Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud
In 'F*ck you, flik' wint goedkoop effectbejag het van een poging tot begrip van de problematiek van geweld tegen agenten. © VRT
tv-recensie

F*ck you, betoger. Deze VRT-reeks maakt de samenleving voor niemand veiliger

De eerste aflevering van de nieuwe VRT-reeks ‘F*ck you, flik’, over geweld tegen agenten tijdens betogingen, is een (figuurlijke) slag in het gezicht van iedereen die de afgelopen weken op straat kwam voor een rechtvaardigere samenleving. Verheyen vergeleek betogers met roofdieren en minimaliseerde dodelijk politiegeweld. Traumatische ervaringen van agenten werden daarbij weinig respectvol ingezet voor emotioneel effectbejag.

Door Stef Arends op 21 oktober 2026

“Ze sturen ons iedere dag het bos in, maar niet achter iedere boom staat er een tijger. Maar af en toe staat er eens een tijger, en je moet maar net de politieman of -vrouw zijn die die tijger dan tegenkomt.” Aan het woord is Willy Van Dal, coördinator operationele conflicthantering bij Politiezone Antwerpen. De ‘tijgers’ in het ‘bos’ waar Van Dal over spreekt zijn, zo blijkt later, beeldspraak voor gewelddadige betogers tijdens demonstraties.

Na dit openingscitaat komt een tekstblok in beeld: Dit zijn de verhalen van de politiemensen die de tijger hebben ontmoet. Dan volgt de titel-animatie, waarbij een in dramatisch contrast getekende betoger gromt naar een agent van de oproerpolitie, terwijl het speeksel uit zijn mond vliegt. Eronder is het geluid van een brullende tijger gemonteerd.

Zo worden betogers al in de tweede minuut van de reeks ‘F*ck you, flik’ in woord en beeld gedehumaniseerd. Een opmerkelijke keuze voor een serie die, zo schrijft de VRT op haar website, ‘ruimte wil maken voor begrip en debat’. Ook in de rest van de aflevering wint goedkoop effectbejag het helaas van een poging tot begrip van de problematiek van geweld tegen politieagenten.

Politiegeweld wordt verbloemd

Zo steunt de aflevering grotendeels op de vreselijke getuigenis van Kelly, agent bij de Brusselse oproerpolitie. Zij werd aangevallen door een groep betogers tijdens de demonstratie op 13 januari 2021 na het dodelijke politiegeweld tegen Ibrahima Barrie. 

Ibrahima (23) stierf vier dagen eerder nadat agenten hem gewelddadig arresteerden en opsloten omdat hij een politieactie tegen mensen op de vlucht filmde. Daarvoor werden die agenten in 2024 ook veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen wegens slagen en verwondingen en het niet verlenen van hulp aan een persoon in nood.

Verheyen verzwijgt essentiële informatie over de schuld van politieagenten aan de dood van Ibrahima Barrie
Stef Arends

De dood van Ibrahima was bovendien niet de eerste en niet de laatste in een lange reeks van dodelijk politiegeweld in Brussel, waarbij vrijwel alle slachtoffers een migratieachtergrond hadden. Dat vindt plaats in een context waarbij de politie op grote schaal aan etnische profilering doet. Meer dan driekwart van de Brusselse jongeren gaf in 2022 aan zich niet veilig te voelen in contact met de politie.

Verheyen verzwijgt die essentiële informatie. In de voiceover klinkt zelfs eufemistisch dat Ibrahima ‘het leven liet na een politie-interventie’. In de aflevering wordt zo de indruk gewekt van een om onduidelijke redenen razende menigte. “De woede tegen de ordediensten was zo groot, dat de menigte zelfs een politiecommissariaat probeerde in brand te steken”, geeft de voiceover later in de aflevering aan. Elke poging om die woede te doorgronden blijft vervolgens achterwege.

Eenzijdig verhaal

Verheyen zelf lijkt het zoeken naar verklaringen voor geweld tegen politie gelijk te stellen met goedpraten van dat geweld. “Niets kan het geweld tegen die slachtoffers excuseren, zelfs geen misnoegde jongeren of ontspoorde rellen”, geeft hij aan in een interview met Het Nieuwsblad. “Je zal in de reeks ook zien dat het niet alleen om verwarde jongeren gaat, maar net zo goed om druggebruikers en agressieve buurtbewoners.”

Het resultaat is een eenzijdig verhaal dat blijft steken in morele verontwaardiging. De reeks riskeert zo niet alleen stigmatisering van betogers, maar brengt ook een oplossing voor geweld tegen agenten niet dichterbij.

Verheyen probeert in de aflevering tot in den treure het punt te maken dat agenten ‘ook maar mensen zijn’
Stef Arends

Later in de aflevering volgt een getuigenis van ex-rijkswachter Erik, die verlamd raakte nadat zijn paard op hol sloeg door een voetzoeker tijdens het uiteendrijven van de mijnwerkersstaking op 19 juli 1986. Ook hier kiest Verheyen voor een selectieve benadering van het verhaal, waarbij de rijkswachter het onschuldige slachtoffer is en de schuld voor de verlamming van Erik eenzijdig bij de ‘woedende mijnwerkers’ wordt gelegd.

Dit terwijl op beelden te zien is dat rijkswachters de mijnwerkersbetoging met veel geweld uiteendrijven. Zo vuren ze traangasgranaten op de menigte af en werd het waterkanon ingezet, een werkwijze die verboden is volgens het internationaal recht. Dat de politie zelf granaten afvuurde om betogers uiteen te drijven is bovendien moeilijk los te zien van het op hol slaan van Eriks paard. En ook dit incident vond plaats in een context van goed gedocumenteerd structureel racisme en buitensporig geweld door de rijkswacht tegen mijnwerkers.

De documentairemaker zoomt tijdens het interview vervolgens uit, om te laten zien dat Eriks beide benen zijn geamputeerd. Maar later in de aflevering blijkt dat dit het gevolg is van een ziekenhuisbacterie. Ook het overlijden van Erik als gevolg van complicaties bij een nieroperatie wordt geforceerd gekaderd als gevolg van geweld door betogers tegen agenten. Het voelt al bij al als een weinig respectvolle benadering van zijn tragische levensverhaal, die bovendien de betogers onterecht in een kwaad daglicht plaatst.

‘Agenten doen ook maar hun werk’

Verheyen probeert in de aflevering tot in den treure het punt te maken dat agenten ‘ook maar mensen zijn’ die ‘gewoon hun werk doen’. Daarmee negeert hij de complexere werkelijkheid. Want geweld tegen agenten is niet los te zien van het geweldsmonopolie dat de politie heeft in de samenleving. Eén vraag die Verheyen in de aflevering stelt is daarbij bijzonder veelzeggend:

“Er zijn ook mensen die beweren van ‘ja kijk, als ge bij de politie gaat, dan is geweld een beroepsrisico’. Ben je het daarmee eens?” Wanneer agent Kelly daarop bevestigend antwoordt en aangeeft dat dat ‘erbij hoort’, reageert Verheyen hoorbaar geschokt: “Waarom hoort dat erbij?”. “Het zou niet mogen, maar het is nu eenmaal zo”, voegt Kelly iets voorzichtiger toe.

Hier laat de documentaire opnieuw een belangrijk punt onbenoemd. Want geweld is voor agenten niet alleen een beroepsrisico, het is onderdeel van hun taakomschrijving. Agenten krijgen op dagelijkse basis de opdracht om geweld te gebruiken tegen burgers, niet zelden tegen betogers. Dus ja, agenten ‘doen ook maar hun werk’, maar heel vaak is dat werk wel: geweld gebruiken tegen betogers.

'F*ck you, flik' is gebaseerd op het gelijknamige boek van politievakbond VSOA, notoire ontkenners van racisme binnen de politie
Stef Arends

Zeker op een moment dat buitensporig politiegeweld tegen betogers zo actueel is – afgelopen donderdag werd in Antwerpen een vreedzame betoger door een agent in zijn gezicht geslagen – is deze weglating bijzonder kwalijk.

De enige persoon die nog een poging doet om de maatschappelijke rol van de politie enigszins te kaderen, is nota bene een agent die betrokken was bij het uiteendrijven van de mijnwerkersstakingen in de jaren ’80. “[Die mijnwerkers] komen eigenlijk ook niet om tegen een politieman te vechten”, merkt hij op. “Ze hebben een ongenoegen en [ze richten] zich op een beeld dat ze herkennen dat de staat vertegenwoordigt. En dat blijkt dan die flik te zijn. En dan moet je als flik de tol betalen van of de regering al dan niet wat heeft misdaan.”

Dat het enige stukje sociologische analyse in de reeks van een betrokken agent zelf moet komen, zegt veel over het totale gebrek aan duiding in de aflevering.

Ingefluisterd door de politievakbond

Dat er geen aandacht is voor begrip voor sociale problemen is misschien ook niet zó verrassend. De reeks is namelijk gebaseerd op het boek F*ck you, flik van Vincent Gilles en Vincent Houssin, voorzitter en ondervoorzitter van politievakbond VSOA. Die vakbond staat bekend om hun felle weerstand tegen het aanpakken van racisme en etnisch profileren binnen het politiekorps. 

Zo stelden ze in 2020 nadat Amnesty International in een campagne pleitte voor een einde aan etnisch profileren, dat politiewerk hierdoor ‘onwerkbaar’ zou worden. Het voorstel van criminoloog Sofie De Kimpe om bij politiecontroles etniciteit te registreren werd door VSOA-voorzitter Houssin weggezet als onacceptabele motie van wantrouwen tegen de politie.

De eenzijdige benadering van het thema en het gebrek aan duiding zijn niet alleen jammer en frustrerend, maar ook gevaarlijk
Stef Arends

En toen twee andere politievakbonden, Sypol en NSVP, in Mechelen aan de alarmbel trokken omdat een meerderheid van de agenten met een migratieachtergrond het korps zouden verlaten wegens racisme, ontkende VSOA het bestaan van racisme binnen het korps.

Deze reeks maakt niemand veiliger

De eenzijdige benadering van het onderwerp en het gebrek aan duiding is niet alleen jammer en frustrerend, maar ook gevaarlijk. In de eerste plaats voor de betogers die door de serie gedehumaniseerd worden. Zij zijn ook nu al vaak slachtoffer van geweld door de politie, en worden in het maatschappelijk debat steeds meer gedemoniseerd. 

Zo riep minister van Defensie Theo Francken na de vakbondsbetoging van 9 oktober nog op tot ‘een gewapende arm die er tegenaan gaat zoals de rijkswacht vroeger.’ Ook pleitte hij ervoor om met rubberkogels te schieten op demonstranten. Door betogers neer te zetten als irrationele en gevaarlijke roofdieren, en maatschappelijke oorzaken te negeren, speelt de reeks van Jan Verheyen recht in de kaart van dit politiek sentiment – dat het werk voor de politie zelf ook niet veiliger maakt.

Het tragische is dat de VRT-reeks voor zover we die nu hebben gezien, evenmin zorgt voor meer begrip van betogers tegenover agenten. Misdaadjournalist Mark Eeckhaut schreef in De Standaard dat de reeks ‘verplichte tv zou moeten zijn voor relschoppers’. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de reeks enkel voor nog meer woede zou zorgen. 

Ook ik werd er boos van. Dat ligt niet zozeer aan de getuigenissen van de agenten zelf – die komen grotendeels over als vriendelijke mensen – maar aan de kadering van Verheyen. En vooral aan alles wat de reeks níet laat zien. 

Wat ook de bedoeling moge zijn geweest van Jan Verheyen en de VRT, deze reeks maakt de samenleving voor niemand veiliger
Stef Arends

De commentaren onder de promotievideo’s die de VRT en Verheyen deelden op sociale media zijn dan ook veelzeggend. Daar wordt voornamelijk opgeroepen om meer geweld te gebruiken tegen betogers (“Er is voor deze wilde hyena’s geen ander alternatief!”) Maar aan de andere kant versterkt de portrettering van agenten als onschuldige slachtoffers ook de woede over het geweld dóór de politie (“Politie slaat mensen kapot en de burger mag niks terug doen”).

Een incompleet verhaal vertellen, maar één kant aan het woord laten en de andere kant dehumaniseren om vervolgens duiding door experts achterwege te laten zorgt niet voor meer begrip.

Wat ook de bedoeling moge zijn geweest van Jan Verheyen en de VRT, deze reeks maakt de samenleving voor niemand veiliger.


Geef je mening of deel in je netwerk

Over de auteur

Stef Arends

Stef Arends is eindredacteur bij Kif Kif. Eerder werkte hij drie jaar als journalist bij de vaste redactie van de onderzoekswebsite Apache.be. Hij wil met zijn journalistieke werk opkomen voor mensenrechten en een gelijke samenleving. Stef is te bereiken via stef@kifkif.be en +31646950236.

Meer van Stef Arends