Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud
Een vernietige ambulance in de buurt Shuja'iyya in Gaza-Stad. CC Boris Niehaus
Onderzoek

Waarom liggen de cijfers over het dodental in Gaza zo ver uit elkaar?

Een week geleden berichtte de nieuwssite Middle East Monitor dat er ‘minstens 680.000’ mensen waren gedood in de genocide in Gaza. Die inschatting is volgens experts gebaseerd op verkeerde aannames. Maar het dodental ligt wel degelijk veel hoger dan de cijfers van het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza (momenteel 65.208) die media doorgaans vermelden. Waarom liggen de verschillende inschattingen zo ver uit elkaar? En welke betrouwbare informatie is er op dit moment?

Door Stef Arends op 23 september 2025

Ondanks massale protesten wereldwijd, blijven Westerse politici de genocide in Gaza faciliteren met geld, wapens en politieke steun. Naast een militair offensief voert Israël ook een propagandaoorlog, waarbij het er alles aan doet om de impact van zijn massamoord te minimaliseren. Het is daarom belangrijk om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de schaal van de genocide. Zorgvuldige berichtgeving over het dodental is daar een onderdeel van.

Het cijfer dat het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza dagelijks rapporteert – en dat door media wereldwijd wordt aangehouden – is een aanzienlijke onderschatting. Dat komt mede doordat Israël het tellen onmogelijk maakt, door ziekenhuizen te bombarderen en de medewerkers van het ministerie uit te hongeren. Ook worden ‘indirecte doden’, waaronder mensen die sterven door hongersnood, ziektes en de vernietiging van de gezondheidszorg, in de cijfers niet meegerekend.

“Twee onafhankelijke studies tonen een onderschatting in de cijfers van het ministerie aan van zo’n 40% tot januari 2025”, laat onderzoeker Zeina Jamaluddine (London School of Hygiene & Tropical Medicine) weten aan Kif Kif. Het aantal indirecte slachtoffers – dat daar nog bovenop komt – stijgt vermoedelijk snel, voegt ze toe: “Ik verwacht een significante toename, voornamelijk door de verergerende hongersnood en de exponentiële stijging van het aantal mensen met acute ondervoeding in Gaza-Stad.”

De afgelopen tijd verschenen er dan ook berichten met tot wel twaalf keer hogere inschattingen van het totale dodental. Die zijn volgens experts echter vaak gebaseerd op verkeerde aannames. Welke betrouwbare informatie is er op dit moment, en waarom liggen de verschillende inschattingen zo ver uit elkaar?

Extreem hoge aantallen

"Op basis van alle verzamelde gegevens bedraagt ​​het dodental in Gaza minstens 680.000, waarvan 380.000 kinderen jonger dan vijf jaar." Dat bericht plaatste Middle East Monitor op 12 september op Twitter/X, Instagram en Bluesky. Het cijfer leidde tot een schokgolf op sociale media en ging direct viraal. Het ligt dan ook meer dan tien keer hoger dan het cijfer dat het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza op dat moment rapporteerde: 64.656. Middle East Monitor baseert zich voor de inschatting op een artikel op de Australische nieuwssite Arena van 11 juli dit jaar.

Het was niet de enige schatting die veel hoger lag dan het officiële dodental van het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza. Zo sprak professor Global Public Health Devi Sridhar (University of Edinburgh) in The Guardian al een jaar geleden van mogelijk 335.500 dodelijke slachtoffers tegen eind 2024.

Een recenter onderzoek van onder meer Michael Spagat (voorzitter van ngo Every Casualty Counts) en Debarati Guha-Sapir (directeur van het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters aan de UC Louvain) kwam uit op 83.740 dodelijke slachtoffers tussen 7 oktober 2023 en 5 januari 2025. Vier keer lager dan de schatting van Sridhar maar nog steeds bijna het dubbele van het toenmalige dodental dat het Ministerie van Volksgezondheid rapporteerde.

De cijfers van het ministerie zijn incompleet

Over een ding zijn alle experts het eens: het dodental dat het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza publiceert is een aanzienlijke onderschatting van het totale aantal mensen dat tijdens de genocide is vermoord. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat Israëlische bombardementen, belegeringen en uithongeringscampagnes het tellen ernstig hebben bemoeilijkt. Tot november 2023 kon het ministerie de tellingen nog uitvoeren door cijfers te verzamelen van mortuaria van ziekenhuizen, en die in een digitaal informatiesysteem bij te houden. 

Grafiek van cumulatieve gerapporteerde sterfgevallen tussen oktober 2023 en juni 2024. De y-as toont aantallen van 0 tot 40.000, de x-as de maanden. Gekleurde vlakken onderscheiden “Hospital list” (de sterfgevallen die gerapporteerd zijn via ziekenhuizen), “Survey list” (de sterfgevallen die gerapporteerd werden via een enquête) en “Unidentified” (de nog niet-geïdentificeerde sterfgevallen). Rode stippellijnen geven het aantal ziekenhuizen dat rapporteert weer, variërend van zes in november 2023 tot twee in maart 2024.
In maart 2024 konden door Israëlische aanvallen nog slechts twee van de negen ziekenhuizen in Gaza rapporteren over sterfgevallen. - Grafiek: London School of Hygiene and Tropical Medicine

Dat veranderde toen het Israëlische leger systematisch ziekenhuizen begon te belegeren en bombarderen. Zo werd het hoofdkwartier van de dodentellingen van het ministerie, het Al Shifa-ziekenhuis, in november 2023 binnengevallen door het Israëlische leger en uiteindelijk vrijwel volledig verwoest. Daarop verplaatste het ministerie het hoofdkwartier van de telling van de overledenen naar het Nasser-ziekenhuis. Maar in februari 2024 kon ook dat ziekenhuis niet meer functioneren door een Israëlische belegering en bombardementen in de directe omgeving.

Het ministerie is sindsdien overgestapt op een combinatie van ziekenhuisrapportage, tellingen op basis van mediaberichtgeving en meldingen van hulpverleners, en een online formulier waar mensen een overlijden kunnen melden door de naam, het nationale ID-nummer en een hele reeks andere gegevens in te vullen. Door die gegevens naast elkaar te leggen, kon ook tijdens de genocide nog een relatief betrouwbaar dodental worden gerapporteerd. De telling werd dit jaar nog verder bemoeilijkt door de opzettelijke hongersnood die Israël in Gaza organiseerde. Vorige maand meldde The Guardian dat het team van van 15 ministerie-medewerkers dat de dodentellingen uitvoert, zodanig ondervoed was dat het hun werk onmogelijk dreigde te maken.

Een team van onderzoekers aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine concludeerde in februari in een artikel in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet dat de dodentallen van het ministerie in de periode van oktober 2023 tot en met juni 2024 een onderrapportering van 41% bevatten. Ze konden dat percentage berekenen door de namenlijsten van ziekenhuizen, de meldingen via het online formulier van het ministerie en een eigen lijst van op sociale media gevonden overlijdens met elkaar te combineren – en daar vervolgens een statistische analyse op los te laten.

Tooltip content for: statistische analyse

De berekening gebeurde via de zogeheten 'capture-recapture-methode', die hier toegankelijk wordt uitgelegd.

Dat betekent dat 41% van het totaal aantal mensen waarvan bekend is dat ze werden gedood door het Israëlische leger, is door telproblemen niet opgenomen in de cijfers van het Ministerie van Volksgezondheid.

Infographic met twee rechthoeken die slachtoffers voorstellen. Links een zwart vlak met “Gerapporteerde slachtoffers”. Rechts een iets kleiner donkerrood vlak met de tekst “Niet-gerapporteerde slachtoffers”.
Uitgaande van een onderrapportage van 41% door het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza, zouden zo'n 45.000 dodelijke slachtoffers niet meegeteld worden.

Er liggen nog tienduizend(en) mensen onder het puin

Maar er zijn nog meer dodelijke slachtoffers die niet in de cijfers worden opgenomen. Op 2 mei 2024, zeven maanden na het begin van de Israëlische bombardementen, schatte VN-hulporganisatie OCHA in dat er op dat moment meer dan 10.000 mensen onder het puin bedolven lagen. Deze mensen zijn opgegeven als vermist, en omdat het niet duidelijk is wie wel en wie niet is gestorven, worden ze op dit moment niet meegerekend bij het optellen van de dodelijke slachtoffers. OCHA gaf vorig jaar aan dat het onder de toenmalige omstandigheden maar liefst drie jaar kunnen duren voordat alle lichamen zouden kunnen worden geborgen.

Sindsdien is een deel van de slachtoffers, waarvan een deel overlevenden, van onder het puin gehaald. Maar er zijn ook nog veel meer mensen onder het puin terechtgekomen na nieuwe bombardementen. Uitgaande van de schattingen van de VN is het dus vrijwel zeker dat deze groep het dodental nog met 10.000 mensen zal verhogen, tot meer dan 119.500 dus.

Tot hier toe zijn de verschillende experts het met elkaar eens.

Maar er is een belangrijke groep slachtoffers die in alle bovenstaande schattingen niet wordt meegeteld. En het is die groep waar de grootste verschillen tussen de inschattingen ontstaan: de zogenoemde ‘indirecte doden’.

‘Directe doden’ versus ‘indirecte doden’

Bij het documenteren van de dodelijke slachtoffers van gewapende conflicten, wordt door experts een onderscheid gemaakte tussen ‘directe doden’ en ‘indirecte doden’. Omdat daarbij een zeer strikte definitie van ‘direct’ wordt gehanteerd, en de indirecte doden niet worden meegeteld in de gerapporteerde dodentallen, zorgt dit onderscheid voor een vertekend beeld van de impact van de genocide in Gaza.

Enkel mensen die direct door verwondingen bij een bombardement, beschieting of andere aanval om het leven komen, worden meegeteld als ‘directe dode’. Vallen onder ‘indirecte doden: iedereen die sterft als gevolg van de verwoesting van de gezondheidszorg in Gaza, mensen die overlijden door hongersnood, watertekort, gebrek aan medicatie, dakloosheid of door ziekte-epidemieën als gevolg van hygiënische problemen en gebrek aan vaccinaties.

Volgens projecties van de London School of Hygiene & Tropical Medicine en Johns Hopkins University Centre for Humanitarian Health uit 2024, vormen besmettelijke ziektes de grootste ‘indirecte’ doodsoorzaak in Gaza. “De vernietiging van water- en sanitaire voorzieningen, gecombineerd met overbevolking in ontoereikende opvangcentra en (…) acute ondervoeding, leiden tot een naar verwachting hoog risico op oversterfte door diverse infectieziekten. Endemische ziekten, met name COVID-19, griep en pneumokokkenziekte, zullen naar verwachting de belangrijkste doodsoorzaken zijn.”

De onderzoekers waarschuwden in het rapport ook voor een polio-uitbraak, een vrees die enkele maanden na publicatie ook werkelijkheid werd. De ongeneeslijke ziekte, die tot verlamming en de dood kan leiden, kwam al 25 jaar niet meer voor in Gaza. Naast infectieziektes vormen ook een toename van de moeder- en babysterfte en een groter aantal doodgeboorten een belangrijk deel van de ‘indirecte doden’. Dat komt vooral door gebrekkige geboortezorg, maar ook door de slechte sanitaire situatie en het voedseltekort.

Hoewel dit op het eerste gezicht directe gevolgen lijken van de genocide door Israël, worden deze slachtoffers niet meegeteld in de dodentallen van het Ministerie van Volksgezondheid. Maar door de chaos en onveiligheid in Gaza is het ook extreem moeilijk om überhaupt een inschatting te maken van hoeveel van dit soort ‘indirecte doden’ er op dit moment zijn. Het is daarom dat de schattingen hier zover uit elkaar liggen: tussen de 12.000 en 544.000 slachtoffers.

Vergelijking met andere oorlogen

Sommige benaderingen van het aantal ‘indirecte doden’ in Gaza zijn gebaseerd op bestaande kennis over andere oorlogssituaties. Daarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de directe en indirecte doden. Zo werden er tijdens de oorlog in Irak tussen 2003 en 2007 drie keer zoveel mensen indirect gedood dan er direct gedood werden.

Die verhouding verschilt sterk per oorlog. Tijdens de oorlog en genocide in Darfur (Soedan, 2003-2005) lag de verhouding directe versus indirecte doden op 1 op 2,3. In Burundi tussen 1993 en 2003 op 1 op 3,5, in Sierra Leone (1991-2002) 1 op 16, in Liberia (1989-1996) 1 op 6.

Een ingezonden brief van juli 2024 in The Lancet, getiteld ‘Counting the dead in Gaza: difficult but essential’ baseerden volksgezondheidsonderzoekers Rasha Khatib, Martin McKee en Salim Yusuf zich op bovenstaande verhoudingen. “In recente conflicten ligt het aantal indirecte sterfgevallen drie tot vijftien keer zo hoog als het aantal directe sterfgevallen”, zo schrijven ze. “Als we een conservatieve schatting van vier indirecte sterfgevallen per direct sterfgeval toepassen op de 37.396 gerapporteerde sterfgevallen, is het niet onwaarschijnlijk dat tot 186.000 of zelfs meer sterfgevallen te wijten zouden kunnen zijn aan het huidige conflict in Gaza.”

Het is op die brief dat professor Devi Sridhar zich baseert, wanneer ze in The Guardian waarschuwt voor 335.000 doden tegen het eind van 2024. Ook de inschatting van 680.000 doden die Middle East Monitor vorige week op sociale media plaatste is gebaseerd op de verhouding van 4 indirecte slachtoffers tegenover 1 direct slachtoffer. 

(Klik op de afbeelding hieronder voor een grotere versie, en lees eronder verder.)

Dat die laatste schatting op een meer dan twee keer zo hoog aantal slachtoffers uitkomen dan professor Sridhar, komt – naast het feit dat het inmiddels vijf maanden later was – omdat Sridhar geen rekening hield met de onderrapportage van 41% door het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza. Het onderzoek dat aantoonde dat het ministerie de (directe) slachtoffers onderrapporteert, verscheen immers pas in 2025.

Maar: verschillende onderzoekers plaatsen vraagtekens bij deze extreem hoge inschattingen.

Misschien toch minder indirecte doden

Zo waarschuwen de auteurs van de studie over onderrapportage in The Lancet dat de verhouding directe versus indirecte doden van 1 op 4 niet zomaar toegepast kan worden op de situatie in Gaza.

Zij schreven in het discussiehoofdstuk van hun onderzoek: “Een recente ingezonden brief suggereert een totaal dodental van 186.000, maar gebruikte daarvoor een vermenigvuldigingsfactor gebaseerd op andere conflicten (Burundi 1993-2003, Timor-Leste 1974-1999) om een schatting te maken van de indirecte doden in Gaza, wat wellicht ongepast is vanwege overduidelijke verschillen tussen die landen en Gaza voor de oorlog.” Zo kwamen er in Gaza vóór de genocide veel minder besmettelijke ziektes voor dan in de vergelijkingslanden en was de voedselsituatie er veel beter. Dat zou betekenen dat het aantal ‘indirecte doden’ in een oorlogssituatie minder snel stijgt.

Ook epidemioloog Debarati Guha-Sapir (Centre for Research on the Epidemiology of Disasters aan de UC Louvain) vindt de inschatting van 4 indirecte slachtoffers per direct slachtoffer te hoog. In een interview in The New Scientist geeft ze aan dat het ‘een fout’ is om de verhouding van 1 op 4 te gebruiken om het aantal indirecte slachtoffers in Gaza in te schatten.

Guha-Sapir is bovendien co-auteur van het enige terreinonderzoek dat tot nu toe is gedaan naar het totale aantal dodelijke slachtoffers van de genocide in Gaza – zowel de 'directe' als de 'indirecte slachtoffers' dus. De onderzoekers legden tussen 30 december 2024 en 5 januari 2025 een enquête voor aan een representatieve groep van 2.000 huishoudens in Gaza en verzamelden informatie over de gezondheidsstatus van 9.729 andere.

Landkaart van Gaza, met daarop de geschatte dodentallen per gouvernement, op basis van een enquête bij 2.000 huishoudens.
Op basis van een enquête bij 2,000 huishoudens werden tot nu toe in Gaza-Stad de meeste mensen vermoord. - Kaart: Spagat et al. (2025)

Op basis van die enquêtes maken zij een inschatting van 75.200 ‘directe doden’ en 8.540 ‘indirecte doden’, dus in totaal 83.740 dodelijke slachtoffers in 15 maanden genocide of 5.600 doden per maand. Als dat sindsdien zo door zou zijn gegaan, zou dat wijzen op een dodental van ruim 128.000 begin deze maand (exclusief de meer dan 10.000 mensen die nog onder het puin bedolven liggen).

De verhouding directe versus indirecte slachtoffers ligt in het onderzoek van Guha-Sapir ook daadwerkelijk veel lager dan de 1 op 4 die professor Sridhar en Middle East Monitor aanhielden in hun inschattingen.

Visualisatie waarin met vlakken in verschillende kleuren een optelling wordt gemaakt van de 'gerapporteerde directe doden', de 'niet-gerapporteerde directe doden', de 'niet gevonden directe doden' en de 'indirecte doden'. Het vlak dat de 'indirecte doden' weergeeft fade langzaam uit naar doorzichtig, omdat er geen exact aantal van bekend is.
Vooral de schattingen van het aantal 'indirecte doden' lopen zeer ver uiteen, van 8.500 tot honderdduizenden.

Mede-onderzoeker van de enquête Michael Spagat (Royal Holloway University London) plaatst daarbij in The New Scientist wel de kanttekening dat het aantal indirecte doden in de huidige situatie in Gaza snel kan oplopen. “Naarmate de omstandigheden verslechteren, kan het aantal niet-gewelddadige sterfgevallen snel toenemen”, aldus Spagat.

Het is dus onmogelijk om op dit moment – acht maanden en een afgrijselijke escalatie van de hongersnood later – een absolute uitspraak te doen over het totale aantal dodelijke slachtoffers van de genocide.

Journalistieke nalatigheid

Dat het dodental ‘minstens 680.000’ is, zoals Middle East Monitor deelde, kan op basis van het wetenschappelijk onderzoek tot nu toe niet gesteld worden. Volgens dr. Zeina Jamaluddine is het dan ook kwalijk dat deze incorrecte cijfers op sociale media massaal verspreid worden. “Dat ondermijnt de erkenning van de ware en grote omvang van het dodental in Gaza”, laat ze weten.

Tegelijkertijd is het zeker dat het dodental veel en veel hoger ligt dan de cijfers die het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza rapporteert. “Onze analyse bevestigt de betrouwbaarheid van de dodentallen van het ministerie, maar wijst erop dat die als minimum moeten worden beschouwd, en een aanzienlijke onderrapportering”, zo schreven Jamaluddine en haar collega’s van de London School of Hygiene & Tropical Medicine in hun artikel in The Lancet.

Het is dan ook hemeltergend dat zelfs die cijfers nog regelmatig in twijfel worden getrokken. Door bijvoorbeeld in de titel of inleiding van een artikel te vermelden dat het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza onder controle staat van Hamas, zorgen media ervoor dat de dodentallen al meteen worden gewantrouwd. En dat The New York Times op 30 augustus nog schreef over ‘meer dan 39.000 doden’ – het dodental van het ministerie lag toen al boven de 63.000 – getuigt van een stuitende slordigheid. Dat de krant na op de fout gewezen te zijn in een rectificatie het dodental bleef minimaliseren en schreef over ‘meer dan 60.000’ is niet anders te noemen dan kwaad opzet.

(Klik op de afbeelding hieronder voor een grotere versie, en lees eronder verder.)

Vorige maand schreef The Guardian-columnist Arwa Mahdawi in een opiniestuk: “Op dit moment voelt het als journalistieke nalatigheid om te praten over 60.000 doden [het door het ministerie gerapporteerde cijfer op dat moment, SA], zonder uit te leggen dat het aantal waarschijnlijk veel hoger ligt.”

Het is begrijpelijk dat experts en media liever cijfers delen die ze ook hard kunnen maken, en dat ze liever een te laag dan een te hoog dodental vermelden. Zeker in de context van de Israëlische propagandaoorlog waarin elk dodental agressief in twijfel wordt getrokken door zionistische lobbygroepen. Maar te lage cijfers zijn net zo goed incorrect als te hoge cijfers.

Dus zelfs al zijn ze nog niet nauwkeurig en soms enigszins voorbarig, pogingen om het angstaanjagende totaalplaatje te schetsen verdienen nu al aandacht. Door de ware schaal van deze massamoord zo zorgvuldig en compleet mogelijk te laten zien, kunnen we hopelijk de mensen wakkerschudden die nog niet doordrongen zijn van de urgentie van het beëindigen ervan.


Geef je mening of deel in je netwerk

Over de auteur

Stef Arends

Stef Arends is eindredacteur bij Kif Kif. Eerder werkte hij drie jaar als journalist bij de vaste redactie van de onderzoekswebsite Apache.be. Hij wil met zijn journalistieke werk opkomen voor mensenrechten en een gelijke samenleving. Stef is te bereiken via stef@kifkif.be en +31646950236.

Meer van Stef Arends