Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud
Relaas van de schipbreuk

Een poëtische maar ongemakkelijke graphic novel over de trans-Atlantische slavenhandel

Graphic novel 'Relaas van de schipbreuk' van Marijn Brouckaert en Astrid Verplancke is geen comfortabele leeservaring, maar wel een interessante. Het boek roept vragen op over representatie: wie krijgt een stem wanneer over koloniaal geweld wordt verteld? En is het mogelijk om een geschiedenis van slavernij te verbeelden zonder opnieuw mensen tot decor te reduceren? Precies doordat het boek daar geen eenduidig antwoord op geeft, blijft het lang nazinderen.

Door Zarissa Windzak op 15 juni 2026

Hoewel ‘Relaas van de schipbreuk van het handelsschip Mytilida dat verloren ging nadat het de evenaar raakte nabij een onbekende kust op 21 augustus 1685 zoals beschreven door een mossel die de schipbreuk overleefde en aanspoelde in Acadië op 17 januari 1687’ zonder twijfel een indrukwekkende en zorgvuldig gemaakte graphic novel is, roept het boek van Marijn Brouckaert en Astrid Verplancke ook ongemakkelijke vragen op. En misschien is dat net de bedoeling.

Over de uitzonderlijk lange titel hebben we het zo meteen wel, maar dit verhaal wordt, zoals de titel al verraadt, verteld door een mossel. Die naamloze mossel heeft zich aan de romp van een schip vastgehecht en houdt als het ware een logboek bij van wat zich boven én onder het dek afspeelt. Die blik blijft vooral hangen bij een jonge matroos die door de bemanning wordt gepest. Meteen ontstaat de indruk dat ‘Warrelhoofd’, die door de bemanning met een vleugje ruwe matrozenaffectie Warl wordt genoemd, er anders uitziet dan de rest:

"Je eerste reis, Krullekop? Hé Schaafselhaar, je doet wat ik zeg of je krijgt slaag. Zing eens een liedje, met je krullen."

Midden in een systeem dat haar menselijkheid ontkent, kiest Oyin toch voor medemenselijkheid
Zarissa Windzak

Terwijl de matrozen hun dagen vullen met het schrobben van het dek, het strijken van de zeilen en sterke verhalen, blijven de ‘geboeide matrozen’ onderaan het schip grotendeels op de achtergrond aanwezig. Ze worden bijna terloops vermeld, alsof ze voetnoten zijn in het grotere verhaal van de overtocht. Wat niet gezegd wordt, weegt hier even zwaar als wat wel benoemd wordt. 

"Sommige duwend, sommige trekkend, sommige willend, en marcherende laarzen verplichten blote voeten in boeien."

De halve zinnen, de stiltes en de omwegen roepen voortdurend vragen op. Waarom vertrekt dit schip eigenlijk? Hoe heet Warl echt? En wie zijn die ‘geboeide matrozen’ precies? Wanneer de wind wegvalt, het voedsel schaars wordt en uiteindelijk een vernietigende storm uitbreekt, kantelt niet alleen het schip, maar ook de machtsverhouding aan boord. Uiteindelijk overleven slechts Oyin, een tot slaaf gemaakte vrouw, en de jonge scheepsjongen Warl de ramp. Dat Oyin na een moment van aarzeling beslist Warl te redden, vormt een van de meest aangrijpende momenten van het verhaal. Midden in een systeem dat haar menselijkheid ontkent, kiest zij toch voor medemenselijkheid. 

Vanaf dat moment verschuift het perspectief naar Oyin en Warl, die samen op een vlot voortdrijven: allebei doen ze een stille belofte om te proberen te overleven. De mossel vertelt hoe zij meteen aan de slag gaan, hoe ze alles dat voorbij drijft meteen hijsen op hun vlot. Dit allemaal terwijl onder hen, in het blauw van de oceaan, lichamen aan kettingen passeren: de zogenaamde ‘geboeide matrozen’ die de schipbreuk niet overleefden.

"De matroos kan niet ophouden met staren: Ik zal hen nooit meer zien. Terwijl ze het zegt, laat ze haar lichaam ineenzakken. Warl huilt ook. Op zijn rug. Onverbeten. Zo liggen ze daar, twee hoopjes vlees en vel. Weekdieren zonder beschutting."

Visueel is deze graphic novel ronduit indrukwekkend. De illustraties van Astrid Verplancke zijn hallucinerend mooi: dreigende blauwtinten van een zee die elke pagina lijkt op te slokken. De combinatie van beeld en minimale tekst creëert een beklemmende sfeer waarin de oceaan, schip en lichamen haast in elkaar overvloeien. Sommige passages tonen op indringende wijze de harde realiteit van de trans-Atlantische slavenhandel. Net doordat zoveel onuitgesproken blijft, komen die beelden harder binnen.

Waarom wordt een verhaal over slavernij verteld door een dierlijk, zwijgend wezen en niet door de mensen die het ondergaan?
Zarissa Windzak

De opvallend lange titel verwijst bovendien naar de droge verslaggeving uit zakelijke logboeken waarin schepen, ladingen en schipbreuken in de koloniale tijd werden geregistreerd. In die administratieve taal verdwenen tot slaaf gemaakte mensen tussen goederen en cijfers. Ze maakten deel uit van de ‘lading’, niet van het verhaal.

‘Je hoort de lading aan de kettingen, en als we te lang stilliggen, langer dan het eten aan boord, zal je ook je maag horen rammelen, zeggen de matrozen.’ 

Hier begint het boek voor mij te schuren. Het probeert die ontmenselijking zichtbaar te maken, maar doet dat via een opvallende keuze: het verhaal wordt verteld door een mossel. Die invalshoek werkt tegelijk poëtisch en vervreemdend. De mossel observeert zonder volledig te begrijpen wat die ziet. Hij registreert gesprekken, honger en angst alsof het simpele natuurverschijnselen zijn. 

‘De matrozen binnenin het schip weten niet waarheen ze varen. Tussen de kieren en spleten van de planken voel ik hoe ze het donker delen, de angst en een machteloze razernij. Als ik mijn kleppen sluit voor een zeemeeuw voel ik ook zoiets.’

De observaties van de mossel scheppen afstand, maar juist in die afstand ontstaat spanning. Want waarom wordt een verhaal over slavernij verteld door een dierlijk, zwijgend wezen en niet door de mensen die het ondergaan? Is die omweg bedoeld om de gruwel verteerbaar te maken voor de lezer? Of toont ze net hoe tot slaaf gemaakten binnen de koloniale logica minder stem kregen dan de objecten rondom hen?

Is het mogelijk om een geschiedenis van slavernij te verbeelden zonder opnieuw mensen tot decor te reduceren?
Zarissa Windzak

Toch lijken Brouckaert en Verplancke zich bewust van die spanning. En dat komt vooral terug in wat níét wordt gezegd. De beeldende illustraties en de korte zinnen laten grote stiltes vallen waarin de lezer zelf verbanden moet leggen. Misschien ligt juist daar zowel de sterkte als de zwakte van dit werk. Het weigert slavernij volledig uit te leggen. Het kiest voor suggesties, stiltes en metaforen. Voor sommige lezers zal dat een bijzonder krachtige manier zijn om na te denken over de koloniale geschiedenis en ontmenselijking. Voor anderen zal het voelen alsof het boek toch te veel afstand bewaart van de mensen wier geschiedenis het vertelt. 

Dat maakt deze graphic novel geen comfortabele leeservaring, maar wel een bijzonder interessante. Het is een boek dat discussie uitlokt over representatie: wie krijgt een stem wanneer geweld wordt verteld? En is het mogelijk om een geschiedenis van slavernij te verbeelden zonder opnieuw mensen tot decor te reduceren? Precies doordat het boek daar geen eenduidig antwoord op geeft, blijft het lang nazinderen.


Geef je mening of deel in je netwerk

Over de auteur

Zarissa Windzak

Zarissa Windzak is een gepassioneerde voorvechter van inclusieve jeugdliteratuur. Ze is eigenaar van Cargo Confetti, een platform voor inclusieve jeugdliteratuur. Verder is ze ook kinderboekenschrijver van onder andere Liever niet, Adam Activist en Queen Nikkolah viert feest. In alles wat ze maakt, staan maatschappelijke thema’s centraal, omdat ze gelooft in de kracht van verhalen om echte verandering te brengen. Met haar boeken creëert ze ruimte voor herkenning, verwondering en gesprekken die ertoe doen.

Meer van Zarissa Windzak