Migrantenouders redden het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Nu worden ze gestraft
Naar aanleiding van de documentairereeks Basisschool Balder barstte een hevig debat los over de problemen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Vooral vanuit (extreem)rechtse hoek en in socialemediacommentaren werden ouders met een migratieachtergrond daarbij veelvuldig met de vinger gewezen. Maar volgens Kif Kif-contributor F. zou het Nederlandstalige onderwijs in Brussel ouders met een migratieachtergrond juist dankbaar moeten zijn. Zonder hen waren veel Nederlandstalige scholen er niet meer geweest.
Waarom neemt bijna niemand de moeite om verder te kijken, en een analyse te maken van hoe de problemen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel echt zijn ontstaan?
Vandaag gaat het publieke debat vaak over 'taalachterstand', lerarentekort en andere problemen in Brusselse Nederlandstalige scholen. Maar zelden wordt de vraag gesteld hoe deze situatie ooit is gegroeid. Wie de wortels blootlegt, ziet een verhaal dat beleidsmakers liever onbesproken laten.
Het begin: discriminatie op de arbeidsmarkt
Tot in de jaren ’90 stuurden migrantenouders in Brussel hun kinderen meestal naar Franstalige scholen. Dat was vanzelfsprekend: ouders, familie en de bredere gemeenschap spraken Frans, en jongeren beheersten de taal goed. Maar toen zij met hun diploma’s de arbeidsmarkt betraden, werden ze systematisch uitgesloten.
Het argument? 'Ze kenden geen Nederlands.' De realiteit? Dit was een drogreden om discriminatie te verpakken. Ook mét diploma en vloeiend Frans kregen migrantenjongeren geen kans.
In rapporten en beleidsnota’s lees je uitvoerig over de groei van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Er wordt verwezen naar capaciteitsproblemen en demografische verschuivingen. Maar wat systematisch ontbreekt, is de kernvraag: waarom maakten migrantenouders massaal de overstap van Franstalig naar Nederlandstalig onderwijs?
Dat migrantenouders hun kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs stuurden, was een reactie op discriminatie
De officiële lezing spreekt over de ‘economische voordelen’ die het Nederlands bood en ‘tweetaligheid als troef' op de arbeidsmarkt. Maar de waarheid is veel ongemakkelijker: die switch was een reactie op discriminatie. Jongeren met een migratieachtergrond die in het Frans waren afgestudeerd, mét diploma en taalvaardigheid, werden geweigerd op de arbeidsmarkt met het argument dat ze geen Nederlands kenden. Ook wanneer het om werk ging in Franstalige bedrijven waar dat Nederlands helemaal niet gebruikt werd.
Dat verhaal wordt zelden verteld in beleidsstukken. Het is nochtans precies die realiteit die ouders dwong tot een radicale keuze: hun kinderen inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs. Niet voor de hand liggend – zij zouden het hierdoor aanzienlijk moeilijker krijgen op school – maar wel een kwestie van bittere noodzaak.
De redding van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel
En die keuze had een onverwacht gevolg. In de jaren '80 en '90 kampte het Nederlandstalig onderwijs in Brussel met een ernstig leerlingentekort. Volgens het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (BRIO) daalde het aantal leerlingen op Nederlandstalige lagere scholen tot een dieptepunt rond 1984, waardoor die scholen met sluiting bedreigd werden.
Migrantenkinderen vulden de lege klassen en gaven de scholen bestaansrecht. Zonder hen was een deel van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel waarschijnlijk gewoon verdwenen.
Eerst werkte het: kleine klassen, degelijk onderwijs, tweetaligheid en goede resultaten. Migrantenouders leverden zo een historische bijdrage die zelden erkend wordt: zij hielden het Nederlandstalig onderwijs in Brussel in leven.
Zonder migrantenkinderen was een deel van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel waarschijnlijk gewoon verdwenen
Maar het systeem was niet voorbereid op de grote instroom die volgde. In de decennia die volgden explodeerde het leerlingenaantal. In 2021-2022 zaten er zo’n 55.200 leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, of ongeveer 21 % van de totale schoolbevolking. Ter vergelijking: vijftien jaar eerder waren dat er nog maar 35.735.
Op dit moment is het capaciteitsgebrek dusdanig dat elk jaar duizenden kinderen geen plaats vinden in een Nederlandstalige school, ondanks dat hun ouders dit willen. Het sneeuwbaleffect was ingezet: scholen raakten overvol, leerkrachten overspoeld. De kwaliteit kwam ernstig onder druk te staan.
Wie krijgt de schuld van de problemen?
En nu? Nu wordt met de vinger gewezen naar migrantenkinderen en hun ouders, alsof zij het probleem zijn. Om maar enkele reacties op sociale media te parafraseren: ‘ze spreken de taal niet’, ‘ze zijn niet goed opgevoed’, ‘ze zijn niet geïntegreerd’. Terwijl zij er net voor hebben gezorgd dat er vandaag überhaupt nog Nederlandstalige onderwijs in Brussel bestaat.
De Vlaamse Gemeenschap zou deze ouders en hun kinderen moeten belonen voor hun bijdrage: door te investeren in kleinere klassen, meer leerkrachten, betere taalondersteuning en voldoende infrastructuur. In plaats daarvan laat men scholen overleven met structureel te weinig middelen. Het systeem straft dus net de gezinnen die datzelfde systeem ooit gered hebben.
En eerlijk? Als dit beleid niet verandert zou het verstandig zijn om migrantenouders opnieuw te adviseren hun kinderen naar het Franstalig onderwijs te sturen. Want wie echt kansen wil geven aan zijn kinderen, moet soms durven kiezen tegen een systeem dat vergeten is wie het overeind hield.
De auteur van dit artikel is bekend bij de redactie, maar wil anoniem blijven uit vrees voor haatreacties.