De politieke agenda achter de racistische pseudowetenschap van Nathan Cofnas
Hoe sluiten de racistische denkbeelden van pseudowetenschapper Nathan Cofnas (UGent) aan bij politieke ideeën rond de superdiverse samenleving? Kif Kif ging op onderzoek uit in de discussies die Cofnas voert met gelijkgestemden op Twitter/X en in verschillende podcasts, en bezocht een lezing van Cofnas bij de extreemrechtse studentenclub KVHV.
Ondanks zijn racistische uitspraken en herhaaldelijk gebruik van pseudowetenschappelijke bronnen, wordt filosoof Nathan Cofnas nog steeds tewerkgesteld door de Universiteit Gent. Onder andere door het gedegen onderzoekswerk van nieuwssite Apache maar ook van The Guardian en de Britse antiracismeorganisatie Hope not Hate werden de netwerken van de Gentse rassenwetenschappers blootgelegd.
Collega’s uit Cofnas’ eigen vakgroep toonden aan dat hij in zijn werk gretig gebruik maakt van racistisch en pseudowetenschappelijk 'onderzoek', gefinancierd door Amerikaanse extreemrechtse groeperingen.
Aanhangers van 'rassenwetenschap' beweren dat er significante verschillen zijn in (persoonlijkheids)kenmerken tussen verschillende 'mensenrassen'. Daarbij focussen zij meestal op IQ. Er heerst echter een wetenschappelijke consensus dat mensenrassen zoals race scientists die begrijpen, niet bestaan. Ook het onderzoek dat deze rassenwetenschappers voeren naar IQ wordt door de wetenschappelijke gemeenschap consequent naar het rijk van de pseudowetenschap verwezen.
Wetenschappelijk versus cultureel racisme
Om de denkbeelden van Cofnas goed te begrijpen is het belangrijk om het 'wetenschappelijk' racisme te kunnen kaderen. Het wetenschappelijk racisme heeft een eeuwenlange geschiedenis waarbij pseudowetenschappers de mensheid probeerden indelen in categorieën op basis van biologische verschillen. Bovendien werd er een hiërarchie aangebracht in groepen, waarbij men probeerde om de superioriteit van witte mensen wetenschappelijk aan te tonen.
De eerste echte ‘rassenwetenschappers’ doken op in de achttiende eeuw. Hun ideeën werden gebruikt als verantwoording voor onder meer slavernij en kolonialisme. Ook de regeringsleiders van nazi-Duitsland waren fervente aanhangers van rassenwetenschap en combineerden die met een eugenetische politiek, die zij afgekeken hadden van racisten uit de VS.
Eugenetica (een woord dat is afgeleid uit het Grieks: ‘eu’ is goed en ‘genesis’ betekent oorsprong) is een politieke stroming die erop uit is om zoveel mogelijk mensen met ‘goede eigenschappen’ te verkrijgen en groepen mensen met ‘negatieve eigenschappen’ zoveel mogelijk terug te dringen of uit te roeien. In het geval van de nazi’s ging dit om groepen die volgens het regime niet ‘raszuiver’ waren, zoals Joden en Roma, en om mensen met een handicap.
Na de Tweede Wereldoorlog raakten de ‘rassenwetenschappen’ en de eugenetica in diskrediet. Op nationaal en internationaal niveau werden er wetten gemaakt om racisme strafbaar te maken; het idee dat de mensheid opgedeeld kan worden op basis van biologische en genetische verschillen werd van tafel geveegd. ‘Rassenwetenschappers’ bleven bestaan, maar vormden een marginale en min of meer ondergrondse stroming van pseudowetenschappers. Doorheen de jaren vormden zij netwerken en richtten zij hun eigen (pseudo)wetenschappelijke tijdschriften op, vaak gefinancierd met geld van industriëlen en later ook van techmiljardairs zoals Peter Thiel. De afgelopen jaren waarschuwen experten zoals geneticus Adam Rutherford en wetenschapsjournalist Angela Saini voor de terugkeer van de rassenwetenschap binnen wetenschappelijke instellingen. De aanstelling van Nathan Cofnas aan de UGent is hiervan een goed voorbeeld.
Het (tijdelijk) verdwijnen van de 'rassenwetenschap' betekent trouwens niet dat ook het racisme verdween in de naoorlogse periode. Het biologisch racisme werd grotendeels vervangen door een culturele vorm van racisme, waarbij de superioriteit of inferioriteit van groepen mensen bepaald zou worden door hun culturele (of religieuze) kenmerken. Bij cultureel racisme presenteert de dominante groep de eigen cultuur als superieur. Niet-dominante groepen worden onderscheiden van de dominante groep door hun cultuur en religie als de essentie van die groepen voor te stellen. Die cultuur of religie, en dus ook die groep mensen, zou daarom bedreigend zijn voor de dominante cultuur.
Intelligentie en ‘ras’
Nathan Cofnas gelooft stellig in het idee dat ‘ras’ en intelligentie met elkaar verbonden zijn. Het tegendeel van dit idee, het idee dat mensen verschillend maar gelijkwaardig zijn, is volgens hem de kern van het ‘wokisme’ en het Amerikaanse liberalisme. Hiervoor gebruikt hij de frase ‘the noble lie’, een begrip dat zijn oorsprong vindt bij Plato, en dat zoveel betekent als: een wijdverspreid maar fout idee dat gepropageerd wordt door de elite om de sociale orde te beschermen.
Volgens Cofnas werden er doorheen de laatste decennia verwoede pogingen gedaan door liberalen om te voorkomen dat de 'noble lie' doorprikt wordt, vooral door een taboe te plaatsen op het onderzoeken van het verband tussen ‘ras’ en intelligentie. In zijn lezing in Gent ging het overgrote deel van de tijd naar het voorlezen van citaten die dit moesten aantonen.
Intelligentie zou volgens Cofnas de beste voorspellende factor zijn van zowel individueel succes als van het succes van groepen mensen. Cofnas en zijn geestverwanten behandelen intelligentie vaak zelfs als de enige voorspeller van succes. Dat is belangrijk, want alle andere omgevingsfactoren (racisme, ongelijkheid, kolonialisme, armoede) en de maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid worden dan van tafel geveegd. De conclusie wordt dan: ongelijkheid is een 'natuurlijk' fenomeen, want groepen mensen zijn simpelweg niet even intelligent. Voor Cofnas en collega's is het belangrijk om de 'noble lie' van gelijkwaardigheid te doorprikken, om te voorkomen dat de verantwoordelijkheid voor die ongelijkheid gelegd kan worden bij de groep met de sterkste maatschappelijke positie: witte mensen.
Hoewel het klopt dat er een sterke statistische correlatie bestaat tussen intelligentie en maatschappelijk 'succes', wil dit niet zeggen dat dit automatisch veroorzaakt wordt door intelligentie. Laat staan door een genetisch profiel dat die intelligentie veroorzaakt. Net zoals roken zowel longkanker als de aanwezigheid van asbakken in een huis veroorzaken (en asbakken geen longkanker veroorzaken), kan het dus ook zijn dat zowel goede IQ-scores als succes hebben in het leven het gevolg zijn van een gedeelde, onderliggende causale factor, bijvoorbeeld een goede socio-economische thuissituatie of opvoeding.
In een interview in de podcast ‘Brain in a vat’ kreeg Cofnas in 2024 de volgende vraag: "Doorheen de geschiedenis zijn er claims gemaakt dat sommige groepen inferieur zijn en ze daarom uitgeroeid moeten worden, slecht behandeld moeten worden of tot slaaf gemaakt. (...) [Moet] aan mensen daarom dus misschien toch dezelfde morele waarde gegeven worden, ook al hebben ze niet dezelfde capaciteiten?" Cofnas antwoordde als volgt: "Ja, als je het je zo voorstelt is het natuurlijk mogelijk dat mensen kennis nemen van de verschillen en dan mensen van een ander ras gaan uitmoorden. Dit moet wel afgewogen worden tegenover het gevaar van het ophouden van de 'noble lie', wat betekent dat deze verschillen geweten worden aan het ras dat beter presteert (...) Op die manier wordt er ook veel raciale spanning veroorzaakt en niemand weet exact waar dat toe leidt." Cofnas erkent dus de gevaren van de racistische denkbeelden die hij verspreidt. Maar volgens hem is dat nog altijd beter dan het idee van gelijkheid ‘op te houden’ omdat ongelijkheid tussen groepen mensen dan geweten kan worden aan racisme.
In een recht van antwoord in Apache zegt Cofnas: "Als je mensen vertelt dat alle groepen exact dezelfde verdeling van capaciteiten hebben, dan zullen zij veronderstellen dat verschillen in uitkomst alleen maar door onrecht kunnen worden verklaard, en groepen met betere resultaten zullen de schuld krijgen. Dit is gebeurd bij de Joden in Europa (wat uiteindelijk bijdroeg aan de Holocaust) en bij Chinese migranten in Zuidoost-Azië."
‘Goed racisme’ versus ‘slecht racisme'
Dit brengt ons bij een ander belangrijk idee in het racisme dat Cofnas verkondigt. De veronderstelde link tussen intelligentie en ‘ras’ zou volgens hem bewijzen er drie groepen zijn die bovengemiddeld intelligent en daarom succesvol zijn, namelijk witte mensen, Zuidoost-Aziaten en Ashkenazische Joden (dit zijn Joden die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Oost-Europa en nu de grootste groep Joden uitmaken in de VS en Israël).
Daarmee mengt hij zich in een heet hangijzer binnen de gemeenschap van ‘rassenwetenschappers’: de vraag of (witte) Joden bondgenoten dan wel vijanden zijn van white nationalists (een racistische politieke stroming die door Cofnas in zijn posts vaak wordt afgekort als WN). In zijn lezing aan de UGent maakte Cofnas ook een onderscheid tussen ‘racist in a good way’ en ‘racist in a bad way’. Volgens Cofnas zijn ‘slechte racisten’ antisemieten, en ‘goede racisten’ de racisten die zich beperken tot anti-zwart racisme.
Dit sluit ook aan bij een aantal uitspraken die Cofnas deed tijdens de vragenronde van zijn lezing in Gent. Zo zei hij: “The right wing in the United States has become much more openly racist in a bad way in the last two or three years”. Op het einde van zijn lezing gaf hij nog aan dat als we niet luisteren naar mensen zoals hem, dan alleen de neonazi’s het gesprek over ras nog zullen voeren. Hij verwees daarmee naar Nick Fuentes, een neonazistische en antisemitische Amerikaanse influencer. Ook verwees Cofnas in positieve zin naar Michael Levin, een joodse filosoof en zelfverklaarde white nationalist die bekendstaat voor zijn rabiate anti-zwarte racisme.
Zijn promotor Bouke de Vries – over wie recent ook in Apache onthullingen naar buiten kwamen die aantonen dat hij regelmatig het werk van rassenwetenschappers citeert en stiekem gaat spreken op hun bijeenkomsten – gaat in het Het Laatste Nieuws zelfs zo ver dat hij Cofnas verdedigt op basis van deze racistische ideeën: “De reden waarom Nathan dit onderzoek (...) belangrijk acht, is dat het negeren van dergelijke verschillen een voedingsbodem kan vormen voor samenzweringstheorieën en vijandigheid tegenover groepen die bovengemiddeld academisch en economisch presteren, zoals Asjkenazische Joden en Oost-Aziaten. Het suggereert bovendien dat ongelijke uitkomsten mogelijk minder het gevolg zijn van discriminatie en racisme dan veel hedendaagse progressieven beweren."
Met andere woorden: niet antisemitische vooroordelen zijn de oorzaak van complotten over Joden, maar wel het feit dat Joden bovengemiddeld intelligent zijn en daarom maatschappelijk succesvol zijn.
De mythe van de modelminderheid
De uitspraken van Cofnas en De Vries sluiten aan bij wat sociologen de model minority myth noemen, en proberen die te onderbouwen op basis van pseudowetenschap over intelligentie. De mythe houdt in dat sommige minderheden het beter doen dan andere en er wel in slagen om mee te draaien in de samenleving ondanks moeilijke omstandigheden. Zo gaf Bart De Wever in 2015 aan dat hij 'nog geen Aziaat was tegengekomen die zich slachtoffer voelde van racisme’. Die mythe van de modelminderheid is racistisch en schadelijk. Ze versterkt immers stereotype denkbeelden over groepen (de slimme, sluwe Jood, de hyperintellingente maar sociaal incapable Aziaat die hard werkt in plaats van te klagen, etc.).
Mensen met Aziatische roots in België geven dan ook regelmatig aan welke negatieve effecten deze mythes hebben. Zo schreef Sophia Honggokoesomo, medewerker van LEVL over het idee van Aziaten als 'modelminderheid': "Experten doorprikken deze mythe en geven aan dat dit beeld niet alleen misplaatst is, maar ook zorgwekkend is. Het ontkent enerzijds de individuele pijn en de structurele uitsluitingsmechanismen die vele van deze personen ervaren. Het werkt anderzijds als een verdeel- en heersstrategie, waarbij er een onbestaande opdeling wordt gemaakt tussen verschillende groepen.”
De functie van deze mythes is inderdaad het verdelen van minderheidsgroepen, die al dan niet beantwoorden aan de criteria van de modelminderheid. Politicologe Claire Jean Kim noemt dit ‘racial triangulation’.
Ook het idee dat Asjkenazische Joden genetisch voorbestemd zijn om een hogere intelligentie te hebben werd al meermaals weerlegd en bekritiseerd. Deze mythe wordt vaak 'onderbouwd', ook door Cofnas, door te verwijzen naar het hoge aantal Joodse Nobellaureaten, Pulitzerprijswinnaars en schaakkampioenen – een fenomeen dat de afgelopen decennia trouwens sterk afneemt. De wetenschappelijke consensus is dat dit fenomeen veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren (sommige wetenschappers verwijzen ook naar de Joodse traditie van Torastudie) en dat de onderzoeken die Joodse intelligentie proberen linken aan hun genen, slecht onderbouwd zijn.
En ook deze model minority myth is schadelijk. Dezelfde vermeende buitengewone intelligentie die Joden zou voorbestemmen voor de Nobelprijs, wordt namelijk ook aangehaald wanneer ze ervan beschuldigd worden achter de schermen alle touwtjes in handen te hebben. Antisemitische complotten proberen ontkrachten door Joden een bovengemiddelde intelligentie toe te wijzen die genetisch bepaald is, zoals Cofnas en De Vries doen, toont aan hoe weinig kennis zij hebben over hoe racisme werkt.
Hoe hard Cofnas ook zijn best doet om racisme tegen Joden bestrijden (door hen te laten opnemen in een gemeenschap van witte supremacisten), over zijn anti-zwart racisme is hij wel heel duidelijk, zo blijkt onder andere uit zijn uitspraken op X.
Het nazisme, de holocaust en genocide: cynische cherrypicking
Zijn ideeën over Joden en hun plaats binnen de witte suprematie-beweging worden verder uitgewerkt in zijn analyses over het nazi-regime. De nazi’s waren immers ook fervente rassenwetenschappers, net als Cofnas, maar keerden zich op basis daarvan tegen Joden – een groep die volgens Cofnas genetisch gezien bovengemiddeld intelligent is – wat uitmondde in de Holocaust. Cofnas beschuldigt het naziregime echter van - o ironie - pseudowetenschap. Volgens hem beoefenden de Nazi’s namelijk het verkeerde soort rassenwetenschap.
In zijn antwoord op de vraag in het podcastinterview of het niet beter is om mensen toch als gelijkwaardig te behandelen 'ondanks hun genetische verschillen', vult Cofnas aan: ‘Nog relevanter is dat er nog nooit een genocide heeft plaatsgevonden die echt gebaseerd was op wetenschappelijke data over raciale verschillen. De nazi’s geloofden zelfs niet in Darwin.’ Met andere woorden: als de nazi's hun huiswerk goed gedaan hadden, en zo tot de conclusie waren gekomen dat Joden bovengemiddeld intelligent zijn, zou er geen genocide tegen Joden plaatsgevonden hebben. Ook in zijn lezing suggereerde hij dat de Nazi's niet van intelligentietesten moesten weten, een onjuiste claim die vaker rondgaat onder rassenwetenschappers.
Rassensegregatie en andere strafbare ideeën?
In zijn blogs haalt Cofnas verschillende keren aan dat gezien de verschillen tussen ‘rassen’, die best op een of andere manier gescheiden worden en blijven van elkaar. In zijn blogpost “A guide to hereditarian revolution” schrijft hij:
“Those who truly value diversity should favor the preservation of racial distinctions. There must be some barriers set up between races in order for each one to express its own unique genius.”
Op dit punt, de politieke conclusies van zijn rassentheorie, ging Cofnas tijdens de lezing niet in. Dat doet hij waarschijnlijk omdat hij zich bewust is dat uitspraken over rassensegregatie mogelijks strafbaar zijn in België. Dit wordt ook duidelijk wanneer hij zich op X verdedigt tegen het verwijt dat zijn lezing in Gent niet radicaal en racistisch genoeg is.
Cofnas verwijst in zijn post op X naar de vragen die hij tijdens de lezing kreeg over het verband tussen ras en criminaliteit en de vraag om toe te lichten hoe raciale barrières eruit zien. In zijn antwoorden daarop wrong hij zich telkens in bochten met onduidelijke antwoorden.
Zo zei hij: "Er is waarschijnlijk een genetische component in relatie tot criminaliteit, er zijn natuurlijk ook culturele verschillen die een rol spelen (...) Het gaat niet per se over zwarte mensen, maar over verschillende gemiddelde verschillen in kenmerken en die gemiddelde verschillen kunnen onder bepaalde omstandigheden resulteren in verschillende uitkomsten. Ras is gecorreleerd met eigenschappen die samenhangen met misdaadcijfers."
Het op pseudowetenschap gebaseerde en racistische mens - en wereldbeeld van Cofnas zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid voor ongelijkheid en ongelijke behandeling weggehaald wordt bij machtsstructuren en dominante groepen. Cofnas doet ook erg zijn best om witte Joden en white nationalists te verenigen in racisme tegen zwarte mensen. De mythe van de modelminderheden die hij als realiteit voorstelt is evengoed schadelijk en racistisch. Bovendien is duidelijk dat hij een verschillende boodschap brengt afhankelijk van wie er meeluistert: voluit racistisch voor zijn achterban op X, eerder voorzichtig als hij weet dat zijn uitspraken afgemeten worden aan de Belgische racismewet.
De afgelopen weken zagen we verschillende Vlaamse intellectuelen die het opnamen voor Cofnas, vaak in een soort reflexmatige anti-wokereactie, die verwezen naar de academische vrijheid. Het lijkt erop dat een deel van hen hun huiswerk niet gemaakt had, en er oprecht vanuit ging dat Cofnas geen pseudowetenschapper was maar een onderzoeker met een interesse in intelligentie en groepsverschillen.
Een ander deel weet wel zeer goed dat Cofnas zijn positie als filosoof gebruikt om racistische denkbeelden te onderbouwen met pseudowetenschap, maar kiest er alsnog voor om het voor hem op te nemen, of zelfs om zelf te citeren uit het werk van 'rassenwetenschappers'. De vraag is niet óf, maar wanneer Cofnas’ ideeën ook door Belgische politici opgepikt zullen worden om beleid vorm te geven.
Over de auteur
Nina Henkens studeerde af als sociologe en onderzoeksjournalist en werkte verschillende jaren als beleidsmedewerker rond kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Als algemene coördinator van Kif Kif is ze verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de organisatie. Haar expertisedomeinen zijn de leefwereld van jongeren in de marge en de spanning tussen mensenrechten, veiligheid en discriminatie.
Meer van Nina Henkens