage bij Kif Kif. Ik ben een filmmaker uit Gent en studeer journalistiek aan de VUB. Aan de hand van storytelling hoop ik mijn steentje bij te dragen aan een rechtvaardigere wereld. Daarvoor leek Kif Kif mij de ideale plek. Tijdens de stage zal ik artikels schrijven rond het thema migratie en helpen met video’s maken.
Meer van Valeria Koroleva