Het veiligheidsbeleid van de Arizonaregering maakt gemarginaliseerde groepen juist ónveiliger
We willen ons allemaal veilig kunnen voelen, vrij in ons doen en laten. Een regering die daaraan mee wil werken, moet een veiligheidsbeleid uitwerken dat elk van ons beschermt. Los van onze afkomst, identiteit of klasse. Maar de Arizonaregering weigert om zo’n beleid uit te voeren. In plaats daarvan stort ze ons in een vicieuze cirkel van sociale afbraak, militarisering en racisme.
Van militarisering en repressie…
Het veiligheidsbeleid van Arizona wordt gekenmerkt door een verregaande militarisering, waardoor het gebruik van geweld in de samenleving genormaliseerd wordt. Volgens de regering is misdaad namelijk een gevolg van laks en soft beleid. Daarom wil men de ordediensten – zoals politie en het leger – uitbreiden en meer aanwezig laten zijn in de straten. Ook willen ze een strenger en agressiever optreden om misdaad aan te pakken (‘nultolerantie’), inclusief de aankoop en het gebruik van gevaarlijke wapens en technologieën.
Zo riep minister van Defensie Francken na het vandalisme aan de Dienst Vreemdelingenzaken op 14 oktober vorig jaar op om het gebruik van het FN-303 geweer tegen ‘antifatuig’ te legaliseren. Dit is een geweer dat verkocht wordt als een niet-dodelijk wapen, maar wel degelijk leidt tot ernstige kwetsuren en zelfs doden. Dergelijke uitspraken haken rechtstreeks in op macho-stereotypen, waarbij men probeert kracht, dominantie en meedogenloosheid uit te stralen.
Een cruciaal onderdeel van deze militarisering is de repressie van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen en politieke tegenstand. Men past hierbij een racistische verdeel-en-heers strategie toe waarbij bepaalde groepen worden ontmenselijkt. Zo worden ze gereduceerd tot veiligheidsrisico's die gemanaged moeten worden. Door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten creëert de regering een draagvlak voor haar militaristische beleid, en kan ze kritische tegenstemmen gemakkelijker criminaliseren.
Door mensen op de vlucht te bestempelen als veiligheidsrisico, legitimeert de minister een verregaande schending van hun grondrechten
In België is de meest geviseerde groep momenteel de mensen zonder papieren. Het optreden van ICE in de VS stuitte op veel kritiek en verzet, maar ook in België worden mensen zonder papieren door anonieme agenten ontvoerd. Bovendien wil de federale regering woonstbetredingen toelaten om mensen zonder wettige verblijfspapieren te arresteren om ‘veiligheidsredenen’ ondanks een vernietigend advies van de Raad van State over het wetsontwerp. “Dit gaat over mensen die zich niet alleen illegaal op ons grondgebied bevinden, maar ook een bedreiging vormen voor de veiligheid van de lokale gemeenschap", aldus minister Van Bossuyt. Door mensen op de vlucht te bestempelen als veiligheidsrisico, legitimeert de minister hier een verregaande schending van hun grondrechten.
Zoals dit voorbeeld duidelijk maakt, gaat deze repressie hand in hand met een uitbreiding van bevoegdheden van ordediensten en surveillance. Denk dan ook aan het plaatsen van camera’s in de straten die door middel van algoritmes preventief scannen op verdacht gedrag. Deze uitgebreide staatscontrole blijft zelden beperkt tot haar oorspronkelijke, officiële doeleinden. In Nederland spreekt men ondertussen over de ‘preventiestaat’: elke vorm van ‘afwijkend’ gedrag wordt verdacht gemaakt en opgevolgd door de Staat. Zo worden gegevens over moslims, klimaatactivisten en Palestinabetogers bijgehouden in politiedatabanken, zonder dat deze mensen enige wetten overschreden.
Organisaties en groepen die deze praktijken bekritiseren en zich er tegen verzetten, worden steeds meer gecriminaliseerd. Een voorbeeld daarvan is het – ondertussen bijgewerkte – plan van de federale regering om radicale organisaties te verbieden zonder rechterlijke toetsing, net als de politieke afrekening met kritische socio-culturele organisaties op Vlaams niveau. De Arizonapartijen perken bewust de democratische ruimte in om gemakkelijker hun beleid en visie door te drukken in de samenleving.
…naar sociale afbraak…
De militarisering kan niet los worden gezien van de besparingspolitiek van de Arizonaregering. Door maatschappelijke uitdagingen te framen als een veiligheidscrisis die verregaande noodmaatregelen vereisen (in academische kringen securitisation genoemd) wordt de verplaatsing van middelen van sociaal beleid naar veiligheidsdiensten en wapens gelegitimeerd.
Of in de woorden van minister Francken: "Wij hebben de Amerikanen jaren uitgelachen om hun armoede, hun verslavingen, hun gebrek aan sociaal vangnet of het feit dat je 1.000 dollar moet betalen bij de tandarts. Wij wilden er niet wonen omdat ze al hun geld aan harde veiligheid gaven. Het is natuurlijk veel plezanter om geld uit te geven aan pensioenen, aan werkloosheid, aan een Cubaans gezondheidssysteem waarbij je voor 13 euro met een grote zak medicijnen uit de apotheek kan stappen. Maar wie heeft nu gelijk?"
Maar besparingen op zaken zoals gezondheidszorg, openbaar vervoer en de sociale zekerheid treffen niet elke gemeenschap even erg: het zijn vooral armere gemeenschappen en mensen met een migratieachtergrond die getroffen worden. Het geld dat wegvloeit van de gemeenschap door besparingen, stroomt op lange termijn naar de politie, het leger, en privébedrijven in de veiligheidsindustrie. Deze partijen worden later namelijk aangehaald als de oplossing voor de sociale problemen die het gevolg zijn van dit besparingsbeleid.
Het geld dat wegvloeit van de gemeenschap door besparingen, stroomt op lange termijn naar de politie, het leger, en privébedrijven in de veiligheidsindustrie
Neem bijvoorbeeld het recente drugsgeweld in Brussel. Enerzijds zijn er zeer concrete veiligheidsrisico’s die aangepakt moeten worden. Als er (risico op) een schietpartij is, moet de politie uiteraard ingrijpen. Maar de drugsproblematiek is anderzijds ook een gevolg van decennialange besparingen en sociale afbraak. Wijken zoals Peterbos in Anderlecht, die vaak omschreven worden als ‘drugshotspots’, werden jarenlang aan hun lot overgelaten. Publieke investeringen zijn er stopgezet en hulpverleningsorganisaties zijn er weggetrokken. Jongeren en mensen zonder papieren met weinig toekomstperspectief worden actief geronseld door drugsbendes.
De drugshandel is dus toegenomen door de sociale afbraak. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin, verantwoordelijk voor veiligheid, focust zich daarentegen enkel op de acute ‘veiligheidscrisis’ en stelt een plan voor om het leger op straat te laten patrouilleren, meer camera’s te plaatsen en de criminelen zo af te schrikken. Uit ervaring in Antwerpen en elders weten we echter dat een ‘war on drugs’ het tegenovergestelde effect heeft: de drugskartels worden machtiger en agressiever, waardoor het geweld escaleert. De Brusselse buurtbewoners zelf zijn alvast niet tevreden met het repressiebeleid.
…maar voor wie?
Dat het huidige veiligheidsbeleid politieke belangen en ideologie dient wordt nog duidelijker wanneer we ons afvragen: over wiens veiligheid hebben de politici het eigenlijk? Doen politici stoere uitspraken op X/Twitter wanneer het gaat over de veiligheid van dakloze mensen die het meeste te lijden hebben onder geweld in de publieke ruimte? Is hun prioriteit de veiligheid van Palestijnse vluchtelingen die opgepakt worden omdat ze de ‘openbare orde’ zouden verstoren met hun protesten en in gesloten detentiecentra worden opgesloten, soms met dodelijke gevolgen, zoals voor Mahmoud? Of nemen ze dan doortastende maatregelen om verdere dodelijke slachtoffers van politieoptreden te voorkomen? Om overbevolkte gevangenissen aan te pakken, ondanks het feit dat de criminaliteit al veertig jaar daalt? Of letten ze op de senioren die door de opwarming van de aarde steeds kwetsbaarder zijn voor hittegolven, en nood hebben aan een ambitieus klimaatbeleid? De mensen die het minst veilig zijn in onze samenleving worden juist systematisch in de steek gelaten en onderdrukt.
De veiligheidsvisie van Arizona is dus niet een visie die veiligheid voor ons allemaal garandeert. In plaats daarvan zorgt de regering voor een vicieuze cirkel. Besparingen en sociale afbraak leiden tot angst en spanningen tussen sociale groepen omdat men moet concurreren voor belangrijke schaars gemaakte middelen, zoals huisvesting en werkgelegenheid. Dit biedt de Arizona-regering de kans om mensen tegen elkaar op te zetten, met racisme als belangrijk instrument. Het gemilitariseerde veiligheidsbeleid bestrijdt hardhandig symptomen van de sociale afbraak onder het mom van veiligheid, terwijl publiek geld naar veiligheidsdiensten en wapenbedrijven blijft vloeien. Deze vicieuze cirkel helpt om de uiteindelijke ideologische doelen van de Arizona-regering te bereiken: de ongelijkheid vergroten en de macht en welvaart in handen houden van een kleine groep mensen.